1295

Hollands Vlaamse oorlog Slag bij Baarland.

In 1295 voltrok zich een ramp voor de leefgemeenschappen op het eiland (op het eiland Oost-Borsele vormde Baarland met de dorpen Bakendorp en Oudelande de heerlijkheid van Baarland.) toen er een flinke Vlaamse strijdmacht landde, die de hele streek brandschatte. Het betrof hier een wraakactie tegen graaf Floris V, die daarvoor Sluis had geplunderd. Uiteindelijk werden de Vlamingen verslagen door de gezamenlijke legertjes van Doedijn en Everinge en de Van Borselens.

 

Floris ziet in, dat hij in zijn conflict met Vlaanderen van de Engelse koning --die zelf toenadering tot de Vlaamse graaf zoekt om hem uit het Franse kamp los te weken-- geen steun kan verwachten. Bovendien doet Philips de Schone in het najaar van 1295 aan Floris (ook financieel) zeer aanlokkelijke voorstellen. 

 

Eind 1295 , vermoedelijk omtrent december, werd Gwij naar Parijs ontboden. Gwij accepteerde de voorstellen van de Franse koning niet en eiste onder meer de opheffing van het wolembargo. Uiteindelijk kreeg Gwijde zijn zin, maar het embargo wed niet opgeheven. Integendeel werd de Franse markt voor laken uit Vlaanderen gesloten.  

 

1296

In 1296 kon Jan van Avesnes graaf Floris V van Holland er toe overhalen om de zijde van de Fransen te kiezen in het conflict tussen Frankrijk en Engeland.  

Floris V verwachte meer steun van de Franse koning dan van Eduard I die toenadering tot Vlaanderen had gezocht, en besluit de Franse koning als zijn leenheer te erkennen.

 

Op 6 juni 1296 tekende Jan van Avesnes een verdrag met Frankrijk, en op 9 juni tekende Floris een geheim verbond met de Fransen. (volgens Melis Stoke handelde Floris V onder druk!, anderen denken dat Floris V de Engelse koning Edward I was gaan wantrouwen omdat deze goede contacten met Gwijde III van Dampierre, Graaf van Vlaanderen, onderhield, en er de voorkeur aan gaf om zijn wol aan Vlaanderen te verkopen.)

Jan en Floris rekenden er op dat de Franse koning Philips IV (Philips de schone) niet zou accepteren dat zijn vazal Gwijde van Dampierre goede banden zou onderhouden met zijn aartsrivaal Engeland, en daarom een goede bondgenoot zou zijn voor zowel Henegouwen als Holland tegen Engeland en Vlaanderen.

Jan, here van Arkel, kiest in de gebeurtenissen die zich om het jaar 1296 afspelen de zijde van graaf Floris V.

 

Het gevolg was natuurlijk dat Edward I dit verraad niet accepteerde, en hij direct enkele politieke tegenstanders van Floris in Holland contacteerde. (Het plan om Floris te ontvoeren zou door Engelsen, Brabanders en Vlamingen zijn gesmeed.) Edward gaf opdracht om Floris gevangen te nemen en naar Engeland te voeren. Wellicht met de bedoeling om hem van gedachten te doen veranderen of hem door zijn ziekelijke zwakke jonge zoontje Jan te vervangen.

Jan, here van Arkel, neemt na die gevangenneming van graaf Floris V diens twee neven van Henegouwen mede naar zijn kasteel: “Die here van Arkele nam beide, De twee kinder in sijn geleide, Ende voerde tsinen huse mede, omme te hebbene te beteren vrede”.

 

27 juni 1296

de moord op Floris V

Het land raakt na Floris' dood (zijn lichaam wordt naar Alkmaar gebracht en daar opgebaard) in een geweldige beroering. De jacht op Floris' moordenaars brandt los, een aantal vlucht naar het buitenland, anderen verschansen zich in het aan de Vecht gelegen kasteel de Kroonenburch.
Dan is er nog de vraag: welke edelen, buiten degenen aanwezig bij Floris' gevangenname, waren nog meer betrokken in het komplot? In dat verband worden namen genoemd: Dirk van Brederode en de Zeeuwen: Jan van Renesse en Wolfert van Borselen.

 

Na de moord op Floris V kwam een groot deel van de bevolking in zijn gebied in opstand, waaronder natuurlijk West-Friezen die hiertoe werden aangezet door de bisschop van Utrecht, Willem van Mechelen.


Na de dood van Floris V zagen de West-Friezen 'n kans op het herstel van hun vrijstaat en mede doordat ze door de bisschop van Sticht (Utrecht) werden aangespoord kwamen ze tegen graaf Jan I in opstand. (ze erkenden hem niet als wettig nakomeling van Floris V, deze had officieel zeven bastaarden) De dwangburchten, waren voor hen symbolen van Hollandse onderdrukking en moesten uit het landschap verdwijnen. Ze vernietigden de dwangburchten Nuwendoorn en Wijdenes (deze burcht is zo vernield dat er tot op heden geen sporen van terug gevonden zijn). In tegenstelling tot wat menig (geschiedenis)boekje beweert, was dit dus de eerste opstand van de West-Friezen tegen het graafschap Holland. De gevechten en veldslagen daarvoor waren niets anders dan het verdedigen van de eigen staat tegen indringers. (Men zegt toch ook niet dat de Nederlanders in 1940 opstandig waren toen Nazi-Duitsland aanviel? Opstand en verdediging zijn twee heel verschillende begrippen, m.a.w. opstandig werd men pas na de Nederlandse capitulatie aan Duitsland)

 

Omdat graaf Jan I niet in het graafschap Holland was ondernam zijn neef Jan van Avesnes (graaf Jan I van Henegouwen) 'n poging om in naam van zijn neef de opstand te bedwingen. Dat hij hiermee zijn eigen macht in het graafschap Holland wilde vergroten werd later duidelijk.

 

Bij Enghuse (Enkhuizen) ging het leger van Jan van Avesnes (Hollanders en Zeeuwen) aan land, brandde het plat en vertrok in de richting van Medemblik om het belegerde kasteel Radboud te ontzetten.

"met een groote magt van volk ... te scheep in West-Vrieslandt, en voerde het heir naer Enkhuisen, daer de West-Vriezen laegen"."Toen wierdt Enkhuisen door de Heeren van Arkel en Putten verbrandt en geplondert". (Geeraerdt Brandt)

Na kasteel Radboud ontzet en bevoorraad te hebben werden de omstandigheden -de winter kwam er aan- voor deze Jan steeds slechter en als vanouds moest ook hij met zijn steeds kleiner wordende leger richting Haarlem vluchten.

 

Toen de West-Friezen na de belegering van het Het Muiderslot, vandaar al plunderend terugtrokken, veroverden zij onderweg het kasteel te Wijdenes en verwoestten (Stoke, boek V, vers 610 en verder) deze tot de grond toe. Ook Huis te Nuwendoorn werd vernield, terwijl het kasteel in Medemblik werd bestormd en uitgehongerd. De Medemblikker burcht doorstond dit en werd ontzet door het grafelijke leger onder leiding van Jan van Avesnes (van Henegouwen).

 

11 november 1296

Op 11 Nov. 1296 geeft Jan van Avennes aan Jan van Arkel een rente van 80 pond 's jaars uit een wijngaard te Mechelen,

 

11 november 1296

Koning Eduard I liet enkele Engels gezinde edelen, waaronder Jan van Renesse naar Engeland komen. Jan van Arkel maakte ook deel uit van het gezelschap, dat aan de koning van Engeland de dood van graaf Floris V ging melden.

We weten niets van de ongetwijfeld vele beraadslagingen die in het land zullen hebben plaatsgevonden over deze poging van Edward om de terugkeer van Jan I (onder het regime van deze Engelse vorst) tot stand te brengen. We kennen ook de namen niet van de uiteindelijke delegatie die op de genoemde elfde november met Edward overleg voert; maar het is aannemelijk dat het dezelfde zijn die op 7 januari 1297 het huwelijk van Jan en Elisabeth bijwonen onder wie: Jan van Renesse, Dirk van Brederode, Willem en Gerard van Egmond en Jan van Teilingen.

 

Ik neem aan dat de deputatie de gehele periode in Engeland is gebleven, getuige ook de Procurator, die schrijft: 'Als de Hollanders dan in Engeland vertoefden met verlies van tijdt...'
De Engelse koning zal ongetwijfeld de tijd hebben benut om zich van de steun van de aanwezige Hollandse en Zeeuwse edelen alsmede van de eveneens aanwezige vertegenwoordigers van een aantal steden te verzekeren en met hen plannen te bespreken om de graaf van Henegouwen het hoofd te bieden. De Procurator weet zelfs te melden dat hij Dirk van Brederode tot voogd van de jonge Hollandse graaf benoemde!

 

1297 

7 januari 1297
Het huwelijk van Jan van Holland met Elizabeth, dochter van koning Eduard I van Engeland, te Ipswich. Hierbij waren onder meer aanwezig: Jan van Renesse, Dirk van Brederode, Willem en Gerard van Egmond en Jan van Teilingen.

 

Jan mocht, onder de belofte dat hij zich geheel zou houden aan de door de koning toegevoegde raadslieden, met drie Engelse schepen richting Zeeland vertrekken om zijn vader als Graaf van Holland en Zeeland op te volgen. Aan boord de Hollandse Graaf Jan I, met zijn drie voornaamste raadgevers en zijn lijfwacht onder leiding van kapitein Arnould de Cupere. Vrouwe Elizabeth van Graaf Jan I, bleef achter in Engeland.

Zierikzee was de bestemming omdat Jan van Renesse hier heer en meester was, en de Engels gezinde edelen in de meerderheid waren. Van hieruit zou Holland en Zeeland bestuurd worden.

Daar stond hij aanvankelijk geheel onder invloed van van de Engels-gezinde Jan van Renesse.

Jan van Renesse deed zijn best om als plaatsvervanger te worden gezien van Graaf Jan I, die totaal niet in staat was zelf te regeren. De twee andere raadsleden  (Thierry de Clifort en Filips van Wassenaar?) floten hem steeds weer terug als Jan van Renesse weer eens te ver ging.

Inmiddels had zijn rivaal Wolfert van Borssele het eiland Walcheren geheel veroverd, en noemde hij zich heer van Veere.

Gerard van Voorne, de schildknaap van zijn vader, was inmiddels tot ridder geslagen, en sloot vriendschap met Graaf Jan I, zoals dat ook al was met zijn vader Floris V.

 

De lijfwacht van Graaf Jan I moest vooral de eerste maanden op hun hoede zijn. Arnould vond het maar niets dat iedereen uit het land zogenaamd even met de jonge Graaf kennis moest komen maken en ondertussen zijn of haar wensen kenbaar maakten. Evenmin wist hij natuurlijk wat de ware bedoelingen waren. Iedereen kon een potentieel moordenaar zijn. Na enkele maanden werd het wat rustiger, en werd het duidelijk dat niemand (behalve Jan van Avesnes) echt belang had bij een dode Graaf.

 

Een van de eerste bestuurszaken waren de inlijving van de goederen en landerijen van de moordenaars van zijn vader. Tevens werden de ontsnapte moordenaars bij verstek met de dood veroordeeld. Hierdoor was het hen onmogelijk gemaakt om nog in Holland en Zeeland terug te keren.

 

Xx Januari 1297

Uiteindelijk werd Gwijde het beu door Philips te worden geknecht, en in januari 1297 zegde hij zijn eed van trouw aan zijn vorst op - een voor die tijd ongehoorde daad. Maar voor Philips de ideale aanleiding om toe te slaan. Gwijde had zijn dramatische stap, dacht hij, goed voorbereid. Hij had steun van zijn kleinzoon Jan, graaf van Holland en Zeeland, van de Engelse koning Eduard I en van de Duitse keizer Adolf van Nassau.

 

27 Maart 1297

Slag bij Vronen.

Wolfert van Borssele kreeg een deel van de Zeeuwse adel op zijn hand, en bood zich aan om voor Graaf Jan I onder leiding van Jan van Renesse tegen de West Friezen op te trekken. De Hollandse troepen, hadden een nieuwe strijdmacht geformeerd en rukten op, binnen het bereik van de eigen schutters op de Torenburg, Middelburg en Nieuwburg.

Terwijl de Westfriezen stellingen betrokken tussen de Nieuwburg, Vronen en het Vronermeer, passeerden de Hollanders de geestgronden tussen Vronen en Oudorp. De Westfriezen rukten op in de richting van Alkmaar, terwijl de Hollanders, onder leiding van Jan van Renesse, zich terugtrokken binnen het bereik van de schutters op de Middelburg.
Uiteindelijk gaf Jan de orders om een tegenaanval in te zetten. Terwijl bij Vronen zwaar werd gevochten, liet hij door middel van een vloot van koggen, bij het noordelijk deel van het Vronermeer, een derde deel van zijn manschappen aan land brengen. Zij sneden de Westfriezen de pas af toen zij zich in de richting van Niedorp wilden terugtrekken.

“Tijdens deze gevechten werd Jan van Renesse met de Hollanders bij Vronen omsingeld door de West Friezen. Ze vochten als leeuwen maar de overmacht was te groot. Wolfert van Borssele die leiding gaf aan het Zeeuwse leger, trok hij zich verraderlijk terug met de Zeeuwse edelen. En liet Jan van Renesse in de steek.”

Het was een ware veldslag, Stoke vermeld 3000 doden. Vronen werd hierna in brand gestoken.

Op 27 Maart 1297 sneuvelt onder meer Jan van Arkel.

In Zierikzee was dit verraad natuurlijk niet bekend, waarop de bevelhebber Jan van Renesse de schuld kreeg van deze nederlaag. Hij viel in ongenade en werd naar Zeeland verbannen.

 

Iets later behaalde Wolfert van Borssele de overwinning op de West Friezen. En behaalde daarmee alle eer. Kort daarop werd Wolfert van Borssele in verband met dit succes benoemd tot de nieuwe Zeeuwse raadgever van Graaf Jan I.

 

30 april 1297

Jan I van Holland had vanwege zijn jeugd en broze gezondheid nauwelijks enige autoriteit en droeg op 30 april 1297 het bestuur aan Wolfert I van Borsele over tot aan zijn 25ste verjaardag.

15 juni 1297

Op 15 juni overschreed het Franse leger de Vlaamse zuidgrens. Binnen twee maanden had het ongeveer de helft van Vlaanderen in bezit en ook nog het grafelijke ridderleger op het Bulskampveld (bij Veurne) verslagen. De Engelse koning kwam te laat en met te weinig steun en de Duitse ridders waren verre de mindere van hun Franse collega’s. De Vlaamse zuidoostgrens had Gwijde ook niet gedekt. In het naburige Henegouwen was Jan II van Avesnes graaf. Als lid van de Avesnesdynastie was hij een verklaard tegenstander van Gwijde en zijn familie.

 

23 juni 1297

Karel van Valois omsingeld Rijsel. Kort daarna verscheen Jan II van Avesnes met een eerste contingent Henegouwers

 

Augustus 1297

Pas in augustus landde Edward met een expeditieleger. Hij ontscheepte zijn troepen in Sluis, marcheerde naar Aardenburg en trok van daaruit naar Brugge. In Brugge bleek weinig animo om tegen de schijnbaar oppermachtige Fransen te vechten en Edward verplaatste zijn leger daarom maar naar Gent. Daar gebood hij zijn manschappen mee te helpen bij de verdediging van de grootste stad van Vlaanderen.

 

20 augustus 1297

Slag bij Bulskamp, in de buurt van Veurne, waarbij de Vlamingen het onderspit moesten delven, ew waarbij onder meer Willem van Pietersheim  en Willem van Gulik sneuvelden. Jan van Pietersheim werd met Hendrik van Blamont als oorlogstrofee naar Parijs gevoerd.

 

18 september 1297
Op 18 september sloten de Bruggelingen een verdrag met de Fransen en nog geen week later trokken zij zelfs gezamenlijk op om Damme te veroveren om de zeehandel over het Zwin zeker te stellen en de aanvoerroute van de Engelsen af te snijden. Aan de begin van het winterseizoen vond Philips het voorlopig genoeg. Zijn leger had bijna de helft van graafschap in bezit en het Engels-Vlaamse bondgenootschap zag er alles behalve stabiel uit. Een Engels-Vlaamse opmars naar Brugge was bijvoorbeeld verhinderd door onderlinge gewelddadigheden.

Gwijde had nog enkele grote steden in het zuidwesten (Ieper, Kassel), oosten (Gent, Deinze) en een uitweg naar zee in het noorden via Damme (de graafsgezinden hadden het weer heroverd) en Aardenburg.

 

Oktober 1297

In oktober kwam er een einde aan de gevechten toen Philips, Edward en Gwijde een bestand overeenkwamen.

 

 

7 november 1297

Op 7 november 1297 werd vrede gesloten, zodat de Westfriezen nu definitief onderworpen waren. Deze vrede werd gesloten op de Torenburg. De Nieuwburg zou verwoest zijn en was voor dit doel dus niet beschikbaar. Spoedig daarna werd de Nieuwburg herbouwd, zodat deze voortaan onbetwist de plaats van de Torenburg zou innemen.

 

Als in september 1297 Arnould de Coupere dit spel van Wolfert van Borsele doorziet en informeert over de nederlaag van 27 maart 1297 te Vronen, ontsteekt Costyn in woede. ‘Ik heb aan de zijde van mijn broer gevochten, we zijn verraden. Die smeerlappen trokken zich terug in plaats van de aanval te kiezen. We hadden die Friezen in ons broekzak, maar Wolfert van Borssele pleegde verraad.’  Arnould en Costyn gingen beide ridders op zoek naar mannen die de manouvre van Wolfert van Borssele konden bevestigen. Zowel bij Hollanders als bij Zeeuwen Na de getuigenissen te hebben gehoord over de nederlaag bij Vronen, ging Arnould overtuigd van de onschuld van Jan van Renesse pleiten bij Thierry de Clifort en Filips van Wassenaar. Na Arnould zijn verhaal te hebben aangehoord, vonden ook zij dat Jan van Renesse te zwaar was gestraf en overtuigden Jan hiervan. Jan van Renesse werd weer in ere hersteld, en hem werd een nieuwe goede positie aangeboden; die van Baljuw in Zuid Holland.

 

Jan en zijn broer Costyn kwamen naar Veere, waar Graaf Jan I zijn nieuwe bestuursraad vanuit kasteel Zandenburg had gemaakt, uiteraard niet geheel zonder invloed van Wolfert van Borssele, die steeds meer macht over de zwakke Graaf kreeg.

Jan werd quasi hartelijk onthaald door Wolfert van Borssele, die hem eerherstel gaf en het ambt van baljuw in Zuid Holland. De spanning onder de Zeeuws/Vlaamse en Zeeuws/Engelse gelieerde edelen was weer even verminderd.

 

Toch had Wolfert van Borssele nu de jonge Graaf zodanig ge´mponeerd, dat deze hem van alles op de mouw kon spelden. Arnould werd gewekt door Wolfert: ‘Maak je klaar met je mannen Arnould, we gaan een rondrit maken door het Graafschap.’ Arnould vroeg: ‘Wanneer gaan we weg dan?’ ‘Over een uur wil ik vertrokken zijn,’ antwoordde Wolfert. Zodoende ging de stoet van Graaf Jan I, onder leiding van Wolfert van Borssele met lijfwacht weg. De andere raadsleden onwetend achterlatend, zodat er eigenlijk meer sprake was van ontvoering. Ook Gerard van Voorne ging mee, want anders wilde Graaf Jan I niet mee.

 

Wolfert, een geboren organisator, maakt zich populair bij het volk en regelde het binnenlands bestuur zodanig dat zijn invloed niet meer weg te denken was.

 

De omgang met de Graaf werd door Wolfert zoveel mogelijk vermeden, om zijn eigen invloed niet kwijt te raken. Gerard liet weten dat hij ook bij de Hollandse adel, zou informeren of en hoe de raadgevers Filips van Wassenaar en Thierry de Clifort zijn ge´nformeerd over de rondrit door het Graafschap. Gerard kwam erachter dat vanuit Veere gesproken werd van regelrechte ontvoering van de jonge Graaf door Wolfert van Borssele

Ook Wolfert zag in dat Gerard van Voorne als vriend van de Graaf een invloed had die hij voor zich moest winnen.

Hij had altijd al huwelijkse banden gehad met het huis van Voorne, en was zelf voor de tweede maal gehuwd met Katharina van Voorne Burggravin van Zeeland en moeder van Gerard, en stelde Gerard voor om met zijn dochter uit zijn eerste huwelijk Heylwijf te trouwen. Gerard wist dat Heylwijf een mooie jonge vrouw was, met lang goudblond haar, en dat het huwelijk een grotere invloed in Walcheren zou betekenen voor het huis van Voorne, en stemde dus toe.

Na de uitgebreide rondrit van enkele weken, kwam de stoet weer terug in Veere aan. Een verklaring gevraagd door Filips en Thierry werd door Wolfert afgedaan als zijnde: ‘Hij is vrijwillig meegaan, en hij vond het leuk.’ Het huwelijk tussen Heylwijf en Gerard werd voltrokken in de abdij van Middelburg. Arnould, Ida en Casper waren ook uitgenodigd, evenals Jan en Costyn van Renesse. Tijdens het feest werd Jan van Renesse door de raad van Holland en Zeeland benaderd.

 

Hij kreeg de leiding om te bemiddelen in een conflict met Hertog Jan I van Brabant. Bergen op Zoom werd het doel van de reis. Wolfert van Borssele had ervoor gezorgd dat Jan van Renesse de opdracht kreeg. Ook Costyn werd door zijn broer meegevraagd. Wolfert vertelde de jonge Graaf Jan I, dat Jan van Renesse een komplot met de Hertog van Brabant smeedde om hem Graaf Jan I, te gijzelen. Dit om de invloed van Brabant, in Holland en Zeeland te versterken. De na´eve Graaf Jan I geloofde hem. Tijdens zijn bezoek in Brabant, vernam Jan van Renesse, dit van Hertog Jan I.

Thierry de Clifort:  ‘Ik heb wel vernomen dat ze Jan willen dagvaarden om hem over zijn rol te horen. Ik ben alleen bang dat je daar niet levend vandaan komt. Wolfert zal de feiten zodanig draaien dat wat je ook zegt, je altijd schuldig zult worden bevonden. De hoorzitting wordt bijgewoond door hoofdzakelijk getrouwen van Wolfert. Als Jan naar Veere komt zal hij schuldig worden verklaart, en daarmee vermoedelijk ter dood worden veroordeeld, als Jan vlucht, zal dat worden gezien als schuldig en zal je worden verbannen en je goederen en landerijen zullen worden verbeurt verklaart. Arnould en Costyn zijn bij Graaf Jan I in ongenade vervallen wegens verzaken van hun plichten; omdat jullie Jan niet hebben gearresteerd. Jullie kunnen maar beter een poosje je heil in het buitenland zoeken. Jullie goederen blijven gewoon aan jullie familie toevertrouwd. maar Jan is het doelwit van Wolfert geworden, en kan beter vluchten. Nicolaas Cats en Jan van Schenge werden gegijzeld door Wolfert om zo te proberen Jan te dwingen te verschijnen in Veere. Alleen heeft hij dan toch de overige Zeeuwse en een groot deel van de Hollandse adel tegen zich als hij hen iets aandoet., en dat weet hij donders goed.’

 

September 1297

Bij terugkomst op zijn slot Moermond, ontving Jan van Renesse een dagvaarding, waarop hij besloot niet in te gaan.

 

 

 

Hij adviseerde Arnould en Costyn weg te gaan naar Vliethof, en daar de gebeurtenissen af te wachten. Alle overige familie van Jan en Costyn alsmede Swer-Almus, gingen mee. Ik blijf hier met mijn getrouwen van de kasteelwachten om Moermond te verdedigen. Indien de tegenstander te sterk blijkt zijn, zal ik het slot in brand steken, en naar mijn vrienden in Vlaanderen vluchten. Arnould, Costyn, en hun gevolg reisden af naar Vliethof, waar zij de gebeurtenissen zouden afwachten. Ida ontving haar familie hartelijk en was blij dat iedereen ongedeerd was aangekomen. Vooral de vrouw van Jan en zijn dochter Margaretha, waren blij onderdak bij Ida te vinden In november kwam er een boodschapper van het eiland Schouwen met nieuws.

 

Oktober 1297

Eind oktober 1297 was slot Moermond gevallen en verwoest. Jan van Renesse was ontkomen met de meesten van zijn getrouwen en veilig in Vlaanderen. Iedereen was opgelucht dat het voorbij was. Jan had kunnen ontkomen, en daarbij was het slot niet in handen van Wolfert gekomen.

 

Arnould de Cupere en Costyn van Renesse waren in ongenade gevallen en in de ban, en zouden in Holland en Zeeland worden gevangen gezet als ze zich daar zouden vertonen. Costyn bracht de familiedocumenten naar het huis van de Heren van Voorne zodat deze veilig waren opgeborgen voor het nageslacht. Hierna vertrok hij naar andere oorden. Hij had altijd het heilige land al eens willen zien. De vrouw van Jan van Renesse en zijn dochter Margaretha bleven alsook Swer-Almus bij vrouwe Ida en Casper wonen. Arnould ging terug naar Middelburg, maar eerst ging hij zijn broeder Diederik om raad en daad vragen.

 

Omdat hier niets van is opgeschreven, gaat men er vanuit dat de Nieuwburg en Middelburg niet in dat beruchte jaar zijn verwoest, hoewel dit voor de Nieuwburg niet helemaal zeker is.

 

7 november 1297

Op 7 november 1297 werd vrede gesloten, zodat de Westfriezen nu definitief onderworpen waren. Deze vrede werd gesloten op de Torenburg. De Nieuwburg zou verwoest zijn en was voor dit doel dus niet beschikbaar. Spoedig daarna werd de Nieuwburg herbouwd, zodat deze voortaan onbetwist de plaats van de Torenburg zou innemen.

 

De invloed die Wolfert op de jonge Graaf Jan I afdwong, zette in Holland en Zeeland inmiddels veel kwaad bloed. Hollandse edelen vonden het maar niets dat een Zeeuw de dienst in hun land uitmaakte, en nog minder omdat hij goede contacten had met Gwijde van Dampierre de Vlaamse Graaf. (?)

Om deze reden werd vanuit Holland, Hertog Jan I van (Avesnes) Henegouwen gevraagd om zich over zijn achterneef te ontfermen, want zo dachten ze, beter Henegouwen met Franse invloed, dan Zeeuws Vlaamse invloed, waarbij dan ook nog naar de pijpen van Engeland kon worden gedanst.

De Henegouwse Hertog vond de situatie niet ernstig genoeg om zelf te komen en zond zijn broer.

 

Wolfert had zich in het bezit weten te stellen van de landgoederen van, van Amstel, van Woerden en van Velzen. De goederen van Gijsbrecht van Ysselstein kwamen in handen van zijn vrouw Katharina van Voorne.

 

1299

maart-april 1299

Op 4 maart 1299 werden Jan en Gwij van Namen in Ulm door Keizer Albrecht ontvangen waarbij hij ten voordele van Gwij een reeks door zijn voorgangers genomen maatregelen annuleerde. Jan van Avesnes eiste als tegenzet bij de Keizer het graafschap Vlaanderen op. Aangemoedigd door Philips de Schone besloot Jan van Avesnes zijn eis in Rome kracht bij te zetten. Uit een brief dd. 22 april 1299 blijkt dat de gezanten van Jan van Avesnes met een verzoekschrift in die zin in Rome gearriveerd waren.

 

1 augustus 1299

Op 1 augustus 1299 werd deze Wolfert echter na een hoog opgelopen conflict met het stadsbestuur van Dordrecht in Delft vermoord. (WOLFERT I VAN BORSELEN Wolfert van Borselen, 1250 – 1/8/1299

 

Na deze moord schoven de steden de Graaf van Henegouwen, Jan I van Avesnes, naar voren.

 

27 oktober 1299

Op 27 oktober 1299 droeg Jan I van Holland de regering voor een periode van vier jaar over aan Jan van Avesnes.

 

7 november 1299

Op 7 november 1299 hebben de vier West-Friese ambachten zich onvoorwaardelijk onderworpen aan Jan I graaf van Holland.

 

Deze graaf was 'n ziekelijk persoon en overleed drie dagen later waarna zijn voogd Jan van Avesnes hem als Jan II opvolgde. Oftewel einde 'Hollands huis' en begin 'Henegouws huis'.

 

10 november 1299

Drie dagen later, en twee weken nadat hij de regering had overgedragen, op 10 november 1299, kwam de nog maar vijftien jaar oude Jan I van Holland te overlijden. Met zijn dood stierf ook het eerste Hollandse Huis uit, en werd Aleidis van Holland erfgename van het graafschap.

Hij werd opgevolgd door zijn achterneef Jan II graaf van Holland, die als Jan van Avesnes een zoon was van zijn oudtante Aleida van Holland. Jan II van Avesnes, geboren rond 1247 in Brabant, gestorven 22-8-1304, begraven in de Franciscaner kerk van Valenciennes, Graaf van Holland 1299-1304 en Henegouwen 1280-1304. Hij huwde Philippina van Luxemburg

 

1300

In 1300 werd te Biervliet het verdrag gesloten tusschen graaf Jan II en Jan van Renesse, het hoofd der opstandige Zeeuwsche edelen; Biervliet werd bij die gelegenheid aangewezen als de plaats waar de gijzelaars moesten verblijven, gesteld tot verzekering van deze overeenkomst.

 

1301

Jan II moest in 1301 een opstand in Zeeland neerslaan.

 

5 april 1302 Sterfdag van Hillegonda van Voorne b: ABT 1230 d: 5 Apr 1302

Hillegonda was eerst gehuwd met Cosijn II van Renesse en daarna met Willem van Brederode) Uit onderstaand overzicht blijkt dat zij rond 1254-1255 met Willem van Brederode gehuwd moet zijn. Andere bronnen zeggen dat Costijn, haar eerste echtgenoot pas in 1289 is overleden.

 

Hildegonde van Voorne, geb. 1232/1233, ovl. 5 apr 1302, begr. Velsen Op de zerk is zij met Willem II van Brederode afgebeeld. Zij huwde met Costijn I van Renesse, ovl. na 1249. Hillegonda kan op 16-jarige leeftijd in ca. 1248 gehuwd zijn met haar eerste man Costijn I van Renesse. Zij hadden 2 zoons, Johan en Costijn II van Renesse die geboren zullen zijn in res p. ca. 1249 en 1251. Hieruit volgt dat de vader Costijn I niet eerder dan in ca. 1250 overleden zijn.

Zij huwde  abt; 1252 to: ridder Willem 2e heer van Brederode, birth abt; 1215, died 27 Jun 1285, son of Dirk van Theylingen and Alverade van Heusden, (zoon van Dirk "Drossaard" van Theylingen en Alverade van Heusden ) na 1270heer van Brederode (1244), ridder (1251), ovl. 08.06.1285, begr. Velsen. Hij wordt 25 juni 1282 beleend met de gerechten van Goudriaan, Hardinxveld, Papendrecht, Peursum en Slingeland. Willem en zijn vrouw Hildegonde zijn begraven in de Brederodekapel van de Engelmunduskerk te Velsen. Op de zerk zijn beide personen afgebeeld. Levensloop: Willem was als oudste zoon en erfgenaam van zijn vader Dirk I de drossaet diens o pvolger als de 2e Heer van Brederode. Bij zijn vermelding in de oorkonde van 1244 komt het ee rst de naam Brederode voor. Uit zijn huwelijk met Hillegonda van Voorne werden 6 (of 7) kinde ren geboren waarbij Dirk II als 3e Heer van Brederode († 1318)
Willem behoorde tijdens de regering van graaf Floris V tot de rijkste en aanzienlijkste edele n van het graafschap Holland waarin hij uitgebreide bezittingen had. In 1248/1249 nam hij deel aan de veldtocht langs de Rijn boven keulen. Als legeraanvoerder ha d hij in 1256 een groot aandeel in de strijd van zijn leenheer koning Willem II tegen de West -Friezen. Niet alleen omdat hij een goed bevelvoerder was, maar ook omdat hij in staat was ui t eigen bezit en op eigen kosten een flink aantal van zijn horigen ten strijde mee te nemen. Willem overleed in 1285, zijn vrouw Hillegonda overleefde hem 17 jaren en overleed in 1302.  Huwelijksjaar: Het huwelijksjaar van Willem en Hillegonda is af te leiden uit de data bij he t 1e huwelijk van zijn vrouw Hillegonda met Constijn I van Renesse. Waarschijnlijk huwden haa r ouders in 1231, zodat Hillegonda als tweede kind na Albrecht († 1287) geboren kan zijn ca . 1232/1233. Zij was erfdochter en had 2 jongere broers.

 

3 Hillegonda van VOORNE b: Abt 1232 d: 5 Apr 1302

  + Costijn van RENESSE b: 1220 d: 20 Aug 1289

    4 Jan Heer van RENESSE b: Abt 1249 d: 16 Aug 1304 + Wilhelmina van de MAELSTEDE b: Abt 1265

    4 Hendrik van RENESSE b: Abt 1251

      5 Johan van RENESSE b: Abt 1303 d: 29 Oct 1348 + Aleid van LIGTENBERGH b: Abt 1315

          6 Johan van RENESSE b: Abt 1348 d: 6 Mar 1415 + Elisabeth van Arkel

              7 Jan VI van Rennessse

              7 Johan van Rennesse + Elisabeth van HEUKELUM b: Abt 1355

                  6 Costijn van RENESSE b: Abt 1346

    4 Costijn van RENESSE b: Abt 1252

    4 Dirk van RENESSE b: Abt 1253

    4 Wouter van RENESSE b: Abt 1254

  + Willem van BREDERODE b: Abt 1226 d: 3 Jun 1285

    4 Dirk van BREDERODE b: Abt 1256 d: 16 Dec 1318 + Maria van der LECKE b: Abt 1260 d: 1 Apr 1307

    4 Alverade van BREDERODE b: Abt 1258

    4 Ermegaerd von BREDERODE b: Abt 1259 + Dirk van de DOORTOGE b: Abt 1255 d: Bef 28 Jan 1306

    4 Aleid van BREDERODE b: Abt 1260 d: 25 Jul 1333 + Gerrit WOUTERSZOON

    4 Rikaird van BREDERODE b: Abt 1262

 

 

11 juli 1302

De Guldensporenslag

Jan van Renesse vocht met de Vlamingen in de Gulden Sporenslag. Terwijl de zonen van de Vlaamse graaf te voet tussen de manschappen gingen vechten kreeg Jan van Renesse het opperbevel over het Vlaamse leger. Jan II van Avesnes stuurt een contingent Henegouwse ridders om de Fransen te helpen. (twee zoons Jan II van Henegouwen waren in de Gulden Sporenslag gesneuveld) Dat Jan van Renesse, die in de Gulden Sporenslag de kant van de Vlamingen had gekozen en in ballingschap verbleef, samen met andere uitgeweken Zeeuwse edelen met de Vlamingen streed is niet verwonderlijk.

 

Nadat de Vlamingen de Fransen hadden verslagen ondernamen zij enkele acties in Henegouwen en trokken zij op naar het noorden om Zeeland definitief onder Vlaamse invloed te brengen. Jan II van Henegouwen had de verdediging van Zeeland aan zijn 17-jarige zoon Willem van Oostervant toevertrouwd. (twee oudere zoons Jan II van Henegouwen waren in de Gulden Sporenslag gesneuveld)

 

4 mei 1303

Veere en Arnemuiden vielen in Vlaamse handen en op 4 mei 1303 valt Middelburg na een negendaags beleg in Vlaamse handen. Jonker Willem kreeg vrije aftocht naar Zierikzee.

 

Weldra voer de Vlaamse vloot de Gouwe op voor een beleg van Zierikzee. Er werd een wapenstilstand gesloten waarbij alle eilanden tot de Maas aan Vlaanderen werden afgestaan, met uitzondering van Zierikzee, dat echter niet versterkt mocht worden.

 

1304

In het voorjaar liep het bestand af, en rond pasen legden de Vlamingen een blokkade rond Zierikzee. Uit Holland kwam een vloot Zierikzee te hulp. Guy van Avesnes, bisschop van Utrecht viel in de slag op Duiveland in Vlaamse handen, terwijl Willem zich op het nippertje naar Zierikzee kon redden. De Vlamingen braken de blokkade van Zierikzee op en vertrokken naar het noorden voor een zegetocht. Jan van Renesse trok Utrecht binnen.

Witte van Haamstede verliet Zierikzee en voer naar Zandvoort en verdreef de Vlamingen uit Holland.

 

10/11 augustus 1304

Slag bij Zierikzee. De Vlaamse vloot tegen de Hollands-Franse vloot onder aanvoering van de Genuees Grimaldi. Guy van Namen werd gevangen genomen, het beleg werd opgebroken en Willem hield een zege-intocht.

 

16 augustus 1304

“Wanneer Benschop uit zijn gevangenschap ontslagen zij, vindt men niet geboekt, maar in 1304 bevond hij zich onder den aanhang van Jan van Renesse. Met deze en anderen nam hij, na de nederlaag der Vlamingers voor Zierikzee, de vlugt uit Utrecht, en begaf zich naar de Lek, tegenover Beuzichem, voornemens met een schouw den stroom over te varen.
Al vechtende werden ze de schouw ingejaagd; daar zij zich in grooten getale in dat vaartuig begaven, kantelde het om en Arent van Benschop vond, met Jan van Renesse en eenige andere Edelen, zijnen dood in den golven, den 16e Augustus 1304."

 

 

22 augustus 1304

22 augustus 1304 is Jan II van Avesnes, geboren rond 1247 in Brabant, gestorven 22-8-1304, begraven in de Franciscaner kerk van Valenciennes, Graaf van Holland 1299-1304 en Henegouwen 1280-1304, X Philippina van Luxemburg, en werd Willem (III) ingehuldigd als nieuwe graaf.

 

 

1305

In 1305 werd Guy van Namen geruild tegen bisschop Guy van Avesnes.

 

1308

In 1308 volgde ten slotte voor Wolfert II van Borselen en zijn broeders de verzoening met de graaf van Holland en in 1309 de uitspraak over de dood van zijn vader; hij is dan ridder. (Wolfert zal zijn overleden vˇˇr 6 april 1317. Hij huwde circa 1312 met: Aleide van Henegouwen, zus van Willem II en dochter van Jan II van Holland)

 

1312

Zoals zoveel Zeeuwse edelen uit die tijd die betrokken raakten bij conflicten tusen de graaf van Holland en de graaf van Vlaanderen, werd ook dit conflict bijgelegd. Hiernaa krijgen Hendrick en Costijn van Renesse, twee broers van Jan van Renesse, in 1312 weer land in eigendom.

 

1313

Zij werden in 1313 ‘gegoed’ voor de geconfisceerde goederen op Schouwen, en ruilden de bezittingen op Schouwen met graaf Willem III van Holland tegen goederen in Zuid-Beveland en Walcheren. De bezittingen (te Renesse en Brouwershaven) van Jan van Renesse werden in datzelfde jaar aan Witte van Haamstede, die een bastaardzoon van Floris V, en een halfbroer van Willem III was, in leen gegeven, waardoor Witte geheel westelijk Schouwen in bezit kreeg. Het geslacht Renesse verdween hiermee uit Schouwen.