Melis Stoke

Melis Stoke was geschiedschrijver ten tijde van Floris V.

Hier is meer over de werken van Melis Stoke te vinden: http://www.dbnl.org/tekst/desc001midd01/desc001midd01_039.htm

 

 

Uit: "De schildknaap van Gijsbrecht van Aemstel" van Pieter Jacob Andriessen
Amsterdam, 1862.
Hij gebruikte Jacob van Maerlandt, Jan van Helu en Melis Stoke als bron.

 [p. 20]

dit dan ook wel verdiend. - En hoe maakt het de graaf?’

‘Heel goed,’ antwoordde de bode.

‘O, hoe gaarne zou ik hem eens zien, dien edelen graaf, van wien oom mij altijd zooveel goeds vertelt. Hij moet ook zeer ridderlijk zijn.’

‘De ridderlijkste aller ridders,’ antwoordde de bode, ‘en de vriend zijner onderdanen. Een zegen voor het land en de vader van zijn volk.’

‘Hier zijn wij er,’ zeide Koenraad, terwijl hij het ros bij den teugel greep. ‘Ga maar naar binnen; ik zal wel voor uw paard zorgen.’

De bode was niemand anders dan 's graven jager en heette Diederick. Hij kwam van wege zijnen meester, om Jacob van Maerlant tegen de volgende week op den Vogelenzang te noodigen, alwaar de graaf met zijn hofgezin eenige dagen of weken ging doorbrengen.

‘Oom!’ zeide Koenraad, nadat de bode vertrokken was, ‘gij hebt al zoo lang beloofd, mij de levensgeschiedenis van graaf Floris te vertellen, en moest dat nu eens doen.’

‘Dat wil ik volgaarne. Luister dan. - Onze graaf was nog slechts anderhalf jaar, toen hij zijnen vader verloor en kwam onder de voogdijschap van zijns vaders broeder, zijn' oom Floris. Deze sloot met Zwarte Margriet (1)   een verdrag, waarbij hij beloofde, een' van Guy's dochters ter vrouw te zullen nemen. Zoo

 (1)  Margaretha van Vlaanderen, eene woelige gravin, die veel onrust in de wereld gebragt heeft. Zij was de moeder van Guy van Vlaanderen.

[p. 21]

dit echter niet gebeurde, zou de jonge graaf zulks in zijne plaats doen.’

‘Hoe kon dat, oom? En de graaf was nog geen twee jaren oud?’

‘Dat is zulk een' bijzondere zaak niet bij vorsten en heeren. Die worden meestal reeds in de wieg uitgehuwelijkt. - En zoo'n verbond is heilig, en mag niet verbroken worden. Intusschen was dit alles behalve voordeelig voor den jongen graaf; want bij het verdrag was Zeeland als een leen van Vlaanderen erkend en zou de voogd bij zijn huwelijk met Guy's dochter, die toen twaalf jaren oud was, graaf van Zeeland worden. Zoo ontnam men onzen graaf reeds in de wieg een groot deel van zijn vaderlijk erfgoed.’

‘Dat was heel ondeugend van dien oom Floris.’

‘Dat was het, Koenraad. Gelukkig kwam het tot geen huwelijk; want reeds twee jaren later stierf de voogd aan eene wond, die hij op een steekspel te Antwerpen had gekregen.’

‘En werd Floris toen regerend graaf?’

‘Wel neen. Hoe zou een kind van vier jaren kunnen regeren? Zijne moei Aleid, de weduwe van Jan van Avennes, graaf van Henegouwen, werd nu voogdes. Zij liet den vorstelijken knaap Walsch en Dietsch (1)   leeren en trok met hem naar Zeeland. Maar de edelen des lands wilden niet onder eene vrouw staan, en daarom nam zij Hendrik III, den zachtmoedige, hertog van Brabant, als medevoogd aan. Deze benoemde twee Zeeuwsche edelen om hem te vervangen, de ridders Gerolf en Hendrik van Cats. Bij 's hertogs dood in

 (1)  Vlaamsch en Nederduitsch.  

[p. 22]

1261 werd Graaf Otto van Gelre voogd. Dit gaf veel twist met Aleid. Eindelijk in 1266, toen Floris twaalf jaren oud was, werd hij als graaf gehuldigd. - Zoodra hij den ouderdom van achttien jaren bereikt had, besloot hij, den dood zijns vaders (1)   op de Westfriezen te wreken. Met eene aanzienlijke legermagt trok hij in 1272 op hen af; doch werd met verlies van vijfhonderd man terug geslagen. Hij sloeg hen evenwel op zijne beurt en ook zij leden een aanzienlijk verlies. Intusschen huwde hij met de dochter van Guy van Vlaanderen, onze lieve en goede gravin Beatrix, terwijl hij zijne moei Aleid met hare kinderen uit het land verbande.’

‘Waarom deed hij dat, oom?’

‘Omdat Aleid, die nog eene oude vete tegen het huis van Vlaanderen had, zich zeer tegen dat huwelijk aankantte.’

‘En was de graaf dan niet reeds gehuwd?’

‘Ja, maar in het geheim, met Agnes van Heusden, de dochter van Aernout, heer van der Sluis. Zij schonk hem eenen zoon, Witte.’

‘Witte van Haemstede?’

‘Dezelfde. Daar echter het verbond door zijnen oom Floris gesloten, hem dwong eene dochter van Guy te huwen, was hij genoodzaakt, zijn huwelijk met Agnes te verbreken en Beatrix te trouwen. Witte's moeder huwde daarna met Jan van Haemstede, die niet lang geleden gestorven is; waardoor de heerlijkheid weder aan graaf Floris is vervallen.

 (1)  Van Koning Willem II, in 1256 door de Westfriezen in 't ijs vermoord.  

[p. 23]

‘In 1282 besloot de graaf, de Friezen van eenen anderen kant aan te tasten. Hij rustte eene vloot uit, landde te Wijdenes en versloeg de Friezen, die hij tot Hoogwoude vervolgde. Een oud man, dien Floris' soldaten gevangen genomen hadden en aan een' boom wilden ophangen, bood aan, den graaf het graf zijns vaders te wijzen, indien men hem het leven spaarde. Terstond ging men aan 't opgraven en herkende het lijk aan de wapenrusting. De graaf was er zelf bij. Hij gebood nu met het vervolgen op te houden, liet het gebeente van zijnen vader naar Middelburg voeren en in de abdij aldaar begraven.

‘Intusschen was aan Floris eene dochter geboren, Margaretha, die hij aan den zoon van Koning Eduard van Engeland uithuwelijkte. Om zijn verbond met Engeland nog vaster te maken, huwde hij zijn' zoon Jan, later dan Margaretha geboren, aan Eduards dochter Elizabeth uit, met de voorwaarde, dat de jonge gravenzoon op zijn zevende jaar naar Engeland zou worden gebragt en daar opgevoed.’

‘Is het daarom, dat jonker Jan in Engeland is? Maar gij verhaaldet mij, dat de voogd Floris Zeeland aan Guy van Vlaanderen had opgedragen. Was onze graaf na een leenman van Vlaanderen?’

‘Het huwelijksverdrag had hij gestand gedaan door Beatrix te huwen; maar om Graaf Guy als zijnen leenheer te erkennen - dat kon een man als Floris niet deen. Hij wendde zich daarom tot Keizer Rudolf van Duitschland, en deze gaf hem een bewijs op schrift, dat Guy geen regt op Zeeland had en waarin hij de Zeeuwsche edelen tot gehoorzaamheid aan hunnen wettigen graaf vermaande. Maar deze laatste waren reeds

[p. 24]

ontevreden op Floris, omdat hij Aleid verbannen had en vooral omdat hij met Engeland een handelsverdrag, ten voordeele der steden, had aangegaan; en zoo kwam het tot een' openbaren opstand. Renesse, Borselen, Maelstede, Kruiningen, Cats en nog zeven en twintig anderen wendden zich tot Guy, zwoeren hem trouw en beloofden hem Zeeland te zullen helpen winnen.’

‘Hielden zij dan zooveel van den graaf van Vlaanderen?’

‘Wel neen. Maar zij waren er braaf knorrig om, dat zij nu voor vast onder den graaf van Holland zouden komen. Want zoo lang zij niet wisten of zij onder Holland of Vlaanderen waren, hadden zij kunnen doen wat zij wilden. Nu echter zou hun rijk uit zijn.’

‘En wat deed de graaf?’

‘Hij wist niet, dat het zoo erg was en zond, om hun een blijk van zijn vertrouwen te geven, zijne vrouw en zijn' zoon naar Middelburg. Naauwelijks echter waren zij daar aangekomen, of de stad werd aan den eenen kant door de Zeeuwen, aan den anderen door de Vlamingen belegerd en beloofde, zich binnen weinige dagen over te geven, indien Floris niet tot ontzet kwam opdagen.’

‘En deed de graaf dit dan niet?’

‘Voorzeker. Met een leger trok hij naar Zeeland, alwaar hij te Zierikzee zijnen getrouwen vriend en bondgenoot Jan van Brabant ontmoette, dien hij in den slag bij Woeronc zoo trouw had bijgestaan. Deze verhaalde hem, dat hij reeds alles met Guy geschikt had en dat de Vlamingen Walcheren verlaten zouden. Hij haalde hem zelfs over, om met hem naar Biervliet te gaan, ten einde daar een mondgesprek met Guy te houden; maar

[p. 25]

naauwelijks was Graaf Floris te Biervliet aangekomen, of de verraderlijke Guy liet hem gevangen nemen.’

‘Dat was schandelijk!’ riep Koenraad uit. ‘Maar die hertog van Brabant deugde toch ook niet.’

‘'t Was geheel en al buiten diens schuld. Hij was er dan ook regt boos om, en deed wat hij kon om Floris weder vrij te krijgen; ja, bleef, toen deze op harde voorwaarden ontslagen werd, als gijzelaar in diens plaats. Toen echter onze graaf in vrijheid was, stoorde hij zich niet aan dat met geweld afgeperst verdrag en beoorloogde Guy op nieuw. Deze oorlog liep dit jaar ten voordeele van Holland af. Ziedaar nu, Koenraad! u een en ander verteld van onzen edelen graaf, dien gij binnen weinige dagen zult zien!’

‘Ik, oom? - Ga ik dan met u mede naar den Vogelenzang?’

‘Ja, Koenraad! - Ik wil, dat gij, alvorens wij naar Damme vertrekken, iets meer van de wereld ziet.’

‘O, lieve oom! waarmede kan ik u mijnen dank bewijzen voor zooveel goedheid?’

‘Alleen door gehoorzaamheid en liefde mijn kind,’ antwoordde de waardige koster.