Ons Zonnestelsel.

 

We vertrekken met ons ruimteschip op reis door het heelal.
Tijdens deze reis vertel ik over het ontstaan van ons zonnestelsel.




Ons zonnestelsel bestaat uit een ster "de Zon"
en 10 planeten, veel maantjes, kleinere rotsachtige brokstukken (asteroïden, planetoïden, kometen) en veel stof.
De planeten worden onderverdeeld in twee groepen:

Aardse of steenachtige planeten: Mercurius, Venus, Aarde, en Mars, Pluto en 2003 UB313.
De aardse planeten zijn hoofdzakelijk samengesteld uit steen en metalen en hebben een relatief hoge dichtheid, een trage rotatie, een vast oppervlak, geen ringen en een paar manen.

Joviaanse planeten of gasplaneten: Jupiter, Saturnus, Uranus, en Neptunus.
De gasplaneten bestaan voornamelijk uit waterstof en helium en hebben een lage dichtheid, een snelle rotatie, een diepe atmosfeer, ringen en meerdere kleine maantjes.

 

 
Terwijl we opstijgen kijken we door het venster en zien de Belgische kust en een stuk van Zeeland.
   We vliegen over Schotland

 
 en genieten van een mooi uitzicht over Europa !

 

 

 

  We verlaten onze planeet Aarde. 

 
In de verte zien we reeds de Maan als een kleine bol.


We vliegen naar de Maan, de natuurlijke satelliet van planeet Aarde.


 

Gegevens van de Maan
Omloopbaan: 384.400 km tot de Aarde
Diameter: 3476 km (equatoriaal)

De hoeveelheid maan (foto), die wij op de aarde te zien krijgen, is afhankelijk van de hoek tussen de zon, de maan en de aarde.
De langzaam ronddraaiende maan voltooit één omwenteling om haar as in dezelfde tijd dat ze één keer om de aarde draait. Het is altijd dezelfde zijde van de maan die naar de aarde gekeerd staat. De aantrekkingskracht die beide hemellichamen op elkaar uitoefenen zorgen voor de getijdenwerking op aarde.


Men gaat er van uit dat de maan zou ontstaan zijn uit de aarde.

Toen de aarde nog heel jong was (4,6 miljard jaar geleden) werd ze geregeld gebombardeerd door asteroïden.

Tip: Wanneer u een link gebruikt, wordt er een nieuw venster geopend. U sluit het venster door op het kruisje bovenaan het scherm te klikken.

Deze brokstukken, met een diameter tot 500 km, bevinden zich in een brede gordel in de buitenste regionen van ons zonnestelsel. Er is weinig over gekend.


Een meteoriet (een asteroïde die zich verplaatst door de atmosfeer van de Aarde ), zo groot als de planeet Mars, zou tijdens zijn botsing met de Aarde zoveel materie van de Aarde weggeslingerd hebben, dat de Maan zou ontstaan zijn.
De nog resterende fragmenten, die een baan rond de aarde beschreven, bombardeerden constant (600 miljoen jaar) de jonge maan. Toen eindelijk het bombardement afnam was de Maan zwaar geschonden.
Er waren reusachtige bekkens geslagen die werden omringd door bergketens. Op sommige plaatsen vond de hete lava, via breuken in de korst, zijn weg naar de oppervlakte. De lava vulde de grote inslagkraters. Deze maria (zeeën) veranderden het uitzicht van de maan. Het inwendige van de maan koelde uiteindelijk af.

Kleinere meteorieten sloegen in op het maanoppervlak en vergruisden het oppervlaktegesteente.
De maan is nu bedekt met een dikke laag stof, steenfragmenten en kleine inslagkraters.

 

Maanfoto's

Maankaart : eerste kwartier, laatste kwartier.

Detail: Tycho, Copernicus, Montes Alpes.

Oostzijde maan

Westzijde maan

Zuidpoolgebied maan

Meer foto's van het maanoppervlak

Wetenschappers en astronomen tonen terug belangstelling voor de maan. Onlangs ontdekte het ruimtetuig de Lunar Prospector, signalen van waterijs aan het noord- en zuidpoolgebied . De sterkste signalen kwamen uit inslagkraters op het noordpoolgebied van de maan. De kraters Peary, Hermite, Rozhdestvenskiy, en Plaskett.
Op het zuidelijk poolgebied kwam het sterkste signaal uit het enorme Aiken Bassin. Het ijs is waarschijnlijk afkomstig van komeetinslagen. Op plaatsen waar het zonlicht nooit bij kan, blijft het ijs in bevroren toestand liggen.

Onderzoek heeft ook aan het licht gebracht dat de maan een ijzeren kern heeft, met een diameter van 600 km.
Er zijn ook kleine plaatselijke magnetische velden ontdekt.
Op het maanoppervlak heeft men thorium, potassium en ijzer gevonden.

Misschien komt er in de nabije toekomst een bewoonde maanbasis.
Het vinden van water heeft deze mogelijkheid een stukje dichter gebracht.
Het feit dat de zwaartekracht op de maan veel lager is dan op aarde, maakt het ook interessanter om ruimtetuigen van op de maan te lanceren. Er is minder brandstof nodig voor de lancering.



We verlaten de maan en reizen verder naar de planeet Mars.

De reis is nog lang. Ondertussen vertel ik jullie over het ontstaan van sterren en planeten.


 

Heel lang geleden, toen er nog geen sprake was van onze Zon en haar planeten, bevond zich op dezelfde plaats een hele grote moleculaire wolk .

 

 De moleculaire wolken (donkere wolken) zijn goed zichtbaar tegen de sterrenhemel.

Ze strekken zich als tentakels uit over de hemel.

 

Deze enorme gas- en stofwolk was veel groter dan ons zonnestelsel. Ze strekte zich heel ver uit, tussen de armen van de melkweg. In haar omgeving schitterden reuzensterren, met een massa van 300 maal de massa van de zon. Ze waren een miljoen maal helderder.
Het waren sterren van de eerste generatie, die ontstaan waren in ons sterrenstelsel de Melkweg.

Deze sterren waren gemaakt uit het oergas (waterstof en wat helium) dat vrijkwam bij de oerknal tijdens het ontstaan van het heelal.
Deze supergrote sterren waren extra heet. Er heerste een heel grote druk in hun kernen. Via kernfusie, veranderden deze reuzensterren het waterstofgas in helium, de heliumkernen fuseerden tot atomen koolstof, koolstof tot zuurstofatomen en daarna tot steeds zwaardere elementen zoals; neon, magnesium, silicium, fosfor, chloor, calcium, titanium en tenslotte tot ijzeratomen. Allemaal chemische stoffen die we op onze Aarde aantreffen.


Het nadeel van een grote ster is dat ze vlug alle waterstofgas opbrandt en sterft. Ze doet dit met veel dramatiek.

De kern stort in elkaar onder de enorme druk.
De kernreacties worden zo heftig dat de ster uit elkaar gereten wordt. Alle gas en nieuw gevormde atomen worden de ruimte in geslingerd. Hierbij komt er veel straling vrij.
Men noemt dit proces een super-nova. Dit proces gaat gepaard met grote schokgolven, die zich voortplanten in de ruimte.

 

 

 De restanten van een grote ontplofte ster, lang geleden.

Deze supernova werd onlangs ontdekt. De ster is 600 jaar na Chr. ontploft. Hij is de dichtste supernova, die we kennen.

In 1604 werd de laatste supernova opgemerkt op aarde.

Hij was, gedurende één jaar, het helderste voorwerp, (buiten de Maan) aan de sterrenhemel.

Na miljoenen jaren, koelen de restanten van de ontplofte ster af en vormen kleine stofkorreltjes. Deze stofkorreltjes zijn zeer belangrijk.
Ze verspreiden zich in de ruimte en ontmoeten atomen waterstof, zuurstof, koolstof en stikstof die zich hechten aan het oppervlak van het stofkorreltje. Ze vormen moleculen. Er ontstaat moleculaire waterstof, water, ammoniak, methaan enz.

Deze stofkorreltjes zweven miljoenen jaren door de ruimte tot ze in aanraking komen met uitgestrekte koude waterstofwolken. Ze vermengen zich en vormen moleculaire wolken.

 

Nu kunnen we verder vertellen over het ontstaan van ons zonnestelsel. Er was dus die grote moleculaire wolk, waar ik eerder over sprak.

Onder invloed van bepaalde krachten, beginnen in de wolk gebieden samen te trekken.

De oorzaak kan zijn: de schokgolf van een super-nova van een ster in de nabijheid, de botsing met een andere gaswolk of een krachtige storing in de Melkweg zelf.

 
 

 In deze globulen worden nieuwe sterren gevormd, onzichtbaar voor ons oog.

 Een verdampende moleculaire wolk.

 

Delen van de wolk, globulen genaamd, krijgen plaatselijk een zeer grote dichtheid. (zie foto). In het centrum van de globule wordt de druk voortdurend groter.

Plots ontstaat er een roterende schijf van stof en gas. In het midden van de roterende schijf wordt de druk nog verhoogd, zodat er kernfusie plaatsvindt.

In het centrum wordt een nieuwe ster geboren. Men noemt deze ster een proto-ster.

 

 De Hubble Space Telescoop toont ons het bestaan van een proto-ster met een stofschijf en twee gas-jets. De proto-ster is 450 lichtjaar van ons verwijderd in het sterenbeeld Taurus.

Licht van de proto-ster verlicht het bovenste en onderste van de stofschijf. De ster verschuilt zich achter de donkerste delen van de schijf. De rode gas-jets vertrekken uit het binnenste van de stofschijf en schieten ver de interstellaire ruimte in.

 

Op de evenaar van de ster blijft er zich materiaal uit de schijf storten.

 

 

Deze gas-jet is ongeveer één lichtjaar lang.

Het donkere gedeelte ( midden van de foto) is de stofschijf waar de proto-ster zich verschuilt.

 

Bijna gelijktijdig blaast de proto-ster aan de noord- en zuidpool, gasslierten (gas-jets) weg. (zie foto). Wanneer uiteindelijk alle gas- en stofwolken weggeblazen zijn, komt de ster te voorschijn.
De jonge ster wordt nog altijd omringd door de roterende proto-planetaire schijf.

De voorbije jaren hebben astronomen veel jonge sterren ontdekt met een proto-planetaire schijf.

Na verloop van tijd ontstaan er plaatselijke verdichtingen in de schijf.
Er worden klonten gevormd. Ze zullen later de kernen van planeten vormen. Alle gas en stof dat de klont tegenkomt wordt opgeveegd. De klont neemt snel in massa toe.

De binnenste planeten (Mercurius, Venus, de Aarde en Mars) van ons zonnestelsel hebben veel van hun gassen verloren.
Terwijl de buitenste planeten (Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus en Pluto) de gassen aan zich hebben gebonden. Het zijn gasplaneten geworden.


Niet alle klonten zijn natuurlijk uitgegroeid tot planeten.
Er bestaan een hele reeks van kleinere brokstukken.We noemen ze volgens hun grootte; planetoïden, asteroïden en stof.
Ze bevinden zich tussen de planeten Mars en Jupiter, en ver voorbij de planeet Neptunus (De Kuipers Gordel) in een brede gordel.

Dan zijn er nog de kometen, losse brokstukken steen met ijs, die zich bevinden in een kometenwolk (De Wolk van Oort) in de verste regionen van ons zonnestelsel.

Wanneer een komeet in de buurt van de Zon komt warmt de komeet op en verdampt het ijs. Zo krijgt de komeet zijn oplichtende staart.

 

 

Asteroïden

 Komeet

 

Stof en kleine meteorieten worden voortdurend geproduceerd door botsingen en het uiteenspatten van kometen en planetoïden.

In onze Melkweg bevinden zich nog genoeg gas en moleculaire wolken om nog geruime tijd te kunnen doorgaan met het vormen van nieuwe sterren en planeten.
Dankzij de krachtige Hubble Ruimte Telescoop, heeft men bewijzen gevonden van stervorming en het begin van planeetvorming in de Melkweg.

Ondertussen zijn de astronomen tot de conclusie gekomen dat planeetvorming niet zo vanzelfsprekend is, bij de geboorte van een nieuw ster.
Er wordt wel een proto-planetaire schijf gevormd, maar soms wordt het hele proces teniet gedaan door de nabijheid van grote sterren. Met hun UV-straling blazen ze alle gas en stof weg uit de buurt van de jonge ster die zich niet verder kan ontwikkelen. Er worden geen planeten gevormd.

 

 

 Een detail van de Trapezium Cluster uit de Orion Nebula.

Een kraamkamer voor nieuwe sterren en planeten.We zien veel gas en stof. De komeetachtige figuren zijn nieuwe sterren met hun stofschijf. De 4 grote massieve sterren verdampen het stof en gas van de stofschijven van de jonge sterren. Ze verhinderen het ontstaan van planeten. Ze belemmeren ook de groei van deze jonge sterren.

 Detail van verdampende planetaire stofschijven.

AE is een astronomische eenheid = de afstand Aarde-Zon (149,6 miljoen Km).

AU is de Engelse term voor AE


Uit onderzoek is gebleken dat meer dan de helft van de sterren deel uitmaken van een dubbel- of zelfs drievoudig stelsel. Een mogelijke verklaring is, dat er in de schijf rond de proto-ster nog voldoende gas over is, om nog sterren te maken. Deze sterren draaien heel dicht rond elkaar.

Onlangs heeft men een grote gasplaneet rond een dubbel-ster ontdekt. De planeet stond heel dicht bij de moeder-ster. Sommige astronomen vermoeden dat planeetvorming bij dubbelsterren anders verloopt dan bij een enkele ster. De zwaartekrachtwerking van de begeleidende ster zal daar de oorzaak van zijn.


Astronomen over de hele wereld zijn op zoek naar andere planeten in onze Melkweg. De ontdekkingen volgen elkaar vlug op.

Een planeet straalt zelf geen licht uit en is niet gemakkelijk op te sporen. Men meet de bewegingen van een kandidaat- ster. Schommelingen in de beweging kunnen duiden op een planeet die rond de ster draait.

In 1998 werd voor het eerst een ster met een planetenstelsel zoals ons zonnestelsel ontdekt!!
Op amper 10 lichtjaar van ons verwijdert, heeft men, rond de ster Epsilon Eridani (sterrenbeeld Eridanus) een ring van stofdeeltjes ontdekt die goede gelijkenis vertoont met onze Kuiper Gordel (een grote kometen- en asteroïdengordel, voorbij de planeet Pluto).

De moederster is 500 miljoen jaar à 1miljard jaar oud. Ze is veel jonger dan onze zon: 4.5 miljard jaar. Ze heeft ook iets minder massa dan de zon.
De regio, in de onmiddellijke omgeving van de ster, is reeds stofvrij gemaakt. Het stof is waarschijnlijk opgeveegd door planeten in wording.
Het nieuw ontdekte zonnestelsel is als een snapshot van ons eigen zonnestelsel, zo'n 4 miljard jaar geleden.

Misschien bestaan er zonnestelsels die reeds verder in leeftijd zijn geëvolueerd dan het onze. Met (intelligent) leven!!!

 


Ons Zonnestelsel.

 

 

 

We naderen de planeet Mars, de vierde planeet vanaf de Zon .

 


 

 

Gegevens van de planeet Mars
Omloopbaan: 227.940.000 km (1,52 AE) vanaf de Zon
Diameter: 6.794 km

 

Mars heeft een dunne atmosfeer (95% koolstofdioxide, wat stikstof, argon en zuurstof). De roodachtige kleur van de bodem van Mars komt door ijzer-oxyden

Noordpoolgebied Mars.

Let op het gelaagd terrein. Rond het noordpoolgebied bevinden zich ook een rij zandduinen.

 

Op het noordelijk halfrond ontdekken we egale vlakten (vernieuwd oppervlak door vulkanisme). Sommige wetenschappers vermoeden dat deze laagvlakte de bodem is van een grote oceaan.

Op het zuidelijk halfrond vinden we oude, zwaar bekraterde hooglanden. Op het evenaargebied bemerken we een immense slenk of bodeminzinking (de Valles Marineris) van 4.000 km lang en soms 7 km diep.
We zien ook reusachtige stelsels van waterbeddingen op Mars. Astronomen hebben een sterk vermoeden dat er vroeger water aanwezig was op de planeet.

3 D-foto van de noordpool van Mars.

 

Recent onderzoek van het ruimtetuig de Mars Global Surveyor toont aan dat het noordpoolgebied een grote inslagkrater is.
In deze krater ligt een waterijsmassa van 1,2 tot 1,7 miljoen kubieke kilometer. Veel minder ijs dan men had verwacht.
Waar is al dat water, dat vroeger over de planeet stroomde? Ligt het verborgen onder het bevroren oppervlak? Recent onderzoek duidt alvast in die richting.
Wetenschappers geloven dat, miljarden jaren terug, het klimaat op Mars warm en vochtig was.

Wetenschappers, die de foto's bestuderen, beweren aan de vorm van rotsen en de bodem te kunnen zien, dat de planeet vroeger geteisterd werd door tornado's met windsnelheden tot 560 km/ uur. De stormen strekten zich uit over grote gebieden.
Het stof in de atmosfeer van Mars, die vlug opgewarmd geraakt door de zon, was de grote "trigger" van deze krachtige stormen.

Op Mars waren de inslagkraters gevuld met water.

Krachtige watermassa's hebben de bodem uitgegraven.

 


De stormen beukten bressen in de kraterwanden en het water gutste aan snelheden van 160 km/ uur over de vlakten, alles meesleurend op hun weg.
Canyons werden uitgegraven door het enorme geweld. Deze overstromingen konden maanden aanhouden. Wanneer het water dan eindelijk tot rust kwam, bleef het staan in de lagere delen. Het zonk gedeeltelijk in de grond.
Het natuurgeweld op Mars was vroeger veel heftiger dan we op Aarde kennen.

 

Het oppervlak van Mars toont ons een heel diepe kloof de Valles Marineris, de vulkaan Olympus Mons 24 km hoog en een enorm inslagbekken het Hellas-bassin met een diameter van 2.000 km en 6 km diep.

Atlas van de planeet Mars

Recent is ontdekt:
Het klimaat op de planeet Mars vertoont 'een opwarmende trend' en op basis van recente beelden hebben wetenschappers ook vastgesteld dat er nog seismische activiteit is.
De afgelopen jaren heeft een ruimtevaartuig de Mars Global Surveyor, veranderingen in het oppervlak van de planeet vastgesteld.
Er zijn nieuwe kraters ontstaan en de vormen van rotsformaties en heuvels zijn gewijzigd, mogelijk door bevingen.
Aan de zuidelijke pool van de planeet neemt de hoeveelheid bevroren kooldioxide af.

Mars is een planeet die de mens blijft boeien!

In de nabije toekomst worden enkele onbemande ruimtetuigen naar Mars gestuurd.


De manen van Mars: Phobos en Deimos.

 

De maan Phobos.
 

 

Omloopbaan: 9378 km vanaf het centrum van Mars
Diameter: 22,2 km (27 x 21,6 x 18,8)

Er cirkelen ook twee grote manen rond de planeet. Het zijn waarschijnlijk grote asteroïden, ingevangen door Mars.
De grootse maan, Phobos, die het dichtst bij Mars staat, beweegt zich op 6.000 km van het oppervlak van de planeet. Ze zal neerstorten.

Op de foto linksboven, zien we een enorme inslagkrater met een diameter van 10 km.
Door al dat meteorietengeweld gedurende miljoenen jaren, is de maan bedekt met een dikke laag (1 meter) stofpoeder. Er liggen ook grote, ronde keien verspreid over het oppervlak.
Phobos draait in 7 uur rond zijn as. De temperatuurverschillen tussen dag en nacht zijn enorm. De dagtemperaturen bedragen -4 ° C. Tijdens de nacht -112° C.

Het feit dat deze maan geen atmosfeer heeft, verklaart deze temperatuurverschillen.

 

De maan Deimos
 


Omloopbaan: 23.459 km van Mars
Diameter: 12,6 km (15 x 12,2 x 11)

Deimos is de kleinste en buitenste van de twee Marsmanen.



We reizen verder naar de planeet Jupiter.


We vliegen dwars door de gevaarlijke, brede hoofdgordel van asteroïden, gelegen tussen Mars en Jupiter.

 

 

Ondertussen vertel ik jullie over de Zon en de planeten Mercurius en Venus.

 

 

 

Onze ster, de Zon.


De leeftijd van onze Zon is ongeveer 4,6 miljard jaar. Het is een middelgrote ster die nu halverwege haar levensloop is. Ze heeft een diameter van 1.392.000 km en een massa
van 1,989e30 kg.

De Zon, een grote gasbol, zet al haar brandstof (waterstof) om in helium en nog andere stoffen, door kernfusie.

 

 

De kern, waar de kernfusies plaatsvinden, wordt omhuld door een stralingszone. Hier wordt de stralingsenergie van de kernfusies naartoe getransporteerd. De kern is natuurlijk extreem heet.

Rond de kern bevindt zich de convectiezone. Hier vindt energietransport plaats door middel van convectie.(stromingen ontstaan door temperatuursverschillen).

Dit geheel wordt omringd door een dunne fotosfeer. De temperatuur bedraagt hier 5.500°C . Hier komt het zichtbare licht vandaan. De fotosfeer heeft een korrelige vorm. Hier bevinden zich de geheimzinnige zonnevlekken. Het zijn koelere gebieden (4.000°C).

 

 

 De fotosfeer met donkere zonnevlekken.

 De korrelige structuur van de fotosfeer.

Rond de fotosfeer vinden we de ijlere en hete chromosfeer en corona. Ze zijn van elkaar gescheiden door een dun overgangsgebied. Hier stijgt de temperatuur van 10.000 graden C tot 1 miljoen graden. De reden van deze snelle en hoge temperatuurstijging is nog niet goed begrepen door de wetenschappers. Men vermoedt dat magnetische lussen daar een grote rol bij spelen.

De fotosfeer, chromosfeer en corona noemt men de zonne-atmosfeer.

 

  De chromosfeer en corona..

De zon heeft een heel sterk magnetisch veld, dat reikt tot ver buiten de regionen van Pluto. De zon ondergaat een 11-jarige cyclus van sterke naar zwakke activiteit.
Aan het eind van iedere cyclus verandert de polariteit van haar magnetisch veld.

 

De zonnewind is een stroom van geladen deeltjes die de Zon verlaat. Hij bestaat uit twee delen.

Een trage zonnewind, die de aarde bereikt met een snelheid van 250 km/sec. Hij is waarschijnlijk afkomstig uit de equatoriale gordel van de zon.

Een snelle zonnewind, die snelheden bereikt van 800 km/sec. Hij is afkomstig van de coronale gaten aan de polen van de zon. Deze snelle zonnewind bereikt de buitenste grenzen van ons zonnestelsel en gaat zelfs verder.

 


De kennis over de werking van de Zon is zeer klein.

In 1995 werd de satelliet SOHO gelanceerd in een eigen baan rond de Zon.
Enkele resultaten van het onderzoek:

* 70% van de straal van de zon gedraagt zich als een vast lichaam dat roteert. De overige 30% (de convectiezone en verder) bestaat uit gebieden die de ene keer trager, de ander keer sneller bewegen.

* Bij de polen beweegt de zonnematerie 10% sneller dan de omgeving.

* Men heeft 20.000 km diepe equatoriale banden ondekt die voor een deel sneller en voor een deel trager stromende materie bevatten.

* In de bovenste 25.000 km van de zonne-atmosfeer is er een aanhoudende circulatie (80 km/uur) van de evenaar naar de polen.

* Men heeft grote convectie-bellen gevonden onder het zonsoppervlak. Deze bellen hebben de grote van de planeet Jupiter.
Ze spelen een grote rol bij de rotatie van de zon en hoe zonnevlekken zich bewegen.

* Het hete gas van de corona reageert op fluctuaties in de magnetische lussen die aan het zonsoppervlak (fotosfeer) ontspringen.

 

 

 Op deze foto is een deel van de zon te zien.

Let op de fijne structuren van de magnetische bogen.

De verschillende kleuren staan voor verschillende temperaturen. 

* Er zijn kleine explosies ontdekt over het hele oppervlak van de zon, die enkele minuten duren. Ze hebben de grootte van de aarde. Ze worden "blinkers" genoemd.

*Wetenschappers hebben, voor de eerste maal, ontdekt dat bij het ontstaan van een grote zonnevlam, een seismologische schokgolf zich verplaatst door het inwendige van de zon. (zoals een grote aardbeving, maar dan op de zon.)

 

 

 

 Een grote zonnevlam.

 Dezelfde zonnevlam met schokgolf.



De planeet Mercurius.

 



Omloop: 57.910.000 km (0,38 AE) afstand tot de Zon
Diameter: 4.878 km


Mercurius staat het dichtst bij de zon. De planeet is de achtste in grootte.
Ze is nog maar éénmaal bezocht geweest door een ruimtetuig, Mariner 10, tussen 1973 en 1974.
Het oppervlak van Mercurius vertoont veel overeenkomsten met de Maan. Er zijn veel inslagkraters van asteroïden en maria. Er is geen vulkanisme meer en geen atmosfeer.

De temperatuur is er heel extreem, gaande van +430°Celsius tot -180 °C.
De planeet heeft een heel grote, ijzeren kern.


 

De planeet Venus.

Omloopbaan: 108.200.000 km (0,72 AE) afstand tot de Zon
Diameter: 12.103.6 km

De planeet Venus steekt zich weg achter een broeierig wolkendek.

Het ruimtetuig Magellan maakte radarfoto's van het oppervlak van de planeet. Het grootste gedeelte van Venus is bedekt met lavastromen. Er zijn verschillende schildvulkanen te zien. Sommige zijn nog altijd actief. Er zijn brede depressies en twee grote bergketens. De inslagkraters op Venus zijn niet talrijk. Ze zijn klein en komen meestal in groepjes (schildvulkanen) voor.

De planeet heeft ook een ijzeren kern.
De druk van de atmosfeer op het oppervlak van Venus is enorm. Ze bestaat hoofdzakelijk uit koolstofdioxide, uitgebraakt door de schildvulkanen. Er is een broeikas-effect waardoor de oppervlakte- temperatuur stijgt tot 490°C.
Er heersen hevige winden, hoog in de atmosfeer.


Een plaats om te vermijden, zou ik zo zeggen!
Mercurius en Venus hebben geen manen.

De planeet is 's nachts soms goed zichtbaar als een heldere lichtbron. Het zonlicht wordt door het wolkendek weerkaatst.


De planeet Jupiter en zijn 4 grootste manen komen in ons gezichtsveld.


De manen Io, Europa, Ganymedes en Callisto (de Galileïsche manen)

 

 


Jupiter is de eerste van de vier gasplaneten die we op onze reis tegenkomen.

Gasplaneten hebben geen vaste vorm. Ze bestaan uit gassen; veel waterstof, wat helium en methaan. Naarmate men dieper in de planeet doordringt wordt de gasmassa dichter. Er waaien winden in de gaslagen aan zeer hoge snelheden (650km/uur). De gasplaneten hebben een sterk magnetisch veld, ringen en veel manen.

 

 

 

Omloopbaan: 778.330.000 km (5.20 AE) vanaf de Zon
Diameter: 142.984 km (equatoriaal)
Aantal manen: 63


Jupiter is de grootste van de vier gasplaneten.

Indien de planeet wat meer massa had, zou hij geëvolueerd zijn tot een ster, met vier planeten.
De planeet en de vier manen lijken op een mini-zonnestelsel.

Typisch voor Jupiter zijn de bandenstructuren in het wolkendek en de mysterieuze Rode Vlek.
Het ruimtetuig Galileo heeft bevestigd dat de snel oplichtende wolken en bliksems afkomstig zijn van cyclonen (lage druk systemen) op de planeet . De helderheid van de lichtflitsen zijn honderd keer helderder dan deze op Aarde. De cyclonen op Jupiter zijn te vergelijken met grote orkanen op Aarde, die vocht uit de oceaan opzuigen en in de atmosfeer pompen. Het vocht condenseert vervolgens in regen.
Jupiter straalt meer energie uit dan hij ontvangt van de zon. De binnenzijde van Jupiter is heel heet 20.000 C.

De planeet beschermt de Aarde tegen grote meteorietinslagen. Ze fungeert als vangnet.

 


We reizen verder naar de planeet Saturnus.

We kijken nog eens achterom . De Aarde is een heel klein lichtpuntje.

 

Omloopbaan: 1.429.400.000 km (9,54 AE) van de Zon
Diameter: 120.536 km (equatoriaal)

We naderen de gasplaneet Saturnus.
De atmosfeer (wolkendek) is minder turbulent dan op Jupiter.
Saturnus bestaat uit ongeveer 75% waterstof en 25% helium met sporen van water, methaan, ammoniak en gesteenten.
Saturnus heeft een ijzeren kern met vloeibare waterstof daaromheen. De kern is zeer heet (12000 C).
De planeet heeft een ook een sterk magnetisch veld zoals Jupiter.

 

Wat het meest opvalt aan de planeet zijn de mooie, heldere ringen.

 

 


De ringen bestaan uit ijs, kleine brokstukken en stof. De ringen zijn zeer complex. Ze zijn ingedeeld in zeven groepen van A tot G.

 

Er bewegen zich meer dan 46 manen rond Saturnus. Het grootste aantal van alle planeten in ons zonnestelsel.
De maantjes zijn klein, enkele tientallen km in diameter. Ze liggen verstopt in en tussen de ringen.

Titan is de grootste maan. Hij is omringd door een dikke atmosfeer wat hem uniek maakt tussen alle manen uit ons zonnestelsel.

 

 

 

 De maan Titan
Omloopbaan: 1.221.830 km vanaf Saturnus
Diameter: 5150 km

 Oppervlak van Titan

 

 

 

De maan Hyperion: een maan met rare kraters.
Hyperion meet ongeveer 250 km en roteert op chaotische wijze
.

 

   

De maan Tethys heeft een diameter van 1.071 kilometer.
We zien een grote inslagkrater (diameter 450 km).


Dank zij het ruimtetuig Cassini
is onze kennis over Saturnus, de ringen en manen flink toegenomen. Cassini-Huygens website


 

We naderen Uranus, de gekantelde planeet.

 

 

 

Omloopbaan: 2.870.990.000 km (19.218 AE) vanaf de Zon
Diameter: 51.118 km (equatorial)

De andere planeten in ons zonnestelsel draaien meestal als een tol rond de zon. De noord- en zuidpool naar boven en onder gericht.

De as van Uranus staat bijna evenwijdig met het baanvlak van de planeet, m.a.w. de noord- en zuidpool van Uranus liggen waar bij ons de evenaar ligt. Men vermoedt dat de klap van een groot object de planeet heeft doen kantelen.

Op de foto (boven) zien we de planeet Uranus omringd door vier hoofdringen en enkele maantjes.

 


Uranus heeft 27 manen, die allemaal in een bijna perfecte cirkel rond de planeet draaien.
Het binnenste van Uranus zou uit gesteenten, verschillende vormen ijs, waterstof en helium bestaan.
De atmosfeer bestaat dan weer uit 83% waterstof, 15% helium en 2% methaan. Het is trouwens het methaan dat verantwoordelijk is voor de blauwgroene kleur van de planeet. In de atmosfeer bewegen zich wolkenbanden.
Er draaien 11 dunne ringen rond de planeet.

 


Neptunus is de laatste grote gasplaneet van ons zonnestelsel.

 

 

 

Omloopbaan: 4.504.000.000 km (30,06 AE) vanaf de Zon
Diameter: 49.532 km (equatoriaal)

De samenstelling en de atmosfeer zijn vergelijkbaar met die van Uranus. De blauwe gasplaneet heeft een eigenaardig en wild weersysteem. Het kent grote stormen en een eigenaardig equatoriaal windsysteem. De windsnelheden kunnen oplopen tot 1.500 km / uur. Voor astronomen blijft het een raadsel waar Neptunus de energie haalt om dit weersysteem te voeden.
Er is ook een geheimzinnige grote donkere vlek die komt en gaat.
Volgens astronoom Dr Sromovsky zou Neptunus, sedert 1989 toen het ruimtetuig Voyager de planeet bezocht, veel veranderd zijn.

Op de foto zijn de witte wolken en donkere vlekken goed zichtbaar.

Neptunus heeft ook enkele donkere fijne ringen.

Het magnetisch veld heeft, zoals bij Uranus, een eigenaardige oriëntatie.De magnetische velden worden niet vanuit het centrum van de planeet opgewekt, maar uit de omgeving van het oppervlak.

Neptunus heeft 13 satellieten (manen).

 


We komen de Kuipersgordel binnen.

 

Dit is een zone ver voorbij Neptunus waar zich kleine kometen en objecten bevinden. De kometen worden kort-periodieke kometen genoemd omdat ze ons vaak een bezoek brengen. De andere objecten worden de Kuipers Gordel Objecten genoemd.

Geregeld worden deze ijsachtige objecten, onder invloed van de grote gasplaneten, uit hun baan weggeslingerd. Het zijn kleine restanten van het ontstaan van ons zonnestelsel ( 4.5 miljard jaar geleden). Ze bevinden zich in een brede gordel in de buitenste regionen van ons zonnestelsel. Er is weinig over gekend. Ze zijn erg moeilijk op te sporen.

Het eerste object werd in 1992 ontdekt. Sedertdien heeft men er een 400 -tal kunnen opsporen. Ze bevinden zich op 30 AE en 50 AE. Een object werd zelfs gevonden op 135 AE.
(AE is een maateenheid. Het is de afstand Zon-Aarde, of 149,6 miljoen Km.)
Men schat dat er zich 100.000 objecten ophouden in deze regio.
Ze hebben een diameter tussen 100 en 500 Km.


De negende planeet PLUTO

 

 

Pluto 
 Pluto met zijn maan Charon

 

Omloopbaan: 5.913.520.000 km (39.5 AE) gemiddelde afstand tot de Zon
Diameter: 2274 km

Pluto is de enige "planeet" die nog niet bezocht is door een ruimtetuig. Er is weinig over gekend. Pluto is kleiner dan sommige manen in ons zonnestelsel. In 1978 werd er één maan ontdekt rond de planeet.
Waarschijnlijk is Pluto geen echte planeet maar eerder een Kuipers Gordel Object.

 



De tiende planeet: 2003 UB313

 
De nieuwe planeet (omcirkeld) tussen de sterren 

 

In 2003 werd een steenachtig object ontdekt dat groter is dan de planeet Pluto.
2003 UB313 ligt drie maal verder dan Pluto en heeft een diameter van 3.000 km.
De ‘tiende planeet’ – de verre planetoïde 2003 UB313 – heeft een maan die in enkele weken om de planeet draait. De maan is enkele honderden kilometers groot.


 

Alle tien planeten van ons zonnestelsel bewegen zich ongeveer in hetzelfde vlak en dezelfde richting. Het vlak (eclipticavlak) wijkt 7 graden af met het vlak van de evenaar van de Zon.
Een uitzondering is de baan van Pluto die 17 graden afwijkt van het eclipticavlak.
De omloopbanen van de planeten zijn allen ellipsen met de Zon in het brandpunt.
Alleen de banen van Mercurius en Pluto zijn bijna cirkelvormig.
De rotatie van de planeten rond hun as is, met uitzondering van Venus, Uranus en Pluto in dezelfde richting.


 

We naderen de grenzen van ons zonnestelsel.

Eerst moeten we nog een immense afstand (1 lichtjaar) afleggen door een gevaarlijk gebied vol ijslichamen of kometen. Dit gebied noemt men de Wolk Van Oort. Het bevat de lang-periodieke kometen die er miljoenen jaren over doen om ons een bezoekje te brengen.


Een lichtjaar is de afstand die licht (in vacuüm) in één jaar aflegt, namelijk 9.460.730.472.580,8 kilometer.

In 1950 komt Jan Oort met zijn beroemdste studie. In deze studie beschrijft hij een sfeer van ijs en rotsachtig materiaal in een baan rond de zon op een afstand van 100.000 Astronomische eenheden. In deze sfeer zouden volgens hem onder andere kometen hun herkomst vinden. Door de beweging van andere sterren zouden, af en toe, sommige kometen onze kant op gezwiept worden. Deze sfeer staat heden ten dagen bekend als de Oort wolk.

 

 


Ik hoop dat jullie een boeiende reis achter de rug hebben.

Tijdens de volgende aflevering (Reis 3) verkennen we een stukje van onze Melkweg.

 

[ Home ][ Reis1 ][ Reis2 ][ Reis3 ][ Reis4 ][ Sterrenkaart ]

 

© Maertens Annemie