fauna

Raaf

Raaf In de Europese mythen is de raaf de boodschapper tussen de heersende god en het mensdom, zoals de boodschappers op de schouders van wodan, de raven Hugin en Munin, resp. gedachte en kosmisch geheugen. Zij vliegen naar de uiteinden van de wereld om alles te kunnen waarnemen en brengen behalve de buitenzintuiglijke waarnemingen ook absolute kennis tot uitdrukking. Zij vormen de informatiebron met betrekking tot alles wat er gebeurt. Raven vliegen met legers mee in de hoop op voedsel.

Als symbool is de raaf duidelijk tweeduidig. Enerzijds draagt hij een lichtaspect, w.o. het hulpvaardig voeden van kluizenaars met bovennatuurlijk brood, zoals bij Elia, Antonius en Johannes op Patmos. Dit wijst op een mystieke en spirituele verbinding met God. De raaf kan ook een positieve werking van de psyche symboliseren, als de mens erin slaagt bewust en beheerst met zijn schaduw om te gaan. Anderzijds is er een band met het beginsel van het kwaad, de duivel, en met bezetenheid. De roep van de raaf wordt in veel culturen gezien als een voorteken van ziekte, oorlog, ongeluk en dood.

De raaf kan ook de negatieve kant van de anima symboliseren.

In de alchemie verwijst de raaf naar de zwarte en ongezuiverde prima materia. In de christelijke voorstelling wordt de raaf beschouwd als de belichaming van de zondaar, van de duivel en van de schaduwzijde van de psyche. De van oorsprong witte raaf is door Apollo zwart gemaakt wegens babbelzucht en omdat deze zijn boodschap om water te halen niet goed uitvoerde.

Raaf   Symboliek

Raaf, waaronder in mythologie en symboliek ook andere kraaiachtigen als roek en bonte kraai begrepen worden, een vogel die doorgaans een kwade roep heeft, maar soms ook wegens zijn schranderheid gewaardeerd wordt. In de bijbel stuurt Noach de raaf erop uit om te zien of het water opdroogt, en de profeet Elia krijgt in de woestijn brood en vlees van de raven (net als later de kluizenaars Antonius en Paulus). Een negatieve betekenis heeft hij in de Babylonische kalender, waar hij de dertiende (schrikkel‑) maand beheerst. Ook in de mythologie van de Oudheid speelt hij een negatieve rol, onder meer als indiscrete babbelaar (zoals de klappende ekster), die daarom ook niet de metgezel van de godin Athene kon blijven, waarna ze in zijn plaats een uil koos. Ook wordt verhaald dat hij oorspronkelijk witte veren had, maar dat Apollo ze wegens zijn babbelzucht voor straf zwart maakte, en dat hij voor Apollo water moest halen, maar onderweg een boom met onrijpe vijgen zag en daaronder wachtte tot de vruchten rijp waren, voor hij de opdracht uit

Corvus.


Raaf: houtsnede in het boek van Pseudo‑Albertus Magnus, Frankfurt, 1531.

voerde. De god plaatste hem als het sterrenbeeld Corvus (Raaf) tussen de sterren, waar de Hydra (het sterrenbeeld Waterslang) hem belette uit de schaal (het sterrenbeeld Crater of Beker) te drinken. Ondanks alles gold de raaf als begeleider van de zonnegod Apollo (net als in China, waar men zich een driepotige ‑ raaf op de zon dacht). Curieus is het volksgeloof in de Oudheid dat eieren door raven met de snavel gelegd worden, reden waarom ze ver van barende vrouwen gehouden werden, omdat deze anders onder zware weeën zouden lijden. Plinius spreekt van de 'gewurgd' aandoende roep van de ongeluksbode en gelooft dat hij als enige vogel zijn omineuze aard schijnt te beseffen.

Een positieve rol speelt hij als de inwoners van Thera (Santorini) door Apollo in ravengedaante naar Cyrene gebracht worden, als een witte raaf de Boeotiers hun land uit leidt (een 'witte raaf' is een zeldzaamheid) en als twee raven Alexander de Grote de weg naar het heiligdom van Ammon wijzen (­hoorn).


Raaf.‑ de cultuurheros raaf
(yehl, yelch) in de iconografie van de Indianen van de Noordamerikaanse noordwestkust.

Ook op beeldwerk uit de Mithras‑cultus zijn vaak raven te zien. In het vroege christendom werd de raaf verweten dat hij Noach niet op de hoogte stelde van het aflopen van de zondvloed. Zo werd hij tot symbool van de slaaf van wereldse lusten, die draalt met zijn bekering ‑ hij roept immers 'cras, cras' (Lat. morgen, morgen). Ook het feit dat hij van aas Cravenaas' = galgebrok) leeft en zijn jongen schijnt te verwaarlozen ('ravenouders' = ontaarde ouders) maakt hem tot 'ongeluksvogel' die ziekte, oorlog en dood aankondigt en zich met 'galgenaas' voedt.

Bij de Noordgermanen daarentegen zitten twee raven, Hugin en Munin ('herinnering' en 'geheugen'), op de schouders van de god Odin, die elke morgen naar de aarde vliegen en hem de

gebeurtenissen die zich daar afspelen meedelen. In talloze sprookjes vervullen raven de rol van verdoemde mensen, in Indiaanse mythen van de westkust van Noord‑Amerika zelfs van een bovennatuurlijk scheppend wezen. Enkele christelijke heiligen worden met raven voorgesteld: Benedictus, Bonifatius, Oswald en vooral Meinrad, wiens twee tamme raven hielpen zijn lijk te vinden, en raven verdedigden ook het lijk van de Heilige Vincentius tegen roofdieren.

In de alchemistische symboliek stelt de raaf de zwarte 'materia prima' voor, op weg naar de Steen der Wijzen, waarbij hij vaak met witte kop wordt afgebeeld, als teken van de verwachte 'opheldering' tijdens het veranderingsproces.

In het oude China zag men, zoals gezegd, de driepotige raaf als zonnedier, en er wordt verteld dat tien van zulke vogels ooit een ondraaglijke hitte verspreidden, tot een boogschutter er negen neerschoot. Een rode raaf symboliseerde de koningen van de Tsjo‑dynastie (tot 256 v. C.), die zich gelijkstelden met de zon. Raven zijn boodschappers van de feeëngodin Hsiwang‑moe, aan wie ze spijzen brengen, en bij hemelse toernooien vrezen ze slechts de eenhoorn.

 

Raaf.‑ het sterrenbeeld Raaf


(Corvus) op de sterrenkaart van Abd al‑Rahman al‑Soefi (kopie uit de 15e eeuw, Gotha).

In de heraldiek komt de raaf sinds de Middeleeuwen in stadsen familiewapens voor. In de volksmond geldt de raaf, net als de ekster, als diefachtig ('stelen als de raven'), en op IJsland wordt gezegd dat kinderen geen ravenpen als rietje moeten gebruiken, omdat ze anders ook dieven worden. Een poëtisch symbolische Oekraïense legende vertelt dat de raven in het paradijs bontgekleurde veren hadden, maar na de zondeval van Adam en Eva aas gingen eten en zwart werden. Pas aan het eind der tijden zal hun vroegere schoonheid in het hernieuwde paradijs hersteld worden, en hun gekras zal welluidende muziek worden, die de Schepper looft.

Met dat al is de grote symbolische betekenis van de raaf in de zin van de dieptepsychologie wel duidelijk. Hij houdt zich op bij de duistere zijde van de psyche, maar kan ook een positieve werking hebben, als de mens erin slaagt, bewust en doelbewust met hem om te gaan.

Zie ook: ekster; kraai; vogel