Brugge in nood

Wie denkt dat Brugge nog steeds het toonbeeld is van de zorgvuldig bewaarde, oordeelkundig gemoderniseerde en gezellig bewoonbare historische stad, loopt helaas achter op de werkelijkheid.

De zorg om het bouwkundig erfgoed is nog nauwelijks aanwezig. Bovenop de sensationele funderingen van de Romaanse Sint-Donaaskerk en van de eerste omwallingmuur van de stad bouwt een internationale hotelketen een protserig gebouw. Een 14de-eeuws zeldzaam herenhuis gaat binnenkort tegen de vlakte en de lijst van interessante of merkwaardige huizen, sommige uit de middeleeuwen, die in de voorbije jaren werden gesloopt, is bedroevend lang.

De restauratie van wat wél overeind mag blijven, gebeurt van langsom slordiger en minder oordeelkundig. opvallend veel interieurs worden verminkt en de meeste restauraties gebeuren zonder vooronderzoek. De controle op de werken is miniem en bij overtredingen worden zelden sancties genomen.

De zorg voor het uitzicht van de bebouwde omgeving is gering. De eenvoudige schoonheid van rustige huizenrijen wordt ontwaard door de intocht van industriële bouwmaterialen, in beton, plastiek of tropische houtsoorten. Men schenkt niet langer aandacht aan de detailafwerking, waardoor lompe ramen, deuren en dakramen het stadsbeeld ontsieren. Tal van oude bouwelementen worden vervangen door smaakloze tierlantijntjes en schreeuwerige kleuren.

Het meest opzienbarend in de recente evolutie is het neerstrijken in Brugge van de big business. De projectontwikkelaars komen met buitenschalige en buitenissige ontwerpen een snelle en optimale winst najagen. In het verleden was ook niet alles perfect, maar het zich houden aan de gemeentelijke bouwvoorschriften liet toe het ergste te vermijden en het historisch relatief ongeschonden te vrijwaren. Dit is niet langer het geval.

Het bouwen van appartementsgebouwen met vijf bouwlagen wordt weer toegelaten, ondanks de zware belasting voor de omwonenden in traditionele woonbuurten. De schaalvergroting laat toe dat enkelingen zich verrijken ten koste van de algemene leefbaarheid.

Op de Garenmarkt wordt een enorme seniorie opgetrokken, warvoor waardevolle gebouwen tegen de vlakte gingen. In de Vlamingstraat, naast de schouwburg, wordt een huizencomplex gesloopt voor een blokkendoos. Zelfs een groot middeleeuws patriciërshuis moet er aan geloven. De sloping gebeurt tegen alle deskundige adviezen in. Dit zijn slechts twee voorbeelden van grootschalige projecten die zich tussen oude huizen opdringen en de stad doen lijden.

Grote hotelketens maken de hele binnenstad "onveilig". Ze goochelen met honderden hotelkamers op de Burg, in de schaduw van de Halletoren, aan het Pandreitje en elders. Blijkbaar wordt niet nagedacht over de leefbaarheid van de binnenstad. De vele hotels tasten de bewoonbaarheid aan van rustige woonwijken en de kwaliteit van het toerisme. De huur- en verkoopprijzen stijgen pijlsnel en straks wonen geen Bruggelingen meer in de binnenstad. Grootschalige hotelprojecten horen buiten de historische binnenstad te blijven: met tweeduizend hotelkamers is Brugge in de binnenstad oververzadigd.

Verwijzen naar het Structuurplan voor Brugge wordt op hoongelach onthaald. Ambtenaren krijgen niet langer de kans zich de gemeentelijke bouwvoorschriften te herinneren of te pleiten voor een goede stedenbouw en een zorgvuldige monumentenzorg. De werking van de stedelijke dienst monumentenzorg en stadsvernieuwing wordt uitgehold. Voor enkele belangrijke projecten werd zelfs niet het advies gevraagd van de stedelijke raadgevende commissie voor stedenschoon. Met negatieve adviezen van deze commissie wordt trouwens zelden rekening gehouden, tenzij het om een bagatel gaat. De stuurgroep voor de binnenstad wordt ontbonden…

Daarom luiden wij de noodklok. S.O.S. Brugge

Ernest Schepens, voorzitter Willemsfonds Brugge en Julius Sabbe Studiekring

Andries Van den Abeele, voorzitter Stichting Marcus Gerards

Bob Vanhaverbeke, voorzitter Brugge die Scone

Bovenstaande tekst werd in gemeenschappelijk overleg door de drie ondertekenaars geconcipieerd, waarbij ik de pen hield.

De tekst verscheen als Vrije Tribune in De Standaard op 30 april 1990.

Hij verwekte opschudding en werd spoedig gevolgd door de oprichting van

SOS voor een leefbaar Brugge, een apolitieke actiegroep die uitgroeide tot een echte volksbeweging, die Brugge deed daveren.

Een aantal teksten op mijn webstek, verzameld onder de rubriek SOS Brugge, hebben betrekking op de activiteiten van SOS voor een leefbaar Brugge. Ik beperk me hierbij tot de teksten die uit mijn pen zijn gekomen, en hetzij op mijn naam, op die van de Stichting Marcus Gerards of van SOS voor een leefbaar Brugge zijn gepubliceerd.

Daarnaast bestaan nog veel meer teksten, verslagen, persberichten, brochures die door de andere leden van de actiegroep werden geschreven. Geïnteresseerden zullen die ofwel moeten opvragen bij de auteurs zelf, ofwel geduld nemen tot de archieven van de groep in openbare archieven (Stadsarchief Brugge, en voor wat mijn archieven over die periode betreft KADOC, Leuven).

Wat betreft de hierboven afgedrukte Vrije Tribune, zal men bij het opzoeken van de tekst in de vermelde krant, vaststellen dat bovenaan twee paragrafen voorkomen, die niet door de auteurs waren opgesteld. De redactie van de krant voegde die op eigen initiatief aan de tekst toe. Wellicht waren ze als redactionele inleiding bedoeld, maar ze verschenen als de twee eerste paragrafen, alsof ze uit de pen van de auteurs kwamen. Deze paragrafen luidden als volgt:

Wie de jongste jaren, zelfs buiten de topweekeinden in Brugge vertoefde, weet dat de stad steeds nadrukkelijker het venster is waardoor de wereld Vlaanderen bekijkt. De toeristische belangstelling neemt, bijna schrikbarend, ontzettend toe en veroorzaakt naast vreugde ook kopzorgen aan de locale bewindslui. Ook de "autochtone" Bruggelingen lijken niet zo gerust in de te betalen tol voor die internationale reputatie.

Enkelen onder hen, van uiteenlopende origine en met verschillende professionele bezigheid, maken zich erg ongerust over sommige geplande urbanistische ingrepen en achten het noodzakelijk de noodklok te luiden. Misschien betekent dit de aanzet tot een ruimer debat.

Deze inleiding ontkrachtte enigszins ons betoog, door er een invalshoek aan te geven alsof wij de schuld op de toeristische toevloed wierpen. Nochtans was het enige probleem dat we in verband met het toerisme aanraakten, het neerstrijken van de big business en het bouwen van buitenschalige ketenhotels. Onze fundamentele bezwaren lagen op een heel ander en ruimer gebied, maar die waren blijkbaar voor sommigen iets moeilijker om vatten, begrijpen of weergeven.

In de loop van onze verdere acties zouden we nog vaak ondervinden dat buitenstaanders en journalisten, de actie wilden verengen of niets anders zagen dan het luik "toerisme". We hebben meer dan dikwijls moeten benadrukken dat niet daar het zwaartepunt van onze acties lag, zoals ons 21 punten tellende urgentieprogramma en al onze publicaties duidelijk aantoonden.

Anderzijds zal men in De Standaard vaststellen dat de titel werd aangevuld met een vraagteken. Dit was niet de overtuiging van de auteurs: wij stelden geen vraag maar deelden een realiteit mee.

www.andriesvandenabeele.net