De abdissen
van de Arme Klaren Coletienen in Brugge

Zesenveertig kloosterzusters zijn elkaar, volgens het Memoriaalboek, tussen 1479 en 1990 opgevolgd als abdis van het klooster van Sinaï van de Clarissen Coletienen in Brugge, opgericht naast de Katelijnepoort op grond toebehorende aan de heren van Gruuthuse[1].

Om de drie jaar werden de abdis, haar raad van discreten en de overige functies, herverkozen. De gemiddelde tijdsduur van het ambt als abdis lag rond de elf jaar, berekend op de 44 abdissen van wie we met relatieve zekerheid een begin- en einddatum ervan kennen. Het gemiddelde zegt natuurlijk niet alles. Sommige zusters waren maar kortstondig abdis, van andere werd het ambt gedurende verschillende tot zelfs talrijke termijnen verlengd. De langst dienende abdissen waren: Julie Berlamont (40 jaar), Rachel Pringiers (37 jaar), Maria Willaert (35 jaar), Barbara van Houven (30 jaar), Anne Hardy (27 jaar) en Theresia Reinacx (26 jaar).

De gemiddelde leeftijd waarop men tot abdis werd verkozen lag rond de 53 jaar. Om tot dit cijfer te komen hebben we de leeftijd bij de eerste verkiezing berekend op basis van de beschikbare gegevens voor 40 van de 46 abdissen. Dit is voor wat betreft een aantal onder hen toch nog enigszins giswerk, gedaan op basis van hun datum van intrede, waarbij we hebben aangenomen dat ze toen ongeveer 20 jaar oud moesten zijn. Gemiddelden zeggen natuurlijk ook hier niet alles. Men kan zeggen dat 3 abdissen bij hun eerste verkiezing zeventig of iets méér waren, 7 in de zestig, 15 in de vijftig, 11 in de veertig, 3 in de dertig, met één uitzonderlijk jonge abdis van 29 jaar, Rachel Pringiers, voor wie dispensatie diende te worden aangevraagd.

De abdissen werden door de geprofeste kloosterzusters verkozen en dit, volgens de beschikbare gegevens, binnen de week na het einde van het mandaat of het overlijden van een abdis. Ze dienden te worden geconfirmeerd door hun religieuze overste, de provinciaal van de minderbroeders recollecten. Vanaf het begin van de Franse Tijd gebeurde die confirmatie door de plaatselijke bisschop, eerst die van Gent, nadien die van Brugge.

Voor de eerste periode, namelijk tot aan de verkiezing van abdis Françoise Pardo in 1546, zijn de gegevens waar we over beschikken onvoldoende om voor alle abdissen een precieze datum van verkiezing en van beëindiging van hun mandaat te kunnen opgeven. We zijn zelfs niet helemaal zeker of de opvolging die het Memoriaalboek geeft, wel juist is. Er is alvast tegenspraak tussen wat vermeld staat in de tekst in 17de-eeuws handschrift, die een kopie lijkt te zijn van vroegere geschriften en in de lijst van abdissen die in 18de-eeuws handschrift staat opgetekend. Het verschil is als volgt:

Naam abdis

volgens lijst

17de eeuw

volgens lijst

18de eeuw

Catherine de Longueville

1479-1485

1479-1486

Margriet Haecx

1485

geen datum vermeld

Catherine Ruffine

1485-1487

7 jaar (†1493)

Louise Baervoets

1487-1493

6 jaar (tot in 1499)

Clara van Halewyn

1493-1497

4 jaar (†1503)

Elisabeth d’Ognies

geen datum vermeld

niet vermeld

Pasqualina du Bois

1506-

1506-

Barbara van Houven

dertig jaar abdis

dertig jaar abdis

Catharina Waterlet

geen datum vermeld

niet vermeld

Zelfs de volgorde is niet identiek. Margareta Haecx wordt pas op de vijfde plaats genoteerd in de 18de-eeuwse lijst, met de vermelding dat men voor haar verkiezing geen datum vond. Er zijn twee redenen om aan de 17de-eeuwse opvolging de voorkeur te geven. Ten eerste, is ze de oudste en geeft ze ook méér data op. Ten tweede is er de zekerheid die we hebben dat Louise Baervoets in juli 1496 bezit nam van een nieuwe stichting in Kamerijk, waarvan ze ook abdis werd, zodat ze dus niet van 1493 tot 1499 abdis in Brugge kon zijn. 

Tot aan de zestiende abdis in rij, krijgen we in het memoriaalboek weinig precieze gegevens over de datum van hun eerste verkiezing en over de duur van hun functieuitoefening. Het is door extrapolatie, op basis van de gegevens van intrede en overlijden dat we met min of meer zekerheid de begin- en einddatum van hun ambtstermijn kunnen geven.

Veel abdissen bleven, ondanks de driejaarlijkse herverkiezing, eenmaal het mandaat opgenomen, het uitoefenen tot aan hun dood. Van zes en twintig onder hen hebben we zekerheid dat ze als abdis zijn gestorven.

Onder bisschop Faict werd vanaf 1875 een gewoonte ingevoerd waarbij de abdis en haar raad zonder herverkiezing voor één of meerdere driejaarlijkse periodes in hun functie werden bevestigd. In 1922 werd voor het eerst een nieuwe kerkelijke regel opgelegd, waarbij de abdis slechts gedurende twee opeenvolgende termijnen het ambt mocht uitoefenen. Het is ook de enige keer geweest dat deze regel werd toegepast. In 1925 werd abdis Rachel Pringiers, na een onderbreking van drie jaar, opnieuw herkozen en bleef ze toen het ambt uitoefenen tot aan haar dood in 1940. Ook haar opvolgsters bleven bijna alle méér dan twee termijnen in functie. Het dalend aantal kloosterlingen maakte het moeilijk om geschikte kandidaten te vinden die om beurt het ambt konden uitoefenen.

De abdissen, net zoals hun medezusters, waren afkomstig uit de ganse Zuidelijke Nederlanden. Van een aantal abdissen uit de 16e tot 18de eeuw mag men veronderstellen dat ze in Brugge geboren waren, minstens stelt men vast dat ze een naam droegen die in hun tijd in Brugge voorkwam. Van twee onder hen, de abdissen Pardo en Van Vyve, hebben we zekerheid. Veel abdissen behoorden tot de gegoede burgerij, zoniet tot de adel. Dit laatste was het geval voor de abdissen de Longueville, van Halewyn, d’Ognies, de Voocht, de Cridts, le Gillon, de Tollenaere en de Robiano. Van de twaalf laatste abdissen weten we met zekerheid waar ze vandaan kwamen. Geen enkele was in Brugge geboren, negen onder hen waren West-Vlamingen.

Vanaf 1730 werd in het memoriaalboek naast de doopnaam ook een kloosternaam vermeld. In 1850 werd voor het eerst de kloosternaam aangevuld met een verlengstuk, zoals: van de Barmhartigheid Gods, hoewel die gewoonte slechts schijnt veralgemeend te zijn vanaf 1919, waar we onder meer vinden: “van het H. Hart, van de Drievuldigheid, van de Onbevlekte Ontvangenis, van de H. Geest, van Jezus, van het Onbevlekt Hart van Maria”, enz. Alleen bij de laatste negen abdissen, hetzij vanaf 1871, vinden we een dergelijke naam genoteerd.

De voertaal in het klooster was bij de stichting het Frans, wat niet verwonderlijk is gelet op de oorsprong van de stichtsters en op de jurisdictie waar ze onder vielen. Oorspronkelijk viel het klooster immers onder de Provincia Franciae van de minderbroeders en vanaf 1558 onder die van de Provincia S. Andreae in Artesia. Vanaf 8 juni 1671 werd dit de Provincia S. Josephi in Comitatu Flandriae en kwam het Nederlands in gebruik. Vanaf 1872 werd het Frans opnieuw de voornaamste voertaal en dit tot ongeveer 1960.

Hierna volgt de lijst van de abdissen, zoals ze in het Memoriaalboek zijn vermeld. Zoals al gemeld, vinden we een aantal gegevens in de kroniek die in een 17de-eeuws handschrift voorkomt, terwijl anderzijds een volledige lijst werd aangelegd in een 18de-eeuws handschrift. Het kritisch analyseren en naast elkaar leggen van de gegevens, laat toe met betrekkelijk grote zekerheid de onderstaande lijst als correct aan te nemen.

01)  Catherine de Longueville       

abdis 1479-1485

Toen ze in 1479 als stichtende abdis het nieuwe klooster in Brugge kwam oprichten, samen met zeven zusters van Gent, vier van Arras en vier van Hesdin, was Catherine de Longueville al gevorderd in leeftijd. Ze was immers, volgens de kroniek, vanuit Bourgondië met de heilige Coleta van Corbie naar Gent gekomen en was abdis op het ogenblik dat Coleta aldaar in 1447 overleed. Dit betekent dat ze toen al een geruime tijd in Gent verbleef en dat haar geboortedatum tussen 1400 en 1410 is te situeren. Ook nog volgens de kroniek, bleef ze abdis in Gent totdat ze in 1479 naar Brugge kwam om er in haeren hooghen auderdom een nieuw klooster op te richten. Het wordt nergens vermeld en het is derhalve weinig waarschijnlijk dat ze als abdis in Brugge is overleden. Als haar overlijdensdatum wordt het jaar 1486 vermeld, terwijl twee abdissen worden aangeduid als verkozen in 1485.

02)  Margaretha Haecx        

abdis 1485

Zij behoorde tot de stichtsters van het klooster in Brugge die waren overgekomen uit het klooster in Arras. Ze werd in het 18de-eeuws handschrift als vijfde abdis vermeld en in het 17de-eeuws handschrift als abdis in 1485. Als dit laatste juist is, bevestigt het dat Catharina de Longueville niet als abdis is overleden, en al een jaar voor haar dood vervangen werd. Aangezien ook Catherine Rufine met de datum 1485 wordt vermeld, zou dit kunnen betekenen dat Margaretha Haecx slechts weinige maanden het ambt uitoefende en wellicht vroegtijdig overleed.

03)  Catherine Rufine          

abdis 1485-1487

Zij kwam naar Brugge, als medestichtster, samen met drie andere zusters uit Arras. Aanvankelijk was ze novicemeesteres. De kroniek zegt: Deze was een weerdige en deugdzame ootmoedige religieuze, waarom onze heilige moeder Coleta haar teer beminde en een van haar eerste planten, die zij in dat klooster (Arras) ontvangen had; daarom kennend en wetend haar heilig leven, alsook de grote bekwaamheid en capaciteit die zij bezat om haar ook te kunnen helpen in haar reizen en reformatie, heeft zij dezelve ook meegenomen tot haar dienst en compagnie. Maar voordat onze heilige moeder gestorven is, of kort daarop, is ze naar haar stad en klooster weergekeert, totdat zij met drie van haar medezusters naar Gent is gekomen om het klooster van Brugge te helpen stichten. Als geboortedatum kan 1410 – 1415 worden vooropgesteld.

04)  Louise Baervoets         

abdis 1487-1493

Behoorde tot de stichtsters van het klooster in Brugge en kwam uit het klooster in Gent waar ze in 1474 was ingetreden en werd verkozen tot dépensière of spijsmeesteres. Ze betoonde, volgens de kroniek, haar gehoorzaamheid, met een grote liefde tot alle religieuzen zeggende dat zij de gemeente diende alsof ze had gewerkt in de aanwezigheid van God, de Maagd Maria en de twaalf apostelen. Volgens het 17de-eeuws handschrift werd ze in 1487 tot abdis in Brugge verkozen. Na zes jaar het ambt te hebben uitgeoefend en te zijn opgevolgd, vertrok ze in 1494 (of 1496) naar Kamerijk waar ze een nieuw klooster oprichtte en er eveneens abdis werd. Zij was van het maagschap van Mijnheer van Gruuthuse, vermeldt de kroniek. Het is mogelijk dat zij een bastaarddochter van de Brugse edelman was[2]. Als geboortedatum kan 1440-1450 worden vooropgesteld. Op welke leeftijd ze in Kamerijk overleed, wordt niet vermeld. Uit een andere bron maken we op dat dit in 1516 moet geweest zijn[3].

05)  Clara van Halewyn

abdis 1493-1497

Behoorde tot de stichtsters van het klooster in Brugge en kwam uit het klooster in Gent. Bij de stichting werd haar geen functie toegewezen. Ze werd volgens het 17de-eeuws handschrift in 1493 tot abdis verkozen en bleef dit vier jaar. Het 18de-eeuws handschrift vermeldt ook de duurtijd van vier jaar en zegt dat ze overleed in 1503. Als beide data juist zijn, werd ze in 1497 opgevolgd en bleef ze nadien nog zes jaar leven. Als geboortedatum kan 1430-1440 worden vooropgesteld, zodat ze tussen 63 en 73 jaar oud was toen ze stierf.

06)  Isabeau d’Ognies         

abdis 1497-1506 

Isabeau of Elisabeth d’Ognies behoorde ongetwijfeld tot de adellijke familie d’Ognies. Zij werd geprofest als zesde van de in het nieuwe klooster ingetreden zusters. Men mag derhalve haar intrede situeren rond 1482 en haar geboortedatum rond 1460. Zij was de eerste abdis die niet tot de oorspronkelijke groep van stichtsters behoorde. Het 17de handschrift vermeldt geen datum van verkiezing, maar meldt gewoon abdis na haar naam. We dateerden dan ook haar ambtsperiode in functie van wat over haar voorgangster en haar opvolgster werd vermeld. In de 18de-eeuwse lijst komt ze niet voor.

07)  Passchine du Bois

abdis 1506-1509?

Werd geprofest als achtste van de in het nieuwe klooster in Brugge ingetreden zusters. Men mag derhalve haar intrede situeren rond 1482-83 en haar geboortedatum rond 1460-1465. Zou in 1506 abdis zijn geworden. Het 17de-eeuws handschrift vermeldt haar verkiezing in 1506, terwijl het 18de-eeuwse vermeldt dat men over geen data beschikt.

08)  Barbara van Houven

abdis gedurende 30 jaar, wellicht 1509-1540

Zij werd geprofest als vierde van de in het nieuwe klooster ingetreden zusters. Men mag derhalve haar intrede situeren rond 1480-81 en haar geboortedatum rond 1460. Volgens het 17de-eeuws handschrift was ze dertig jaar abdis. Dit zou dus van ongeveer 1509 tot 1540 kunnen geweest zijn.

Tijdens de eerste periode, van 1479 tot en met het abbatiaat van Barbara Van Houven werden, volgens het memoriaalboek, 28 zusters geprofest, hetzij minder dan één om de twee jaar. Daarentegen staan voor de korte periode van de hierna vermelde abdis Waterlet 25 intreden vermeld. Dit klopt niet, zoals o.m. door de datum van intrede van abdis Pardo wordt aangetoond. Waarschijnlijk beschikte men voor die eerste periode nog slechts over onvoldoende gegevens toen in de 17de eeuw het memoriaalboek werd opgesteld. Er was immers ondertussen de tijd van de godsdiensttroebelen geweest.

09)  Catharina Waterlet

abdis ca1540–1546 (†)[4]

Zij werd geprofest als elfde in het nieuw klooster ingetreden zuster. Men mag derhalve haar intrede situeren rond 1484-85 en haar geboortedatum rond 1465, zodat ze ongeveer 80 was toen ze overleed. In het 17de-eeuws handschrift wordt ze als abdis vermeld, zonder datum van verkiezing. Evenmin data in het 18de-eeuws handschrift.

10)  Françoise Pardo

abdis 1546-1556 (†?)

Zij werd onder nummer 36 geprofest. Aangezien haar zuster Marie in1522 onder nummer 41 intrad, mag men haar intrede situeren in of vóór 1520 en haar geboorte begin de jaren 1500. Haar intrede moet zich dus situeren onder abdis Van Houven en is een bijkomende aanduiding dat een te groot aantal intreden genoteerd werd onder Catherine Waterlet, die pas rond 1540 abdis kan geworden zijn. Françoise Pardo was de dochter van de ‘wereldlijke vader’ van het klooster, Silvester Pardo. De kroniek vermeldt dat ze op 16 december 1546 werd geconfirmeerd door de provinciaal van de minderbroeders, Johannes Morelle.  Bij haar dood was ze ongeveer 55 jaar oud.

11)  Anna Hardy

abdis 1556-1583 (†)

Zij werd onder nummer 42 geprofest, te situeren rond 1523-24, met een vermoedelijke geboortedatum rond 1505. De kroniek vermeldt dat ze op 26 augustus 1556 als abdis werd geconfirmeerd door Franciscus ab Atrio (Van der Camere? Delchambre?), custos (gardiaan) van Artesië en verkozen provinciaal voor Frankrijk. Bij haar dood was ze ongeveer 78 jaar oud en had ze met haar zusters het klooster omwille van de godsdiensttroebelen begin september 1581 moeten verlaten.

12)  Josine De Voocht         

abdis op onbekende datum, waarschijnlijk 1583.

Zij werd onder nummer 59 geprofest, te situeren rond 1555 en met een vermoedelijke geboortedatum rond 1535. Behoorde waarschijnlijk tot de adellijke familie De Vooght. Wellicht kort na haar verkiezing overleden of zoniet afgetreden.

13)  Catharina Croquet

abdis vanaf een onbekende datum, wellicht 1584 tot 1586

Zij werd onder nummer 58 geprofest, te situeren rond 1554 en met een vermoedelijke geboortedatum rond 1535. De kroniek vermeldt haar als een heilige ziel en mirakels van duiveluitdrijving worden haar toegeschreven.

Ook voor haar ambtsperiode was de periode erg kort en het memoriaalboek vermeldde geen begin- of einddatum. Er dient natuurlijk rekening mee gehouden dat het om een bewogen tijd ging, waarbij de kloostergemeenschap was uitgedreven. Wellicht werd ze  verkozen toen de gemeenschap in september 1584 opnieuw het kloosterleven hernam in de vroegere gebouwen.

De naam Croquet of Crocket werd in Brugge gedragen door Brugse poorters, o.m. makelaars, zodat het niet onmogelijk is dat Catherine Croquet in Brugge was geboren.

14)  Catharina van der Vaerde

abdis 1586-1587 (†)

Zij werd onder nummer 62 geprofest, te situeren rond 1558-60, met vermoedelijke geboortedatum rond 1538. Zonder precieze jaartallen vermeldt de kroniek dat ze twee jaar abdis was. Als ze in 1587 overleed, moet ze toen ongeveer 49 jaar oud geweest zijn.

15)  Barbe Nettelet

abdis 1587-1605 (†)

Zij werd onder nummer 60 geprofest, te situeren in 1556-57, met geboortedatum rond 1536. De kroniek vermeldt dat ze in haar ambt werd bevestigd door pater provinciaal Jacobus Blasius, nadien bisschop van Namen geworden en later bisschop van Saint-Omer. Als ze in 1605 overleed, moet ze toen circa 69 jaar oud geweest zijn.

16)  Isabeau Van Hoorne

abdis 1605-1625 (†)

Isabeau of Elisabeth van Hoorne werd vermeld onder nummer 78 als ingetreden in 1574 en geprofest het jaar daarop (bij haar dood vermeld als 51 jaar religieuze). Ze werd  in 1605 gekozen tot abdis en geconfirmeerd door de provinciaal Petrus Lemartre. Ze werd omstreeks 1554 geboren en overleed op 22 augustus 1625, 71 jaar oud.

Het is niet onmogelijk dat ze afstamde uit het Brugse beenhouwersgeslacht Van Hoorne. In het memoriaalboek wordt ze als een heilige beschreven.

17)  Barbe de Neckere        

abdis 1625-1630 (†)

Ze werd ingeschreven onder nummer 93, als ingetreden in 1589 en geprofest het jaar daarop (bij haar dood vermeld als 41 jaar religieuze), met geboortedatum rond 1569, zodat ze 60 was toen ze overleed. Ze werd op 2 september 1625 als abdis verkozen en geconfirmeerd door provinciaal Benedictus Cordier.

In de 17de eeuw was er een familie De Neckere in Brugge.

18)  Anna Reynaert

abdis 1630-1642 (†)

Ingeschreven onder nummer 95 als ingetreden in 1592 en geprofest het jaar daarop (bij haar dood vermeld als 51 jaar religieuze), werd ze tot abdis verkozen en geconfirmeerd door provinciaal Angelus Laude op 18 juli 1630. Ze werd omstreeks 1572 geboren en overleed op 14 december 1642, 70 jaar oud. Haar wordt een mirakel toegeschreven.

Er woonde een familie Reynaert in Brugge rond die tijd.

19)  Martina de Cridts          

abdis 1643-1647 (†)

Ze werd onder nummer 103 ingeschreven, als ingetreden in 1605 (bij haar dood vermeld als 42 jaar religieuze) en geprofest het jaar daarop. Men mag aannemen dat ze rond 1585 geboren werd en 62 was bij haar overlijden. Ze werd in 1643 tot abdis verkozen en werd geconfirmeerd door provinciaal Samson Lefort. Haar wordt een mirakel toegeschreven. Waarschijnlijk was ze lid van de Brugse makelaarsfamilie de Cridts, die einde 17de eeuw in de adelstand werd verheven.

20)  Marie van Havere         

abdis 1647-1655 (†)

Ze werd onder nummer 105 ingeschreven, als ingetreden in 1606 (bij haar dood vermeld als 49 jaar religieuze) en geprofest het jaar daarop. Ze werd in 1647 tot abdis verkozen en geconfirmeerd door provinciaal Sixtus Dablemont. Ze werd geboren omstreeks 1586 en overleed op 23 januari 1655, 68 jaar oud.

21)  Barbara Spillebeen

abdis 1655-1663 (†)

Ze werd onder nummer 122 ingeschreven, als ingetreden in 1624 en geprofest het jaar daarop. Ze werd als abdis verkozen in 1655 en geconfirmeerd door provinciaal Sixtus Dablemont. Ze werd geboren omstreeks 1602 en overleed op 15 augustus 1663, 61 jaar oud.

Er waren in die tijd verschillende Spillebeens lid van de gilde van de makelaars in Brugge en ze kan eventueel tot deze familie behoord hebben.

22)  Catharina Wauckier

abdis 1663-1679 (†)

Ze werd onder nummer 138 ingeschreven, als ingetreden op 15 januari 1648 en het jaar daarop geprofest. Geboren omstreeks 1628, overleed ze op 4 oktober 1679, 51 jaar oud.

Ze werd in 1663 tot abdis verkozen en geconfirmeerd door Philippus de Mori, provinciaal van de provincie Sint-Andries en generale definitor van de Orde. Zij leidde het klooster tijdens de moeizame overgang (1672) naar de Vlaamse provincie Sint-Jozef. Ze werd na die overgang herkozen en geconfirmeerd door Martinus Durieu, ex-provinciaal van de Vlaamse provincie, die door provinciaal Franciscus Van Heule tot biechtvader van de Brugse Coletienen werd benoemd.

Ze behoorde wellicht tot de Brugse familie Wauckier, waarvan Edouard Van Speybrouck een genealogie heeft opgesteld. Hierin komen verschillende 17de-eeuwse Catherines voor[5].

23)  Maria Coleta Le Gillon

abdis 1679-1683

Ze werd onder nummer 136 ingeschreven, als ingetreden op 30 november 1647, het jaar daarop geprofest. Geboren omstreeks 1627, overleed ze volgens het memoriaalboek op 9 februari 1683, 56 jaar oud, hetgeen onjuist is. Als ze in 1683 overleed, kon het ten vroegste in de maand juli zijn. Het jaartal in het memoriaalboek is op één plaats verbeterd, en zou oorspronkelijk 1684 kunnen geweest zijn. Uit andere documenten kan men opmaken dat ze op 9 februari 1684 is overleden. Ze werd in 1679 tot abdis verkozen en geconfirmeerd door de provinciaal van de Vlaamse provincie, Bonifacius Maes.

De ambtstermijn van Maria le Gillon verliep niet rimpelloos. Toen op 7 november 1682, na haar eerste termijn, de herverkiezing plaats vond, kreeg zij net de helft van de stemmen, terwijl de overige stemmen verdeeld waren tussen Anna van Vyve en Catharina de Tollenaere. Na drie stembeurten bleef de uitslag ongewijzigd. De abdis kreeg dus niet de helft plus één achter haar naam. Provinciaal Durieu verklaarde haar niettemin verkozen. Niet alle zusters legden zich daar blijkbaar bij neer, want op 7 mei 1683 deed de nieuwe provinciaal Cyrillus van Thienen een onderzoek, waarbij hij alle zusters ondervroeg. Hij kwam tot het besluit dat er geen redenen waren om de geldigheid van de aanstelling in twijfel te trekken. Nochtans had de abdis zich volgens hem onbekwaam betoond om te besturen, zodat hij haar herhaaldelijk vroeg af te treden. Uiteindelijk stemde ze hier ‘impliciet’ mee in.

Op 2 juli 1683 hield Cyrillus van Thienen een nieuw kapittel. Catharina de Tollenaere werd verkozen met 12 stemmen op 23 (le Gillon kreeg er 2 en Van Vyve 9). Opnieuw kon een deel van de zusters zich hiermee niet verzoenen en dreigde beroep aan te tekenen bij de bisschop, de koning en zelfs de H. Stoel. Op 10 juli 1683 begaf Van Thienen zich weer naar het klooster, teneinde de vrede te herstellen. Dit blijkt vergeefs te zijn geweest en uit de beschikbare documenten kan men afleiden dat Catharina de Tollenaere niet werd aangesteld en abdis le Gillon in functie bleef tot aan haar dood begin februari 1684. Ook toen kon de in juli 1683 verkozen zuster de Tollenaere blijkbaar de opvolging niet realiseren en op 13 februari 1684 legde ze een verklaring af waarbij ze aan de opvolging verzaakte. De dag daarop werd Anna van Vyve verkozen[6].

Over deze ruzie en de oorzaken ervan, werd in het Memoriaalboek met geen woord gerept.

Abdis le Gillon, die ongetwijfeld tot de Brugse adellijke familie le Gillon behoorde, was toen 56 en zuster de Tollenaere 38: misschien een generatieconflict?

24)  Anna van Vyve

abdis 1684-1704 (†)

Ze werd onder nummer 143 ingeschreven, als ingetreden op 7 oktober 1657, geprofest het jaar daarop. Ze werd geboren op 15 oktober 1638 als negende in het gezin van twaalf kinderen van Antoine Van Vyve, een lid van de uitgebreide Brugse beenhouwersfamilie en van Johanna Massue, en overleed op 8 april 1704, 65 jaar oud. Ze werd op 14 februari 1684 tot abdis verkozen en geconfirmeerd door provinciaal Cyrillus van Thienen. Eén van haar zusters, Antoinette trad in bij de Grijze Zusters. Een andere zuster, Johanna, overleden in 1714, werd in het klooster van de Arme Klaren begraven[7].

De kroniek vermeldt dat ze een kloeke vrouw was, wat ze vooral betoonde toen haar linkerarm moest worden afgezet, als gevolg van een geïnfecteerde aderlating. Ze moet toen 35 geweest zijn, want er wordt vermeld dat zij dit ongemak verdroeg met groot geduld en moed, dertig jaar lang.

25)  Maria de Jonckheere

abdis 1704-1707

Zij komt niet voor op de lijst van de geprofeste religieuzen. De kroniek vermeldt ook geen intrede maar zegt: de welke tot moeder en abdis van dit convent werd gekozen, zodat het waarschijnlijk is dat ze van een ander klooster overkwam, wat er op wijst dat binnen de Brugse abdij op dat ogenblik om een of andere reden geen geschikte kandidate werd gevonden en de vroeger ontstane ruzies wellicht nog niet waren bijgelegd. De verkiezing van een zuster afkomstig uit een ander klooster kan een gevolg geweest zijn van de tweedracht die bij vorige verkiezingen was tot uiting gekomen.

Op 12 april 1704 werd ze tot abdis verkozen en geconfirmeerd door provinciaal Robert Proventier. Na één termijn te hebben volbracht, oefende ze nog bestuursfuncties uit, vanaf 1707 als discrete en vanaf 1716 als novicemeesteres. Ze overleed het jaar daarop.

26)  Catharina de Tollenaere                                 

abdis  (2 juli 1683 – 14 februari 1684) en 1707-1719 (†)

Ze werd onder nummer 149 ingeschreven als ingetreden op 27 april 1665 en het jaar daarop geprofest. Ze werd geboren circa 1645 en overleed op 16 juni 1724, 79 jaar oud. In juli 1683 werd ze, zoals hierboven vermeld tot abdis verkozen, maar oefende klaarblijkelijk de functie niet uit. Novicemeesteres onder abdis Van Vyve, werd ze op 12 april 1707 opnieuw tot abdis verkozen en geconfirmeerd door provinciaal Robert Proventier, in april 1710 opnieuw geconfirmeerd door provinciaal Ignatius Bartholomeusen, opnieuw in maart 1713 door provinciaal Ambrosius De Dijcquer en in februari 1716 door de voornoemde Bartholomeusen. De in 1683 nog onbekwaam bevonden religieuze, oefende vijf en twintig jaar later het ambt van abdis gedurende twaalf jaar uit, regelmatig herverkozen door haar medezusters.

Ze behoorde tot de Brugse adellijke familie de Tollenaere.

27)  Johanna Theresia Wallop

abdis 1719-1722 en 1725-1732 (†)

Ze werd onder nummer 167 ingeschreven als ingetreden op 13 juni 1680 en het jaar daarop geprofest. Ze werd geboren circa 1660 en overleed op 14 januari 1732, 72 jaar oud. In februari 1717 werd ze tot novicemeesteres verkozen, in februari 1719 tot abdis en geconfirmeerd door provinciaal Ambrosius De Dijcquer.

Ze werd niet bevestigd in 1722 maar werd opnieuw verkozen in februari 1725 en geconfirmeerd door provinciaal Hieronymus Cogghe, opnieuw geconfirmeerd in januari 1728 door provinciaal Ignatius Ghijsens en in februari 1731 door provinciaal Benedictus Verhoeven.

In dezelfde periode leefde in Brugge de makelaar Jacob Wallop en zij was wellicht met hem verwant.

28)  Martina Vervaeke

abdis 1722-1725

Ze werd onder nummer 156 ingeschreven als ingetreden op 30 juli 1673 en het jaar daarop geprofest. Ze werd geboren circa 1653 en overleed op 11 augustus 1731, 78 jaar oud. Van 1719 tot 1722 was ze vicaris onder abdis Wallop. In februari 1722 werd ze tot abdis verkozen en geconfirmeerd door provinciaal Benedictus Verhoeven. Tijdens haar eenmalig mandaat was haar voorgangster en opvolgster eerst novicemeesteres en vervolgens portierster. Na de herverkiezing van abdis Wallop, was Martina Vervaeke, die toen al goed in de zeventig was, nog eerste discrete.

Er komt een Brugse familie Vervaeke voor in die periode.

29)  Johanna Clara Danneels

abdis 1732-1738 (†)

Ze werd onder nummer 176 ingeschreven, als ingetreden op 8 mei 1698 en het jaar daarop geprofest. Ze werd geboren circa 1678 en overleed op 28 mei 1738, 60 jaar oud. Op 21 januari 1732 werd ze tot abdis verkozen en geconfirmeerd door ex-provinciaal Hieronymus Cogghe, in 1735 door dezelfde en opnieuw op 6 februari 1738 door provinciaal Stefanus De Neef. Ze overleed vier maanden na die laatste aanstelling.

30)  Theresia Josepha Reinacx

abdis 1738-1764 (†)

Ze werd onder nummer 188 ingeschreven, als ingetreden op 18 oktober 1716 en het jaar daarop geprofest. Ze werd geboren circa 1696 en overleed op 8 maart 1764, 68 jaar oud.

Na onder haar voorgangster novicemeesteres te zijn geweest, werd ze tot abdis verkozen op 6 juni 1738 en geconfirmeerd door provinciaal Stefanus De Neef, op 14 mei 1741 geconfirmeerd door provinciaal Ignatius Gheysens, op 2 mei 1744 door provinciaal Electus De Graeve, op 25 april 1747 door Bertrand Van den Abeele, op 3 april 1750 en 26 april 1753 door Electus De Graeve, op 11 mei 1756 door Bertrand Van den Abeele, op 2 juli 1759 door Jacobus van Maelsaecke, op 22 juni 1762 door Electus De Graeve.

Ze bleef 26 jaar abdis.

Er waren in Brugge verschillende makelaars Reinacx in de eerste helft van de 18de eeuw.

31)  Clara Angelina de Cornelis     

abdis 1764-1770 (†)

Ze werd onder nummer 200 ingeschreven, als ingetreden op 29 november 1732 en het jaar daarop geprofest. Ze werd geboren circa 1712 en overleed op 18 maart 1770, 58 jaar oud. In 1756 novicemeesteres geworden, volgde ze op 12 maart 1764 de overleden abdis op en werd geconfirmeerd door provinciaal Bertrand Van den Abeele, opnieuw op 11 mei 1767 door  Cornelis Van Houtryve, vicaris-provinciaal, tijdens de ziekte van provinciaal van Maelsaecke.

32)  Christina Victoria Jooris

abdis 1770-1773 (†)

Ze werd onder nummer 208 ingeschreven, als ingetreden op 10 juni 1748 en het jaar daarop geprofest. Ze werd geboren circa 1728 en overleed op 22 mei 1773, 45 jaar oud. Ze werd op 21 maart 1770 tot abdis verkozen en geconfirmeerd door provinciaal Bertrand Pycko.

33)  Philippina Maria De Rechter

abdis 1773-1779 (†)

Ze werd onder nummer 204 ingeschreven, als ingetreden op 19 oktober 1737 en het jaar daarop geprofest. Ze werd geboren circa 1717 en overleed op 18 maart 1779, 62 jaar oud. Ze werd tot abdis gekozen en geconfirmeerd op 25 mei 1773 door provinciaal Hubaldus Haemers, op 7 juli 1776 door Aloysius Minne.

34)  Anna Maria Vander Plancke (Zuster Coleta)

abdis 1779-1794

Ze werd onder nummer 209 ingeschreven, als ingetreden op 30 april 1754 en het jaar daarop geprofest. Ze werd geboren circa 1734 en overleed op 6 mei 1806, ongeveer 72 jaar oud. Ze werd op 21 maart 1779 tot abdis verkozen en geconfirmeerd door provinciaal Bertrand Pycko, op 14 februari 1783 door Hubaldus Haemers en op 23 mei 1791 door Hubertus Tienpont.

Ze bleef onafgebroken abdis tijdens de moeilijke periode van de eerste afschaffing in 1783 en de heroprichting op 15 december 1790. Na haar vervanging op 4 augustus 1794 nam ze de functie van vicaris op, die ze tot aan haar overlijden bleef uitoefenen.

35)  Johanna Catharina Willaert (Zuster Maria Crescentia)

abdis 1794-1829

Ze werd onder nummer 221 ingeschreven, als ingetreden op 26 september 1765 en het jaar daarop geprofest. Ze werd omstreeks 1745 in Kortrijk geboren en overleed op 7 februari 1830, ongeveer 85 jaar oud. Tot abdis verkozen en geconfirmeerd op 4 augustus 1794 door provinciaal Hubaldus Haemers. De ganse periode na de tweede afschaffing van het klooster in 1796, bleef ze, zonder herverkiezing, de clandestiene communauteit leiden.

Ze werd opnieuw verkozen  in 1809 en geconfirmeerd door Petrus Depauw, grootvicaris van bisschop Fallot de Beaumont, (Memoriaalboek: In 1804 onder de gehoorzaamheid van de bisschop gesteld), op 30 januari 1817 opnieuw geconfirmeerd door bisschop de Broglie, op 19 april 1820 en 10 juni 1823 door de provinciaal Robert van Geluwe, en op 13 juni 1826 door het vicariaat van Gent.

Ze loodste het klooster doorheen de moeilijke periode van de tweede afschaffing in 1796 en de heroprichting.

36)  Barbara De Smedt (Zuster Benedicta)

abdis 1829-1831

Ze werd onder het nummer 257 ingeschreven, als ingetreden op 20 april 1817 en het jaar daarop geprofest. Ze werd circa 1797 in Roeselare geboren en overleed in Antwerpen op 15 februari 1857, 60 jaar oud.  Werd tot abdis gekozen op 15 juni 1829 en geconfirmeerd door deken Corselis, in naam van het vicariaat van het bisdom Gent, sede vacante. Ze oefende het ambt slechts twintig maanden uit en nam ontslag op 5 februari 1831: duidelijk een interim. In 1834 werd ze abdis van het nieuw gestichte klooster in Antwerpen.

37)  Julie Berlamont (Zuster Maria Dominica)

abdis 1831-1871 (†)

Ze werd onder nummer 265 ingeschreven, als ingetreden in januari 1825 en geprofest op 19 januari 1826. Ze werd op 14 maart 1799 in Izegem geboren en overleed in Brugge op 31 augustus 1871, 72 jaar oud.

Het gaat hier onbetwistbaar om de voornaamste abdis die het klooster van de Clarissen van Brugge heeft gekend, omwille van de uitzonderlijke lengte van haar ambtstermijn – precies veertig jaar – en vooral om het groot dynamisme dat zij aan de dag legde, hetgeen onder meer resulteerde in het stichten van dertien nieuwe kloosters.

Ze werd, na onder haar voorgangster novicemeesteres te zijn geweest, voor de eerste maal tot abdis verkozen en geconfirmeerd, in naam van de bisschop van Gent, door deken en vicaris Frans Thomas Corselis op 8 februari 1831. Ze werd herkozen op 8 februari 1834 (geconfirmeerd door de hulpbisschop van Gent en weldra nieuwe bisschop van Brugge, Renaat Boussen), op 10 september 1837, op 20 september 1840, op 15 oktober 1844, in 1848, op 20 maart 1851 (door bisschop Jan Baptist Malou), op 14 oktober 1854, op 14 november 1857, op 20 november 1860, op 14 oktober 1863, op 16 oktober 1866 (door bisschop Joseph Faict) en op 20 oktober 1869.

Door een anoniem auteur, geïdentificeerd als kanunnik Adolphe Duclos, werd een uitgebreid levensbericht over haar gepubliceerd: Vie de la Mère Marie-Dominique, dans le monde Julie Berlamont, abbesse des Pauvres-Claires Colettines de Bruges, Brugge, 1873, nieuwe uitgave 1888.

38)  Rosa Liebaert (Zuster Bernardine de Saint Jean-Baptiste)

abdis 1871-1880 (†)

Ze werd onder nummer 273 ingeschreven, als ingetreden in oktober 1833 en geprofest op 30 oktober 1834. Ze was in Oostende geboren op 6 juni 1806 en overleed op 27 juni 1880, 74 jaar oud. Ze was gedurende meer dan 25 jaar de rechterarm van haar voorgangster, voornamelijk in de functie van novicemeesteres.

Ze werd tot dienstdoende abdis aangesteld door bisschop Faict na het overlijden van moeder Berlamont.  Op 16 november 1872 werd ze verkozen en op instructie van bisschop Faict bleef ze de volgende triënnaten in functie, zonder herverkiezing.

Door (waarschijnlijk) dezelfde anonieme auteur werd een levensbericht over haar gepubliceerd: Sur la vie de la Mère Marie-Bernardine, dans le monde Rose Liebaert, als bijvoegsel bij de tweede uitgave in 1888 van het hierboven gemelde werk.

39)  Marie Isabelle de Robiano (Zuster Françoise de la Croix)

abdis 1880-1891 (†)

Ze werd onder nummer 327 ingeschreven, als ingetreden in mei 1854 en geprofest op 18 mei 1855. Zij werd geboren in Marchin op 27 augustus 1835 en overleed op 22 juni 1891, 56 jaar oud.

Ze werd tot abdis verkozen op 4 juli 1880 en door bisschop Faict geconfirmeerd. Ze bleef in functie tot aan haar dood, doordat bisschop Faict tot de voortzetting van haar mandaat besliste, zonder herverkiezingen.

Isabelle de Robiano behoorde tot het adellijk geslacht van de graven van Robiano. Haar vader was Victor-Emmanuel de Robiano (1807-1864) die in 1831 huwde met Louise de Namur d’Elzée (1812-1848). Ze hadden tien kinderen, twee zonen en acht dochters, waarvan er zes in het klooster traden. Uit een tweede huwelijk had de Robiano nog eens vijf kinderen[8].

40)  Adolphine Verlaine (Zuster Marie-Colette du Sacré Coeur)   

abdis 1891-1900 (†)

Ze werd onder het nummer 346 ingeschreven, als ingetreden in juni 1864 en geprofest op 22 juni 1865. Ze was in Ottignies geboren in 1830 en overleed op 16 augustus 1900, 70 jaar oud. Ze werd tot abdis verkozen op 28 juni 1891, geconfirmeerd door bisschop Faict en bleef de functie uitoefenen, zonder herverkiezing, tot aan haar dood.

41)  Rachel Pringiers (Zuster Marie-Joséphine-Clémence de Jésus)

abdis 1900-1922 en 1925-1940 (†)

Ze werd onder nummer 385 ingeschreven, als ingetreden in oktober 1890 en geprofest op 25 februari 1892. Ze was in Kortrijk geboren op 21 januari 1871 en overleed op 14 augustus 1940, 69 jaar oud.

Ze werd een eerste maal verkozen, met dispensatie voor de leeftijd (ze had de minimumleeftijd van 30 jaar nog niet bereikt) op 3 september 1900 en geconfirmeerd door bisschop Gustave Waffelaert. Ze werd herkozen op 3 september 1903, op 3 september 1906, op 3 september 1909, op 6 september 1912, verlengd in 1915 (zonder herverkiezing) en op 9 maart 1919.

Na een tussenpauze van drie jaar, een gevolg van de nieuwe kerkelijke directieven waarbij oversten slechts gedurende twee opeenvolgende ambtstermijnen konden aanblijven, werd ze op 17 maart 1925 opnieuw verkozen en door bisschop Waffelaert geconfirmeerd. Hetzelfde gebeurde op 19 maart 1928, op 16 maart 1931, op 16 maart 1934 (bisschop Hendrik Lamiroy) en op 5 mei 1937, mits de vereiste dispensatie verleend door de Congregatie van de religieuzen. De voorziene verkiezing begin 1940 ging omwille van de oorlogsomstandigheden niet door, en haar mandaat werd door bisschop Lamiroy verlengd.

42) Augusta Goethals (Zuster Gabrielle van de Moeder Gods)                

abdis 1922-1925 en 1940-1952

Ze werd onder het nummer 393 ingeschreven, als ingetreden in januari 1895 en geprofest op 21 januari 1896. Ze was in Meulebeke geboren op 10 juli 1876 en overleed op 7 juli 1954, bijna 78 jaar oud.

Ze werd een eerste maal tot abdis verkozen op 17 maart 1922, maar stond drie jaar later de functie opnieuw af aan haar voorgangster. Ze werd een tweede maal verkozen op 6 september 1940 en geconfirmeerd door bisschop Lamiroy. Ze werd herverkozen op 9 september 1943, 27 september 1946, 18 oktober 1949 en nam in oktober 1952 om gezondheidsredenen ontslag.

43) Anna Verrotte (Zuster Marie-Claire van het Heilig Hart)                      

abdis 1952-1957 (†)

Ze werd onder het nummer 408 ingeschreven, als ingetreden in januari 1920 en werd geprofest op 29 januari 1921. Ze werd geboren in Anzegem op 18 januari 1896 en overleed op 29 mei 1957, 61 jaar oud.

Ze werd tot abdis verkozen op 4 november 1952 en geconfirmeerd door bisschop Emiel-Jozef De Smedt. Ze werd herverkozen op 4 november 1955.

44) Lutgarde Bogaert (Zuster Stanislas van de Onbevlekte Ontvangenis)

abdis 1957-1972

Ze werd onder het nummer 411 ingeschreven, als ingetreden in december 1923 en geprofest op 11 december 1924. Ze was geboren in Gistel op 5 maart 1900 en overleed in Auch (Frankrijk) op 16 juli 1990.

Ze werd op 21 juni 1957 tot abdis gekozen en door bisschop De Smedt geconfirmeerd. Ze werd herverkozen op 21 juni 1960, op 21 juni 1963, op 24 juli 1966 en op 10 augustus 1969 tot een vijfde termijn toegelaten, met goedkeuring van de Congregatie van de religieuzen.

45) Martha Van Gheluwe (Zuster Marie-Colette van de Heilige Geest)

abdis 1972-1978

Ze werd onder het nummer 412 ingeschreven, als ingetreden in december 1933 en geprofest op 16 december 1934. Ze was geboren in Boezinge op 30 maart 1911 en overleed in Kapellen op 11 juni 1997.

Ze werd tot abdis verkozen op 9 december 1972 en opnieuw op 10 november 1975.

46) Anna Backx (Zuster Maria-Dominica van het Onbevlekt Hart van Maria)

abdis 1978-1990

Ze werd onder het nummer 417 ingeschreven, als ingetreden in februari 1953 en geprofest op 2 februari 1955. Ze is geboren in Schaarbeek op 27 maart 1928 en vierde in 2003 haar gouden kloosterjubileum.

Ze werd tot abdis verkozen op 17 november 1978. Na de sluiting van de abdij in 1990, bleef ze de communauteit, samen gebleven als groep vrome vrouwen, tot op heden verder leiden.

Andries Van den Abeele

(gepubliceerd in Biekorf, 2003, 4de kwartaal).


[1] Archief Paters Kapucijnen, Antwerpen, Archief Arme Klaren Brugge, Memoriaalboek; A. VAN DEN ABEELE, De “geestelijke vaders en moeders” van het klooster der Arme Klaren Coletienen in Brugge, in: Biekorf, 2003, blz. 110-130.

[2] A. VAN DEN ABEELE, De bastaarddochter van Lodewijk van Gruuthuse, in: Biekorf, 2001, blz. 152-157.

[3] M. LE GLAY, Cameracum Christianum ou histoire ecclésiastique du diocèse de Cambrai, Lille, 1849, p. 367.

[4] Met een kruisje aangeduide abdissen zijn in hun ambt van abdis overleden.

[5] Ed. VAN SPEYBROUCK, Généalogies inédites de familles nobles et patriciennes de Flandre, Brugge, 1890, p. 58-66.

[6] H. LIPPENS, Inventaire analytique des archives de l’abbaye des soeurs Colettines à Bruges, in: Franciscana, 1960, p. 182-183.

[7] J. VAN VYVE, Histoire et généalogie de la famille Van Vyve, Bruxelles, 1982, blz. 211-212.

[8] Annuaire de la Noblesse belge.

www.andriesvandenabeele.net