Boekbespreking

Jozef VAN WALLEGHEM,

Merckenweerdigste voorvallen

en Dagelijksche gevallen, Brugge 1789,

uitgegeven o.l.v. Yvan van den Berghe, m.m.v. Martine Secelle, Helena Debou en Ronald Engelrelst.

Brugge, 1984, Brugse geschiedbronnen uitgegeven door het Gemeentebestuur van Brugge, Deel XV, 212 blz.

De delen 1787 en 1788 hebben ons al vertrouwd gemaakt met de gevarieerde en boeiende inhoud van Van Walleghems kroniek. Ook voor het jaar 1789 worden honderden kleine en grote gebeurtenissen meegedeeld, nog uitgebreider dan een krant uit die tijd het zou hebben gedaan, zeker voor wat betreft de locale berichtgeving.

Naast deze plaatselijke gebeurtenissen zijn het uiteraard vooral de revolutionaire evenementen in Frankrijk en in de Oostenrijkse Nederlanden die de aandacht van Van Walleghem gaande houden.

Het interessantste element in dit deel is, naar ons gevoel, de mogelijkheid die geboden wordt om een aandachtig en politiek geïnteresseerd burger te zien evolueren van keizersgezinde onderdaan naar patriot.

Hoe zo’n evolutie verantwoord werd, beschrijft Van Walleghem in een korte maar bijzonder interessante paragraaf (blz. 131). Jozef II had alle troeven in handen, zo schreef hij, om dezelfde loyaliteit vanuit de Oostenrijkse Nederlanden te krijgen als zijn moeder Maria Theresia. Maar zijn "al te groote strengigheid en wilkeurige regering" had hem dit alles doen verliezen. "Een vrij geboren volk als de Nederlanders" kon dit niet gedoogen en zag zich verplicht de wapens op te nemen en "den tiranniger keyser" uit de Nederlanden te verdrijven. Dit schrijft op 31 december 1789 dezelfde Van Walleghem die pas enkele maanden vroeger, met de meeste eerbied had geschreven over "onzen keyzer ende koning" en geen geloof wou hechten aan al het negatieve dat over Jozef II geschreven werd "waervan zooveele luegenen verbreit zijn dat ik zou schaemen daermede mijne schriften te bekladden" (blz. 22,30).

Van Walleghem was trouwens een voorzichtig man, en het was pas begin november 1789, wanneer de patriottenopstand de bovenhand leek te kunnen krijgen, dat hij zich in zijn dagboek uitgesproken anti-keizers begon uit te laten, tegen de "tyrannye (die) niet meer van een vrijgeboren volk kon verdregen worden" (blz. 92).

Er is bij deze publicatie opnieuw een grote inspanning geleverd om aan de geïnteresseerde lezer de duiding te verschaffen die hem personen en gebeurtenissen beter kan laten situeren. Niet alles is hierbij correct, maar in grote lijnen zullen de voetnoten tegemoet komen aan de vragen om verduidelijking die bij de lezer kunnen opkomen.

Andries Van den Abeele

(gepubliceerd in: Handelingen van het genootschap voor geschiedenis in Brugge, 1985, blz. 135-136).