Vogelonderzoek in het 

"Verdronken Land van Saeftinghe"

(Saaftinghe,Saaftinge,Saeftinge)

 

Voorstelling van het gebied, ligging en vogelonderzoek 

Genoteerde aantallen vogels volgens datum, soort en gebiedsdeel  &     gastenboek

Fotogalerij

Mooie landschapsfoto's

Nuttige inlichtingen, teldata, en contactpersonen

 

 

 

 

Saeftinghe gezien vanop de scheldedijk. (op de achtergrond de kerncentrale van  Doel)

 

Voorstelling en ligging van het gebied

Het Verdronken Land van Saeftinghe ligt in het zuidwesten van Nederland nabij de grens met België (figuur 1). Het is een 3.800 ha groot intergetijdengebied in het oosten van de Westerschelde, waarvan 2.250 ha met schorrenvegetatie is begroeid.


figuur 1

 

Het gemiddeld getijdenverschil bij Nieuw Namen (Saeftinghe) is het grootste voor Nederland en bedraagt ongeveer vijf meter.

Nabij Saeftinghe komen het nutriëntenrijke zee- en het organische stofrijke rivierwater bijeen. Deze combinatie zorgt voor een zeer hoge produktie aan plantaardig en dierlijk materiaal. Daar tegenover staat dat maar weinig organismen aan het leven in een brak milieu zijn aangepast. De levensvormen in Saeftinghe worden daardoor gekenmerkt door weinig soorten maar enorme aantallen.

De vegetatie wordt gedomineerd door enkele plantensoorten: Engels Slijkgras Spartina townsendii, Gewoon Kweldergras Puccinellia maritima, Strandkweek Elymes athericus, Zeeaster Aster tripolium en Zeebies Scirpus maritimus. Plaatselijk, vooral in het oostelijk deel, is er Riet Phragmites australis. Het areaal daarvan neemt de laatste jaren behoorlijk toe.

Ten zuiden van Saeftinghe zijn er relatief grootschalige polders (de Saeftinghe - polders) met een totaal oppervlak van circa 3.500 ha. Deze polders worden voornamelijk gebruikt als akkerbouwgebied. Minder dan 1% is grasland. De belangrijkste gewassen die worden verbouwd zijn (winter) granen, suikerbieten, aardappelen en graszaad.

 

 

Vogelonderzoek

 

 Vogelaars !       foto: J. Millenaar

 

Door de Vogelwerkgroep van de Steltkluut wordt in samenwerking met de beheerder, Het Zeeuwse Landschap, de laatste tien jaar vogelonderzoek uitgevoerd. Een belangrijk deel daarvan wordt gevormd door de maandelijkse vogeltellingen. Maar er is ook onderzoek gedaan naar het voedsel van vogels en er worden zangvogels geringd. Voorlopig treft u op deze website alleen de resultaten van vogeltellingen aan. Aan de uitwerking van andere aspecten van het vogelonderzoek wordt gewerkt. 

                                    

        Grauwe gans (Anser anser), overwintert in grote aantallen in Saeftinghe en  in de omliggende polders.

 

Om het houden van tellingen te vergemakkelijken en om een zekere systematiek in het tellen te verkrijgen, is Saeftinghe opgedeeld in een aantal deelgebieden (figuur 2). De namen van de deelgebieden zijn Speelmansgat (W510), IJskelder (W520), Platte Platen (W530), Hondegat (W540), Gasdam (W550) en Sieperdaschor (W560). Het Sieperdaschor is ontstaan na een dijkdoorbraak in februari 1990. Het is anno 2001 de grootste ontpoldering in NW-Europa.


figuur 2

 

 

Gevolgde telrouten

Er worden drie telroutes gevolgd in Saeftinghe zelf, één in de omliggende polders, en één op de dijk de Saeftinghe scheidt van de polders. Op de tekening zijn de telroutes in Saeftinghe ingekleurd in  zwart, geel en rood. Er wordt geteld  in groepjes van ongeveer 3 man die ieder een zo nauwkeurig mogelijke  telling  maken van de grote aantallen vogels.  Onderling worden deze gegevens dan vergeleken. Als er grote verschillen zijn in aantallen, dan wordt hierover gepraat om te zien waar deze verschillen ontstaan kunnen zijn. De telgegevens  staan per datum genoteerd op de volgende pagina  "tellingen".

 

Kaart met de gevolgde telroutes.

 

volgende  pagina