Inhoudstafel

Startpagina

 

 

4. Volksgazet

 

4.1. Historiek en situering

 

4.2. Mickey Mouse en Soldaat Fa Sido

4.2.1. Verhalen uit de jaren 1930

4.2.2. Het IJzeren Masker, Mickey Mouse als redder van de democratie

4.2.3. Fa Sido, de domste soldaat van het Belgisch leger

 

4.3. Besluit

 

 

 

4. Volksgazet

 

4.1. Historiek en situering

Het socialistische dagblad Volksgazet rolde voor het eerst van de persen op 3 juni 1914. Het kwam voort uit de fusie van twee bestaande arbeidersbladen en het groeide na de Eerste Wereldoorlog uit tot hét blad van de socialistische beweging in Antwerpen. Tijdens het interbellum werd de oorspronkelijke uitgever, de coöperatie "Het Goede Zaad", vervangen door de "CV Ontwikkeling". Ook werd een akkoord gesloten met de Gentse socialistische krant Vooruit : Vooruit zou zich richten op Oost- en West-Vlaanderen, Volksgazet kreeg vrij spel in Antwerpen, Brabant en Limburg. Op deze manier werd concurrentie tussen de twee socialistische kranten vermeden. Tijdens WO II werd de publicatie van Volksgazet stopgezet, op de persen werd toen het collaborerende "Volk en Staat" gedrukt.

Maar op 4 september 1944 verschijnt de Volksgazet terug. Wel, wegens de papierschaarste, op een klein formaat, dat de krant zou blijven behouden. Een nieuwe directeur, Adolf Molter, en een nieuwe hoofdredacteur, Jos Van Eynde, verschijnen op het toneel. Deze laatste zou het blad uitbouwen tot een populaire en algemene informatiekrant, door meer aandacht te besteden aan degelijke reportages, sport en regionaal nieuws en door een lossere band ten opzichte van de BSP aan te nemen. Met succes : voor 1946 en 1949 worden oplages van 136.000 en 142.000 exemplaren vermeld.[1]

De krant verschijnt op een formaat van +/- 42,5 op 28 cm. Het aantal pagina's ligt in 1946 tussen 8 en 12, in 1950 tussen 16 en 20. Er verschijnen zes kranten per week : voor zaterdag en zondag verschijnt slechts één krant. Strips zijn er elke dag dat de krant verschijnt.

 

4.2. Mickey Mouse en Soldaat Fa Sido

4.2.1. Verhalen uit de jaren 1930

De eerste naoorlogse stripstrook duikt in Volksgazet op in januari 1946. Op 16 januari begint namelijk de publicatie van "Mickey Mouse in de Far West". Het begin van een lange reeks vervolgverhalen : eind 1950 gaat de publicatie van Mickey Mouse nog altijd ononderbroken voort met het veertiende verhaal "Mickey Mouse tegen het IJzeren Masker". Deze ballonstrip, vervaardigd in de Amerikaanse Disney-studio's, bereikt Volksgazet via het Franse agentschap Opera Mundi.

Het Mickey Mouse-personage werd ontworpen door Walt Disney en Ub Iwerks en zag in 1927 het levenslicht als tekenfilmfiguur. Op de stripversie was het wachten tot 13 januari 1930, waarvoor Floyd Gottfredson[2] vanaf mei 1930 het tekenwerk in handen zou nemen. Aan de scenario's werkten een hele hoop mensen mee, terwijl de handtekening van Walt Disney op de stroken mocht prijken.[3]

De verhalen die in Volksgazet gepubliceerd worden, zijn afkomstig uit verschillende periodes. De eerste twaalf verhalen werden voor het eerst gepubliceerd in de jaren 1935-1939 en zijn het werk van Gottfredson aan de tekeningen en Ted Osborne, gevolgd door Merrill De Maris aan de scenario's. Het dertiende verhaal, Mickey en Zorro, stamt uit 1948-1949 en is volledig het werk van Gottfredson. Mickey Mouse tegen het IJzeren Masker werd dan weer oorspronkelijk gepubliceerd van juli tot september 1950, zodat de publicatie in Volksgazet maar enkele maanden meer achterloopt. Het verhaal is geschreven door Bill Walsh en getekend door Gottfredson.[4]

In de Volksgazet beleeft Mickey Mouse samen met een hoop nevenpersonages, waaronder Minnie Mouse, Stoppel, zijn hond Pluto en de slechteriken Jack Pikkel en Klapoor een hoop avonturen. Het oplossen van misdaden, het zoeken naar schatten, het draaien van een film en het experimenteren met nieuwe uitvindingen wisselen elkaar af, met telkens de nodige misverstanden, achtervolgingen en situatiehumor.

Maatschappelijke en politieke onderwerpen worden daarbij niet uit de weg gegaan. De atoombom, spionage, oorlog, economische problemen, ze komen allemaal aan bod, zoals hieronder zal blijken uit enkele voorbeelden. Hoewel de meeste verhalen uit de jaren 1930 stammen, lijken ze in de jaren 1940 nog zeer actueel. Het is echter zeer moeilijk na te gaan of sommige elementen zich al in de oorspronkelijke versie bevonden : aanpassingen tijdens de vertaling zijn namelijk altijd mogelijk.

In "Mickey de speuragent"[5] werkt de held samen met de politie om de diefstal van fototoestellen op te lossen. Uiteindelijk blijkt dat de dief op zoek was naar één bepaald toestel waar een briefje in verborgen zat. Op dat briefje staat een scheikundige formule, ontwikkeld in een laboratorium "hier te lande" – de VS dus -, voor de ontwikkeling van een product dat uranium kan vervangen. Er wordt bijverteld dat men met uranium een atoombom kan maken. De dief blijkt dan ook een agent van een "vreemd syndicaat" te zijn.

Personages komen ook wel eens in geldnood : zo moet Mickey op een bepaald moment van de rechter een schadevergoeding betalen voor de vernielingen die zijn struisvogel aangericht heeft, maar daar heeft hij het geld niet voor.[6] Of nog : een loodgieter vraagt aan een vrouw die geen water meer doorkrijgt of ze haar rekeningen wel betaald heeft.[7] En in "Mickey op walvisvangst"[8] wordt de bemanning van een schip al maanden niet meer betaald omdat ze niets meer kunnen vangen.

Nog meer geldproblemen komen aan bod in "Mickey leert een vak"[9] : als hij terugkomt van een reis merkt Mickey dat hij geld verloren heeft op de beurs. Hij is alles kwijt en moet dus noodgedwongen op zoek naar werk. Dat blijkt niet van een leien dakje te gaan, want de meeste werkgevers stellen dwaze eisen en betalen slecht, als ze al werk aanbieden. Uiteindelijk kan Mickey als leerjongen beginnen bij een loodgieter, en zo komt hij in een diefstalaffaire terecht, die hij, in samenwerking met de politie, natuurlijk oplost. De inbrekers blijken toneelspelers te zijn, die, omdat ze geen werk vonden, geen andere oplossing zagen dan te gaan inbreken. Al deze economische en financiële problemen zijn niet zo verwonderlijk als men bedenkt dat deze verhalen uit de jaren 1930 stammen.

Geldnood is ook meer dan eens de reden om iets te ondernemen : de personages gaan werk zoeken, nemen deel aan een wedstrijd of gaan op zoek naar een schat. Zo bijvoorbeeld in "Mickey als schattenspeurder"[10] : Carmen, een vriendin van Mickey, moet binnen de twee maanden de schulden van haar huis afbetalen en weet totaal niet waar ze het geld vandaan moet halen. Maar op zolder ligt een dagboek van haar grootvader, met een plan naar een schat. Mickey besluit dan maar om de schat te gaan opsporen en zorgt ervoor dat Carmen haar schulden kan afbetalen.

Ook de moderne technologie komt goed aan bod : een "maanraket" waarmee Mickey en het wezentje Zorro naar de planeet Junior vliegen[11] en de "Submarplan" : een toestel dat zowel kan vliegen, varen als duiken[12] zijn er maar twee voorbeelden van.

In "Mickey en het atoomgeheim"[13] speelt die technologie zelfs de centrale rol. Mickey en Stoppel komen, terwijl ze een vliegtochtje maken, een vliegende auto tegen. Ze maken een foto en tonen de afbeelding aan de kapitein van de vliegbasis. Deze besluit de zaak samen met Mickey verder te onderzoeken. Volgens de kapitein heeft de man met de vliegende auto de atoomenergie ontdekt, en in dat geval, zegt hij, kent zijn macht geen grenzen en moet hij gestopt worden.

Mickey en Stoppel slagen erin de man, Dokter Cosinus, terug te vinden : ze worden door hem ontvangen in zijn huis boven de wolken, en krijgen zijn installatie te zien. Mickey biedt 100 miljoen vanwege zijn regering. Cosinus wil er echter niets van horen. Volgens hem kan hij van vreemdelingen miljarden krijgen voor zijn uitvinding, maar het is geenszins zijn bedoeling ze te verkopen. Hij wilt ze zelfs niet bekendmaken, omdat ze dan zou gebruikt worden voor oorlogsdoeleinden in plaats van de mensen te helpen. Mickey probeert de man te overtuigen door te zeggen dat als zijn land de uitvinding zou krijgen, er geen oorlog meer zou komen, maar dat gelooft Cosinus niet. Dan komt plots de buitenlandse spion Jack Pikkel zich in het verhaal mengen. Hij wint het vertrouwen van Mickey en Cosinus en probeert zo de formule in handen te krijgen, maar Mickey slaagt er net op tijd in om zijn plannen te verhinderen én zo de wereld te redden. Cosinus is echter niet van gedacht veranderd : hij wilt de formule niet afstaan, omdat de wereld er volgens hem nog niet klaar voor is. Hij besluit dan ook naar een andere planeet te verhuizen, en Mickey en de kapitein kunnen niets anders doen dan hem gelijk geven. Net als in de verhalen van X-9[14] wordt Amerika hier voorgesteld als vredelievende natie die uitvindingen in handen wilt krijgen om de vrede te bewaren en wilt een buitenlandse spion de uitvinding op een verkeerde manier gebruiken. De professor heeft echter genoeg mensenkennis om de uitvinding aan geen van beiden af te staan.

De wereldvrede komt ook in gevaar in "Mickey en de dictator"[15], waarin onze muis het opneemt tegen een zekere Dokter Vulterman. Niet toevallig een Duitse naam. Er gebeuren rare dingen op zee, schepen worden aangevallen door een zekere "U". Bij toeval is Mickey getuige van zo'n aanval, waarna hij ingelijfd wordt bij de luchtpolitie en een plan opzet om de aanvallers in de val te lokken. Het lukt : het schip waarop hij meevaart, wordt door de bende met een reuzemagneet lamgelegd, waarna een duikboot opduikt. Dokter Vulterman laat alle passagiers in de duikboot overstappen en brengt ze naar een eiland, waar ze worden opgesloten. Blijkt dat Vulterman, of "de dictator", van plan is om de wereld te veroveren. Zijn gevangenen wil hij gebruiken als soldaten. Maar natuurlijk steekt Mickey daar allemaal een stokje voor.

Ook maatschappelijke opmerkingen komen in de Mickey-verhalen aan bod, hoewel niet zo vaak. Twee voorbeelden uit "Mickey en Zorro", waarin de twee titelpersonages met hun maanraket op de planeet Junior belanden. Als Mickey daar twee beren ziet vechten, concludeert hij : "Wel ! Wel ! … Het ziet er net als bij ons uit …"[16]. Bij de terugreis naar de aarde wordt de radio opgezet : "En nu de nieuwsberichten ! Strijd gaat verder in het Verre Oosten … Scherp conflict in de UNO … Golf van misdadigheid over Chicago …", waarop Zorro reageert : "Komt in orde … we bereiken de beschaafde wereld."[17]

Het verhaal met de meest politieke inhoud is zonder twijfel "Mickey Mouse tegen het IJzeren Masker", dat hierna uitgebreid zal besproken worden. In dit verhaal probeert Mickey het land Muizepotamia van haar dictator te verlossen en eerlijke verkiezingen in te richten.

 

4.2.2. Het IJzeren Masker, Mickey Mouse als redder van de democratie

Het verhaal begint als Mickey wakker wordt in een vliegtuigje. Hij droomde dat hij koning werd, maar het blijkt totaal geen droom te zijn. De twee muizen, Johnny en Gustje, die hem vergezellen spreken hem aan met "Majesteit". Zelf zijn ze blijkbaar eerste minister en hoofd van de spionagedienst. Het vliegtuigje landt in Muizepotamia en het gezelschap wordt ontvangen door "het erecomité" : een trommelaar en een vlag, met daarop "Welkom Koning Mickey."

Waarop ze hun koning in een "koninklijke karos" naar zijn "paleis" brengen. Maar de echte situatie zou snel duidelijk worden. De "karos" is niets anders dan een oude kar, het paleis is een krotachtig huis. Het echte paleis is namelijk bezet. "Een vreemde kerel heeft ons land overrompeld", vertelt Johnny, "en we krijgen hem niet weg !"[18] Het blijkt om het IJzeren Masker te gaan, een "slechte kerel", die in het land een dictatuur gevestigd heeft, en van wie een verkiezingsaffiche aan de muur hangt. Als Mickey opmerkt dat ze toch vrij mogen stemmen, laten ze hem de affiche volledig lezen : "Stem voor het IJzeren Masker. Onversaagd – eerlijk – vriendelijk.", en in kleine letters : "P.S. Diegene die niet voor het IJzeren Masker stemt, zal onthoofd worden."[19] Verkiezingen zijn er dus wel degelijk, maar erg democratisch is het verloop ervan niet te noemen.

En geen wonder dat het Masker de muizen angst bezorgt : hij is twee keer zo groot als hen en ziet er met zijn zwarte masker niet al te vriendelijk uit. Ook Mickey krijgt schrik, en denkt er sterk aan om terug naar huis te gaan. Johnny probeert hem nog te overtuigen : "Blijf toch, majesteit … vecht voor je troon … wij zullen kampen !"[20] Maar net dan vallen twee wachten van het IJzeren Masker binnen, het zijn grote muizen, gehuld in musketierkleding. Ze besluiten Mickey aan het IJzeren Masker aan te bieden als hofnar.

Hij krijgt een narrenpak aan, maar daar blijken gaten in te zitten. Als hij bij een paleiswacht klaagt dat "de mot" erin zit, krijgt hij als antwoord : "Zijn geen motgaten … werd met een degen doorstoken ! De vroegere nar stak zijn neus teveel in politieke zaken !"[21] Hofnar blijkt dus geen al te veilige job te zijn én het Masker blijkt dan nog een enorm arrogant heerschap te zijn : hij geeft zijn nar alleen eten als hij aan het lachen wordt gebracht.

Ondertussen slagen Johnny en Gustje erin terug contact te leggen met Mickey. Via een geheime tunnel onder de troon nemen ze Mickey mee naar een geheime ruimte, waar plannen tegen het IJzeren Masker gesmeed worden. Ze stellen hem aan tot leider van "de lustige muisjes", maar Mickey stelt wel zijn voorwaarden : "In orde … zal je helpen die schurk er onder te krijgen … onder een voorwaarde … ik ben geen koning meer. Zullen een vrije verkiezing houden … Het volk moet de baas van Muizepotamia zelf kiezen. Weg met het IJzeren Masker."[22] Waarop alle aanwezige "lustige muisjes" hun leider toejuichen.

Het verzet organiseert zich dus. De lustige muisjes laten onder de naam "de groenkappen" overal berichten achter ; "Bericht ! De "Groenkappen" maken bekend dat ze het "IJzeren Masker" zullen aanvallen en uitroeien."[23] Zelfs op de koets van de eerste minister en op het hoofdkussen van het IJzeren Masker. En ze laten de eerste minister aanvallen door valken. Het masker voelt zich echter niet bedreigd.

Mickey speelt nu dus een dubbelrol als nar en als verzetsleider. Als plots Johnny en Gustje betrapt worden en opgepakt als spionnen, probeert hij dan ook door allerlei middelen hun executie te doen uitstellen. Zo probeert hij bijvoorbeeld het Masker te overtuigen hen een laatste eetmaal te geven, "Beschaafde staatslieden gunnen iedere terdoorveroordeelde een laatste ontbijt."[24] En aangezien het Masker een beschaafde leider wil zijn, gaat hij op het voorstel in.

En tijdens de executie slaagt Mickey erin om de twee "spionnen" te doen ontsnappen. Achternagezeten door een bende wachters, springt hij door een venster van het paleis en komt terecht in de kamer van een kleine bange muis. In een hoek ligt de uitrusting van het IJzeren Masker : het masker zelf, maar ook een steltenstructuur en vulsel. Mickey's hersenen draaien op volle toeren en komen op het besluit dat het IJzeren Masker eigenlijk een "klein ventje" moet zijn … het klein bang ventje in de kamer dat hem om medelijden en vergiffenis smeekt.

Mickey krijgt hem aan de praat : "Ik was een klein mannetje. Zwak, onbeduidend. Iedereen kon me tergen. En dan liet ik dat afschuwelijk pak maken. Ik voelde me sterk en onvervaard … ze zijn er allen in gelopen. En ik werd de leider … het gevreesde IJzeren Masker … Nu kan ik de anderen beduivelen …".[25]

Waarop Mickey hem vastbindt en zelf in de uitrusting kruipt. Het ex-IJzeren Masker probeert nog te bevelen hem los te maken, maar "het bevelen is afgelopen"[26]. En verkleed als het IJzeren Masker voert Mickey hervormingen door : de gevangenen van het "concentratiekamp" worden bevrijd, het leger wordt ontbonden, wapens moeten weggegooid worden en de eerste minister wordt afgezet (hij wordt terug visverkoper).

Daarna krijgt het Masker zijn uitrusting terug, maar Mickey maakt duidelijk dat hij alles bekend maakt bij de kleinste misstap. En hij vervolgt : "En nu zullen we een vrije en eerlijke verkiezingen inrichten voor de nieuwe baas van Muizepotamia …"[27] Hij stelt Johnny en Gustje voor als kandidaten voor het president- en vice-presidentschap en zet een campagne op : manifesten, affiches, meetings, … Gustje wordt aangeprezen als "eerlijk" en "onvervaard", voor Johnny komt daar "verstandig" bij. Maar ook het IJzeren Masker voert propaganda : hij loopt de straten af met een vlag waarop "Candidaat President. Het IJzeren Masker. Half eerlijk."[28] staat.

Uiteindelijk komen de uitslagen van de verkiezingen binnen. Johnny en Gustje halen 86 000 stemmen, het IJzeren Masker één stem. Mickey wenst de overwinnaars veel succes, neemt afscheid en vliegt weg met een luchtballon.

Met dit verhaal krijgt de lezer een les in democratie en pacifisme. Muizepotamia leeft in terreur, geregeerd door het vreselijke IJzeren Masker. Verkiezingen bestaan wel, maar de terreur zorgt ervoor dat men alleen op de dictator kan stemmen. Mickey, die aan het hoofd van het verzet komt, toont hoe het wel moet : geen koning, geen concentratiekampen, geen wapens of leger én vrije verkiezingen. Op die manier keert de rust weer in Muizepotamia, zonder zijn terreur stelt het IJzeren Masker namelijk niet veel voor.

De medewerkers van de Disney-studio's wisten heel goed dat de verhalen die ze produceerden, verspreid werden over de wereld. Het verhaal kan dan ook gezien worden als het over de wereld verspreiden van een democratisch gedachtegoed : de regeerders moeten vrij verkozen worden en in geen geval mag er gebruik gemaakt worden van druk of terreur.

Een duidelijk signaal in deze jaren van Koude Oorlog waarin het herstel van de democratie een belangrijk punt was. Al zeer lang stelden de Verenigde Staten zich op als de verdedigers van de vrijheid en de parlementaire democratie. En na de Tweede Wereldoorlog stond het herstel van die parlementaire democratie in Europa centraal, samen met het verspreiden van de hele "American way of life". Deze ingesteldheid werd nog versterkt door de toenemende impact van het communisme, die veel Oost-Europese landen in de armen van de Sovjetunie dreef.[29] Het "IJzeren Masker" kan zo trouwens ook gezien worden als een inspeling op het "IJzeren Gordijn".

In deze strip wordt dus aan de lezers getoond dat een democratisch systeem met eerlijke en vrije verkiezingen het enige goede is. Het belang van die boodschap kan één van de redenen zijn waarom het verhaal zeer snel na de originele publicatie in de Volksgazet (en in de rest van de Europese pers ?) verscheen.

 

4.2.3. Fa Sido, de domste soldaat van het Belgisch leger

Vanaf woensdag 15 oktober 1947 publiceert Volksgazet een wekelijks stripje, Soldaat Fa Sido. Elke week krijgt de lezer een gag van drie strookjes voorgeschoteld. Fa Sido is, zachtjes uitgedrukt, een zeer domme soldaat. Alles wat hij maar verkeerd (of net letterlijk) kan begrijpen, begrijpt hij ook zo. Zijn oversten zijn, wat geestelijke gaven betreft, niet beter voorzien. Het leger wordt in deze strip dus amper belachelijk gemaakt. Voeg daarbij dat Fa Sido ook nog een vrouwenzot is, en de voorraad grappen lijkt onuitputtelijk.

Auteur van dienst is Wally Delsey. Delsey is één van die, blijkbaar Belgische, tekenaars waar bijna niets van geweten is. In 1948 heeft hij een verhaal getekend voor het socialistische weekblad ABC[30], en in 1948 en 1949 publiceert telkens een verhaal in respectievelijk Het Volk en Vooruit.

 

4.3. Besluit

Het stripbeleid van de Volksgazet is zeer consequent. Begin 1946 start de publicatie van Mickey Mouse, en die reeks blijft gewoon onafgebroken doorlopen. De enige verandering is dat Mickey vanaf oktober 1947 één keer per week het gezelschap krijgt van Soldaat Fa Sido. Op die manier toont de krant dat ze ook in staat is eigen materiaal aan te bieden (al is het maar wekelijks) naast de Mickey Mouse-stroken van Opera Mundi.

De Volksgazet vernoemt telkens de auteurs van de verhalen in de titel, terwijl het werk ook getekend is. Enkele verhalen krijgen een aankondiging, maar lang niet allemaal. Wel wordt Mickey Mouse quasi altijd onderaan pagina 2 gepubliceerd, zodat het voor de lezer een gewoonte wordt zijn dagelijkse strip daar te zoeken. Volksgazet besteed dus wel aandacht aan haar strips, maar zonder te overdrijven.

Politieke elementen komen in de Mickey Mouse-verhalen zeker aan bod. Al is het moeilijk om ze aan de context te verbinden : de eerste verhalen dateren uit de jaren 1930, maar er kunnen altijd, met het oog op de herpublicatie, elementen aangepast zijn tijdens de vertaling. Deze "oude" verhalen blijken alleszins zeer actueel : economische problemen, de mogelijkheden van atoomenergie, een dictator die de wereld wilt veroveren … en Mickey Mouse die het mag oplossen. Maar het meest politiek geladen verhaal is het democratischgezinde "Mickey Mouse en het IJzeren Masker.", waarin vrije verkiezingen het belangrijkste thema zijn.

 

 



[1] De Bens (Els). Op. Cit., p. 324-325 ; Campé (René), Dumon (Marthe) & Jespers (Jean-Jacques). Op. Cit., p. 41-44 ; Vermandere (Martine). Volksgazet. In : NEVB, p. 3534-3537 ; Balthazar (Herman). 100 jaar dagblad Vooruit. In : Amsab-tijdingen, 1984-1985, jg. III, 1-2, p. 19

[2] Amerikaans stripauteur, geboren in 1905. In 1929 ging hij in de Disney-tekenfilmstudio's werken, tot Walt Disney hem in 1930 aanbood om de dagstrips van Mickey Mouse te tekenen. Tot zijn pensioen in 1975 zou hij meer dan 15.000 stroken van deze figuur tekenen. (Gaumer (Patrick)1. Op. Cit., p. 358-359 ; Floyd Gottfredson. Op : http://www.lambiek.net/gottfredson_floyd.htm - 29/4/2003)

[3] Gaumer (Patrick)1. Op. Cit., p. 543-544 ; Horn (Maurice)1. Op. Cit., p. 200-201

[4] Tabellen terug te vinden op de Deense website INDUCKS (http://coa.duckburg.dk/inducks/files/_stories/daily-mickey-mouse.html - 29/4/1950)

[5] Walt Disney. Mickey als speuragent. (VG, 5/9/1946 – 24/1/1947)

[6] Idem. Avonturen van Mickey en Oscar. (VG, 15/9/1949 - 28/11/1949)

[7] Idem. Mickey leert een vak. (VG, 5/3/1947)

[8] Idem. Mickey op walvisvangst. (VG, 20/10/1948 – 4/3/1949)

[9] Idem. Mickey leert een vak. (VG, 25/1/1947 – 7/7/1947)

[10] Idem. Mickey als schattenspeurder. (VG, 23/2/1948 – 6/7/1948)

[11] Idem. Mickey en Zorro. (VG, 29/11/1949 - 26/9/1950)

[12] Idem. Mickey en de dictator. (VG, 8/7/1947 - 14/10/1947)

[13] Idem. Mickey en het atoomgeheim. (VG, 15/10/1947 – 21/2/1948)

[14] Zie La Dernière Heure.

[15] Idem. Mickey en de dictator. (VG, 8/7/1947 – 14/10/1947)

[16] Idem. Avonturen van Mickey en Zorro. (VG, 29/6/1950)

[17] Idem. (VG, 24/9/1950)

[18] Idem. Mickey Mouse tegen het Ijzeren Masker, str. 4 (VG, 30/9/1950)

[19] Idem, str. 5 (VG, 2/10/1950)

[20] Idem, str. 6 (VG, 3/10/1950)

[21] Idem, str. 17 (VG, 16/10/1950)

[22] Idem, str. 21 (VG, 20/10/1950)

[23] Idem, str. 25 (VG, 25/10/1950)

[24] Idem, str. 35 (VG, 6/11/1950)

[25] Idem, str. 51 (VG, 24/11/1950)

[26] Idem, str. 53 (VG, 27/11/1950)

[27] Idem, str. 57 (VG, 1/12/1950)

[28] Idem, str. 58 (VG, 2/12/1950)

[29] Zie context ; De Vos (Luc). De Koude Vrede, Koude Oorlog en dekolonisatie 1945-1963. Tielt, Lannoo, 1988, p. 13 e.v. ; Vandenberghe (Yvan). België en het buitenland. In : Huyse (Luc) & Hoflack (Kris). De democratie heruitgevonden. Leuven, 1995, p. 204

[30] Dictionnaire biographique illustré des artistes en Belgique depuis 1830. Bruxelles, Arto, 1995, p. 110