Naar de voorstellingspagina van de cursus

Naar de voorstellingspagina van de cursus

naar INHOUD



Inleiding van de film

 

 

 

AQUARELTECHNIEKEN

 

Hugo Beullens

 

1996


 

 

 

 

 

naar INHOUD

INHOUD

 

Naar de voorstellingspagina van de cursus

Naar de voorstellingspagina van de cursus

Inleiding            

Materialen:  algemeen
Materialen:  verf
Materialen:  penselen
Materialen:  andere benodigdheden
Materialen:  De drager papier
Materialen:  Opspannen van papier
Materialen:  Tinten van papier

Techniek: De onderliggende tekening
Techniek:   werken met aquarel:   tint -  intensiteit - toonwaarde
Technieken: gewassen toon
Technieken: nat op droog
Technieken: nat in nat
Technieken: droogranden
Technieken: glaceren
Technieken: onderschildering
Technieken: droge penseeltechniek en opgebroken kleur

Technieken: stippeltechniek
Technieken: arabische gom
Technieken: glimlichten
Technieken: afdekken
Technieken: wastechnieken
Technieken: wegschrapen
Technieken: overschilderen
Technieken: penseelvoering
Technieken: lijn en toon
Technieken: spatten
Technieken: sponsen
Technieken: druktechnieken
Technieken: gemengde technieken
Technieken: experimentele technieken
Technieken: Praktijktips en slotbemerkingen
Wat zit er in mijn schilderskist ?
Literatuurvermelding
Slotwoord

 

 

 


naar INHOUD

INLEIDING

 

Beste kijkers.

De film die je nu gaat zien, handelt over een der moeilijkste schildertechnieken die er zijn : de aquarel

 

Veel mensen denken dat het aquarelleren in de 18e eeuw in Engeland is onstaan, maar in feite was het al lang voor die tijd een goed ontwikkelde schilderstechniek.  In het Engeland van de 18e eeuw was het aquarelleren echter zo populair geworden dat deze vorm van schilderen algemeen als "English Art" bekend werd.

 

In werkelijkheid ligt de oorsprong van de aquarel echter elders.  De Duitse kunstenaar Albrecht Dürer (1471-1528) (15e eeuw) is de eigenlijke vader ervan.  Overigens treffen we in Middeleeuwse boeken technisch perfect geaquarelleerde illustraties aan, soms in combinatie met bladgoud.

 

Sommige schilders, waaronder Van Dijck en John Constable gebruikten de aquarel voor snelle sfeernotities.  Dezee dienden later als basis voor hun grotere olieverfschilderijen.

 

De meesten pasten de aquareltechniek toe als doel op zich, omdat ze de expressie en gevoeligheid zo op prijs stelden.

 

Iedereen kent ongetwijfeld de werken van William Turner (1775-1851).  Zijn reisverslagen zijn een pareltje van aquarelkunst.  Hij ging voor zijn tijd ongelooflijk vrij te werk.  Hij veegde, krabte en spetterde de natte verf over het papier.  In weerwil van sommige dogma's gebruikte hij ook dekkende verven in zijn aquarellen.

 

Sindsdien is aquarel steeds een populaire techniek gebleven - ook Paul Klee heeft er zijn belangrijkste werken in gemaakt.

 

De eigenschap van aquarel is ongetwijfeld de transparantheid.  De lichtste toenen ontstaan door het uitsparen van het papier.  Het is juist het door de transparante verf heenschijnende papier dat de aquarel het heldere, sprankelende aanzien geeft, dat haar zo van andere technieken onderscheidt.

 

Deze film gaat over de schilderstechnieken van de hedendaagse aquarellist.

Buiten een aantal algemeenheden zoals materialen, de keuze van papier, de verfsoorten, penselen en algemene benodigdheden, gaan we ons verdiepen in een aantal essentiële aquareltechnieken.

Want aquarel is, hoe eenvoudig het ook schijnt te zijn, enorm moeilijk.

Een perfecte beheersing van de materie, een haast ambachtelijke kennis van het materiaal is onontbeerlijk.

 

Aquarelleren leer je vooral door het veel te doen, en vooral nagaan waarom iets fout ging en hoe je het in de toekomst kan voorkomen.

 

Ikzelf heb een ervaring met aquarelleren van ongeveer een 15-tal jaren. Ik beheers een aantal technieken, maar toch gaat er nog veel fout. Het is een voortdurend proces van bijschaven en ervaring opdoen.

 

Ik begon met aquarelleren tijdens mijn academiejaren als een soort opwarmingsoefening.  Alvorens in olieverf te schilderen naar levend model, maakten we eerst een half uurtje aquarelstudies van het model.  Zo kwam je in de sfeer.

 

Nadien ging ik stadszichten van Mechelen aquarelleren.  Ik legde mezelf een strenge discipline op - ik begon namelijk pas aan mijn aquarel ongeveer één uur voor het invallen van de duisternis. Ondanks de talrijke teleurstellingen die ik onderging, resulteerde deze werkwijze in een aantal schitterende aquarellen.  Aquarellen waarvan ik nu 15 jaar later spijt heb, dat ik ze niet meer heb.

 

Aquarel is immers een directe techniek.  Het moet snel gaan, soms ontzettend snel.  De materie vereist dat.

Dit wil echter niet zeggen dat een aquarel snel klaar moet zijn.  Het kan best dat er een vijftal minuten snel gewerkt moet worden en er dan een onderbreking van pakweg een half uur moet volgen omdat bepaalde delen in de aquarel moeten drogen alvorens we verder kunnen werken.

De film geeft mijn persoonlijke voorkeur van aquarelleren weer - en ik zou willen benadrukken dat er nog zo vele persoonlijke voorkeuren zijn als er aquarellisten zijn.

De film gaat over aquareltechnieken - en ongetwijfeld kennen de bedreven aquarellisten onder U nog een aantal technieken die niet in deze film voorkomen. 

 

Indien deze film echter al een discussie omtrent technische aspecten van het aquarelleren kan tot stand brengen, beschouw ik hem reeds als geslaagd.

 

Ik hoop dat U er wat van opsteekt en wens U veel kijkgenot.

 

 


naar INHOUD

HOOFDSTUK 1

MATERIALEN - ALGEMEEN

 

Schilderen met aquarelverf is een heel praktisch medium.

Je hebt maar weinig spullen nodig. De penselen zijn gemakkelijk schoon te maken.

Geen enkel medium is zo direct als aquarel.

 

Daarom lijkt het ook zo gemakkelijk.  Maar vergis je niet - aquarelleren is, mede omwille van zijn directheid, misschien wel de moeilijkste onder alle schildertechnieken.

 

.

Alleen het beste materiaal is goed genoeg !

Een aquarel staat of valt met de kwaliteit van het papier, van het penseel en de kwaliteit van de aquarelverf. Wanneer bij één van dee drie elementen een slechte keuze wordt gemaakt, heeft dit onherroepelijke gevolgen voor de kwaliteit.

                       

Goedkope penselen verliezen snel hun puntige vorm en zijn een bron van frustraties.

Goedkoop papier is niet bestand tegen veel water, absorbeert snel, scheurt gauw en gaat rimpelen.

Goedkope verf bevat vulmiddelen die strepen geven en de kleuren zwak en dof maken.

 

Onthoud echter goed : om met aquarel een goed resultaat te bereiken mag je niet gaan besparen op het materiaal.

 


naar INHOUD

HOOFDSTUK 2 

MATERIALEN - VERF

 

Aquarelverven zijn verkrijgbaar in napjes en in tubes.

Een nauwkeurige dosering van arabische gom, honing en glycerine houden de fijngemalen, kostbare pigmenten samen.

De tude, die over het algemeen de voorkeur van de kenners geniet, bevat meer honing en droogt bijgevolg minder vlug op.  Tubes zijn bijzonder geschikt voor het gebruik in een warme en droge omgeving.

De aquarelverf in napjes droogt sneller, aangezien ze meer arabische gom bevat.  Bovendien zijn ze gemakkelijk mee te nemen en bijgevolg bijzonder geschikt voor landschapschilders en schetsliefhebbers.

 

De napjes zitten gewoonlijk in metalen dozen. Uiteraard zijn ze ook los te koop voor aanvulling.

De verf in de napjes lost op als men er water aan toe voegt.

Dozen zijn compact en het deksel van de doos wordt als schilderspalet gebruikt. Meestal zit er nog een klapdeksel in dat ons palet groter maakt.

Deze dozen zijn buitengewoon goed geschikt om mee naar buiten te nemen.

Een nadeel is wel dat er niet zo snel grote hoeveelheden verf mee kunnen aangemaakt worden en dat het voortdurend met een penseel in de napjes prutsen veel sletiger voor de punt van onze penselen is.

                       

Verf in tubes biedt echter enkele voordelen.

Ze reageert sneller op het toevoegen van water en maakt ze als dusdanig ook beter geschikt voor het aanmaken van grotere hoeveelheden mengsel.Ook kan men er gemakkelijker de 'droge penseeltechniek' mee uitvoeren.

Ze zijn minder sletig voor de punt van onze penselen.Men moet ze echter opbergen in een doos of koffertje.

                       

Een tube witte gouache-verf voor eventuele correcties of accenten kan nooit kwaad bij de basisuitrusting.

 

Bij het gebruik van tubes moet men echter een los palet hebben.

De tubes laten zich uitknijpen in de speciaal aangemaakte vakjes.  Het geeft niet dat niet alle verf wordt opgebruikt, men kan ze perfect (als een soort napje) verder gebruiken bij een volgende schildersbeurt.

 

Bij het beëindigen van een schilderbeurt, voegt men best een druppelje vloeibare arabische gom aan de verf toe.  Deze houdt de verf dan meer samen.

 

Zoals reeds eerder gezegd zijn enkel de beste verfsoorten goed genoeg.  Laten wij ons niet bezig houden met zogenaamde studiekwaliteiten.

                       

Ikzelf werk uitsluitend met Winsor en Newton, en nog liever met onze uitmuntende Belgische verf - Blockx. De pigmenten zijn uiterst fijn gemalen en de bindmiddelen excellent.

Experimenten met andere verfsoorten, zoals de onlangs op de Belgische markt verschenen Russische verf uit Sint-Petersburg kunnen nooit kwaad.  Deze Russische verf is karaktervol en de napjes zijn bijzonder zacht wat het aanmaken van grote hoeveelheden mengsel ten goede komt.

Helaas zijn de aquareldozen samengesteld uit merendeel aardekleuren en zijn o.a. cadmiumkleuren een zeldzaamheid.

 

Er wordt wel eens opgemerkt dat men niet veel kleuren nodig heeft om te aquarelleren.  Dat is ook zo.  De meeste oudere aquarellisten gebruikten hooguit een zestal kleuren.  Er zijn zelfs meesterwerken gemaakt met vijf kleuren.

Mochten deze meesters echter in onze tijd geleefd hebben, dan zou hun schilderpalet er echter heel wat uitgebreider uitgezien hebben.              

 

Het is niet omdat je een palet met veel kleuren hebt dat je ze in een werk ook allemaal gebruikt.

De gebruikte kleurenscale van een landschap kan helemaal anders zijn dat het scale van een aquarel van een portret of een naakt.

 

Automatisch ga je jezelf beperken in het gebruik van het aantal kleuren binnen één onderwerp. Dit geldt trouwens voor alle schildertechnieken.  Het moet steeds een harmonisch geheel blijven en geen bonte carnavaleske.

 

Mijn basispalet is samengesteld uit :

 

                                    Citroengeel

                                    Cadmiumgeel licht

                                    Cadmiumrood licht

                                    Kraplak donker

                                    Gele oker

                                    Gebrande sienna licht

                                    Hookers groen

                                    Winsor groen

                                    Ceruleumblauw

                                    Cobaltblauw

                                    Ultramarijn donker

                                    Winsor blauw

                                    Gebrande omber

                                    Payne's grijs

 

Verder heb ik steeds in mijn doos :

                                   

                                    Cadmiumgeel donker

                                    Cadmiumrood donker

                                    Kraplak licht

                                    Cobalt violet

                                    Ruwe sienna

                                    Gebrande sienna donker

                                    Sapgroen

                                   

Ondanks dit vrij grote kleurengamma beperk ik mij binnen eenzelfde aquarel steeds tot slechts enkele kleuren. 

Voor een portret bijvoorbeeld gebruikt ik meestal slechts cadmiumgeel citroen, cadmiumrood licht, kraplak licht, ceruleum of cobaltblauw, hooker's groen en ruwe sienna en naargelang het een blond of donkerharig model is gele oker en gebrande sienna of ultramarijn en Paynes grijs.

 

 

 

 

 

 

 

 


naar INHOUD

HOOFDSTUK 3 

MATERIALEN - PENSELEN

 

Goede aquarelpenselen zijn heel duur.

Een groot rond marterharenpenseel kost al gauw rond de 2000 frank.

Indien je het op de juiste manier behandelt en verzorgt gaat het echter jarenlang mee.

Een goed rond penseel herken je door het in water te dompelen en uit te slaan : de haren moeten zich dan meteen weer tot een haarscherp punt vormen.

Er zijn echter goede penselen van synthetische haren op de markt; ze slijten echter sneller af dan de echte marterharen penselen.

Verder zijn penselen van eekhoornhaar (de zgn. petit gris) en runderhaar heel bruikbaar.

Een sleper is een penseel dat zich uitstekend leent voor het zetten van fijne lijntjes.  Het wordt best in marterhaar gekocht en mag eigenlijk niet ontbreken in uw aquarelkoffer.

Enkele platte penselen mogen eveneens niet ontbreken. Ze zijn uitermate geschikt om egale wassingen mee aan te brengen ofwel om er krachtige penseelstreken mee te zetten.  Hun zijkant leent zich meestal tot het zetten van korte, krachtige lijnen.

 

Tevens is het nuttig om enkele goedkope penselen van schoolkwaliteit bij te hebben.  Ze kunnen gebruikt worden om afdekmiddelen mee aan te zetten.

 

Gebruik je aquarelpenselen uitsluitend om mee te aquarelleren.

Spoel ze na gebruik grondig uit, knijp het water eruit en sla ze uit.  Laat ze vervolgens met hun punt omhoog drogen. Indien de haren vettig geworden zijn, kunnen we een beetje ossegal aan het spoelwater toevoegen.  Ossegal heeft de eigenschap om te ontvetten.

Laat penselen nooit in het water staan en bewaar ze met hun kop omhoog.

Om penselen te vervoeren kan je ze :

            - in een matje rollen   of

            - op een stevig karton met elastiekjes bevestigen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


naar INHOUD

HOOFDSTUK 4 

MATERIALEN - ANDERE BENODIGDHEDEN

 

Benevens papier, verf en penselen is het nuttig om tijdens het aquarelleren nog een aantal zaken ter beschikking te hebben. Zij worden wel niet altijd en overal gebruikt, maar het is vooral gemakkelijk ze bij de hand te hebben als je ze nodig hebt om een bepaald onderwerp weer te geven.                

                       

Met een spons kan je van alles doen :

            Je kan er het papier mee bevochtigen.

            Je kan er verf mee wegnemen.

            Je kan er zelfs mee schilderen.

 

Je moet echter wel een natuurspons gebruiken.  Deze beweegt soepel over het papier en schuurt niet.

 

Vodden, keukenpapier of papieren zakdoekjes zijn onontbeerlijk.  Ze dienen om het teveel aan aangebrachte verf te verwijderen (ikzelf schilder bijna zoveel met afdeppen als met een penseel zelf).

Uiteraard veeg je er ook je penselen mee schoon.

 

Twee waterpotten zijn altijd nodig.

            - een om tijdens het werken de penselen in uit te  spoelen,   en

            - een met proper water om mee te schilderen.

In het water waarmee ik schilder laat ik meestal enkele brokjes arabische gom oplossen.  Dit geeft de aangemaakte verf meer "body" en hecht de verf beter.

 

Voor de voorbereidende schets gebruik ik meestal een potlood 2B, terwijl hinderende lijnen zich met een conté-gom laten verwijderen.

 

Een hobbymes is eveneens onontbeerlijk.  Je scherpt er je punten van je potloden mee, maar gebruikt het eveneens om  lichteffecten in de aquarel te krassen.

 

Verder behoort bij mijn basisuitrusting eveneens :

            - een potje zeepwater

            - een weinig keukenzout

            - een potje dikke arabische gom

            - een druppelaar met arabische gom

            - een potje ossegal.                     

            - wattenstaafjes

            - maskeervloeistof

            - ossegal

            - een pluim

            - een kaars

 

 

 

 

 

 

 

 

 


naar INHOUD

HOOFDSTUK 5

DE DRAGER

 

De ideale drager voor aquarel is papier.

In de handel zijn verschillende soorten papier te koop.  Ze kunnen koud of warm gelijmd zijn, een glad of een ruw oppervlak hebben.

Het gewicht per m3 kan eveneens heel verschillend zijn.  In de regel is papier van 300 gr uitstekend geschikt, maar lichter papier kan eveneens uitstekende resultaten geven, al moeten wij ons dan eventueel beperken in de toegepaste schildertechniek.

Elke papiersoort resulteert in een ander soort aquarel. Het beste is om verschillende soorten uit te proberen en tenslotte dat papier te kiezen dat het beste bij uw persoonlijke manier van werken past.

Ikzelf gebruik omzeggens steeds ARCHES en in mindere mate getint papier BOCKINGFORD voor landschappen, terwijl ik voor portretstudies bijna steeds WHATTMAN gebruik.

 

ENKELE GERENOMEERDE PAPIERMERKEN

 

            Arches

            Fabriano

            Whattman

            Daler

            Bockingford

            Blockxworth

            The Langton

            Winsor & Newton Artists'

            Winsor & Newton Cotman (studie)

            Schut

            Saunders

            Lanaquarelle (Lana)

 


naar INHOUD

HOOFDSTUK 6 

OPSPANNEN VAN PAPIER

 

Door nat aangebrachte verf gaat het papier golven, en de lichtere papiersoorten zullen bobbelend blijven, zelfs nadat ze volledig droog zijn. Dit bederft niet alleen het effect v/d aquarel, maar stoort het schilderen zelf omdat gewassen tonen niet egaal op een golvend oppervlak opdrogen en de verf steeds in de putjes van de golf samenvloeit.

Om dit tegen te gaan zijn er twee mogelijkheden.     

Er zijn in de handel zgn. aquarelblokken te koop, die tot 20 vellen papier kunnen bevatten.

De vellen zijn langs de 4 kanten aan elkaar gelijmd.

Deze lijming verhinderd het sterke golven als het papier met natte verf gaat beschilderd worden.

Deze blokken hebben het grote voordeel dat ze gemakkelijk mee te nemen zijn en dat er geen voorafgaandelijk werk mee gemoeid is.

Daartegenover staat echter hun vrij dure prijs.

Een goedkopere manier is het papier zelf op te spannen.  Het papier wordt los gekocht op grote vellen        en op het gewenste formaat versneden.

Dit vergt echter een hele voorbereiding en moet minstens daags voordien gedaan worden.

 

Hiertoe hebben we nodig : los vel papier, waterbak, een plank of hardboard, gegomde papieren      kleefband (GEEN plastieken zelfklevende band), een spons, een propere vod of keukenhanddoek.

 

1. De meeste papiersoorten hebben een watermerk.

    Houd het vel tegen het licht, als U het watermerk kan lezen, kijkt U tegen de goede kant aan.

 

2. We kunnen deze goede kant merken door een aantekening in potlood.

 

We knippen de plakband met droge handen op lengte.

 

1. Nu gaan we het papier in het water dompelen.  We kunnen dit papier hier langere tijd laten                        

    inliggen.

 

2. We halen het vel uit het water en laten het enigszins uitlekken.

 

3. We leggen het papier op onze plank, drukken het mooi glad. Hierbij werken we uiteraard van                     

    binnenuit naar de randen toe.  We drogen de randen ook enigszins af.

 

4. Met de spons gaan we nu de plakband nat maken. We plakken hem vervolgens op het papier.

   We kiezen eerst een lange kant.

   We plakken de plakband ongeveer 1 cm op ons aquarelpapier en minimaal 4 cm op onze plank.

   Dit is zeker geen overbodige luxe gezien de enorme kracht die het papier tijdens het drogen gaat                           

   ontwikkelen.

 

We laten het papier op normale kamertemperatuur drogen. We leggen het best plat en niet in de    directe nabijheid van een warmtebron.

's Anderendaags controleren we het resultaat.  Het kan best gebeuren dat de plakband losgekomen is omdat het papier eerder droog was dan de plakband.  De plakband kan kan zelfs door de grote spanning gewoon scheuren. Het komt er dus op aan om vooral stevige gegomde plakband te gebruiken.

Door de enorme kracht - het papier krimpt in zijn keurslijf van plakband - kan de plank zelfs helemaal kromtrekken zodat het papier zoals een trommel opgespannen wordt.  Dit papier zal later tijdens het aquarelleren zeker niet gaan golven en het werkt heel prettig.

 


naar INHOUD

HOOFDSTUK 7 

TINTEN VAN PAPIER

 

Het kan interessant zijn eens te werken op GETINT papier.

De voordelen van getint papier zijn tweedelig :

ten eerste helpen ze alle kleuren te binden als de onderlaag hier en daar doorschijnt;

ten tweede wordt het mogelijk om met minder kleurenlagen te volstaan, waardoor de kans groter is dat       de kleuren helder blijven.

Er bestaan in de handel niet zoveel getint aquarelpapier. Bockingford heeft een uitstekend papier,

300 gram zwaar, in een viertal tinten (grijs, groen, cremekleurig)

 

We kunnen echter het opgespannen papier zelf gaan tinten.

De beste manier is hiertoe een egale laag acrylverf uit te strijken over de ondergrond.

Deze onderlaag blijft na droging onoplosbaar en gaat zich niet mengen met de later opgebrachte verf.

 

1. Het eigenlijke spoelwater van de acrylverf volstaat ruimschoots, want de onderlaag moet steeds zacht van tint blijven.

   

2. We gaan verder als volgt te werk :

We leggen onze plank enigszins schuin.

Met een groot en vol penseel brengen we de verf in horizontale banen aan. We beginnen bovenaan en werken heen en weer naar beneden toe.  Werk voor elke streep met een vol penseel tot U het vlak hebt bedekt.  Zorg ervoor dat de verf niet gaat lopen - hou dus de plank niet te schuin. Kom nooit op een reeds aangebrachte streep verf terug !

Eventueel kan er geëxperimenteerd worden met meerkleurige wassingen, zoals bijvoorbeeld van     donker naar licht of van geel naar groen.


naar INHOUD

HOOFDSTUK 8 

DE ONDERLIGGENDE TEKENING

 

1. Een klassieke aquarel vergt steeds grote aandacht voor de onderliggende potloodtekening.

    Dit omdat een aquarel nooit radicaal kan veranderd worden in een later stadium.

           

2. Naargelang het onderwerp kan deze tekening heel verschillend zijn :

             - een onderwerp dat we door en door kennen hoeft                

               zelfs geen ondertekening.

             - een eenvoudig landschap of zeegezicht kan volstaan  met enkele lijnen.

             - een ingewikkeld landschap zoals gebouwen (architectuur) of een portret zal echter een                                                                                                        

               behoorlijk uitgewerkte tekening vereisen.

 

                       

Het beste resultaat bekomen we met een potlood met hardheid 2B. Hier kunnen zowel zachte schetsmatige aanduidingen als nauwkeurige details mee aangegeven worden.

We moeten vermijden om het papier te beschadigen. De tekening moet dus steeds vrij luchtig blijven - er mogen absoluut geen krassen in het papier ontstaan.  Het spreekt haast vanzelf dat we geen arceringen gaan aanbrengen; we maken immers een aquarel en geen afgewerkte potloodtekening.

 

3. De potloodlijnen mogen NOOIT sterk worden uitgegomd. 

Dit zou de bovenlaag van het papier onherstelbaar beschadigen en de latere verflagen totaal verknoeien.

Indien we toch moeten uitgommen doen we dit heel licht en oppervlakkig. We gebruiken hiertoe best een                                               

kneedgom of een speciale Conté-gom.

 

Een onderliggende potloodtekening heeft echter enkele nadelen.

Zo zal de tekening haast steeds doorheen de later opgebrachte kleurpartijen doorschemeren.  Op zich is dat geen handicap en het stoort het uiteindelijke resultaat helemaal niet, indien de tekening luchtig blijft en niet gaat overheersen.


naar INHOUD

HOOFDSTUK 9 

WERKEN MET AQUARELVERF

 

Vooraleer we met aquarelverf gaan schilderen, gaan we zoals in alle technieken, ons palet organiseren.

Geef de kleuren daarom altijd dezelfde plaats op je palet, dan ben je al gauw in staat om zonder na te denken de juiste kleur te kiezen.

De verf zal zo zuiverder blijven.  Hoe je je palet organiseert is persoonlijk.  Ikzelf houd de aardekleuren steeds gescheiden van de andere, daarna komen de gelen, de roden, de blauwen en de groene met  als slot Paynes grijs.

 

Kleuren hebben drie hoofdkenmerken :         tint - toonwaarde en intensiteit.

De tint is de aard van de kleur : rood, blauw, groen, enz.

De intensiteit is de helderheid van een kleur.  Zo heeft felrood een hoge intensiteit die kan afgezwakt worden door het toevoegen van een complementaire kleur.

Dit alles heeft men het mengen van kleuren te maken, maar daar gaan we hier niet dieper op in.

 

De toonwaarde is echter een der belangrijkste zaken bij het aquarelschilderen. De toonwaarde, nl. hoe licht of

hoe donker een schakering is.  Wit heeft een hoge toonwaarde, zwart een lage.

Als het moeilijk is om te zien hoe licht of donker een kleur is, knijp dan je ogen half dicht.  Op die manier worden de lichtste en donkerste tonen geaccentueerd.

Probeer je voor te stellen hoe iets er op een zwart-wit foto zou uitzien.

Het is later ook ontzettend leerrijk om van je werk eens een zwart-wit foto te nemen.

 

Een eerste stelregel van het aquarelleren is dat de verf op het palet moet gemengd worden en niet op het papier.        Tracht van de eerste keer de juiste toonwaarde neer te zetten - en tracht niet terugg te komen op een reeds gezette verflaag; dit bederft de spontaniteit en de frisheid.

 

Dit brengt ons automatisch bij een tweede stelregel van het aquarelleren die er in bestaat om steeds van licht naar donker te werken.  Een toon die te licht uitvalt, kan steeds verdonkerd worden.  Het omgekeerde is bij aquarel volstrekt onmogelijk.

 


naar INHOUD

HOOFDSTUK 10 

GEWASSEN TOON

 

Egale en verlopende wassingen vormen de ruggegraat van het aquarelleren.

Een wassing aanbrengen bestaat erin een verflaag aan te brengen op een gebied van het werk dat te groot is om met één penseelstreek te worden gemaakt.

Een gewassen toon moet snel en zonder aarzelen worden aangebracht; meng daarom méér verf dan nodig vooraleer je begint

Til de plank een beetje op zodat de penseelstreken in elkaar kunnen overvloeien.

Het is noodzakelijk dat de penseelstreken elkaar overlappen. Wanneer je de laatste penseelstreek hebt gezet, laat je de verf uitvloeien naar de onderkant van het te bedekken vlak en neem het teveel aan verf dan weg     met een penseel.

 

Een gewassen toon kan zowel egaal zijn (dus in één kleur) als wel verlopend of meerkleurig zijn.  In dit      geval wordt steeds een weinig andere verf aan het mengsel toegevoegd. Zorg er evenwel voor dat de overgang tussen de kleuren vloeiend verloopt; ga heel geleidelijk te werk bij het toevoegen en verminderen van kleuren.

 

Een gewassen toon kan uitgevoerd worden op zowel een droge als een natte ondergrond.

Bij een gewassen toon op nat papier kan men de kleuren in elkaar laten vloeien.

 

Ikzelf gebruik vaak een gewassen toon bij de luchtpartijen in landschappen.

Vooraleer ik verf opbreng bevochtig ik het papier. 

Meestal dien ik daarbij vormen uit te sparen waar de wassing niet mag gebeuren. Het is zelfs zeer belangrijk om het papier enkel te bevochtigen waar de wassing moet komen; ga daarom in zo'n geval zeer nauwkeurig tewerk en zorg ervoor dat het water niet afloopt waar het niet gewenst is. 

Het resultaat van zo'n wassing op nat papier geeft een diffuus aanzicht en kan prima aangewend worden voor luchten en mistige sfeerschepping.

 

Sommige pigmenten, indien heel nat aangebracht, scheiden zich van het water, wat een licht gespikkeld patroon meebrengt. Deze kleuren zijn : caeruleum, ultramarijn, gebrande en ruwe omber, gele oker.

Onthoudt deze kleuren : dit kan een extra textuur aan het werk verlenen.

 

Een gewassen toon op droog papier kan evenzeer pittig zijn, vooral als je op ruw papier werkt.  De verf verdeelt zich onregelmatiger.

Een 'droge' wassing over een vooraf aangebrachte 'natte' wassing kan heel expressief zijn.             

 


naar INHOUD

HOOFDSTUK 11 

NAT OP DROOG

 

Met de techniek van "Nat op Droog" schilderen wordt bedoeld het schilderen met natte aquarelverf op een droge ondergrond.

 

Het is de meest toegepaste, klassieke manier van aquarelschilderen en excellent voor de opbouw van het werk.

Omdat het moeilijk is in de eerste laag diepe kleuren te bereiken, worden donkere en rijpere kleurvlakken opgebouwd in opeenvolgende lagen.

 

Alvorens zo'n nieuwe laag aangebracht kan worden, moet de eerste laag volkomen droog zijn - Deze wachttijden zijn het minder prettige aspect van het werken in deze techniek.

 

Wanneer U brede wassingen aanbrengt is het belangrijk de verf in beweging te houden en de penseelstreken niet afzonderlijk te laten opdrogen, anders krijgt men strepen en dikke randen.

 

Deze techniek is uitstekend voor nauwkeurige illustratie. Het droge papier houdt de verf vast en laat details niet uitvloeien.  Deze techniek is ideaal voor het weergeven van constructies zoals gebouwen, rotsformaties en in het algemeen onderwerpen die een gedetailleerd weergave vragen.

 

Door met water de randen te laten vervloeien, kan u met deze techniek zachte randen bekomen.  Zelfs mistige sfeerschepping is hiermee mogelijk.

 

 

 

 

 

 

naar INHOUD

HOOFDSTUK 12 

NAT IN NAT

 

Met de techniek van "Nat in Nat" wordt bedoeld dat elke nieuwe verfstreek aangebracht wordt voor de vorige droog is, waardoor de streken zonder scherpe overgang in elkaar overlopen.

 

Hier wordt, in tegenspraak tot de eerste stelregel, de verf vermengd op het papier.

 

Het is een techniek die slechts ten dele te beheersen is.  Het papier moet goed vochtig gemaakt en gehouden worden tijdens het schilderen.  Er moet heel snel gewerkt worden.

Eigenaardig genoeg mengen de kleuren zich niet maar 'bloeden' in elkaar over.

 

Er mag absoluut geen overdadig gebruik gemaakt worden van deze techniek, want het resultaat gaat er al snel slap en vormeloos uitzien.

 

Het kan heel goed gebruikt worden als onderschildering waarover dan weer - na droging - details worden aangebracht.

 

Deze techniek kan perfect worden aangewend bij het schilderen van o.a. bloemen.


naar INHOUD

HOOFDSTUK 13 

DROOGRANDEN

 

Wie onnauwkeurig met beide voorgaande technieken werkt (dit zijn 'droog op nat' en 'nat in nat')

en vooral met de "nat in nat" methode zal ongetwijfeld te maken krijgen met zgn. droogranden.

 

Inderdaad, als u een gewassen toon aanbrengt, en er voor deze droog is, meer kleur aan toevoegt, loopt de kans dat de nieuwe verf uitloopt in de vorige laag, waardoor er vlekken met scherpe randen ontstaan.

 

Ruwe papiersoorten vertonen dit euvel minder dan gladde en meer gelijmde papiersoorten.

 

Eénmaal dat deze vlekken er zijn, is er maar weinig meer aan te doen.

 

Je kan echter met opzet droogranden schilderen. Bvb. in weerspiegelingen in een wateroppervlak of wolkenluchten.

                       

Je verkrijgt ze door nieuwe verf (of water) aan te brengen in een vorige laag die net niet droog is.

In feite duwt het water de verf opzij.

 

Ongewilde droogranden kunnen min of meer verholpen worden door de verf snel op te deppen als je ziet dat een droogrand gaat ontstaan.

 

 

 

 

 

 

 

naar INHOUD

HOOFDSTUK 14 

GLACEREN

 

Indien je enige ervaring hebt met het schilderen met olieverf zal je ongetwijfeld de techniek van het glaceren kennen, die er in bestaat een filterdunne laag verf over een vorige aan te brengen.De breking van het licht op de verschillende verflagen, zeker als ze aangebracht zijn op een hagelwitte ondergrond, geeft een resultaat alsof het licht uit de schildering zelf komt.                                                                                                                                                     

 

Bij olieverf moet de onderliggende laag droog zijn zodat de tweede laag anders kan drogen. Het effect van glacis of glaceren bestaat er immers in dat het licht anders breekt op de over elkaar liggende verflagen.

 

Onthoudt echter goed : de techniek van glaceren is quasi onmogelijk met aquarel.

 

Daar aquarelleren inhoudt dat elke nieuw laag zich, hoe dan ook, min of meer vermengt met de vorige laag is deze techniek niet echt mogelijk.  Het bekomen resultaat zal reeds snel vuil en doorwerkt aanvoelen.

           

Tracht dus in principe nooit glaceertechnieken met aquarelverf toe te passen.  Dit kan zowat als een derde stelregel onthouden worden!

 

Wel is het mogelijk om door over elkaar aangebrachte wassingen - de vorige wassing moet eerst droog zijn - een kleurvlak op te bouwen tot een diepe kleur.  Beperk de over elkaar liggende wassingen echter zoveel mogelijk en tracht vanaf de erste wassing de juiste toonwaarde te vinden.

 

Gezien acrylverf zich kan laten verwerken zoals aquarelverf, kan de glaceertechniek wel uitgevoerd worden met acrylverf. Dit omdat acrylverf na droging onoplosbaar is in water en een volgende laag zich dus niet gaat vermengen met de vorige.

Op het gebruik van acrylverf komen we later terug.   


naar INHOUD

HOOFDSTUK 15 

ONDERSCHILDERING

 

Net zoals bij olieverfschilderijen kan een aquarel opgebouwd worden door gebruikt te maken van een onderschildering.

 

Ook hier heeft dit zijn beperkingen.  De onderlaag moet zo min mogelijk door de latere verflagen opgenomen worden en mag bijgevolg niet 'botsen' met de latere lagen.

 

De onderschildering moet opgebracht worden in een monochrome kleur en zo flets mogelijk zijn.

In de regel wordt de onderschildering slechts gemaakt in de donkere of schaduwpartijen. Het vergemakkelijkt het werk inzake de dieptewerking en is vergelijkbaar met de "verdaggio"-techniek in olieverfschilderijen.

Zo kan een naakt bvb. opgebouwd worden door een lichte onderschildering van de schaduwpartijen met een mengsel van groen met gebrande sienna. Deze kleur botst niet met de later lichtere partijen in vleeskleuren.

Een onderschildering in blauw kan eveneens best omdat deze kleur de neiging heeft om in het papier te trekken zodat een eventuele menging met later opgebrachte kleuren minimaal zal zijn.

 

 

 

 

naar INHOUD

HOOFDSTUK 16 

OPGEBROKEN KLEUR en DROGE PENSEELTECHNIEK

 

Tot nog toe hebben we het steeds gehad over het aanbrengen van egale of gewassen tonen.

Een groot vlak van egale kleur doet echter zelden zo kleurrijk aan als een vlak dat door toetsen wordt

opgebroken of waaraan structuur wordt gegeven.  Je dient hier maar even te denken aan de impressionisten die hun schilderijen boeiend wisten te maken door het plaatsen van verschillende kleurtoetsen naast elkaar.

 

Bij het schilderen met aquarelverf staan ons verschillende technieken ter beschikking om een dergelijke opgebroken kleur te bekomen.

 

Enkele vormen daarvan hebben we reeds behandeld, nl. een gewassen toon op ruw papier waar de verf zich ophoopt in de putjes van ons papier of het bewust toepassen van de techniek van de pigmentscheiding welke resulteert in een licht gespikkeld patroon.                     

 

Andere technieken om het effect van opgebroken kleur te bekomen bestaat erin om de DROGE PENSEELTECHNIEK toe te passen.

 

Deze techniek bestaat erin om met een minimum aan verf op het penseel het papier slechts ten dele te bedekken. Het is een veel toegepaste techniek opm gebladerte en gras in een landschap te suggereren of haar en vacht in portretten.

 

Deze techniek wordt beter niet over het ganse schilderij toegepast maar best in combinatie met andere technieken zoals gewassen tonen.

 

De beste resultaten bekom je met een platte en harde varkensharen penseel. Marterharen of synthetische penselen lenen zich niet voor deze techniek. 

In een aquarel kan deze techniek perfect toegepast worden met gouache of acrylverf.

 

De droge penseeltechniek kan perfect worden toegepast met een veer.  Deze leent zich bijzonder goed voor het uitdrukken van zacht gebladerte.

 

Onthoudt echter dat de droge penseeltechniek slechts spaarzaam magworden toegepast.

 


naar INHOUD

HOOFDSTUK 17 

STIPPELTECHNIEK

 

De techniek om onze aquarellen te verlevendigen met opgebroken kleuren brengen ons bij de zgn. STIPPELTECHNIEK.

Deze techniek bestaat erin om met de punt van het penseel reeksen afzonderlijk kleine toetsen aan te brengen.  Men zou het resultaat kunnen vergelijken met de pointillisten, waarbij door het aanbrengen van kleurstippen naast elkaar ernaar gestreefd werd om de kleuren en tonen zich te laten mengen in het oog van de toeschouwer.

Het is evident dat deze techniek zich eigenlijk enkel leent voor kleinschalige werken.  Voor grotere werken wordt deze techniek al gauw een hele karwei.

 

De zogenaamde mozaïktechniek kan onder dezelfde noemer als de stippeltechniek worden ondergebracht.

 

In de regel dienen deze technieken te worden uitgevoerd met weinig water; de vlekken mogen immers niet in elkaar overvloeien.

Een handig hulpmiddel daarbij is het gebruik van arabische gom dat de eigenschap heeft om de verf minder vloeibaar te maken.

 

Een modernere versie van de stippeltechniek bestaat erin om met een brede, platte kwast, sterk met arabische gom aangelengde verf in toetsen neer te zetten.

 


naar INHOUD

HOOFDSTUK 18 

ARABISCHE GOM

 

Wij hebben nu eindelijk het woord "arabische gom" laten vallen.

Arabische gom is eigenlijk een wondermiddel in de wereld van de aquarellisten.

 

Arabische gom kan als vloeistof aangekocht worden in de schilderszaak.  Het is echter goedkoper om hem in losse brokken  ofwel te kopen bij de drogist.  Deze brokken laten zich eenvoudig oplossen in een weinig water; wij bekomen alzo een stroperige vloeistof. Door meer water toe te voegen kunnen we deze vloeistof dunner maken om eigenlijk een zekere vorm van gomwater te bekomen.

 

Hoe dik de oplossing moet zijn, moet je proefondervindelijk leren.

 

Verf die aangelengd is met arabische gom wordt dikker waardoor ze minder snel gaat uitvloeien en ze uitermate geschikt maat voor het werken met kleine toetsen.

 

Een tweede belangrijke eigenschap is dat verf aangelengd met arabische gom zich, na droging, beter laat wegwassen en wegschrapen.

 

Op deze manier kan van arabische gom gebruik gemaakt worden als een soort 'afdekmiddel'.

 

Zo kan men een bepaald patroon op het onbeschilderde papier schilderen met dikke arabische gom.  Na droging van de gom maken we onze aquarel over dit patroon heen.  Als deze schildering droog is kunnen we met een nat penseel de aquarel terug natmaken en afdeppen met keukenpapier.  De arabische gom lost makkelijk op en de

overliggende verf laat zich zo terug wegnemen, waardoor ons vooraf geschilderd patroon terug en zonder scherpe randen te voorschijn komt.

 

Ikzelf pas deze techniek geregeld toe bij het schilderen van portretten.  Blonde haren die voor het gelaat hangen worden bvb. eerst met dikke arabische gom geschilderd. Na droging kan ik dan ongehinderd het portret afwerken zonder dat ik met deze haren moet rekening houden. Achteraf laat de arabische gom en de overliggend verflaag zich gemakkelijk wegnemen en komen de lichte haren vanzelf te voorschijn alsof ze uitgespaard waren. Er zijn echter geen scherpe randen zoals wel het geval zou zijn als ik andere afdekmiddelen zou gebruikt hebben.

 

Indien het niet de bedoeling is om de arabische dgom achteraf te verwijderen, mag jemhem nooit te dik of rechtstreeks uit de fles gebruiken.  Deze gom droogt immers als een harde laag op die later kan gaan afschilferen.

 

Ikzelf maak bij al mijn aquarellen gebruik van twee potjes met water;

 

- één waaraan een weinig arabische gom is toegevoegd om        

  mijn verf mee te mengen;    en,

 

- één potje om mijn penselen in uit te spoelen.

 

Indien we in onze aquarel bladgoud willen aanbrengen, mogen we dit goud niet kleven met de klassiek goudmixion maar moeten we het kleven met arabische gom.

 


naar INHOUD

HOOFDSTUK 19 

GLIMLICHTEN

 

Wij hebben het reeds even ter sprake gebracht. Het kan soms essentieel zijn dat we gedeelten van de aquarel niet beschilderen.

 

De doeltreffendste manier is om stukken papier uit te sparen en alzo glimlichten te bekomen is om ze niet te beschilderen.  Dit houdt echter steeds in dat we van tevoren exact moeten weten waar we de glimlichten willen plaatsen, wat niet altijd zo evident is.

 

Als je gedeelten uitspaart kunnen de randen gauw te scherp worden : we kunnen ze nadien evenwel enigszins afzwakken met een spons, penseel of wattenstaafje.

 

Heel kleine lichtpunten, zoals bvb. in ogen, kunnen we

 

- ofwel op voorhand afdekken

 

- ofwel achteraf in dekwit schilderen (met gouachte of acryl)

 

- ofwel wegschrapen.

 

 


naar INHOUD

HOOFDSTUK 20 

AFDEKKEN

 

Sommige onderwerpen laten het uitsparen helemaal niet toe.

Denken we maar even aan de masten van scheepjes in een haven of enkele witte meeuwen in een blauwe lucht.

Hieromheen schilderen zou een heksentoer zijn en de spontaniteit van de rest verbrodden.

 

We moeten dus noodgedwongen onze toevlucht nemen tot het afdekken van die elementen in onze aquarel die we niet beschilderd willen zien.

 

Hiertoe bestaat er een soort maskeervloeistof.  Het betreft hier een soort vloeibare latex die meestal in een licht gelige kleur te verkrijgen is.

 

Deze maskeervloeistof zou in elke aquareldoos ter beschikking moeten zijn, want vroeg of laat krijgen we toch eens te maken met een onderwerp waar we zonder dit middel niet voort kunnen, tenzij we spontaniteit in het werk inboeten.

 

Deze maskeervloeistof kan vlot met een penseel worden aangebracht en laat zich achter eenvoudig met de vingertoppen wegwrijven.  Je moet enkel wachten tot de aquarel droog is en uiteraard propere handen hebben om vlekken te voorkomen.

 

Ikzelf gebruik steeds een goedkoop penseel en een zeepoplossing als ik met maskeervloeistof werk.

De latex laat zich achteraf moeilijk uit de haren halen en kan een penseel totaal bederven. Door vooraf het penseel even in een zeepoplossing te stoppen gaat de latex achteraf makkelijker van het penseel.

 

Indien grote of rechte stukken dienen afgedekt te worden kunnen we heel goed gebruik maken van de klassieke afdektape voor huisschilders.

 

Zoals we reeds aanhaalden, kunnen we eveneens gebruik maken van dikke arabische gom om bepaalde delen van onze aquarel min of meer af te dekken.  Deze manier is excellent voor gedeelten die vaag moeten uitgespaard worden, en enige oefening voor het gebruik ervan is aangewezen daar het resultaat op voorhand ook niet steeds exact te bepalen is.

 

Sommige aquarellisten kijken neer op de afdekmethodes, maar deze technieken brengen ons in de gelegenheid om met meer vrijheid te werken zonder bang te moeten zijn om iets te bederven.

 

De penseelstreken die wij met afdelmiddel zetten kunnen we het best omschrijven als zogenaamde 'negatieve' penseelstreken.

 

Afdekken met maskeervloeistof is uitmate geschikt voor het creëren van weerkaatsingen op wateroppervlakken.

 


naar INHOUD

HOOFDSTUK 21 

WASTECHNIEK

 

Er bestaan uiteraard nog manieren om bepaalde delen van onze aquarel af te dekken.

 

Waar de vorige technieken ons toelaten om achteraf nog andere kleuren over de uitgespaarde gedeelten aan te brengen, bekijken we nu een aantal technieken om gedeelten in onze aquarel uit te sparen die definitief zijn en later niet meer overschilderd dienen te worden.

 

We bereiken deze effecten door een ondertekening te maken met "was".

 

Hiertoe kunnen we gebruik maken van :

 

- een kaars

 

- vetkrijtpotloden

 

- oliepastel.

 

De vette laag staat alle achterf opgebrachte verf onherroepelijk af.  Alle overschilderingen zijn onmogelijk.

 

Deze techniek leent zicht eigenlijk meer voor het creëren van allerlei structuren in onze aquarel.

 

 

 

 

 

 

 

 

naar INHOUD

HOOFDSTUK 22 

WEGSCHRAPEN

 

Een andere manier om glimlichten te creëren is uiteraard de opgebrachte verf achteraf verwijderen.

 

We krassen daartoe de droge verf weg met een scherp voorwerp.  Een hobbymesje leent zich hiertoe perfect.

 

Omdat de kans op beschadiging van het papier niet onbestaande is kunnen we deze manier uiteraard slechts toepassen op voldoende dik papier (een 200 gr/m2 is eigenlijk een minimum).

 

Noteer echter dat verf die aangebracht werd met arabische gom zich heel wat weter en veiliger laat wegschrapen.

Dit is ook de reden waarom ik elke aquarel schilder met een mengsel van arabische gom; indien dan achteraf blijkt dat bepaalde delen weggekrast dienen te worden, heb ik het heel wat gemakkelijker.

 

 


naar INHOUD

HOOFDSTUK 23 

OVERSCHILDEREN

 

Een laatste manier om om glimlichten te creëren is uiteraard de opgebrachte verf achteraf te overschilderen.

 

Dit overschilderen kunnen we met

 

- gouache, 

           

               of met

 

- acrylverf

           

Een tube witte gouacheverf, in feite een dekkende aquarelverf laat zich gemakkelijk meenemen in uw schildersdoos.

 

Het verdient echter aanbeveling deze overschilderingen te maken met acrylverf daar zij veel dekkender is dan gouache en zij niet zo doods en krijtachtig opdroogt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

naar INHOUD

HOOFDSTUK 24 

PENSEELVOERING

 

Onze aquarels kunnen verlevendigd worden door een doelbewuste penseelvoering.

Eén voorbeeld van penseelvoering hebbben we reeds behandeld, nl. de stippeltechniek, waarbbij losse penseelstreken naast elkaar met de punt van het penseel geplaatst worden.

 

Een techniek voor het weergeven van regenvlagen of mistflarden bestaat erin om in een nog natte gewassen toon met een droge varkensharen kwast de verf een kant op te strijken.

 

Korte, krachtige toetsen met een vierkante kwast is een prachtvoorbeeld van penseelvoering en kan onze aquarel een dynamisch effect meegeven.

 

De droge penseeltechniek waar we het voorheen ook reeds over hadden is eveneens een veelgebruikte techniek en leent zich uitermate voor het weergeven van licht gebladerte in landschappen.

 

Direct tekenen met het penseel kan in combinatie met andere technieken onze aquarel eveneens zeer verlevendigen. Het beste voorbeeld hiervan vinden we bij de Japanners die deze techniek vervolmaakten tot een ware kunst.

Deze techniek wordt meestal aangewend voor het weergeven van personen in bewegingg in een landschap. Voorbijgangers in een stadsbeeld zijn haast allen weergegeven in deze techniek.


naar INHOUD

HOOFDSTUK 25 

LIJN EN TOON

 

De techniek van penseeltekenen wordt veelal gebruikt in combinatie met pen en inkt en gewassen tonen.

 

Als voorbeeld hiervan nemen we de zgn. gewassen tekening, waar vooreerst met pen en inkt getekend wordt en waarover vervolgens met penseel vloeiende lichte kleuren worden aangebracht. Indien monochroom aangebracht kan deze techniek een prachtige oefening zijn voor het vastleggen van de verschillende toonwaarden binnen een onderwerp.

 

Deze techniek is bijzonder geschikt voor fijn en gedetailleerd werk zoals plantenstudies of voor onderwerpen waarbij een beweging moet worden vastgelegd.

 

De gebruikte inktsoort kan watervast zijn wat resulteert in scherpe lijnen of niet-watervast wat resulteert in uitvloeiende lijnen.

 

Meestal worden de kleurvlakken over de lijnen aangebracht, maar het omgekeerde kan evenzeer. Het kan zelfs uitermate boeiend zijn om beide manieren afwisselend te gebruiken binnen één werk.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

naar INHOUD

HOOFDSTUK 26 

SPATTEN

 

Benevens de technieken om met penseel of pen ons werk dynamisch te maken zijn er nog enkele klassieke manieren om ons werk meer leven in te blazen en er textuur in aan te brengen.

 

Een vaak toegepaste methode is het zgn. "spatten". Meestal wordt hierbij gebruikt gemaakt van een oude tandenborstel waarbij deze boven de aquarel gehouden wordt.  Met een mes of vingers wordt er door de haren gewreven zodat de verf over onze aquarel heen spat.

Heel handig is het om die gedeelten waar geen spatten mogen terechtkomen af te schermen.

 

De verf die gespat wordt moet vrij dik en dekkend zijn. Het beste resultaat bekomt men door gebruik te maken van acrylverf.

 

Een fijne nevel van kleine spatjes kan evenens aangebracht worden met een mond-fixeerspuitje.

 

Het verdient aanbeveling om eerst even op een apart stuk papier ons spatwerk uit te proberen, want de toonwaarde van het gespatte werk mag niet te sterk afwijken van de toonwaarde van de onderliggend laag.

 

Onthoudt echter steeds dat deze techniek slechts zeer spaarzaam mag gebruikt worden.

 

 


naar INHOUD

HOOFDSTUK 27 

SPONSEN

 

Een veel gebuikte klassieke manier om texturen aan te brengen in onze aquarel is te werken met een spons.

 

Benevens het gebruik van een behoorlijk natte spons voor het aanbrengen van egale gewassen tonen kan een spons ideaal zijn voor het weergeven van textuur.

 

Uiteraard bereiken we de beste resultaten met een natuurspons.

Indien we met een drogere spons in onze verflaag drukken en/of vegen bereiken we lichte streperige effecten die we nooit met een penseel zouden kunnen bereiken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

naar INHOUD

HOOFDSTUK 28 

DRUKTECHNIEKEN 

 

Buiten allerlei manieren om textuur aan te brengen zijn er ook onderwerpen die een strakke, heel scherpe lijn vragen.

 

Een handige manier om dit te doen is door de verf in feite op het papier ter stempelen door middel van de zijkant van een stukje karton of door de zijkant van een recht afgesneden stuk aquarelpapier.

 

Dit laatste heeft als voordeel dat het in allerlei richtingen kan worden gebogen en is een handig hulpmiddel voor het zetten van o.a. bloemstengels.

 

Men brengt de verf op de zijkant van het papier aan door middel van een vol dik penseel.

 

Een kurk leent zich eveneens goed (bvb. voor het suggereren van o.a. druiven).

 


HOOFDSTUK  29 

naar INHOUD

GEMENGDE TECHNIEKEN

 

Steeds is er een zoektocht geweest naar het levendiger en expressiever maken van aquarels.

 

De combinatie van allerlei andere materialen met aquarel leidde tot enkele technieken die stilaan als echt klassiek kunnen worden beschouwd.

 

Zo gedraagt ACRYLVERF zich in grote mate identiek aan aquarelverf indien ze met veel water verdund is en niet met wit gemengd.

Het belangrijkste verschil is dat acryl na droging onoplosbaar blijft in water wat het uitermate geschikt maakt voor glaceringen.

Acrylverf heeft ook een grotere kleurkracht dan aquarelverf.

Je moet beslist eens experimenteren met acrylverf op een mislukte aquarel.

 

De combinatie van de klassieke aquarelverf met de dekkende gouacheverff kan interessant zijn.  Ikzelf ben niet zo geboeid door deze combinatie omdat gouacheverf zo dof en krijtachtig opdroogt dat het geheel er snel saai en doods gaat uitzien.

Spaarzaam aangewend kan deze combinatie echter verrassende resultaten geven.

 

Door in een aquarel accenten te leggen met zachte pastel kunnen eveneens prachtige resultaten bekomen worden.  Beide materialen gaan uitermate goed samen.

 

Het gebruik van aquarelpotloden is uitermate geschikt voor het suggereren van bewegingen.  De met deze potloden aangebrachte lijnen kunnen achteraf met een nat penseel omgetoverd worden tot kleurvlakken.

Door sommige gedeelten te wassen en andere te laten staan als "lijn" kunnen heel interessante resultaten bekomen worden die ons herinneren aan de combinatie van pen en inkt en aquarel.


naar INHOUD

HOOFDSTUK 30 

EXPERIMENTEN 

 

Onze zoektocht naar technieken om onze aquarel te verlevendigen brengt ons ten slotte bij enkele technieken die we niet kunnen onderbrengen onder de gemeenschappelijke noemer "gemengde technieken", maar eerder kunnen omschreven worden als louter technisch.

 

Een van deze technieken die reeds als klassiek zou kunnen worden omschreven is het gebruik van zout.

 

Op natte verf wordt ZOUT, liefst zeezout, gestrooid.  Het zout absorbeert de verf - de verf wordt in feite van het papier getrokken.  Na drogen wordt het zout van de aquarel geveegd: het restultaat zijn sterachtige vlekken gelijkend op oud gesteente. 

De groote ven deze vlekken kunnen we min of meer zelf bepalen :

- zout op heel natte verf geeft grote vlekken,

- zout op verf die net niet droog is geeft kleine sterren.

 

We kunnen ook ZEEP door onze verf mengen.  Het resultaat is enigszins vergelijkbaar met dat van arabische gom : de verf vloeit niet zozeer meer uit en de penseelstreken blijven beter staan.  Na droging laten de luchtbellen opvallende kringen en vlekken achter.

 

Zols we reeds aanhaalden kunnen we met een spons verf opbrengen, of ermee in de natte verf drukken zodat allerlei patronen ontstaan.  Indien we deze techniek verder doordrijven en we gaan met allerlei materialen, zoals met papier, textiel op plastiek (formica) in de natte verf drukken, kunnen we heel interessante patronen creëren.

Deze techniek is vergelijkbaar met de "frottage-techniek" in olieverfschilderijen waar eveneens met allerlei materialen in de nog natte verflaag gedrukt wordt.

 

We kunnen ons papier ook bespatten met terpentijn en daaroverheen schilderen.  De verf scheidt zich af waar de terpentijn werd aangebracht met een gemarmerd effect tot gevolg.

 

Deze technieken die als experimenteel zouden kunnen worden omschreven dienen steeds heel spaarzaam gebruikt te worden en in combinatie met andere technieken om het werk spannend en levendig te houden.

 

Het geheel mag in ieder geval geen "maniertje" op zichzelf worden, want dit resulteert snel in een kitcherig gedoe.

 

 


naar INHOUD

HOOFDSTUK  31 

PRAKTIJKTIPS EN SLOTBEMERKINGEN 

 

Ik houd eraan om tot slot toch nog enkele zaken bondig samen te vatten omdat ze zo essentieel zijn voor het werken met aquarel.

 

Om een goede aquarel te maken moet je steeds het volgende onder ogen nemen :

 

1. De onderliggende tekening moet correct zijn.

Het is daarom een goede oefening om een goede lijntekening te leren maken.  Onder een lijntekening verstaan we een tekening die louter in contouren het onderwerp weergeeft, dus niet met arceringen om schaduwpartijen vorm te geven.

 

2. De toonwaarde is veel belangrijker dan de exacte kleur.

Tracht de verf steeds op het palet te mengen en niet op het papier; en tracht vooral vanaf de eerste penseelstreek de juiste toonwaarde neer te zetten.

Verf op het papier mengen is enkel nuttig om bepaalde textuuruitdrukkingen te bekomen, maar bij al deze technieken moet bijzondere aandacht besteed worden aan het respecteren van de toonwaarde.

 

3. Werk steeds van licht naar donker.

Verdonkeren van een te licht uitgevallen partij is steeds mogelijk; het omgekeerde is volstrekt uitgesloten.

 

4. Leer wassingen uit te voeren. Zij vormen de ruggegraat van het aquarelleren, en indien het even kan, tracht de techniek van de pigmentscheiding ten volle te benutten.  Dit geeft op een snelle,  directe manier het pittige aan een aquarel.

 

5. De beginnende aquarellist start best met de nat op droog techniek en gaat pas geleidelijk over tot de nat in nat technieken, zoniet wordt men al heel gauw geconfronteerd met tegenvallers die je mischien de moed in de schoenen doen zinken.

 

6. Ik maakte de opmerking om zelden of nooit de glaceertechniek te gebruiken.  Dit omdat de onderliggende laag enigszins oplost en het werk gauw dof en doorwerkt gaat lijken.

Dit is echter een principiële regel.  Ikzelf gebruik in landschappen steeds glaceertechnieken om de schaduwpartijen in gebouwen aan te geven.

Omwille van het gevaar van "doorwerken" tegen te gaan, moet echter voor ogen gehouden worden dat bij het uitvoeren van een glacis :

- de onderliggende laag door en door droog is, en

- dat de glacis ultrasnel en éénmalig moet opgebracht worden.

 

7. Aquarelleren moet snel, heel snel gaan.

Maar er moeten voldoende rustpauzes ingelast worden om de lagen te laten drogen, anders wordt het beslist een knoeiboel.

 

8. Tracht vooral de bijzondere eigenschappen van arabische gom uit te buiten.

 

9. Wees spaarzaam met technieken om speciale effecten te bekomen.

Speciale technieken om texturen uit te drukken dienen enkel gebruikt te worden waar ze nodig zijn.  Een aquarel mag geen opstapeling worden van "maniertjes" want het resultaat wordt heel snel kitcherig en potsierlijk.

Enkel speciale technieken waar echt nodig, en als het zonder kan, liefst zonder.

 

10. Indien je een afdektechniek moet gebruiken, tracht dan steeds op voorhand te bepalen wat het resultaat moet zijn, en pas je gebruikte techniek daaraan aan.

Hou rekening met het verschil tussen technieken die kunnen overschilderd worden en technieken die definitief zijn.  Tracht eveneens op voorhand in te schatten wat het resultaat is als het afdekmiddel verwijderd is: latex geeft harde en scherpe randen, zachtere en diffusere resultaten worden bekomen met arabische gom.

 

11. Schilder bijna evenveel met keukenpapier of vodden als met je penselen.  Wees snel met het afdeppen van aangebrachte kleuren.  Tracht steeds onmiddellijk de opgebrachte toonwaarde te evalueren.  Hou steeds de reactie van opgebrachte verf in het oog: is de toonwaarde goed ? Gaan er zich geen ongewenste droogranden vormen ?  Reageer steeds alert en neem onmiddellijk het teveel aan opgebrachte verf weg.

 

12. Leer van je mislukkingen.

Verscheur niet te snel mislukte aquerels.  Bewaar ze en haal ze van tijd tot tijd eens boven en tracht voor jezelf uit te maken waar het precies fout ging.

Aarzel ook niet om een mislukte aquarel eens onder de waterkraan te houden, volledig af te wassen, en terug op te bouwen.

Je kan hiervan ontzettend veel leren.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

naar INHOUD

HOOFDSTUK 32 

OPSOMMING VAN WAT ER IN MIJN SCHILDERSKIST ZIT. 

 

Tot slot som ik even op welke zaken is steeds bij heb als ik ga aquarelleren.

                                   

- Blok aquarelpapier

- Tubes verf

- aquarelpalet

- penselen

- vodden

- tekengerief: potloden, gom, hobbymes, tekenpennen

- wattenstaafjes

- voorraadpotten met water waarvan één met arabische gom

- potten om penselen in te dompelen

- druppelaar met arabische gom

- potje met een zeepoplossing

- potje met zout

- afdekvloeistof

- ossegal

- dikke arabische gom (om afdekkingen mee te maken)

- aquarelpotloden

- witte gouacheverf

- goedkope penselen om afdekvloeistof mee te zetten

- tandenborstel

- enkele reservetubes

 

en vooral een stoeltje en hoed mag niet vergeten worden.

 


naar INHOUD

LITERATUURVERMELDING

 

 

In de boekhandel zijn er een gans gamma heel interessante en leerrijke boeken over aquarel en gebruikte methodes verkrijgbaar.

 

Hier zie je een lijst van werken welke geraadpleegd werden bij het totstandbrengen van deze film.

 

AUTEUR                                  TITEL                                                              UITGEVER

 

Charles Reid                   Schilder wat je (wilt zien) ziet                    Cantecleer

 

F.Petrie en J.Shaw           Natuur in aquarel                                     Cantecleer

 

Hazel Harrison                Aquareltechnieken                                    Librero

 

Colin Hayes                   Tekenen en schilderen                              Helmond

 

Jenny Rodwell                Aquarel in al zijn aspecten             Cantecleer

 

Kate Gwynn                   Aquarel                                                  Gaade

 

Charles Reid                   Portret in aquarel                                     Cantecleer

 

B.W.Jaxtheimer              Gaade's teken en schilderboek                    Gaade


naar INHOUD

SLOTWOORD

 

 

Ik hoop dat je van de film genoten hebt en je jezelf haast niet meer kunt bedwingen om aan de slag te gaan met aquarel.

 

De film handelde enkel over de technische aspecten van het aquarelleren, m.a.w. over het métier, het ambachtelijke aspect.  Misschien komt er nog wel een film die handelt over het aspect “kunst” in de aquarel.

 

Nochtans kunnen we stellen dat het ambachtelijke een heel groot percentage van een kunstwerk uitmaakt : wat ben je immers met een hoofd vol ideeën met met geen technische bagage om die ideeën uit te werken.

 

De film is een product ovan mezelf.  Ik heb zelf de tekst uitgeschreven, zelf het camerawerk, de montage en de geluidsband verzorgd.  Daarenboven aquarelleerde ikzelf alle voorbeelden die in de film voorkomen.

 

Misschien komt de film soms wat langdradig over, maar ik heb getracht om alles duidelijk en zo volledig mogelijk in beeld te brengen.

 

Ik dank u voor de aandacht en wens je veel succes met je toekomstige aquarellen.

 

 

 

Hugo BEULLENS

Brusselsesteenweg 389

B-1980  ZEMST-EPPEGEM

 

 

 

 

Terug naar overzicht cursus

Naar de voorstellingspagina van de cursus