DE BRUGGELING

Een proeve tot psychologische ontleding

In enkele woorden de particulariteiten van de Bruggeling beschrijven, kan dat? De echte Bruggeling zal ongetwijfeld negatief op deze vraag antwoorden: het vergt tijd, uitleg en nuancering om zijn apartheid te beschrijven, zo zal hij denken. Meteen raken we een eerste karakteristiek van de Bruggeling aan: hij is er zich zonder twijfel van bewust dat hij tot een apart ras behoort, soms zal hij zelfs geneigd zijn te denken, tot een superieur ras.

Eerste vraag: een echte Bruggeling, wie is dat? Met heel wat schakeringen en bijkomende elementen zou men de hoofdbestanddelen van zo een individu kunnen omschrijven als volgt: Hij is in Brugge geboren, uit Brugse ouders, hij spreekt een onvervalst Brugs en hij is er fier op Bruggeling te zijn. Deze definitie houdt in dat men door zijn soortgenoten zal erkend en herkend worden, waar men ook later moge naar uitgezwermd zijn.

De Brugse diaspora is trouwens heel belangrijk in omvang en in kwaliteit. De meeste uitgeweken Bruggelingen blijven banden houden met hun stad en hoe verder ze ervan verwijderd leven, des te groter het feest wanneer ze een stadgenoot ontmoeten.

In Brugge zelf heb je onvermijdelijk bij de oude Bruggelingen een duidelijke terughoudendheid tegenover nieuwe ingezetenen, aangespoelden zoals ze die noemen. Hoe dikwijls hoor je niet: Hij is geen echte Bruggeling hoor. Dan volgt iets negatief over het feit dat hij dit niet zal aankunnen, of dat niet zal begrijpen of voor deze functie niet zal geschikt zijn.

Het is dan ook duidelijk dat het zeer grote bewustzijn Bruggeling te zijn, de basis vormt voor het Brugse chauvinisme, dat zich minstens op dezelfde hoogte plaatst als dat van de Antwerpenaar, de Londoner, de Parisien, de Berliner en noem maar op.

Bruggeling en ondernemingsgeest

Heeft de Bruggeling speciale karaktertrekken, opvallende gaven en gebreken? Ik geloof dat men hierop bevestigend kan antwoorden.

Men moet hierbij natuurlijk wel voorzichtig zijn. De Bruggeling is immers geen uniform individu, er bestaan talrijke, zeer uiteenlopende Brugse personages. Anderzijds zal men in Brugge karaktertrekken vinden die men ook elders aantreft, of die meer algemeen Vlaams of West-Vlaams zijn. Toch zijn er bepaalde trekken die je in Brugge als apart en eigenaardig of meer uitgesproken zal aanvoelen.

Neem bijvoorbeeld de ondernemingsgeest of het gebrek eraan. Het is met het blote oog landschappelijk duidelijk dat je in het midden en het zuiden van West-Vlaanderen in veel groter getal de risiconemende, soms waaghalzende handelaar en industrieel zal aantreffen. Dit type is in Brugge veel minder aanwezig.

Je mag zelfs gerust stellen dat iemand die in Brugge dankzij ondernemingsgeest en commercieel talent op korte tijd tot een welvarende toestand opklimt, zich heel bescheiden zal moeten opstellen, wil hij niet door een achterdochtige opinie worden nagekeken: J’is te rap rieke geworden om eerlik te zien. Geen Amerikaanse toestanden dus. Eén voorbeeldje: huwelijksfeesten worden hier veel bescheidener gevierd dan in sommige meer exuberante Vlaamse gewesten, zelfs indien de ouders het zich, zoals men zegt, zouden kunnen permitteren.

Waaruit spruit dit voort? Wellicht uit het feit dat Brugge sedert zoveel eeuwen een stad is waar ambtelijke functies domineerden: administratie en rechtspraak (naast die van de stad Brugge zelf had je die van het uitgestrekte Brugse Vrije en van het centraal gezag), garnizoenstad, culturele en intellectuele stad, onderwijsstad en ook in grote mate stad van kloosters en caritatieve instellingen. Daarbij werd Brugge, tot niet zolang geleden, in zijn politiek en sociaal leven geleid door een talrijke groep land- en ambtsadel, die zich niet bijzonder door handel en industrie aangetrokken voelde en daardoor de behoudende stempel van de stad heeft geaccentueerd.

Dit alles heeft een aantal kenmerken tot gevolg die soms gaven en soms gebreken zijn.

Deftig en bescheiden

Eén van die kenmerken is het grote belang dat gehecht wordt aan een respectabel voorkomen, aan alles wat te maken heeft met de façade. Typisch voorbeeld: in Brugge zal je nog opvallend veel dames ontmoeten die hoed en handschoenen dragen. Dit is in andere steden minder het geval en aan onze nabijgelegen kust helemaal onbestaande.

De echte Bruggeling heeft een duidelijk oordeel over wat je doet en niet doet, over wat past en niet past, over wat deftig is en wat niet. Da wor nie gedoan! is iets wat je als Brugse snaak menigvuldige keren mocht horen. En worom nie? – Dorom nie!

Een andere trek van het Brugs karakter is de bescheidenheid. Dit komt tot uiting in de omgang en zal dan ook vaak door vreemden als geslotenheid, zelfs als vijandigheid ervaren worden. In gezelschap zal men de Bruggeling niet direct het hoogste woord horen voeren: dat laat hij aan de Sinjoor, de Kortrijkzaan en anderen. Dit belet niet dat hij zich klaar houdt om, soms met één snedig zinnetje, de aandacht van het gezelschap naar zich te trekken.

De bescheidenheid komt ook voor in de algemene afschuw voor vertoon, voor individuele pracht en praal, voor grote sier en geldverspilling. De Bruggeling is zonder twijfel een zuinige, spaarzame man of vrouw, soms tot het gierige toe. Dure luxeartikelen zullen in Kortrijk of Roeselare makkelijker van de hand gaan dan in Brugge.

Deze bescheiden karaktertrek wordt wellicht best geresumeerd in het overbekende Zie je van Brugge, zet je van achter! Maar voorzichtig, dit is geen bescheidenheid die zich minderwaardig voelt, integendeel. Het is de bescheidenheid van iemand die denkt zich deze deugd te kunnen permitteren, omdat hij onvermijdelijk toch naar de voorste rij zal doorschuiven!

Een stad van feesten en stoeten

De afkeer voor uiterlijk vertoon bij het individu heeft een keerzijde die in grote mate typisch Brugs is, en dat is de grote liefde voor collectieve pracht en praal, voor rijke kostumering en weelderige taferelen, voor feesten en stoeten. Dit is geen kunstmatig opgedrongen folklore: de ganse bevolking voelt hiervoor en werkt eraan mee. Kijkt men rond in gans Vlaanderen, dan vindt men nergens het equivalent van de jaarlijkse Heilig-Bloedprocessie, van de vijfjaarlijkse Gouden Boomstoet, van de tweejaarlijkse Reiefeesten, of zelfs van de jaarlijkse processies van O.L.Vrouw van Blindekens of op Drievuldigheidszondag in het Begijnhof.

Het is dus wel degelijk een merkwaardig Brugs verschijnsel, dat waarschijnlijk voortspruit uit de fierheid voor de stad, haar geschiedenis en haar verleden en ook voor haar huidig voorkomen dat wereldwijd geroemd wordt. Het is een onderdeel van het duidelijk lokaal patriottisme, dat in Brugge tot op het maximum wordt opgedreven. Dit patriottisme heeft tot gevolg dat de Bruggelingen onder elkaar nogal wat kunnen bekvechten, maar wee de buitenstaander die kritiek zal uiten: hij zal het hoofd te bieden hebben aan een gesloten eenheidsfront. Een typisch voorbeeld hiervan is het antagonisme tussen Club en Cercle en hun supporters. Dit neemt in de discussies soms de proporties aan van een ouderwetse godsdienstoorlog. Maar dit is hoegenaamd geen exportartikel. Ook de grootste Cerclefan zal fier zijn als hij ergens in het buitenland iemand ontmoet die hem over Raoul Lambert aanspreekt.

Het probleem van de Brugse geslotenheid

Een Antwerpse vriend die sedert jaren in Brugge woont zegde me: Als ik in Antwerpen alleen op café ga, dan ben ik zeker binnen de vijf minuten aan de praat met één of meer klanten, die ik voordien niet kende. Ga ik hier in Brugge een glas drinken waar niemand me kent, dan zal het hoogst zelden voorkomen dat ik met iemand tot een geanimeerd gesprek kom.

Het is duidelijk dat de Bruggeling weinig nut ziet in het aanknopen van conversatie met iemand die hij niet kent en waarschijnlijk maar éénmaal in zijn leven zal ontmoeten.

Maar mijn vriend vervolgde: Heb ik in Antwerpen op een uurtje tijd gemakkelijk nieuwe vrienden gemaakt, ik ben ze ven vlug weer kwijt. Salut en de kost. In Brugge is dit helemaal anders. Niet zonder moeite zal je er vrienden maken. Het vergt tijd en inspanning. Maar éénmaal een bepaalde graad van vertrouwen en waardering bereikt, heb je wel het gevoel dat het diep zit en dit een vriendschap voor altijd is geworden.

Wellicht is de aanvankelijke achterdocht die stilaan overslaat in blijvende vriendschap, een meer algemeen West-Vlaamse, misschien agrarische karaktertrek, maar in ieder geval is hij bij Bruggelingen heel duidelijk merkbaar.

De geslotenheid van de Bruggeling is voor veel inwijkelingen een probleem. Ze voelen zich niet aanvaard, niet welkom, op de limiet zelfs uitgestoten. Ze hebben gemakkelijker contact met andere aangespoelden dan met de autochtone Bruggelingen.

Dit is een moeilijke kant van de Bruggeling, waar weinig aan te veranderen is. Wie naar Brugge komt wonen moet er mee rekening houden dat de inspanning tot contact en toenadering in hoofdorde van hem zal moeten komen. Hij moge hiervoor kracht putten uit de gedachte dat onder het afwijzende uiterlijk tere harten huizen, broze vestingen die niet beter vragen dan te worden ingepalmd!

Cultureel en sociaal leven

De contacten kunnen trouwens aanzienlijk vergemakkelijkt worden als men zich in een bepaald aspect van het verenigingsleven wil inwerken. Het verenigingsleven is een normaal verschijnsel in elke gemeenschap. Ze is het iets meer dan elders bij de Vlamingen die maniakken van de sosjeteiten zijn. En ze is het zo mogelijk nog een tikje meer in Brugge.

Ik beschik over geen statistieken maar met het blote oog kan je ervaren dat Brugge per inwoner méér sportverenigingen heeft (een symbool: twee voetbalclubs in eerste afdeling!), meer harmonieën en fanfares, méér schuttersgilden, méér kaartersclubs, spaardersclubs, etc. dan in vergelijkbare steden. Het is trouwens dit intense gezelschapsleven dat de traditie van stoeten en feesten mogelijk maakt.

Wat daarbij ook nog opvalt is dat het cultureel en artistiek leven van hoog niveau is en uitermate gevarieerd, veel méér dan men in een stad van nauwelijks 120.000 inwoners zou verwachten. Hierbij neemt de belangstelling voor de geschiedenis, de heemkunde, de familiegeschiedenis, de volkskunde, het bouwkundig erfgoed, een zeer grote plaats in: niets wat Brugge betreft laat de Bruggelingen onverschillig.

Brugse humor

Een laatste karaktertrek waar we het onvermijdelijk moeten over hebben, omdat ook die als tamelijk apart wordt beschouwd, is de Brugse humor. Als je die humor ontleedt, dan vind je er bepaalde ingrediënten in. De volkse humor kan erg platvloers zijn: het Brugs leent er zich trouwens toe om gewaagde en triviale uitdrukkingen toch nog acceptabel en zelfs plezierig te maken. Een meer geraffineerde humor zal integendeel erg British aandoen: een humor van allusies, woordspelingen en understatements.

Tussen die twee uitersten in ligt hetgeen men de courante humor van de Brugse zot kan noemen. De humor van een spotvogel, zoals die tot uiting komt in honderden Brugse spreuken en gezegden, zoals die te lezen valt in de volksboeken van Karel De Wolf of in stukjes Ip z’n Brugsch in de locale kranten, zoals ze bestendigd worden door Brugse chansonniers en in Brugse revues.

Al deze vormen van humor, waarin de Bruggeling zichzelf herkent, hebben een paar hoofdtrekken.

De eerste is dat het een humor is van het boerenverstand, van de gros bon sens. Een evidentie tot haar uiterste absurde consequenties doortrekken of in een gekke situatie zonder te verpinken een ernstig woord uitspreken, dat zijn elementen waaruit typisch Brugse humor ontstaat.

De tweede zeer duidelijke trek is dat Brugse humor op flitsende wijze, in één zin een toestand of een persoon kan schetsen. Wanneer het over personen gaat, kan de Bruggeling met één woord een vlijmscherp oordeel, een keiharde veroordeling laten horen. Het is in dit geval corrosieve, explosie humor die verder gaat dan de ironie; het kan moordend sarcasme worden. Dit kan o.m. in de spotnamen tot uiting komen.

Hierbij moet nochtans gezegd, en dat is dan de derde trek van deze humor, dat hij meestal veel scherper is in de bewoording dan in de bedoeling. Het is trouwens één van de elementen van de Brugse humor dat men met schijnbaar onvriendelijke woorden eigenlijk een compliment wil maken. Zo verbergt men fijngevoeligheid en emoties onder een wat ruwe manier van uitdrukken. De Bruggelingen weten dat van elkaar en begrijpen dit soort averechtse vriendelijkheid. Wanneer dit evenwel wordt toegepast op niets vermoedende niet-Bruggelingen, kan het soms tot misverstanden leiden!

Bruggeling zijn: een geesteshouding

De eigenaardigheden en apartheden van de Bruggeling bestaan zonder enige twijfel, ook al zijn ze makkelijker waar te nemen dan precies te beschrijven.

Nochtans mag men er geen al te groot belang aan hechten en er zeker geen theorieën op bouwen over wie een goede en een minder goede Bruggeling zou zijn, niet een soort mentale cataloog opstellen van eerste- en tweederangs Bruggelingen, al naar gelang ze hun zestien kwartieren van authentiek Bruggelingschap kunnen vertonen of integendeel arme aangespoelden zijn.

Bruggeling zijn is immers veel meer dan een kwestie van geboorte, van dialect of van humor. Het is een geesteshouding, een state of the mind, een manier van leven en van denken die maakt dat mensen – al dan niet geboren Bruggelingen – zich hier thuis voelen, geestelijk in harmonie leven met de omgeving en hier hun echte vaderland vinden. Mensen die herhalen wat de grote humanist Juan Luis Vivès in de 16de eeuw schreef: Telkens ik naar Brugge terugkeer, heb ik het zalige gevoel thuis te komen.

Dat zijn de echte Bruggelingen: zolang die Bruggelingen bestaan en van hun stad met al haar grote en kleine kanten houden, zolang zal Brugge leven.

Andries Van den Abeele