Tao

Tao (Chin. weg.)
Een intuïtief concept. Het is de weg die het universum gaat en waaraan de mens zich moet conformeren. De term heeft betrekking op alle dingen, elk naar zijn/haar aard, zoals deze behoren te zijn en in volledige harmonie verkeren. Het is het sleutelbegrip in de filosofie van het mystieke taoisme. Deze Chinese school is gesticht in de 4e eeuw v. Chr. Tao wordt vertaald als de gang van de natuur en van het wereldgebeuren. Het gaat echter alle beschrijvingen te boven, is onzichtbaar, onhoorbaar, zonder gestalte, zonder begin of einde, niet gebonden aan ruimte of tijd, en doet alles door 'woe wei'*. Het is de essentie van het proces van groei en verandering in de natuur en in alles wat bestaat.

Tao is niet gepersonifieerd, grijpt niet in, handelt niet en is niet bewust. 'Het is de eeuwige transformatie van de tienduizend dingen. 'De weg is het symbool van het Tao, de eenheid of verzoening van de tegenstellingen. De taoïstische wereldkijk is dynamisch. Er treden wisselingen op in het heelal, waarin yang en yin* beurtelings domineren. De symbolen van Tao zijn symbolen van energie.

Tao is een Chinees symbool van het éne wezen, dat bestaat uit de principes yang ‑ hemels, licht, warm, vuur, droog, actief, mannelijk ‑ en het sterkere yin ‑aards, donker, koud, vochtig, passief, vrouwelijk. Het is het overkoepelende kosmische principe dat alles verbindt en waar alles en ieder deel aan heeft.'In Tao zijn 'betekent de verwezenlijking van voltooiing, heelheid, een vervulde bestemming, begin en einde, de volledige verwerkelijking van de zin van het bestaan.

Het symbool van Tao is het centrale witte licht. Dit licht woont in het gezicht, d.w.z. tussen de ogen. Tao wordt ook vertaald met 'de zin van de wereld'. Deze zin dient in leven te worden omgezet. Tao is de bewuste weg die moet verenigen wat gescheiden is. Uit Tao ontstaan de beginselen van de werkelijkheid, het polaire licht yang, en het polaire donker of schaduwachtige yin. Met yang en yin worden natuurverschijnselen aangeduid. Tao is rusten onbeweeglijkheid maar roept op en bestuurt elke beweging. De tegenstelling yang/yin wordt in deze filosofie ver uitgewerkt als het actieve versus het passieve beginsel. Elk begrip brengt zijn tegengestelde mee. Alle polaire tegenstellingen vallen onder deze twee beginselen. Alle tienduizend dingen worden zo geordend. in de Tao te Tjing staat:

De toon en stem sluiten aan bij elkander.
Hoog en laag komen uit tegen elkander.
Lang en kort bepalen elkander.
Moeilijk en licht vervolmaken elkander.

Richard Wilhelm* heeft de Chinese term Tao vertaald met 'betekenis'. Jung vertaalt het be­grip met 'zin'. De jezuïeten die in China als mis­sionarissen werkten vertaalden het met 'God', ‘goddelijke kracht’ in de westerse zin. Het be­grip Tao beheerst het hele wereldbeschouwelij­ke denken van China. Het wordt ook wel het 'Niets' genoemd, omdat het in de wereld van de zintuigen niet verschijnt. De tegenstellingen zijn in Tao opgeheven. Het gaat om een concept dat op de grens van de wereld van de verschijn­selen ligt.