dirksland-2.gif (22650 bytes)

DIRKSLAND 

Dirksland is bekend sinds 1229, waarbij het genoemd wordt in een ruil van goederen tussen Graaf Floris IV van Holland met een zekere Costijn uit Zierikzee.

HET ONTSTAAN VAN DIRKSLAND
In de brede riviermond tussen Voorne en Schouwen en Duiveland kwamen in het begin van onze jaartelling ten zuidoosten van het toen in zijn kern reeds bestaande eilandje Westvoorne of Goedereede achtereenvolgens een aantal grotere of kleinere platen op.
Door verwering van de daarop ontstane plantengroei vormde zich een veenbodem, die zeer geschikt bleek voor de veen- en zoutwinning. Deze veen- en zoutwinning ontwikkelde zich tot een belangrijke en lonende tak van bedrijf, die vooral door de vele toen bloeiende kloosters werd begeerd. Ten behoeve van dit bedrijf of darink delven werden om, het te ontgraven land "moerdijken" aangelegd, waarbinnen de ontginners zich ook tijdelijk konden vestigen en soms wel een kapel stichtten.Was het veen geheel uitgegraven en het land dus "uitgemoerd'', dan werd het weer verlaten en gingen geleidelijk aan ook de moerdijken weer te niet. De aan hun lot overgelaten platen slibden weer aan, werden met zeeklei overdekt en als gorzen door de "heer'' weer ter bedijking, maar dan tot korenland, uitgegeven.

Deze regel ging ook voor Dirksland op. De naam Dirksland komt voor het eerst voor in een oorkonde van 15 mei 1229. Graaf Floris IV ruilt dan met heer Costijn grond in Schouwen tegen goederen in Zierikzee. De graaf belooft hierbij dat, indien Costijn geen zoon zou nalaten, diens dochter van de graaf o.a. het land genaamd Dircsland in leen zou krijgen. Dit Dircsland of Diederiksland behoorde inderdaad tot de geruilde Zierikzeese goederen, hetgeen blijkt uit een oorkonde van de zesde Ferie na Asdag (25 februari) 1275 (1276) waarbij Graaf Floris V dat land verpandt aan Albert van Voorne. De graaf was aan Albert nl. 200 Hollandse Ponden schuldig. Bepaald werd dat de schuld vr 17 september zou worden afgelost. Floris V zag echter geen kans om zijn schuld te betalen en hij was genoodzaakt het land in volle eigendom over te dragen aan Albert, Heer van Voorne. In de oorkonde wordt het land omschreven als "een zeker zoutland" en eertijds toebehoord te hebben aan Hugo Johannes en de zoons van Diederik van Zierikzee.
Aan deze laatste werd blijkbaar de naam Dirksland ontleend. Na nog wat transacties kon het eerste kwart van de 15e eeuw aan bedijking van het gors tot korenland worden gedacht. Op 13 november 1415 geeft Jan van Beijeren de kern van het eiland Dircsland ter bedijking tot een korenland uit aan Pieter Claesz zoon c.s.

In deze bedijkingsbrief komen o.a. de volgende bepalingen voor:
so sal men geven, in der eeren Godts, der Heiliger Kercke, van dat men in den nieuwlande voors. bedijcken sal, zes en dartig gemeten landts, behoudelijck des, dat de prochie-pape hebben sal die tweede deel van den lande voors., ende eende priester, die daer af drie missen ter weecke doen sal, een derden deel van den voorschreve lande.
Ende dese voors, priesteren zullen beide woonagtig wesen binnen dese landen voorschreve. Item so en zullen deze voors, priesteren geen rente opbeuren van den lande voors, eer dat deze Kercke gewijt is, ende deze voors. Kercke sal men timmeren ende maecken bij den breetsten landtluiden, ende dat van den gemetegelden, ende ook metter renten, die van der Kercke-landen kommen zullen, eerdat de voors. Kercke gewijt is.
Ende, om dat wij alle dese dingen, ende punten, ende stucken voors., vast ende gestadigh gehouden willen hebben, zoo hebben wij des te oirkonde onsen Zegel aan desen Brief doen hangen in 't jaer onses Heeren duisent vierhondert ende vijfthien, dertien dagen in Novembri''.

De bedijkers hielden zich aan de bepalingen van de bedijkingsbrief en bouwden een kerk. Eerst zal dit wel een kapel geweest zijn maar uiteindelijk werd toch een grote, stenen kerk gebouwd. Een juiste datum van stichting is hiervan niet te geven. Aangenomen kan worden dat de kerk is gebouwd omstreeks 1488. In die tijd behoorde de gemeente van Dirksland tot het dekenschap en kapittel der collegiale kerk van St. Catharina in den Briel.