1. HET ORGEL Een vereniging die zich "het bevorderen van de orgelcultuur in Vlaanderen" tot doel stelt, heeft een dubbele taak:
Dit houdt onder meer in:
2. DE VERANTWOORDELIJKEN De bevordering van de orgelcultuur dient zich in de eerste plaats te richten tot de verantwoordelijken. Activiteiten:
3. DE ORGELISTEN Geen orgels noch orgelcultuur zonder goede vertolkers. Activiteiten voor de vereniging:
4. HET GROOT PUBLIEK Wie het heeft over orgelcultuur wenst uiteraard een zo breed mogelijk publiek te bereiken, veel ruimer dan de ‘happy few’ die door hun opvoeding of opleiding het orgel kennen en waarderen. Het orgel is een ‘koninklijk instrument’. hetgeen dit aan majesteit met zich meebrengt, heeft tegelijkertijd het negatief effect een zekere stroefheid en saaiheid uit te stralen. Zonder het orgel tot op het niveau van een ‘kermisattractie’ te verlagen, moet het mogelijk zijn het bij een breder en vooral ook een jonger publiek een nieuw en fris imago te geven. Voorbeeld van hoed dit internationaal mogelijk is geweest voor een ongeveer even ‘streng’ instrument, de cello (Pablo Casals, Rostropovitch, Peter Wispelwey) of hoe de countertenor, veertig jaar geleden bijna onbekend geworden, sedert Alfred Deller niet meer weg te denken is uit de muziekuitvoering. Hieraan iets doen vergt professionele aanpak en internationale samenwerking. Een taak voor Raad van Europa en Unesco. Daarnaast kan door de vereniging lokaal gewerkt worden:
5. Algemene bemerking Een goede werking vereist een precieze omschrijving van doelstellingen en middelen. Het komt er tevens op aan niet op het terrein te treden van wat anderen doen of enkel in goede samenwerking met hen: de overheid, de muziekacademies, de kerkfabrieken, de beroepsmensen (Orgelkunst bv.), de media (VRT), festivalorganisaties, lokale orgelverenigingen, enz. Het doel moet zijn, in de brede zin en bij een breed publiek de orgelcultuur te promoveren. Hiervoor moet men buiten de strikte beroepssfeer treden en buiten een enge en / of wetenschappelijke bepaling van wat "het goede orgel" en wat "de goede orgelist" is. Het groot publiek aanspreken vraagt enige soepelheid in de aanpak om een verruiming van de groep belangstellenden te realiseren, zonder daarom afbreuk te doen aan het streven naar de hoogst mogelijke kwaliteit. Net zoals voor de monumentenzorg is gebeurd en verder gebeurt, is het vormen van een publieke opinie de beste manier om de kwaliteit van de orgels, van hun restauratie en onderhoud, van hun veelvuldig bespelen, op hoger niveau te tillen. Als iets in de verdrukking is gekomen, dan is de werking van activisten aan de "basis" essentieel en is dit een voorafgaande voorwaarde voor al het overige. De vereniging "Het Orgel in Vlaanderen" moet hiervan een onderdeel en een gangmaker zijn.
6. Programma 2000-2001 Op basis van deze principes wordt voor het komende jaar volgend programma vooropgesteld (te bespreken en in te vullen op de bijeenkomst van 9/2):
Andries Van den Abeele |