1) Warming-Up:
Zoals bij elke sport is een goede warming-up ook bij Kick-boxing noodzakelijk, maar het gebeurt maar al te vaak dat hier niet zoveel aandacht aan besteed wordt. De warming-up is een zeer belangrijk onderdeel van elke sport want als de spieren niet warm zijn, kunnen er bij het sporten ernstige blessures ontstaan. Alvorens tot warming-up over te gaan moet men deze zoveel mogelijk varieëren.

2) De loopbewegingen:
Het geheel van loopbewegingen is in elke sport de basis waarop alle andere technieken berusten en dat geldt dus ook voor alle full contactsporten.
Een goede loopbeweging is een noodzakelijkheid en moet in principe in elke les beoefend worden, ook al is men nog zo ver gevorderd.
Men moet altijd uitgaan van een basisstand. Deze bestaat uit een rechtopstaande positie met de voeten op schouderbreedte. Vanuit deze positie wordt de rechtervoet 180 graden gedraaid indien men althans te maken heeft met een links voorstaande positie. Vervolgens laat men alleen de bal van de voet op de grond staan en draait men de voet weer in een stand, waarbij de tenen naar voren wijzen. De stand is nu als volgt: een positie waarbij de voeten op schouderbreedte staan met ongeveer een onderarm lengte uit elkaar, de tenen wijzen allemaal in de richting van de tegenstander en de hielen staan maar in een heel licht contact met de vloer.
Bij het Thai-en Kickboksen worden er drie standen gehouden nl. :
* De Europese bokshouding:
Deze houding is in de Westerse wereld de meest gebruikte. Omdat het boksen als sport aanvaard is, werd het mogelijk hierin onderricht te geven en deze stand werd dus alom verspreid. De stand is goed bruikbaar als het om Westerse tegenstanders gaat, maar is van weinig nut als tegen een Thai moet worden gestreden.
De handen zijn altijd op kinhoogte, liefst zelfs tegen de kin aangedrukt en de armen worden stevig tegen het lichaam aangehouden. Men moet er echter rekening mee houden dat het geen echte bokshouding mag zijn omdat dan de bewegingsvrijheid voor de schop- en knietechnieken zeer beperkt worden.
* Stand waarbij armen halfweg van het lichaam afstaan:
In Thailand worden naar gelang de steek en plaatselijke traditie diverse stijlvormen gehanteerd, die onderling vaak alleen mar lichte afwijkingen van de diverse standen tonen. Om het niet al te gecompliceerd te maken worden hierna slechts twee typische Thaise standen gegeven. Ook op deze standen zijn natuurlijk weer vele variaties mogelijk.
De beenstand is niet veel verschillend dan die van stand 1. Alleen de voeten staan nu iets minder ver van elkaar. De handen echter staan veel verder van het lichaam af. De hiervoor gehanteerde basisstand is de lengte van een 95 graden gebogen arm in een hoekbeweging. De ellebogen zijn direct naar de grond toe gericht en de handpalmen zijn gericht naar de tegenstander. De kin wordt heel stevig op de borst gedrukt. De borst zelf wordt omhoog geheven door iets meer te gaan staan op de bal van de voorste voet. Verder is de kin nu ook nog afgedekt door de schouder van de voorste arm.
Deze houding wordt in Thailand gebruikt door vechters, die meer trappen dan knietechnieken toepassen.
* Stand waarbij de armen bijna gestrekt van het lichaam afstaan:
Deze is een typische Thaise stand bestemd voor vechters die de knietechnieken als specialiteit hebben. De armen worden bijna gestrekt van het lichaam vandaan gehouden. De palmen van de hand zijn i.v.m. de grijpbewegingen naar de tegenstander gericht. De kin wordt stevig tegen de borst gedrukt en er wordt gelopen op de bal van de voet. De loopbewegingen worden eveneens bij de stand aangepast. Er ontstaat een zogenaamde jagende beweging. De vechter gaat zijn tegenstander echt opdrijven en dat moet hij doen omdat er anders geen grijpbewegingen naar het hoofd toe ingezet kunnen worden. Deze bewegingen zijn essentieel voor deze vorm van werken met de knieën
.
3) Arm- en vuisttechnieken:
Deze zijn te verdelen onder:
a) Vuiststoten:
* Directe stoot:
Is een gecompliceerd samenspel van voetenwerk, heupdraaiing, torsering van de schoudergordel en als laatste beweging het strekken van de arm en die terugtrekken nadat men de tegenstander geraakt heeft.
Een directe begint ook weer vanuit een goede basishouding. Daarna wordt er vanuit een naar voren gerichte beweging een lichte heupdraaiing gegeven die de linkerschouder naar voren brengt. De linkerhand verlaat de kin en maakt een rechtlijnige beweging naar voren. Hierbij moet goed in het oog worden gehouden dat de kin tegen de linkerschouder moet worden gedrukt. De rechterhand verlaat geen ogenblik haar plaats tegen de rechterkant van de kin. Als finishing touch wordt op het moment van raken de linkerheup verder ingedraaid en de kracht van het linkerbeen wordt ten volle ingezet.
De beweging terug wordt uitgevoerd door de linkerheup terug te draaien naar de uitgangspositie. De schouder komt nu ook vanzelf terug en omdat uw houding van het begin tot eind verend moet zijn kunt u de beweging weer opnieuw maken.
* De hoeken:
- Lange hoek: Bij het inzetten van de schouder van de hand, waarmee men gaat slaan, iets naar achteren wordt gedraaid. Door deze draaiing wordt snelheid verkregen en bereikt men tevens een goede heuppositie. Bij de lange hoek is vooral de specifieke buiging van de pols belangrijk om bijvoorbeeld achter de dekking van de tegenstander te komen.
- Korte hoek: Op halve afstand stoten. De arm neemt hier geen positie in van 90 graden. Vanuit de beginpositie wordt de vuist in een halve cirkelbeweging naar de tegenstander gebracht, versterkt door de torcering van de heup en de kracht van het been. Op het moment van raken wordt het been gestrekt en zet men zich met de bal van de voet tegen de grond af. Daarna wordt de stoot ingezet en haalt men terug.
Een hoek wordt meestal op het hoofd geplaatst, maar richten op andere lichaamsdelen is ook mogelijk, vooral stoot op de lever.
b) Elleboogtechnieken:
In het originele Thai-boksen zijn elleboogtechnieken enorm belangrijk. Een elleboog is één van de gevaarlijkste en hardste wapens in en buiten de ring. Met een goed geplaatste elleboogstoot kan men een os vellen. Vanwege het extreem gevaarlijkste karakter is het geven van een elleboogstoot in Europa in de ring verboden.

4) Traptechnieken:
Er zijn verschillende categorieën traptechnieken te onderscheiden:
Ronde trappen, rechte directe trappen, zijwaartse trappen, speciale traptechnieken, gedraaide trappen,...
* De low kick:
Deze schop wordt tegen het been gegeven zowel aan de binnen- als buitenkant. Door deze trap tegen de benen wordt deze krachteloos gesteld en wordt het normale bewegingspatroon verstoord. Een aantal trappen achter elkaar kan zelfs tot gevolg hebben dat de aangevallene niet op zijn benen kan blijven staan.
* De teep:
De teep is een veel gebruikte en uiterst effectieve traptechniek om de tegenstander op afstand te houden, of uit balans te brengen. Deze traptechniek wordt gemaakt met de onderzijde van de voet, waarbij zowel de bal, de hiel als de gehele platte voet worden gebruikt.
Van deze traptechniek kan men een andere techniek bekomen namelijk
* De spinning side kick:
Is een zeer harde schop waarmee men de tegenstander direct uit balans brengt en waarmee hij moeilijk terug op evenwicht door kan komen.
* De zweepslag:
Wordt dikwijls gebruikt als afleidingsmanoeuvre om dan andere schoppen of stoten te geven. Een zweepslag wordt van heel dichtbij op het hoofd of op de dekking van de tegenstander gegeven met de wreef van de voet.

5) Knietechnieken:
In het Thai-boksen worden 3 soorten kniestoten onderscheiden:
* De rechttoe- rechtaan stoten:
Deze stoot wordt altijd van achteren uit met het gehele lichaam ingezet. Op het moment van inzetten komt de knie van achteren naar voren en wordt het bovenlichaam naar achteren gebracht om de kracht te verhogen en om tegenwicht te leveren
* De stoten met half en heel ingedraaide heup (sprongtechnieken vallen hier ook onder).
* De cirkelvormige kniestoten, uitgevoerd via heupdraaiingen.

6) Blokkeren en afweren:
Het weren en blokkeren is bij het Kick- en Thai-boksen een gecompliceerd gebeuren omdat in feite elk lichaamsdeel geraakt kan of mag worden. Men moet er zich dan ook goed van bewust zijn dat zeker in dit geval een goede verdediging meer is dan het halve werk.
De volgende weringen, blokkeringen kunnen onderscheiden worden:
* Weringen op stoten:
- Weringen op directe, zowel op linkse als een rechte stoot
- Op hoeken
- Op opstoten
* Blokkeringen van traptechnieken:
- Blokkeringen van lowkicks
- Van hoge schoppen
- Van teep
- Van side kick

Soorten tactieken
Terug lijst