Eerste Franse overheersing

(11 november 1792 – 26 maart 1793)

De eerste drukwerken van de revolutie in Brugge

Andries Van den Abeele

Over de eerste dagen van de revolutie in Brugge in november 1792 is niet veel nieuws meer te zeggen sedert Yvan Van den Berghe de gebeurtenissen uitgebreid en levendig te boek heeft gesteld[1].

Een paar kanttekeningen zijn evenwel nog mogelijk aan de hand van drukwerken uit deze woelige tijd. Het zou wellicht nuttig zijn een chronologische inventaris op te maken van alle druksels die tijden die explosieve periode in Brugge gepubliceerd en onder de bevolking verspreid werden.

Op sommige dagen waren het vijf en meer verschillende drukwerken die van de persen van de Brugse drukkers rolden, afkomstig van Franse commissarissen of van generaal Dumouriez, van het magistraat van de stad Brugge of van het Brugse Vrije, van de Jacobijnse Club of van één of ander lid van die Club, van de bisschop van Brugge of van hevige tegenstanders van de revolutie. De Bruggelingen werden hiermee bijna uur na uur ingelicht en voorgelicht. Of ze goed wegwijs werden door al die dikwijls tegenstrijdige, meestal grootsprakerige proclamaties heen, is minder zeker.

We laten hierna de tekst van twee vroege drukwerken volgen. Het eerste was enkel in zijn Franse versie bekend en van het tweede werd enkel de eerste en de laatste zin gepubliceerd, ook in het Frans[2].

I

Zondag 11 november 1792

Proclamatie door de voorlopige Franse commissarissen.

In de nacht van zaterdag 10 op zondag 11 november 1792 om 4 uur ’s morgens stonden drie Franse commissarissen, vergezeld van de Brugse tabakhandelaar G. J. Genotte voor de poorten van Brugge en verklaarden de stad in bezit te komen nemen in naam van generaal Dumouriez.

Om 9 uur gingen ze zich aanmelden bij de stadsmagistraat aan wie ze hun eisen meedeelden, die trouwens alle onmiddellijk werden ingewilligd.

Daarna lieten ze een proclamatie drukken bij de weduwe Van Praet en gratis ronddelen in de stad. De tekst van deze proclamatie was ons tot hiertoe bekend in een Franse versie die voorkomt in het dagboek van Jan Van Hese[3].

Die proclamatie werd evenwel in het Vlaams gedrukt en verspreid, zoals blijkt uit een exemplaar aanwezig in de “Miscellaneae Van Huerne[4].

Deze tekst is veel kleurrijker dan de Franse versie die Van Hese heeft opgetekend (of was het een vertaling van zijn hand?) en houdt zowat het midden tussen een revolutionair pamflet en een herderlijk schrijven met de aanspreektitel “Aen de lieve ende beminde broeders ende medeborgers dezer Stad ende Vrije van Brugge”

Vooral ook het slot is plezierig: het “Vive Dieu” uit de Franse versie, wordt “Lang leve Godt” en “Vive tous les bons amis ensemble” wordt “Lang leve alle de Goede Vriendekens ’t zaement”!

Hier volgt de tekst in extenso, zoals hij op een klein in-folio, zonder opgave van drukker, bewaard werd.

Op het verzoek van den Borger ende Franschen Generaal DUMOURIER, ende van alle de waere Vaderlanders, zij kondigen aen de lieve ende beminde Broeders ende Mede-borgers dezer stad ende Vrije van Brugge:

1° Dat alle de inwoonders dezer stad van heden Vry ende Liber gedeclareerd worden.

2° Dat de intentie van de Fransche ende Belgische Natie, verzoekt het Gemeynte van alle droevigheden[5] af te stappen en hun te gedragen als waere Broeders ende Vrienden.

3° Dat alle degene die ergens in verlegen zijn, zullen hun mogen addresseren aan den commissaris-generaal van de Belgische Troupen, residerende tot Kortrijk, die hun volle ende genoegelijke satisfactie zal geven.

Lang leve GODT

Lang leve het Vaderland

Lang leve alle de Goede Vriendekens ’t zaement.

’t Oorconde

DE GENDT, capiteyn-commandant en

DELVOYE, eersten Lieutenant.

My present commissaris van de vivres DE BISSCOP.

Van Hese – heftig tegenstander van die revolutie – noteerde in zijn dagboek dat de heren commissarissen zich na de verspreiding van deze proclamatie, grondig gingen bedrinken en ’s anderendaags weer naar Gent vertrokken, zonder de logementkosten in “Den Gouden Arend” te hebben betaald!

II

15 november 1792

De eerste proclamatie van de Jacobijnse Club

Het Genootschap voor Eendracht, Vrijheid en Gelijkheid was op maandag 12 november 1792 voor het eerst openlijk in vergadering bijeengekomen in de lokalen van de Cercle Littéraire op de Markt.

De volgende dag werd beslist de club open te stellen voor allen die zich wilden inschrijven. Verschillende tientallen Bruggelingen meldden zich aan.

Dinsdag 13 november werd dan overgegaan tot de officiële oprichting van het Genoodschap van de Vrienden van Eendragt, Vryheyd en Gelykheyd, de eerste jacobijnse club in de Oostenrijkse Nederlanden. Het opgestelde reglement van inwendige orde werd gedrukt en verspreid. Deze tekst is ons eveneens bewaard door het dagboek van J. Van Hese[6].

Op donderdag 15 november werd door de Club een beginselverklaring gedrukt en doorheen de stad trokken de clubisten, begeleid door tromgeroffel, om de tekst luid voor te lezen.

Van die tekst publiceerden de uitgevers van het dagboek Van Hese enkel de eerste en de laatste zin, in zijn Franse versie. De oorspronkelijke tekst in het Vlaams werd tot hiertoe niet gepubliceerd[7]. We laten hem hierna volgen, zoals hij voorkomt op een blad klein in-folio zonder drukkersnaam in de Miscellaneae Van Huerne.

Aen onze mede-borgers

De ketenen van Slavernie zijn eyndelinge verbryzelt, de dwingelandie en haere vreede verdedigers worden van alle kanten door de Zegenpraelende Wapenen van onze dappere Naer-buren achtervolgt en verplettert, met een woord den dag der Nederlantsche Vryheyd is gekomen, de gulde Eeuwe heeft opnieuws haeren oorspronk genoomen… Maer ondertusschen de grootheyd van den stap van de Slavernie tot de Vryheyd, gevoegt met de verwerringe de welke den noodzaekelyken gezei is van alle ontwentelinge zoude konnen beletten van uyt de gelukkige gebeurtenisse al het voordeel te raepen dat de belangen van ons Vaderland zoo kragtiglyk vereysschen; ende overzulkx is het van uytterste aengelegentheyd, dat naementlyk in de eerste dagen van onze bekomene verlossinge alle de weldunkende Borgers aen elkanderen hunne bemerkingen mededeelen ende alle hunne poogingen vereenigen om het gebauw van onze Vryheyd op eenen onbeweegbaeren grondsteen te hanthaeven.
Aengewakkert door deze ende meer andere kragtige beweegredenen een groot deel
yverige vaderlanders der Stad Brugge hebben opgeregt een Genoodschap onder den Naem van VRYHEYD, GELYKHEYD ende EENDRAGT, ’t gone dagelykx ’s naer middags ten vier uren syne vergaederinge publykelyk zal houden, een-ider aenmoedigende (uyt den naem van het Gemeenbest) van dezelve by te woonen ende aldaer de voorstellen te komen doen, de welke den Vaderlandschen yver hun zal voorschryven; men vleyt zich dat deze Oprechtinge te zeer overeenkomstig is met de gevoelens waer medede alle onze mede-Borgers zyn bezielt, om dat men zoude konnen twyfelen, of deze met een voldoende oog door een-ider van hun zal aenzien worden; middelertyd nogtans alzoo de vyanden van het gemeen wel-zijn in deze tyde omstandigheden meer als oyt hunnen looze poogingen verdobbelen om den rechtvaerdigsten handel te ontaerden ende verkeerdelijk op te geven; is het om deze snoode inzigten te klaeren datzy zig geene de minste macht ofte heerschappy en verstaet toe-te-eygenen, nogte ook dat haer voorwerp geenzins en is van Wetten te geven, maar eeniglyk van haere beraemingen ende besluyten als enkele bemerkingen aen hunne mede-Borgers mede te deelen, bezonderlyk voor oogen hebbende van door haer onderwerpinge aen de Wetten, de welke door de repreantanten des volks zullen worden voorgehouden, als ook door haere gehoorzaemheyd aen die Machten, aen wie de uytwerkinge der zelve zullen zyn toevertrouwt, te verhaesten den oogenblik van de volkomen werkstellinge, der gevoelens van VRYHEYD, GELYKHEYD ende EEDRAGT.

De kenspreuk van het Genootschap: Vrijheid, Gelijkheid en Eendracht verwees als inspiratiebron duidelijk naar de Franse jacobijnse clubs.

Nochtans vindt men in deze eerste, nogal stuntelig opgestelde tekst een toon die veel meer in de lijn lag van de Brabantse Omwenteling dan wel van de Franse revolutie.

Geen enkele allusie op aanhechting bij Frankrijk, integendeel: “den dag der Nederlandsche Vryheyd is gekomen”, “Ons Vaderland”, “Yverige Vaderlanders”, “den Vaderlandschen Yver”: allemaal begrippen die regelrecht naar de vorige revolutie verwezen en naar het idee van oprichting van onafhankelijke provinciale staten, verenigd in een statenbond.

Behalve voor een kleine groep overtuigde aanhangers van de aanhechting bij Frankrijk, kon men bij de eerste invasie van de Franse republiek op ons grondgebied, voor wat de houding van het grootste deel van de clubisten betreft, van een historisch misverstand spreken.

(gepubliceerd in Biekorf 1983, blz. 159-163)


[1] Y. VAN DEN BERGHE, Jacobijnen en Traditionalisten, de reacties van de Bruggelingen in de Revolutietijd, Brussel, 1972, vooral blz. 295-372.

[2] J. VAN HESE, Journal historique, uitgave E. HOSTEN en E. I. STRUBBE, Brugge 1931.

[3] a.w. blz. 5

[4] Stadsbibliotheek Brugge, n° 20/1058: Miscellaneae Van Huerne. Deze belangrijke collectie drukwerken uit de periode 1792-95, waaronder verschillende drukken die alleen in deze collectie te vinden zijn, was lang in privébezit en werd in 1976 door de stadsbibliotheek van Brugge verworven. Het is een uitzonderlijke bron voor de revolutietijd in Brugge.

[5] Droevigheid: boosaardigheid, kwaadwilligheid, (zie De Bo, Westvlaamsch Idioticon, blz. 235). Van Hese vertaalde het als ‘dissentions’.

[6] J. VAN HESE, a.w., blz. 109-112.

[7] Kleine aanvulling bij Y. VAN DEN BERGHE, a.w. blz. 306: het vlugschrift verscheen de 15de en niet de 13de november en er was niet in vermeld dat de bijeenkomsten in het lokaal van de Société littéraire zouden doorgaan. De 15de ‘s morgens had de Club trouwens beslist voortaan in de stadshallen te vergaderen (J. VAN HESE, a.w., blz. 15)