Sekten, stromingen, groeperingen

Woordenboek Vrijmetselarij

  'woordenboek' is beperkt en moet algemeen worden opgevat.

Obediëntie

Obediëntie: is een term uit de vrijmetselarij. De obediëntie bestaat uit de Grootloge en de
onder haar vallende loges of Oostens. In België bestaan verschillende obediënties:
* de ‘RGLB’ of Reguliere Grootloge van België, alleen mannen
* de ‘GOB’ of het Grootoosten van België, irregulier, alleen mannen
* de ‘GLB’ of de Grootloge van België, irregulier, alleen mannen
* de ‘VGLB’ of de Vrouwengrootloge van België, irregulier, alleen vrouwen
* de ‘DH’ of de Belgische afdeling van Droit Humain, irregulier en gemengd.
Vita Feminea Textura is een orde die zich enkel richt tot vrouwen. Ze heeft wel banden met het Grootoosten maar is niet maçonniek.

Grootloge (GLB)

Grootloge: is een term uit de reguliere vrijmetselarij. Samen met de loges of Oostens vormen
ze een obediëntie. Alhoewel de loges zelfstandig werken en niet onder de rechtstreekse leiding van de Grootloge staan gaat er toch een moreel gezag uit van de Grootloge. Bovendien biedt de Grootloge administratieve steun aan de loges en realiseert zij de internationale contacten.
Wanneer een nieuwe loge opgericht wordt consacreert de Grootloge deze nieuwe loge.
Bij de regulieren bestaat er een Grootloge per land. Bij de irregulieren kunnen dat er meerdere
zijn. In 1959 werd de Grootloge van België opgericht, regulier. Ze bestaat uit ruim 40 loges en is erkend door de Grootloge van Frankrijk.
Voor iedere functie waar ‘groot’ voorstaat gaat het om een functie in verband met het hoofdbestuur vb. Grootmeester, Grootthesaurier, Grootsecretaris.

Grootoosten (GOB)

Grootoosten: is een term uit de irreguliere vrijmetselarij. Samen met de loges of Oostens
vormen ze een obediëntie. Alhoewel de loges zelfstandig werken en niet onder de rechtstreekse leiding van het Grootoosten staan gaat er toch een moreel gezag uit van het Grootoosten.
Bovendien biedt het Grootoosten administratieve steun aan de loges en realiseert zij de internationale contacten. Wanneer een nieuwe loge opgericht wordt consacreert het Grootoosten deze nieuwe loge.
Het is ook de naam van de vergadering die minstens eenmaal per jaar gehouden wordt en
waarop de vertegenwoordigers van alle loges van de Orde van Vrijmetselaren aanwezig zijn.
Daar wordt het hoofdbestuur van de Orde gekozen en de nodige huishoudelijke zaken van de
Orde op punt gezet.
In 1833 werd het Grootoosten van België gesticht. Ze omvat ongeveer 95 loges en is erkend
door het ‘Grand Orient de France’. Omwille van verschillende kerkelijke veroordelingen nam
het Grootoosten in 1871 de beslissing om iedere verwijzing naar de Opperbouwmeester van
het Heelal te schrappen. Dit zorgde ervoor dat het Grootoosten irregulier werd.
Voor iedere functie waar ‘groot’ voorstaat gaat het om een functie in verband met het hoofdbestuur vb. Grootmeester, Grootthesaurier, Grootsecretaris.

Grootpriorij van België

Grootpriorij van België: is een benaming uit de reguliere vrijmetselarij. Ze ontstond op het
einde van de jaren tachtig. De grootpriorij van België is volkomen zelfstandig.

Reguliere Grootloge van België (RGLB)

Reguliere Grootloge van België: is ontstaan in 1979 en bestaat uit 30 loges. Voorwaarde om
opgenomen te worden zijn o.m. man zijn en het godsbestaan onderschrijven.

Regulieren : kan slaan op:
* leden van een orde of een congregatie die leven volgens een kerkelijk voorgeschreven regel.
* geestelijken die niet de verplichting tot gemeenschappelijk koorgebed hebben. Tot de reguliere geestelijken behoren de Theatijnen, de Barnabieten en de Jezuieten.
* de reguliere vrijmetselaars die het bestaan van een God aanvaarden als een essentieel element van de vrijmetselarij: “ Het is een stroming die streeft naar verdieping van inzicht op geestelijk en zedelijk gebied. Zij gaat daarbij uit van het bestaan van een geestelijke werkelijkheid achter het waarneembare. Vrijmetselaren spreken in dat verband van de ‘Opperbouwmeester des Heelals.” Dit wil niet zeggen dat de vrijmetselarij een godsdienst is. Zij heeft respect voor de boodschap van vele geestelijke stromingen, maar voelt zich vrij van dogmatisme en bindende leerstellingen.
* Naast het aanvaarden van het bestaan van een God hebben de regulieren volgende kenmerken:
- verbod te discussiëren binnen de loge over godsdienst of politiek
- enkel mannen kunnen als vrijmetselaar erkend worden. Het vindt zijn verklaring in de oorsprong waar de middeleeuwse bouwersambachten voorbehouden waren aan mannen.
- het bestaan van één Grootloge per land
- contacten met niet-reguliere vrijmetselaars zijn verboden
* Het verloop van een rituele zitting bij de regulieren.
- De opening van de zitting gebeurt door een dialoog tussen de Achtbare Meester
en zijn twee opzieners: de werkzaamheden worden geopend ter ere van de Opperbouwmeesters des Heelals
- Opening van het Boek van de Heilige Wet: de bijbel ligt geopend op het altaar
- Ontvouwen van het tableau waarop de voornaamste symbolen staan van de graad waarin men samenkomt.
- Beëindigen van de zitting door het terug dichtvouwen van het tableau.
* Er zijn ook niet rituele zittingen waar het accent ligt op onderricht voor de leerlingen en gezellen over de geschiedenis en de symboliek van de maçonnieke rituelen en gewoonten.

Vrouwengrootloge van België  (VGLB)

Vrouwengrootloge van België: (1981) bestaat uit ongeveer 20 loges die enkel vrouwen
aanvaarden.

Schootsvel:

behoort tot de maçonnieke kleding.
Het schootsvel is gemaakt van lamsleder met aan de bovenkant een driehoekige flap die
verwijst naar de metselaarsschort.
* bij de leerling en de gezel is het schootsvel wit en is de flap naar boven gevouwen.
* bij de meester is het schootsvel afgeboord met de kleur van de ritus.
* bij hogere graden is het schootsvel vaak van zijde en versierd met symbolen..

         

Meester:

is een woord:
* in het christendom waarmee Christus werd aangesproken.
* in de vrijmetselarij waarmee de leden van de derde graad worden aangeduid. In de loge
wordt men verheven tot meester nadat de kandidaat een werk gemaakt heeft dat gunstig
beoordeeld werd door de meesters.
In het algemeen is de derde graad vooral gericht op de hogere spirituele dimensie. In de
reguliere loges is dit de Opperbouwmeesters des Heelals of de Groot Geometer van het
Heelal of de Allerhoogste genoemd. De naam is zo breed gekozen dat iedere gelovige er
zich mee kan verzoenen.

Achtbare Meester:

is een benaming binnen de vrijmetselarij. Het is de persoon die de loge bestuurt en voorzit. Hij wordt gekozen door de meesters. Hij wordt in zijn taak geholpen door twee Opzieners, een Redenaar, een Secretaris en enkele Officieren-dignitarissen.

Kleding

De vrijmetselaars gaan ook bij rituele zittingen maçonniek gekleed d.w.z.:
- donkere stadskledij of een smoking met een wit hemd. De keuze voor deze kledij werd ingegeven door een gelijkheidsprincipe, de symboliek van zwart en wit en het feestelijk karakter van de rituele zittingen.
- witte handschoenen als symbool van de zuiverheid.
- een lamslederen schootsvel met aan de bovenkant een driehoekige flap die verwijst naar de metselaarsschort.
- een sjerp, meestal in blauw moiré, wordt door de meester vaak dwars over de borst gedragen van rechts naar links.
- een kraagband met een juweel wordt door de officieren-dignitarissen gedragen als teken van hun waardigheid.
- er zijn tal van juwelen mogelijk voor de officieren-dignitarissen:
+ de Achtbare Meester draagt een winkelhaak
+ de eerste opziener een waterpas en de tweede opziener een schietlood
+ de redenaar het boek van de heilige wet
+ de secretaris gekruiste veders
+ de ceremoniemeester gekruiste staven
+ de penningmeester een sleutel
+ de dekker twee gekruiste zwaarden
+ de buitendekker één zwaard

Rouwloge

Overleden broeders worden in de loge herdacht ter gelegenheid van rouwloges. Soms worden hiertoe elk jaar aparte zittingen gehouden, soms slechts om de zeven jaar. De reguliere vrijmetselarij gaat ervan uit dat elk lid van de Orde begraven of gecremeerd wordt volgens zijn eigen godsdienstige regels en dat het de loge niet toekomt de plaats in te nemen van de kerk waartoe de aflijvige broeder behoorde. De loge zal slechts in een rouwloge de herinnering oproepen van de overleden broeder, hierbij in alle opzichten eerbied opbrengend voor zijn geloofsbelijdenis. Maçonieke rouwplechtigheden hebben in de loop van de 19e en 20e eeuw zeer verscheidene rituele vormen gekregen. Sporen ervan vindt men onder meer in de maçonieke treurmuziek die W.A. Mozart in 1785 componeerde bij de dood van twee broeders: hertog Georg‑August van Mecklernburg‑Strelitz en graaf Esterhazy van Galantha. Ook heden ten dage worden deze en andere adagio's opgevoerd ter gelegenheid van maçonieke rouwloges. Dan wordt de loge met zwarte doeken bekleed en soms wordt in het midden van de loge een katafalk opgesteld. De rouwloge wordt met doffe slagen geopend, ter ere van degenen 'die ons voorgegaan zijn op de weg van het eeuwige Licht'. Dan beklemtoont de Achtbare Meester de kenschetsende benadering van de vrijmetselarij: 'Zij laat aan eenieder toe volgens zijn geweten en inzicht het vraagstuk van de dood en het hiernamaals op te lossen. Wij weten slechts dat het lot van de mens is als dat van de graanhalm die groeit, rijst en valt onder de zeis van de maaier.'

De leden van de loge getuigen van Wijsheid, Kracht en Schoonheid en leggen witte rozen op de katafalk. De broeders maken opnieuw symbolische reizen, waarin zij de maçonnieke levensgang van de overleden broeder(s) weer in de herinnering brengen. Tijdens de rondgang dragen zij een kubieke steen, een vijfpuntige ster en een plan van Salomo's tempel. Tevens wordt een dankoffer gebracht van water, melk, wijn en graan en wordt de tombe symbolisch verzegeld door doffe ritmische slagen op de katafalk. Tenslotte vormen de aanwezigen de broederketen.

Royal Order of Scotland     

Een van de meest selecte graden, die in Schotland verleend wordt, ook aan sommige verdienstelijke vrijmetselaren uit andere landen. In de 18de eeuw bestond de R.O.S. uit twee graden (Heredom of Kilwinning en Rosy Cross). Nu zijn zij samengevoegd. De graad behelst overigens een dubbele fase: de overschrijding van de brug en de toelating tot de kamer van Wijsheid. In elk Kapittel wordt rechts van de Thirsata (de voorzitter) een zetel onbezet gelaten en bekleed met de koninklijke attributen: een hermelijnen mantel en een kroon. Want de Koning van Schotland wordt nog steeds als de Grootmeester van de Orde beschouwd. De graad van Heredom van Kilwinning is opvallend christelijk.
Na de opening van het Grootkapittel wordt er gebeden: 'Almighty and everlasting Father, we thank Thee that Thou didst send into the world Thy dear son, Who, after having set a bright and glorious example for us to follow and suffered for our transgressions on the Cross, rose on the third day triumphantly from the grave for our justification, and ascended into Heaven, thus destroying death and restoring us to everlasting life. Be merciful to this Candidate, and grant that he may so serve Thee here as tot receive hereafter a crown of joy. To Father, Son and Holy Ghost, One God, be all glory, honour and power, now, henceforth and evermore. Amen.' Het hele rituaal is in archaïsch Engels opgesteld en... op rijm. De Royal Order of Scotland, met zetel te Edinburgh, heeft zich ook buiten Schotland ontwikkeld. Er bestaan nu provinciale grootloges van de Royal Order in Engeland, de Verenigde Staten, Canada, Australië, Nieuw Zeeland, Hong Kong, Singapore, Gibraltar, Nederland, de Filippijnen, Barbados, de Bahamas, Jamaica, Trinidad, Zuid‑Afrika, Kenia, Zimbabwe en Zambia.

Royal Society

Prestigieus academisch genootschap in Engeland, ontstaan in 1662, waarvan talrijke vrijmetselaars in de 18de eeuw deel uitmaakten. De Royal Society heeft daardoor haar stempel gedrukt op de vrijmetselarij . Leden waren onder meer Ashmole, Desagulier en Newton.

Rozenkruis

De Soevereine Prins van het Rozenkruis is een zeer gegeerde en prestigieuze Kapittelgraad van de A.A.S.R.
(18e graad). In Nederland wordt een soorgelijke graad verleend, die dezelfde naam draagt, maar eigenlijk de voortzetting is van de 7de graad van de Franse ritus. De Rozenkruisersgraad stamt uit de alchemistische denkwereld. Het thema betreft de ontdekking van het verloren woord: INRI. Het wordt ondekt dankzij een dialoog tussen de 'Zeer Wijze' en de begeleider van de inwijdeling:
'Van waar komt gij?'
'Van Judea.'
'Langs waar zijt gij gegaan?' 'Langs Nazareth.'
'Wie heeft u geleid?' 'Raphaël.'
'Van welke stam zijt gij?, 'Van Juda.'

Over het algemeen wordt het Woord verklaard met de hermetische tekst: 'Igne natura renovatur integra.' (De hele natuur wordt door het vuur vernieuwd). Deze Rozenkruisersgraad is de christelijke graad bij uitstek. De roos zinspeelt als christelijk symbool op de opstanding, en het kruis op de verlossing. Tijdens zijn symbolische reizen ontdekt de inwijdeling het Geloof, de Hoop en de Liefde. Het christelijk esoterisme komt onder meer tot uiting in het broedermaal, de agape, die op Witte Donderdag  wordt en waarop een lam wordt opgediend. De oorsprong van de 18e graad moet worden gezocht in de 17de eeuw in Duitsland, bij een mystieke maar niet‑religieuze broederschap, die vooral bekendheid verwierf door enkele publikaties, onder meer de Fama Fraternitatis (1614), de Confessio Fraternitatis (1615) en de Alchemistische Bruiloft van Christiaan Rozenkreuz anno 1549.

Gaat het om verradersschriften of pure verzinsels? Zekerheid heeft men hierover nog steeds niet. Zeker is, dat sindsdien verschillende bewegingen het licht hebben gezien, die alle min of meer teruggaan op de oude raadselachtige broederschap. Vele moeten (ook nu nog) als artificiële en zelfs commerciële initiatieven beschouwd worden; enkele koesteren waarachtige mystieke verzuchtingen. Goethe, Descartes, Comenius, Francis Bacon en de dichter Yeats zouden Rozenkruisers geweest zijn. Het verband tussen Rozenkruisers‑ en vrijmetselaarstraditie is onloochenbaar. Het wordt trouwens door, enkele vooraanstaande figuren bevestigd: Ashmole en Willermoz waren beiden (in een verschillend tijdperk) Rozenkruiser én vrijmetselaar. Beide tradities vertonen een aantal gemeenschappelijke kenmerken. Opvallend zijn onder meer het principe van de eenheid in verscheidenheid, de verdraagzaamheid, de broederschap, de wederzijdse hulp en bijstand, de belangstelling voor mystiek, metafysica, alchemie en traditionele symboliek. Rozenkruisers verwerkten evenals de vrijmetselaars de Hiramlegende in hun ritualen, maar ook de twee kolommen van de tempel. Allen hebben uiteraard geput uit de oudere ambachtelijke traditie en uit de alchemie, maar heel waarschijnlijk is er bovendien een wederzijdse beïnvloeding geweest.

symbool van het kapittel (Rozekruizersloge)

"Les Amis Philantropes" Brussel

 

I.N.R.I. (J.N.R.J.)

De vier letters die volgens de overlevering boven aan’t kruis van Jesus stonden en betekenen:
Jesus  Nazarenus Rex Judaeorum
In de hogere graden zijn er allerlei verklaringen aan gegeven:
Igne Natura Renovar Integra (door vuur wordt de gehele natuur vernieuwd),
Ignis Naturram Regenerando Integrat (het vuur vernieuwt de natuur door wedervoortbrenging).
Anderen zien een verwijzing op : Judaea, Nazareth, Raphael, Juda.