David van BourgondiŽ
bisschop van Utrecht

Nadat Rudolf van Diepholt, bisschop van Utrecht (1423-1455) stierf, benoemde Philip de Goede van BourgondiŽ zijn bastaardzoon David van BourgondiŽ tot bisschop (1455-1496). De bevolking van Utrecht en een aantal edelen van het bisdom waren niet blij met deze beslissing. Het leidde tot nieuwe onlusten die bekend staan als de "Hoekse en Kabeljauwse twisten".
De opstanden werden zo groot dat in 1481 de stad Utrecht haar eigen bisschop koos als een opponent voor de offieciŽle bisschop. Deze opponent was de 19 jarige Engelbert van Kleef, de oudere broer van hertog Jan van Kleef. Deze gebeurtenis leidde tot verschillende veldslagen tussen de partij van Engelbert (Hoek) en de partij van de officiŽle bisschop David (kabeljauw).
Holland en aartshertog Maximillian van Oostenrijk (de grootvader van David) steunde de partij van de bisschop van Utrecht. Utrecht werd gesteund door hertog Jan van Kleef en een aantal edelen uit Kleef en het bisdom Utrecht. Een van deze edelen in de opstand tegen bisschop David was burggraaf Jan van Montfoort.

De bevolking van en de stad Utrecht zelf leden verschrikkelijk als gevolg de gevechten waardoor ze in 1482 over vrede wilde praten. De eerste gesprekken hadden weinig resultaat en de strijd ging door. Ondertussen had paus Sixtus IV op verzoek van bisschop David de steden Utrecht en Montfoort geexcommuniceerd. Dit betekende dat het officieel verboden was om kerkdiensten te houden maar de bevolking van Utrecht dwong de priesters om deze toch te houden. Jan van Montfoort trachtte de strijd vol te houden maar zijn tegenstanders waren te sterk. Zelfs Engelbert van Kleef was terug gegaan naar Duitsland. Toen de bevolking van Utrecht zag dat de strijd niet zo goed ging, gaven ze Jan van Montfoort de schuld en namen hem gevangen. Ze ontboden bisschop David naar Utrecht en hij begon onmiddelijk onderhandelingen met de gevangen Jan van Montfoort. Hij vertelde hem dat hij zou worden vrijgelaten als hij zijn stad (Montfoort) overgaf aan het bisdom Utrecht. Waarschijnlijk weigerde Jan want hij bleef gevangen.
Ondertussen had Engelbert van Kleef samen met Hendrik van Nijveld een nieuw leger gevormd en samen trokken ze op naar Utrecht en veroverde de stad. Bisschop David had de stad slecht 17 dagen in zijn bezit gehad. Hij werd gevangen genomen en werd gevangen gehouden in een bordeel voordat hij naar Amersfoort werd genomen. Dit was te veel voor zijn grootvader Maximillan, de aartshertog van Oostenrijk. Hij vormde een groot leger en trok naar Utrecht. De stad moest hem een bedrag van 40.000 gouden guldens betalen als oorlogsschuld en bisschop David werd bevrijd uit zijn gevangenis in Amersfoort. Op 31 augustus 1843 werd Utrecht gedwongen om hem als bisschop te accepteren en hem te gehoorzamen in alle zaken die met de kerk te maken hadden. Engelbert van Kleef werd in eerste instantie gevangen gezet in Gouda maar later werd hij vrij gelaten en vertrok hij naar Duitsland.

Tijdens zijn korte tijd als bisschop (1481-1483) heeft Engelbert 2 munttypen laten slaan die nu extreem zeldzaam zijn. Een was een zilveren munt genaamd "witpenning", dit was de naam voor zilveren munten (voornamelijk de Groot) die een hoog gehalte aan zilver hadden. De andere munt was een gouden gulden met op de voorzijde een bbeltenis van St. Maarten zittend op een troon en op de keerzijde de wapens van Kleef en Mark. De opschriften op de munten refereren naar Engelbert als de bisschop van Utrecht. Waar de munten zijn geslagen is niet zeker, de twee meest waarschijnlijke plaatsen zijn Utrecht of een Munt in Kleef (Duitsland).

 

Jan VII van Renesse was Maarschalk van het Oversticht 1440, 1459; schepen en burgemeester van Utrecht 1459, 1460, schout van Utrecht 1477, gezant van Hertog Philips in 1456, in de Raad van Justitie van bisschop David van BourgondiŽ 1474-1479. Overleden op 20-02-1492, begraven te Utrecht in de kerk der Minrebroeders. Zegelde in 1436 en 1439 met de Ridderschap van Utrecht. Werd in 1449 verbannen uit Utrecht met o.m. Frederik van Renesse, heer van Rijnauwen, zijn oudere broer. Zegelde met de Ridderschap in 1478, vluchtte de stad uit in 1481. 

 

 

 

    Lodewijk van Nevers   Lodewijk van Male            
    Filips de stoute Margeretha van Male          
    Jan zonder vrees          
    Filips de Goede          

Friedrich III van Oostenrijk

Eleonora van Portugal

Karel de Stoute van BourgondiŽ Isabella van Bourbon        

keizer Maximiliaan I van Habsburg

Maria van BourgondiŽ

Ferdinand V van Aragůn

 

Philips I van Habsburg

Juana van CastiliŽ

Keizer Karel V

 

 


 

 

Utrecht

12 Attestatie door Adriaan van Renesse, deken van de Dom te Utrecht, Gerrit van Renesse, ridder, en Jan van Renesse, heer van Wulven en Wilp, van de adelijke afkomst van Johanna van Wijhe, dochter van Jasper van Wijhe, heer van Echteld,

1559 januari 18. 1 charter