EEN "BRUGS" TONEELSTUK

TIJDENS DE EERSTE FRANSE BEZETTING

1792 – 1793

Antoon Viaene heeft bij herhaling de aandacht gevestigd op de muzikale en theatrale activiteiten die tijdens de korte periode van de eerste Franse overheersing (11 november 1792 – 26 maart 1793) in Brugge plaats vonden.

Op maandag 3 december 1792, veertien dagen na de aankomst van de Franse troepen, werd een stuk gespeeld onder de titel "La liberté chez les Belges, ou les droits de l’homme reconquis". De opvoering vond plaats in een opgehitste sfeer. Op 1 december had de verkiezing plaats gevonden van de nieuwe voorlopige vertegenwoordigers voor de stad Brugge (de "clubisten" hadden hierbij voor de tweede maal een grote nederlaag opgelopen), op 2 december was de ganse stad op de been geweest om de nieuw verkozen vertegenwoordigers op te wachten na hun eerste vergadering en was er tot laat in de nacht beiaardspel en feestelijke verlichting geweest, terwijl groepjes aanhangers van de traditionalisten opstootjes veroorzaakt hadden en ruiten waren gaan ingooien bij een aantal keizersgezinde notabelen.

In dit revolutionair klimaat werd ’s avonds om 17.30 uur de eenakter in kwestie in de Brugse schouwburg opgevoerd, voorafgegaan door de opera "Felix ou l’enfant trouvé" (1777) van Pierre Monsigny (1729-1814).

Antoon Viaene heeft vermeld dat "La liberté chez les Belges" een propagandastuk was, dat ook in Gent werd opgevoerd. Er is hierover echter wel iets meer te zeggen. De tekst van het stuk is ons namelijk bekend doordat het ook in een speciale druk verscheen en aan de Bruggelingen te koop werd aangeboden. Het in-8° boekje dat 20 bladzijden telde, werd in Brugge gedrukt bij een niet nader gemelde drukker en werd voor de prijs van 1 stuiver verkocht.

Hieruit blijkt dat de "comédiens français" (in feite een Gents toneelgezelschap) méér hadden gedaan dan zomaar een stuk spelen: ze hadden het speciaal aangepast aan hun Brugse toehoorders en de actie in Brugge gesitueerd.

De auteur ervan was L. Millerand, een lid van het toneelgezelschap, die in een voorwoord zijn werk aan de Brugse patriotten opdroeg. Mogelijk was het een stuk dat eveneens in Gent en wellicht ook elders werd opgevoerd, mits "Brugge" door "Gent" of een andere naam werd vervangen.

In één bedrijf van zes scènes werd de bevrijding bezongen van Brugge uit de keizerlijke slavernij dankzij de hulp van de Franse grote broer.

Ten tonele werden gevoerd: de godin van de Vrijheid, een Franse generaal (onder het mom van de oorlogsgod Mars), twee Brugse patriotten, een keizersgezinde stadsbestuurder, een vaandelvluchtige Oostenrijker, een detachement Franse soldaten en tenslotte het volk van Brugge.

De teksten werden gezongen op de melodie van onder meer "Ça ira", de "Carmagnole" en de "Marseillaise".

De inhoud van "La liberté chez les Belges".

Scène I

Het doek opent op een dialoog tussen Mars en de Vrijheid. Deze laatste wil alle despoten en koningen verdrijven en doet een beroep op de oorlogsgod die momenteel de Franse revolutionairen aanvoert. "Waarom moet ik me ook met België bezighouden?" vraagt Mars. En de Vrijheid antwoordt:

Des Brugeois l’âme est forte et pleine d’énergie
Je régnai toujours dans leur coeur

maar ze werden verraden en daarom hebben ze nu de Franse hulp nodig. "Goed", zegt Mars, "ik ga mijn troepen halen en ik kom ze bevrijden".

Scène II

Een Brugse patriot beweent de verloren onafhankelijkheid en bezweert de Vrijheid om ter hulp te komen:

Plus d’esclavage
Vivre libre ou mourir.

Scène III

Een keizersgezinde stadsbestuurder brengt het heuglijke nieuws: de keizer heeft amnestie verleend aan de aanstokers van de Brabantse Omwenteling. Maar de patriot antwoordt kordaat: wij willen niet van deze vernederende vergiffenis, wij verklaren de eeuwige oorlog aan koningen en tirannen. Zegt de keizersgezinde: "Durf je het aan niet te gehoorzamen?" "Ja" zegt de patriot, "want wij gehoorzamen enkel aan rechtvaardige wetten, alle koningen worden vroeg of laat despoten en wij zullen aan slaven zoals u het zwijgen opleggen".

Scène IV

De Oostenrijkers zijn verslagen, het volk steekt de Franse kokarde op de hoed en danst het "Ça ira". De Belgen hebben hun vrijheid herwonnen dankzij "les Français, nos bons amis, nos frères" die zegevierend achter Mars, de generaal, door de stad defileren.

Scène V

De generaal verklaart plechtig dat hij de Vrijheid en Gelijkheid is komen brengen en aan de Belgen volledige onafhankelijkheid garandeert.

Wat een geluk, antwoordt de patriot, "u verjaagt de vrees van aanhechting die ons bekroop." En allen samen zingen:

De la Belgique
le Lion majestueux
se déchaîne, chasse l’aigle furieux".

Scène VI

Een dronken Oostenrijkse deserteur komt op het toneel en wordt door de generaal en door de patriotten aan de voet van de Vrijheidsboom overtuigd om zich tegen de keizer te keren en het kamp van de Vrijheid en de Gelijkheid te kiezen. Allen samen zingen zij op de air van de "Marseillaise" en defileren onder het gejuich van "Vive la liberté!".

De geest van het toneelstuk

Een dergelijk toneelwerk was duidelijk bestemd om aan de grote meerderheid in Brugge te behagen. De keizersgezinden waren momenteel in hun schelp gekropen en als verliezers werden ze in het stuk nog eens extra nagetrapt. De harde kern onder de "clubisten", die alle heil van Frankrijk verwachtte, was zopas verslagen in het "democratisch" verkiezingsspel die hij zelf had uitgedokterd en het zou nog tot einde februari 1793 duren vooraleer hij en de Franse overheid voldoende de toestand in handen had om een aanhechting bij Frankrijk in een volksvergadering, en dan nog onder dwang, te doen goedkeuren.

Het toneelstuk speelde derhalve duidelijk in op de gevoelens van de grote meerderheid (zelfs onder de "clubisten") die overtuigd was dat de revolutie van 1789-90 nu eindelijk geslaagd was en de "Belgische Staten" als onafhankelijke republiek, los van Oostenrijk maar ook van Frankrijk zouden tot stand komen. De meerderheid had gretig geloofd in de opeenvolgende proclamaties van Dumouriez die de onafhankelijkheid van de Republiek België garandeerde. Maar einde november, in een nieuwe proclamatie, had Dumouriez een heel andere toon aangeslagen en wilde nu de nieuwe staatsvorm en de organisatie ervan zelf opleggen, hiermee op vele punten lijnrecht ingaande tegen de traditionalistische opinies van de meerderheid.

Op 29 november hadden de Brugse "clubisten" deze proclamatie massaal verspreid, zowel in het Frans als in vertaling. De toon was zo verschillend met die van de vorige proclamaties, dat men overtuigd was dat het hier om een vals document ging, een provocatie.

In deze sfeer moet de inhoud van "La liberté chez les Belges" dan ook voor de schouwburgbezoekers op 3 december een heel bijzondere betekenis hebben gehad en waren de teksten minder "onschuldig" en politiek zwaarder geladen dan men bij vluchtige lezing wel zou vermoeden. Dat dit ook zo werd aangevoeld, bewijst het feit dat het toneelwerk speciaal in druk verscheen, zodat hetgeen eerst slechts een feestelijk divertissement was, werd opgetild tot een politiek manifest.

"La fable de l’Aigle et du Coq"

In dezelfde brochure verscheen in fine ook nog een korte fabel, eveneens gemaakt door L. Millerand en die door hem was voorgedragen op zondag 25 november tijdens een andere éénakter getiteld "On fait ce qu’on peut ou le Directeur de Province".

In deze fabel werd verhaald hoe de (Franse) haan de (Oostenrijkse) arend had verslagen en met zelfde gelegenheid de (Belgische) leeuw had bevrijd, met wie hij voortaan verbonden was door "une amitié bien rare".

Enkele weken later zouden dergelijk toneelstuk en fabel in het geheel niet meer actueel zijn en alleszins niet meer publiek opvoerbaar. De toneelgroep doopte zich om tot "Les comédiens de la République Française" en het successtuk was voortaan "Willem Tell", dat door de Franse overheid als een allegorie op de eigen Franse revolutie werd beschouwd en gepropageerd.

De illusies over de "Etats Belgiques" was men toen al kwijt.

Andries Van den Abeele

(gepubliceerd in Biekorf 1984, blz. 184-188).