Historiek
Start

Historiek
Vandaag
Gildeschatten
Fotoalbum 1
Fotoalbum 2
Fotoalbum 3
Activiteiten 2013
Leden en info
Interessante links
Gastenboek

 

 

 

De gilde van Haacht is, zoals zovele gilden in Vlaanderen, ontstaan in de Middeleeuwen op de wijze zoals hierboven beschreven en is in de loop ter tijden gegroeid tot een gilde zoals er momenteel nog enkele tientallen bestaan, zij het met eigen gebruiken en een eigen aard. Al deze landelijke gilden zijn dezelfde en toch is geen enkele gelijk : allen hebben zij dezelfde doelstellingen, maar elke gilde heeft haar eigen manier om ze te beleven.

Niettegenstaande zij veel ouder is, nemen wij als stichtingsdatum 30 maart 1430. Op die datum werd zij officieel opgericht door Jan van Rotselaer, 'heer van Haecht, van Retie en van Vosselaar, erfdrossaert van Brabant en voogd van Maastricht'. Dit staat te lezen op de KEURE, de stichtingsakte van de gilde op perkament geschreven en daterend van 1430. Hieruit blijkt het tweevoudig doel van de gilde : enerzijds was zij een gezelschap tot vermaak van haar leden "daar zij het minnelijk spel van den handboog ter liefde houden", anderzijds had zij ook een weerbaar karakter, want "wierden er soms eenige gesellen van den handboog, welke buiten het dorp wonen, door vreemdelingen verontrust, de medegesellen van den handboog mogen dezen ter hulp komen met hunnen boog en andere wapens."

Buiten de oorspronkelijke Keure, is er weinig geweten van het gildeleven gedurende de eerste eeuwen van zijn bestaan. Het is pas vanaf 1641 dat wij meer te weten komen over het innerlijke gildeleven, dank zij notaris Petrus Wets die toen een nieuw boeteboek aanlegde. Hieruit blijkt dat de gilde zijn zeg had over gemeentelijke belangen, daar haast alle gegoede families lid waren van de gilde. Bovendien legde zij dikwijls zeer strenge straffen en boeten op bij overtredingen van het reglement en bij misstappen begaan in het maatschappelijk leven. Op die wijze trad zij dikwijls verbroederend en verzoenend op in de samenleving van toen.

Verder zijn het boeteboek en het notulenboek, dat later werd aangelegd, er getuige van dat pret en vermaak steeds een belangrijke plaats hebben ingenomen in het leven van de gilde. De feestdag van Sint-Sebastiaan, de Koningsschieting, de ommegangen en processies waren steeds gelegenheden om te feesten en de brouwersherbergiers die allen lid waren van de gilde, deden telkens goede zaken.

Zo bleef de gilde verder bestaan, ononderbroken, nu eens sterk, soms zwak, maar de sterke band van broederschap onder de leden is de grootste factor van levenskracht geweest.

Over het gildeleven in deze eeuw is er natuurlijk meer gekend : het verslagboek werd beter bijgehouden, maar een opsomming van de belangrijke feiten zou ons te ver voeren.  Na de Eerste Wereldoorlog, waarin de gilde haar lokaal, mobilair, wimpels en vlaggen, het beeld van haar patroonheilige en nog meer kostbaarheden verloor, was het wachten tot 1930. In dat jaar vierde de gilde haar 500-jarig bestaan en werd veel in eer hersteld. Het was tevens de start van een nieuwe groei en bloei van de gilde die tot op heden voortduurt. Vooral na de Tweede Wereldoorlog kende het gildeleven in Brabant en de Kempen een hoogtepunt. De Haachtse gilde lag mee aan de basis hiervan, mede dank zij de stuwende kracht van de toenmalige hoofdman Joris Lambrechts. Ten volle genoten de leden van talrijke uitstappen in binnen- en buitenland en overal waren zij graag geziene gasten : in hun oude klederdracht voerden de gildenzusters en -broeders terug de oude volksdansen op, een trommelkorps en vendeliers begeleiden de gilde in vele stoeten en optochten. Toen in de jaren zeventig op vele plaatsen gilden begonnen af te takelen en zelfs verdwenen, waren er in onze gilde gelukkig nog leden die de moed en de kracht opbrachten om niet toe te geven aan gemakzucht en sleur. Met een ongekende begeestering werd in 1980 550 jaar Sint-Sebastiaansgilde gevierd : een nieuw hoogtepunt in onze gilde. Het vuur sloeg over naar de andere gildenleden en, nagenietend van dit groots feest, werd er grond aangekocht en een eigen lokaal gebouwd. Er werd gewerkt aan de verdere uitbouw van de gilde : nieuwe leden kwamen onze rangen vervoegen en regelmatig treden wij naar buiten in dansoptredens op feesten en in stoeten en ommegangen door gans het land, zelfs tot buiten onze grenzen.