Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse beweging,


(Red. R. De Schrijver, B. De Wever, e.a.), Uitgeverij Lannoo, Tielt, 1998, 3 volumes, 3800 blz., ill., (met bijgevoegde CD-Rom)

In 1973 - 1975 verscheen een Encyclopedie van de Vlaamse Beweging, die zich als een referentiewerk aandiende. Méér dan een geschiedkundige publicatie, was het een geëngageerd werk. Een aantal auteurs van dit naslagwerk was immers ook acteur of gewezen acteur in deze Vlaamse Beweging, met als eerste onder hen Hendrik Elias, historicus maar ook leider van het VNV tijdens de oorlog. Dit kwam onder meer tot uiting in de bijdragen die over collaboratie en repressie handelden, waarbij volgens Marc Reynebau “de collaboratiefeiten verdonkeremaand” werden en “de beweegredenen van de collaborateurs vergoelijkt en zelfs verheerlijkt”[1]. Anderzijds ontkwamen de auteurs niet altijd aan het probleem van de juiste afbakening van wat onder Vlaamse Beweging moest worden verstaan. Behelsde dit alleen wat vijandig was tegenover ‘België’, of hoorden hier ook de inspanningen bij van al wie voor Vlaanderen opkwam met aanvaarding van het Belgisch kader? Behoorde de culturele strijd, in de eerste plaats de taalstrijd onmiskenbaar tot de Vlaamse Beweging, dan was dit soms minder duidelijk af te lijnen op het politiek en economisch vlak.

Hoe dan ook is deze encyclopedie een kwarteeuw lang een nuttig naslagwerk gebleven, waarin men veel gegevens aantrof die men elders vruchteloos zou gezocht hebben. Ondertussen is een aanzienlijke vooruitgang geboekt in de kennis over alles wat in en rond de Vlaamse Beweging en over het algemeen in Vlaanderen is gebeurd. Een groot aantal licentiaatverhandelingen en doctorale proefschriften hebben, naast veel ander onderzoek en publicaties niet alleen de kennis over dit deel van onze geschiedenis aanzienlijk doen toenemen, maar hebben het op een veel hoger wetenschappelijk niveau getild, het niveau waarop de feiten en gebeurtenissen objectief worden behandeld en in perspectief gesteld, met als enige passie die van het achterhalen van de waarheid[2].

Veel van de jonge historici die zich hierin verdienstelijk hebben gemaakt, verleenden hun medewerking aan de uitgave van de nieuwe encyclopedie, onder de leiding van voornamelijk de professoren Reginald De Schrijver en Bruno De Wever. Tot deze publicatie werd in 1993 beslist en ze werd mogelijk gemaakt door de forse toelage (17 miljoen fr.) die de Vlaamse regering verleende.

Een encyclopedie is per definitie geen synthesewerk, maar een aaneenschakeling van los van elkaar staande lemmata, die aan de lezer een maximum aan informatie willen verstrekken. De keuze zal hierbij voor de samenstellers ongetwijfeld niet eenvoudig geweest zijn. Moest men die zeer talrijke, vaak heel efemere en confidentiële strijdblaadjes behandelen? Wellicht wel, omdat het geheel ervan een bepaald beeld kan scheppen. Moesten compleet vergeten acteurs weer in de herinnering worden gebracht? Wellicht ook, als men een beeld wilde geven van het “voetvolk” dat zich voor de Vlaamse Beweging inzette. Het risico van de versnippering en van het anekdotische werd trouwens voortreffelijk opgevangen door talrijke en soms zeer uitgebreide synthesebijdragen over  algemene thema’s.

Ook de keuze van de behandelde personen zal zeker niet gemakkelijk geweest zijn. Is ze bevredigend? Ik weet het niet. Bij het politiek personeel heeft men de nadruk gelegd op allen die tot de Vlaams-nationalistische familie behoorden of behoren, terwijl de vertegenwoordigers van de traditionele partijen er als het ware bij homeopathische dosis in voorkomen en dan nog soms omdat ze als tegenstanders van de Vlaamse Beweging beschouwd worden of op dit vlak vatbaar geacht worden voor kritiek.

Vlaams-nationalistisch gekozene geweest zijn vóór de oorlog of als Belgisch of Vlaams parlementslid voor de Volksunie of voor het Vlaams Blok verkozen zijn na de oorlog, was voldoende om in de Encyclopedie te figureren[3]. Een West-Vlaams voorbeeld: de VNV’er en oorlogsgouverneur Michiel Bulckaert wordt uitgebreid behandeld, maar geen woord over Pierre d’Ydewalle en Olivier Vanneste, die essentiële gangmakers geweest zijn voor de economische ontwikkeling en meteen voor de culturele ontvoogding van onze provincie na de Tweede wereldoorlog. Hetzelfde kan gelden voor iemand zoals burgemeester Pierre Vandamme waarvan men objectief kan vaststellen dat hij voor de bevolking van zijn stad méér heeft betekend dan sommige mandatarissen die tot Vlaamse Bewegers zijn uitgeroepen. Anderzijds wordt van een aantal personen alleen of hoofdzakelijk maar vermeld wat ze voor de Vlaamse Beweging in de strikte zin hebben betekend, zelfs als dit maar één aspect, soms zelfs maar een tijdelijk aspect van hun levensloop en activiteiten was.

Wellicht was dit onvermijdelijk, maar het toont meteen aan dat een Encyclopedie van de Vlaamse Beweging maar één facet van de Vlaamse geschiedenis behandelt en men de vele andere facetten niet uit het oog mag verliezen, wil men een evenwichtig beeld verkrijgen van de evolutie die Vlaanderen (in de relatief recente betekenis van deze naam als de nederlandstalige Belgische provincies) in de laatste paar eeuwen heeft gekend. Wellicht ooit stof voor een Algemene Encyclopedie van Vlaanderen.

De Vlaamse Beweging kan op heel wat adelbrieven bogen. Na de Franse Revolutie en na 1830 behoorde het tot de mogelijkheden dat de Vlaamse provincies versneld zouden verfransen. De intellectuele klasse was dat al bijna volledig. Onze eigen Handelingen bleven tot na de Eerste wereldoorlog een bijna uitsluitend in het Frans opgesteld tijdschrift terwijl de eerste volledig in het Nederlands opgestelde jaargang pas van 1957 dateert en er jaarlijks nog tot 1978 belangrijke bijdragen in het Frans in werden opgenomen. De generatieslange strijd voor het behoud van de eigen taal en cultuur is moeilijk geweest, maar heeft uiteindelijk gezegevierd. De vele acteurs in deze evolutie, hun uiteenlopende motivaties en inbreng, zal men in deze Encyclopedie in overvloed aantreffen.

Een minder mooie bladzijde, die evenmin uit de weg wordt gegaan, is die van de collaboratie. Het blijft op het eerste zicht onbegrijpelijk dat diegenen die zich de voortrekkers van de Vlaamse Beweging achtten, na eerst al tijdens de Eerste wereldoorlog het verkeerde pad van samenwerking met de Duitse bezetter te zijn ingeslagen, dit in 1940 opnieuw zo massaal hebben gedaan, hierdoor een aanzienlijke schade toebrengend aan de zaak die zij verdedigden[4]. De collaboratie was natuurlijk geen Vlaams fenomeen. In Frankrijk, in Wallonië, in Nederland is ze even aanzienlijk geweest. De recente geschiedschrijvers hebben terecht benadrukt dat VNV en andere formaties niet in de eerste plaats in de collaboratie zijn gestapt omwille van hun Vlaamse overtuiging, maar omwille van hun fascistische ingesteldheid, die ook al vóór het uitbreken van de oorlog een feit was.

In Vlaanderen heeft de collaboratie in grote mate de trekken van de Vlaamsgezindheid aangenomen, omdat het in de eerste plaats de Vlaamsnationalisten waren die zich, in blinde gehoorzaamheid aan hun ‘leiders’, zonder aarzelen in de collaboratie stortten. Onder hen, naast en achter hen bevonden zich de economische en militaire collaborateurs, de opportunisten en carrièrejagers, de verklikkers en avonturiers, de boeven en criminelen die men in dergelijke gevallen in alle landen aantreft en die de idealisten en argelozen meesleepten in het odium dat de collaboratie op zich laadde.

Dat de zuivering na de oorlog velen trof die voordien met de Vlaamse Beweging te maken hadden, kon de indruk wekken dat het die Beweging zelf was die men wilde treffen. Het gevolg was dat men niet, zoals in de ons omringende landen van zuivering  of epuratie sprak, maar het woord repressie courant werd en men hierdoor niet getroffen werd maar er slachtoffer van was. Een halve eeuw later is het oordeel hierover evenwichtiger en serener geworden. Ook al waren er onrechtvaardige vervolgingen, in algemene lijnen moet men besluiten dat de repressie onvermijdelijk en gerechtvaardigd (daarom nog niet in alle gevallen rechtvaardig) was. De talrijke biografieën van diegenen die de collaboratie instapten, tonen dit duidelijk aan. Of iedereen uit die geschiedenis de passende lessen heeft getrokken, blijft ook vandaag nog onzeker. De Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging reikt alvast een massale documentatie en informatie aan voor wie zich hierover een mening wil vormen.

Naast de in een zo omvangrijk werk onvermijdelijke typografische en grammaticale fouten, zijn er ook gegevens die voor verbetering vatbaar zijn. Enkele West-Vlaamse voorbeelden : Hendrik Baels was natuurlijk geen telg uit een rederijkers- maar uit een redersfamilie – Leon Bekaert was geen baron - Samuel De Vriendt is nooit directeur van de Brugse Kunstacademie geweest, noch in 1927 noch later – Het Jong Volksche Front verdween niet in 1944, maar werd opgeheven en in de KSA geïntegreerd in juli 1943 –  bij Emmanuel Coppieters en Etienne Floré, staat in tegenstelling tot recenter overledenen, geen overlijdensdatum vermeld – Leo De Foere is nooit kanunnik geweest (art. Spellingoorlog) – De Gazette van Brugge evolueerde niet van neutraal naar katholiek in 1851 maar in 1849 en in 1899 stapte uitgever Louis M. Herreboudt niet over naar het daensisme van priester Fonteyne.

West-Vlaanderen in de “Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging”

West-Vlaanderen komt vanzelfsprekend uitgebreid aan bod in deze Encyclopedie. We geven hierna een beknopt overzicht van de bijdragen die op onze provincie (en op Frans Vlaanderen) betrekking hebben. Bij een aantal artikels valt het evenwel op dat de vermelde literatuur niet refereert naar meer recente bijdragen in Brugse of West-Vlaamse geschiedkundige tijdschriften, die nochtans op de behandelde onderwerpen interessante of zelfs nieuwe lichten werpen. Dit doet niets af aan het feit dat men hier een massa gegevens aantreft over onze provincie, in bijdragen die vaak door historici uit West-Vlaanderen of van  West-Vlaamse origine zijn geschreven.

Algemene artikels

Vooreerst natuurlijk het algemeen artikel over West-Vlaanderen (in tegenstelling tot de steden Brussel, Antwerpen en Gent, werd geen apart artikel aan Brugge gewijd). Het is  wel enigszins verrassend dat voor West-Vlaanderen de periode na de Tweede wereldoorlog niet wordt behandeld “bij gebrek aan historisch onderzoek”. Dit steekt af tegen de artikels over de provincie Antwerpen waarin beknopt en over de provincies Oost-Vlaanderen en Limburg waarin uitgebreid de naoorlogse geschiedenis wordt behandeld, terwijl het aan Brabant gewijd artikel praktisch uitsluitend over de periode na de Tweede wereldoorlog handelt.

Verder vindt men gegevens over West-Vlaanderen in onder meer de volgende artikels: Activisme, AKVS, Bedrijfsleven, Blauwvoet, Blauwvoeterij, Collaboratie, Daensistische Beweging, Demografie[5], Emigratie, Frans-Vlaanderen, Fransmannen, Frontbeweging, Frontpartij, Fronttoneel, Guldensporenslag, IJzerbedevaarten, IJzertoren, Jeugdbeweging, Jeugdverbond voor katholieke Actie, Katholieke Vlaamse studentenbeweging, Kerels, Kerk, Klein Seminarie van Roeselare, Komen – Moeskroen,  Landsbond Vlaams-nationalistische mutualiteiten, Literatuur en Vlaamse Beweging, Nederland en Vlaanderen, Pers[6], Raad van Vlaanderen, Rodenbachfeesten, Ruitenbrekers, Spelersgilden, Studentenbeweging, Taal, Taalgrens, Uitgeverij en Boekhandel, Verdinaso, Volkskunde.

Verenigingen

De Bezembinders, Christelijk Vlaams Kunstenaarsverbond, Clauaertsgilde, Comité Flamand de France (Fr. Vl.), Dietsche Biehalle, Frans-Vlaamse Cultuurdagen, Gilde van Sinte Luitgaarde, Guldensporen-marathon, Institut Flamand de France (Fr.Vl), Jong Nederlandsche gemeenschap, Jong Vlaamsche Gemeenschap, Jong Volksche Front, Jozef Lootensfonds, Katholiek Vlaamsch Studentenverbond, Komitee voor Frans Vlaanderen, Liberale Volksbond, ’t Manneke uit de Mane, Menschen lyk Wyder (Fr.Vl.), Michiel de Swaenkring (Fr.Vl.), Rodenbachsblad, Sint Lutgardisgilde, Stichting Ons Erfdeel, Stichting Orde Drie Koningen, De Swighenden Eede, Van Gheluwe’s Genootschap, Vlaamsche Broederbond, Vlaamsche Studentenbond, De Vriendschap (Roeselare), Vriendenkring van het Komense, Zannekin-Werkgemeenschap (Fr.Vl.)

Drukwerk, drukkerijen en uitgeverijen, nieuwsbladen

Almanak voor de leerende jeugd van Vlaanderen, Biekorf, De Brugsche Beiaard, Het Brugsche Vrije, Cultura (uitgeverij), Desclée De Brouwer (uitgeverij), Excelsior (uitgeverij), De Franse Nederlanden, De Garve (uitgeverij), Gazette van Brugge, De Halletoren, Hernieuwen, ’t Jaer 30, De Klauwaert, De Knodse, Lannoo (uitgeverij), De Leie, Loquela, De Nederlanden (uitgeverij), De Nieuwe Tijd (Roeselare), De Nieuwe Tijd (Brugge), Notre Flandre (Fr.Vl.), La Nouvelle Flandre (Fr.Vl.), Ons Erfdeel, Onze Taal (Fr. Vl.), La Patrie, Radio Uylenspiegel (Fr.Vl.), Rond den Heerd, Septentrion, Le Spectateur Belge, Standaerd van Vlaenderen, Tisje Tasjes Almanak (Fr.Vl), De Torrewachter (Fr.Vl.), De Vlaamsche Vlagge, Vlaanderen, De Westvlaming.

Personen[7]

Activisten, Eerste wereldoorlog (24)

Ernest Van den Berghe, Arthur Bossier, Ferdinand Brulez, Lucien Brulez, Cesar Couvreur, Jerome Decroos, Alfons Depla, Gustaaf Doussy, Emile Dumon, Eugène Everaerts, Hyppolite Haerinck, Vital Haesaert, Marcel D’haese, Emiel Jacques, Victor Lambrecht, Godfried Rooms, Cyriel Rousseeu, Marcel Torreele, Constant Van Steenkiste, Marcel van de Velde, Jozef Verduyn, Gustaaf Vermeersch, Thelesphorus Vernieuwe, Albert Vlamynck.

Politici

VNV, DeVlag, Verdinaso

niet in de collaboratie gestapt (8)

Marcel Van den Bulcke, Emiel Butaye, Bert Claeys, Adiel Debeuckelaere, Edgard Muylle, Emiel Thiers, Berten Vallaeys, Joris van Severen.

in de collaboratie  gestapt (34)

Jan Acke, Odile Marechal-Van den Berghe, Bert Bijnens, Petrus De Brabandere, Michiel Bulckaert, Luc Carton, Hendrik Caeyman, Seppen Coene, Honoré Debusschere, Albert Deckmyn, Joris Dekeyser, Hendrik Demoen, Albert Derbecourt, Jozef Devroe, Joris Fassotte, Karel Fossey, Rarden Iserbyt, René Lagrou, Gaston Lambrecht, Jef De Langhe, Jeroom Leuridan, Honoré Loones, Remi Maddens, Valeer Portier, Fernand Quintens, Karel Roose, Antoon Samyn, Roger Soenen, Frans Strubbe, Irma Laplasse–Swertvaeger, Reimond Tollenaere, Joris Vansteenland, Achiel Verstraete, Sam De Vriendt.

Katholieke partij (13)

Hendrik Baels, August Beernaert, Victor Begerem, Jan-Baptist de Bethune, Jules Van Caeneghem, Philip Van Isacker, Alfons De Groeve, Alfons Van Coillie, Juliaan Delbeke, Gustaaf Sap, Alfons Van den Peereboom, Leon Visart de Bocarmé, Aloys van de Vyvere.

CVP (22)

Jan Beghin, August De Boodt, André Bourgeois, Antoon Breyne, Edgar De Bruyne, Albert De Clerck, Daniel Coens, Albert Coppé, Jules Coussens, Gerard Van den Daele, Jean-Luc Dehaene, Godfried Develter, Frantz Vandorpe, Renaat Van Elslande, Etienne Floré, Albert De Gryse, Robert De Man, Jozef Storme, Leo Vanackere, Robert Vandekerckhove, Marcel Vandewiele, André Vlerick.

Socialisten (12)

voor 1940: Emiel Moyson, Cesar De Paepe.

na 1940: Achiel Van Acker, Daan Boens, Joseph Coole, Walter De Brock, August Debunne, Richard Declerck, Marcel Deneckere, Alberic Deswarte, Georges Mommerency, Michiel Vandenbussche.

Liberalen (4)

voor 1940: Jules Boedt, 

na 1940: Adolf Van Glabbeke, André Kempinaire, Victor Sabbe.

Communist (1)

August Debrouwere

VU (27)

Patrick Allewaert, Mik Babylon, Koen Baert, Lode Van Biervliet, Jean-Marie Bogaert, Geert Bourgeois, Michel Capoen, Annemie Van de Casteele, Firmin Debussere, Raf Declercq, Daniel Deconinck, Jules Dessein, Pol Van den Driessche, Guido van In, Pieter Leys, Jan Loones, Etienne Lootens, Jan De Moor, Willy Persyn, Jean-Pierre Pillaert, Rik Vandekerckhove, Jaak Vandemeulebroucke, Chris Vandenbroeke, Paul Van Gansbeke,

Emiel Van Steenkiste, Franz Van Steenkiste, Luc Van Steenkiste.

Vlaams Blok (8)

Xavier Buisseret, Filip Dewinter, Mia Dujardin, Ignace Lowie, Filip De Man, John Spinnewyn, Frank Vanhecke, Roeland Van Walleghem[8].

Schrijvers, wetenschappers, componisten, kunstenaars, architecten (70)

Flor Barbry, Kris Barrezeele, Pieter Behaeghel, Peter Benoit, Constant Van den Berghe,

Frans Blieck, Marcel Boey, Pieter De Borchgrave, Herman Bossier, Ernest Brengier, Hendrik Brugmans, Raymond Brulez, Leonce du Castillon, Hugo Claus, Jozef Deleu, André Demedts, Maria Doolaeghe, Gaston Duribreux, Constant Duvillers, Joe English, Karel de Flou, Karel de Gheldere, Norbert Fonteyne, Edward Gailliard, Fred  Germonprez, Remi Ghesquière, Paul Hamelius, Raymond Herreman, Huib Hoste, Hubert Van Houtte, Karel Jonckheere, Jan A. De Jonghe, Joseph Kervyn de Lettenhove, Heiko Kolt, Omer-Karel De Laey, Jules Lagae, Jan Lambin, André Lammertyn, Frank Lateur (Stijn Streuvels), Julius Macleod, Marcel Matthys, Karel Mestdagh, Marcel Minnaert, Alfred Van Neste, Eugeen Van Oye, Willem Pee, Antoon Van der Plaetse, Remi Ponjaert (Remi Van Duyn), Willem Putman, Karel van de Putte, Pieter Renier, Albrecht Rodenbach, Herman Roelstraete, Julius Sabbe, Maurits Sabbe, Lode Scharpé, Alfons Sevens, Theodoor Sevens, David De Simpel, Ferdinand Snellaert, Jos Speybrouck, Johan de Stoop, Ferdinand Vercnocke, Jozef Vercoullie, Renaat Veremans, Willem Vermandere, Edward Vermeulen, Urbain van de Voorde, Omer Wattez, James Weale.

Geestelijken (86)

Dom Modest Van Assche osb, Jozef Axters sj., Pieter Baes, Benoit Beeckman, Jozef Bittremieux, Karel Blancke, Henri Blondeel, Leonardus De Bo, Albrecht Boucquillon o.p., bisschop René Boussen, Marcel Brauns s.j., François De Brouwer, Valère Van den Bussche o.p., Mgr. Camiel Callewaert, Jules Callewaert o.p., Alexis De Carné, Charles Carnel (Fr. Vl.), Juliaan Claerhout, Jan Craeynest, Jan De Cuyper, Jozef De Cuyper, Alberic De Coene, Dom Eligius Dekkers o.s.b., Cyriel Delaere, Henri Delbar, Emiel Demonie, Serafien Dequidt, Jules Devos o.c., Frans Dewitte, Achiel Dewulf, Alberik Dierick, Albert Dondeyne, Karel Dubois, Adolf Duclos, Amandus Dumon o.s.b., Leo Dumoulin, Elias Dupon, Karel Van der Espt, Jules Faes, bisschop Jan Faict, Gustaaf Flamen, Leo De Foere, Florimond Fonteyne, Jean-Marie Gantois (Fr. Vl), Maurits Geerardyn, Guido Gezelle, Edouard De Gryse, Désiré de Haerne, Alfons Van Hee, Albin Van Hoonacker, Alfons Van Hove, Victor Huys, Stefaan De Laere o.p., bisschop Henri Lamiroy, Achiel Lauwers, Achiel Logghe, Zeger Maelfait, Honoré Maes, bisschop Jan Malou, Joseph Van der Meersch, Jozef Van der Moere s.j., Cyriel Moeyaert, Prosper Moncarey, Robert Mortier s.j., Longinus De Munter, o.f.m., Emiel Pil o.s.b., Gustaaf Van de Putte, Edward Van Robaeys s.j., bisschop Emiel J. De Smedt, Robrecht De Smet, Paul Sobry, Odiel Spruytte, Eugeen Tyteca, Jules Vanneste, Oscar Verhaeghe, Edmond Verhamme, Hugo Verriest, Cyriel Verschaeve, Oskar Versteele, Arthur Verté c.i.c.m., Antoon Viaene, Renatus Vincke o.praem., Frederic Vosté, Amaat Vyncke w.p., bisschop Gustaaf Waffelaert, Jozef Wannyn.

Andere personen uit de 19de eeuw (38)

Renaat Adriaens, Leopold Beun-De Beer, Hendrik Blanckaert (Fr.Vl.), Jozef Bogaert, Karel Van den Bussche, Alfons Carlier, Alfred Coppieters ’t Wallant, Arthur Cornette, Edmond Coussemaecker (Fr. Vl), Dominicus Cracco, Frans Van den Daele, Pieter Denys, Albert Fredericq, Petrus Van Genabeth, Jacob Goethals-Vercruysse, Hendrik Horrie, Leo d’Hulster, Jacob Kesteloot, Emiel Lauwers, Emile de Laveleye, Jules Lemire (Fr.Vl.), Auguste de Maere d’Aertrycke, Camille Marichal, Hendrik Persyn, Karel De Poortere, Lodewijk De Potter, Alexander Rodenbach, Edmond Ronse, Alfred De Smet, Eugeen Van Steenkiste, Eugène Steens, Emiel T’Sjoen, Julius Vanneste, Raymond Veralleman, Firmin Verhelst, Adolf Verriest, , Gustaaf Verriest, Emile De Visschere.

Andere personen uit de 20ste eeuw (99)

Ludo Abicht, Camiel Adriaens, Hilaire Allaeys, Leon Bekaert, Gerard Beuselinck, Paul Van Biervliet, Justin Blanckaert (Fr. Vl.), Pieter Blanckaert (Fr. Vl.), Jan De Bondt, Aloïs Bruwier, Camiel De Bruyne, Maurits Calliau, Berten Catry, Edward Clauw, Emmanuel Coppieters, Charles De Croocq (Fr. Vl.), Jan Daelemans, Oscar Dambre, Jozef De Coene, Noël Decramer, Joris Dedeurwaerder, Pieter Delbaere, Achiel Denys, Firmin Deprez, René Despicht (Fr. Vl), Maxime Deswarte (Fr.Vl.), Dries Devos, Amaat Dumon, Gaston Durnez, Hugo Van Eecke, Henrik Faure, Jacques Fermaut (Fr.Vl.), Roger Fieuw, Juul Filliaert, Walter Ganshof van der Meersch, Rik De Gheyn, Guido Van Gheluwe, Carlos Gits, Karel Goddeeris, Kamiel Hackx, Tony Herbert, Godfried Lannoo, Joris Lannoo, Jef Laridon, Roland Laridon, Camille Looten (Fr.Vl), Emmanuel Looten (Fr.Vl), Jozef Lootens, Maria Lootens, Carlos Van Louwe, Luc Van Louwe, Victor Macquyn, Ferdinand Maertens, Eugène Mattelaer, Daniel Merlevede, Karel De Meulemeester, Bernard Minnebo, Jaak Moerman, Camiel Moeyaert, Arthur Mulier, Pierre Nolf, Hubert van Outryve d’Ydewalle, Paul van Oye, Frantz Van Parys, Berten Pil, Hugo Portier, Hendrik Priem, Guido Provoost, Julia Putman, Philipinne Van de Putte, Nora Puype, Raf Renard, Charles van Renynghe de Voxvrie, Maurits Roelstraete, Herman Ronse, Oswald Rubbrecht, Jef Ruysschaert, Jan Rijckoort, Hélène Sart de Bouland (gravin d’Hespel), Etienne Schepens, Paul Sergier, Raf Seys, Jules Spincemaille, Baldewyn Steverlynck, Karel Steyaert, Gustaaf Stock, Jules Terryn, Jozef Tillie (Fr.Vl.), Michiel Vandekerckhove, Lionel Vandenberghe, Remi Vandenbroucke, Remi Vanderschelden, Luc Vandeweghe (E.Troch), Luc Verbeke, Jerome Verdonck (Fr.Vl.), Willem Verougstraete, Gustaaf Verriest, Martha Van de Walle, Lodewijk Wostyn.

historische figuren

Jan Breydel en Pieter de Coninck, Willem van Saeftinghe.

Andries Van den Abeele

(gepubliceerd in Handelingen van het genootschap voor geschiedenis te Brugge, 2000, blz. 169-179).


[1] M. REYNEBAU, Apollo’s klacht. Over cultuur in Vlaanderen en elders, 1988, blz. 113-123.

[2] Over deze evolutie verscheen onlangs een verhelderende bijdrage: Bruno DE WEVER, Van wierook tot gaslucht. De beeldvorming over de Vlaams-nationalistische collaboratie tijdens de Tweede wereldoorlog in de Vlaamse historiografie, in: Docendo discimus, Liber amicorum Romain Van Eenoo, Gent, 1999, blz. 607-614.

[3]  Wat leidt tot op de grens van de irrelevantie. Voorbeeld, het lemma Sven Gatz (geboren 1967) dat vermeldt: “Volgde humaniora in Jette en rechten in Leuven, was actief bij de Volksunie-Jongeren, werd voorzitter van de VU in Sint-Agatha-Berchem en in Jette, is lid van het arrondissementeel bestuur van de VU, zetelt in het nationaal bestuur. Werkte op het kabinet van Vic Anciaux, werd ambtenaar van de Vlaamse Gemeenschapscommissie en werd lid van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad”. Dit hoort thuis in de Wie is Wie in Vlaanderen (in de laatste editie van dit werk staat trouwens ongeveer hetzelfde CV), maar  wat deze jonge man voor de Vlaamse Beweging betekend heeft of betekent wordt hierdoor niet duidelijk.

[4]  De Duitse invloed over de ganse periode, vooral tijdens en na de Eerste wereldoorlog en tijdens de Tweede wereldoorlog is ook merkbaar door het feit dat 65 lemma’s, soms heel uitgebreide, aan Duitse figuren gewijd werden.

[5]  door ons bestuurslid prof. Chris Vandenbroucke

[6]  door ons bestuurslid prof. Romain Van Eenoo. Ook onze bestuursleden Ludo Valcke en Michiel Nuyttens leverden bijdragen

[7] We noteerden de personen die hetzij in West-Vlaanderen geleefd en gewerkt hebben, hetzij van West-Vlaamse afkomst buiten de provincie actief waren.

[8] De aanwezigheid van politici voor alle provincies samen, geeft op een paar eenheden na volgende resultaat: leden VNV, DeVlag, Dinaso, met inbegrip van activisten 330, katholieken 115, socialisten 43, liberalen 38, Volksunie 128, Vlaams Blok 38, Agalev 2, communisten 2. Waarbij moet bedacht worden dat de vertegenwoordigers van de traditionele politieke families zich over twee eeuwen uitstrekken, terwijl dit voor de Volksunie veertig jaar is en voor het Vlaams Blok twintig. Ook het onevenwicht in de behandeling valt soms op. Aan de efemere oorlogsburgemeester van Antwerpen worden 123 regels gewijd en aan de onmiddellijk na hem vermelde ook voor de Vlaamse beweging belangrijke naoorlogse politicus Leo Tindemans amper 75.

www.andriesvandenabeele.net