Het levensverhaal van een “Bruggeling buiten Brugge”

Timmerwerk door Joris Note

Joris Note is de auteur van de roman De tinnen soldaat, van verhalenbundels en van heel wat artikels en essays, onder meer in de Standaard der letteren. Zopas heeft hij onder de titel Timmerwerk, bij de Bezige Bij een boek gepubliceerd dat biografie en roman in zich verenigt. Biografie, omdat hij het levensverhaal van zijn vader schetst, roman omdat hij de onvermijdelijke blinde vlekken met eigen verbeeldingskracht aanvult en een tijdsbeeld schetst waarvan hij vermoedt dat het beantwoordt aan hoe zijn vader het allemaal beleefde.

Het met schroom en liefdevolle genegenheid gereconstrueerde levensverhaal van Julien Note raakt aan de recente Brugse geschiedenis. Het is hier, in de Carmersstraat dat hij in 1906 geboren werd. Het Sint-Anna van paster Fonteyne en Narden Minnebo komen er aan te pas. Vervolgens de Mortierstraat, waar de grootouders café ’t Pomptje openhielden, terwijl de grootvader werkte bij brouwer Floor in Rozendal. Het begin van de christelijke sociale werken en van de vakschool, met de priesters Lauwers en Logghe, komen in beeld.

In 1929 verliet Julien Note zijn geboortestad, om te gaan werken in Antwerpen bij de Douane en Accijnzen en om te huwen met een meisje uit Brecht. Zijn Brugse wortels en vooral zijn Brugse taal en tongval diende hij liefst zo snel mogelijk te vergeten. De superieure Antwerpenaars zegden in hun eigen schabouwelijke dialect: “Hij spreekt toch slecht, we verstaan hem bijna niet”. Ook de auteur verkneukelt zich, maar zonder superioriteit, aan de taal van zijn tantes en zijn neven en nichten, die hij naar aanleiding van vakantiebezoeken leerde kennen.

In de loop van het boek komt Brugge er dan ook vaak aan te pas, hetzij bij het herinneren aan bezoeken die Julien er bracht, hetzij naar aanleiding van de zoektocht die Joris Note, als “Bruggeling buiten Brugge” van de tweede generatie, naar zijn Brugse familiewortels ondernam.    

Het is het soort boeken dat thans de gunst van het publiek heeft, althans in Nederland, waar een gelijkaardig werk Het zwijgen van Maria Zachea door Judith Koelemeyer gewijd aan haar grootmoeder, onlangs bekroond werd met de Publieksprijs, net zoals in 2000 deze prijs ten deel viel aan Geert Mak, voor De eeuw van mijn vader, een vergelijkbare onderneming. Het gaat in deze boeken, net zoals bij Joris Note, om de zoektocht naar het hoe en het waarom van een razendsnelle maatschappelijke evolutie, gezien door het prisma van één enkel bescheiden mensenleven. Het boek van Note kreeg dan ook een uitstekende pers in de Nederlandse bladen, wat hem zal troosten voor de minder vriendelijke ontvangst vanwege sommige recensenten in Vlaanderen.

Naast de literaire kwaliteiten van het boek en naast de Brugse roots waardoor het voor Bruggelingen interessant is, kan het ook tot inspiratie dienen voor genealogen, opdat ze van hun familiegeschiedenis méér zouden maken dan het droge opsommen van geboorten, huwelijken en sterfgevallen.

Andries Van den Abeele

(gepubliceerd in: Brugge die Scone, 2002, n° 4, blz. 62)

www.andriesvandenabeele.net