Symbolen en woordenboek

Elementen

oerelementen: De vier oerelementen zijn:

Vuur          Ignis       Eesj                                         vae
Lucht         Aer        Awier of Sjmajim          rywa Æ ~ymv
Water        Aqua      Majim                                     ~ym
Aarde        Terra      ha Arets                                #rah

Elementen zijn niet alleen ordeningsprincipes in de traditionele wereldbeelden, die geen verband houden met het moderne begrip 'element' in schei‑ en natuurkunde, maar ook symbolen van de oriëntering en van veel met elkaar verstrengelde analogsche stelsels. Zo worden ze telkens weer in verband gebracht met de hemelstreken en met kleuren. Doorgaans worden er begrippen aan elkaar gekoppeld, die in onze huidige denkwijze uit verschillende gebieden afkomstig zijn. In de Oudheid onderscheidde men als twee oerbeginselen (stoicheia) het actieve en het passieve (wat aan de Oostaziatische dualiteit van yin en yang doet denken), waaruit enerzijds de oerbeginselen 'droog' en 'nat' (actief) en ‑koud' en 'warm' (passief) ‑voortvloeien. Uit de combinatie daarvan komen de eigenlijke elementen voort: 'droog' en 'koud' vormt de aarde, 'droog' en 'warm' het vuur, 'nat' en 'warm' de lucht en 'nat' en 'koud' het water.

Elementen: oerbeginselen en elementen, gecombineerd met de vierjaargetijden.

Augsburg, 1472.

Hieruit ontstaan talrijke analogische reeksen. Het element aarde correspondeert met de herfst, de zwarte gal, de milt en de loodkleur, waaruit het 'temperament van de melancholicus voortkomt; de lucht komt overeen met het voorjaar, het bloed, het hart, glanzende kleuren en het temperament van de sanguïnicus; water regeert de winter, het lichaamssap slijm, de hersenen, de witte kleur en de flegmaticus; vuur tenslotte de zomer, de gele gal, de lever en de cholericus, die de 'vuurkleur' vertegenwoordigt. De oude geneeskundige theorieën, die tot in de nieuwe tijd voortleefden, hadden tot doel deze componenten bij de mensen in harmonie te brengen en geen ervan de overhand te laten krijgen, om het evenwicht niet te verstoren. Interessant is de symbolische gelijkstelling van de 'vier elementen' met geometrische lichamen in Plato's 'Timaeus', waar men leest: 'De aarde willen we de figuur van de kubus toekennen, want ze vormt het meest onbeweeglijke en vormbare element ... van de overige geven we het water de minst beweeglijke vorm (de icosaëder), het vuur de beweeglijkste (de tetraëder) en de lucht die ertussenin (de octaëder); het lichtste van die elementaire lichamen bedelen we het vuur toe, het dichtste aan het water, dat ertussenin weer aan de lucht; het felste tenslotte aan het vuur, het daaropvolgende aan de lucht en het daaropvolgende aan het water.' De dodecaëder symboliseerde heel de wereld. In de gecompliceerde beeldenwereld van de alchemie werd vooral aandacht geschonken aan de dualiteit van de beide oerprincipes Sulphur en Mercurius, om door manipulatie van hun gehalte en hun concentratie volgens 'vast' en 'volatiel' (vluchtig) de 'zonachtigheid' van goud te bereiken. Als derde 'filosofisch element' werd door Paracelsus (1493‑1541) 'sal' (zout) toegevoegd, om de 'tastbaarheid' uit te drukken. De voortschrijdende natuurwetenschappen leidden later tot het inzicht dat deze symbolische kijk op de natuur niet met de chemisch‑fysische feiten in overeenstemming is te brengen en uitsluitend theoretisch‑filosofische betekenis heeft.

Elementen: de mens op het kruispunt van de vier elementen. H. Weiditz in de 'Naturale historia' van Plinius, Frankfurt, 1587.

Opmerkelijk is in dit verband het Oostaziatische wereldbeeld, zoals dat zich in het oude China ontwikkelde, en dat van de oerprincipes yin en yang uitgaat en niet vier, maar vijf hemelstreken (met inbegrip van het 'Midden') kent. De elementen zijn hier water, hout, vuur, aarde en metaal‑, de lucht maakt er geen deel van uit. Een oude zinspreuk zegt: 'Water verwekt hout, maar vernietigt vuur; vuur verwekt aarde, maar vernietigt metaal; metaal verwekt water, maar vernietigt hout; hout verwekt vuur, maar vernietigt aarde; aarde verwekt metaal, maar vernietigt water.' In het 'Boek der Oorkonden' wordt als toelichting gegeven: 'In de natuur van het water ligt het, te bevochtigen en omlaag te stromen; in die van het vuur, te vlammen en naar boven te slaan; in die van het hout, gebogen of recht gemaakt te worden; in die van het metaal, gehoorzaam te zijn en zich te laten vormen; in die van de aarde, bebouwd en beoogst te worden.' Het hout correspondeert met het oosten en de kleur blauw, het vuur met het zuiden en het rood, het metaal met het westen en het wit, de aarde met het Midden en het geel. Zo vormen de elementen (woe‑hsing) ook hier een richtsnoer voor de symbolische ordening van de wereld met de vijf bekende planeten, smaakgebieden (zout, bitter, zuur, scherp, zoet), dierenorden (behaarden, gevederden, geschubden, gepantserden, naakthuidigen) en hoofdorganen van de mens. Naast deze vijfdeling werd er een achtledige ordening ingevoerd voor de ideële systematisering van de kosmos   (acht onsterfelijken, I Tjing).

In het Sanskriet luidt de verzamelnaam voor de elementen tattwa; aarde ‑ prithivi; water apas; vuur - tejas; lucht - vayu; ether ‑ akasja. Er bestaat zelfs een 'tattwa‑therapie', waarbij men een 'trip' kan maken in deze 'elementaire trillingstoestanden van de kosmos', die verbonden worden met theosofische beeldsymbolen
(aarde geel vierkant; water ‑liggende zilveren maansikkel; vuur rode driehoek met naar boven gerichte top; lucht ‑ lichtblauwe schijf; ether ‑ violet ovaal; Tegtmeier 1986).

Empedokles