Jodendom - Joodse feestdagen

Pesach

PESACH (PASEN) IN DE LENTE

a. Talloos zijn de verwijzingen naar de uittocht uit Egypte in de Bijbel en de rabbijnse literatuur, in de liturgie en de moderne poëzie.
“Gedenk deze dag waarop jullie uit Egypte trekken uit het slavenhuis, want met sterke hand voert de Eeuwige jullie van hier weg, daarom mag er niets gezuurds gegeten worden” (Ex. 13: 3).

Pesach is het achtdaagse feest waarop bevrijding op drie niveaus centraal staat. Behalve de historische bevrijding uit Egypte, markeert het in het seizoen de verlossing uit de greep van de winter, en op algemeen menselijk niveau het achterlaten van afgoderij en verslaving.
Deze drie thema's zijn nauw met elkaar verweven: in alle drie komt de samenwerking tussen mens en God tot uiting. Omdat Israël bereid was zich in Egypte en in de woestijn aan ontberingen bloot te stellen, bracht God het volk naar Smal en sloot een verbond: de geboorte van het joodse volk. Vervolgens markeert Pesach de lenteoogst: de mens zaait en God zorgt voor regen, en de groei van het gewas. Tenslotte komt vrijheid pas tot stand wanneer de mens telkens opnieuw weer bereid is het stof van zich af te schudden en obscurantisme plaats te laten maken voor het bevrijdende inzicht van de Goddelijke aanwezigheid.
Pesach is daarmee het feest van de overgang van donker naar licht, een nieuw begin. Elk jaar opnieuw houdt dat licht een keuze, een belofte in.

b. Het Pesach-feest is het resultaat van een lange ontwikkeling, waarin een algemeen gangbaar lentefeest geleidelijk een joodse inhoud kreeg. In het twaalfde hoofdstuk van Exodus wordt beschreven hoe het gewoonte was dat bij volle maan in de eerste lentemaand een lammetje geslacht werd, en gezamenlijk gegeten werd met ongezuurde broden en bittere kruiden. Bloed van het lam werd aan de deurposten aangebracht en de maaltijd in haast gegeten.
De achtergrond van dit gebruik is om aan het begin van een nieuw landbouwjaar een band te smeden door als ,,compagnons" samen brood te eten (companis betekent letterlijk: hij die samen brood eet). Uit voorzorg voor het prille, nog te beginnen nieuwe leven, wordt al het oude, kunstmatig gezuurde, van te voren in een voorjaarsschoon maak verwijderd. De ingewanden worden gezuiverd met bittere kruiden. Door het maken van een uitwendig teken identificeert men zich tenslotte duidelijk als groep naar buiten, en weert eventuele gevaren af.
De uittocht uit Egypte overlapt dit voorjaarsfeest. De ongezuurde broden (Matzot) herinneren nu aan de haast waarmee de joden Egypte moesten verlaten (Ex. 12: 39). Bittere kruiden (Maror) roepen de bittere smaak op van de slavernij (Ex. 1: 4).
Bloed wordt aan de deuren gesmeerd opdat God de huizen van de joden tijdens de laatste plaag kon overslaan (Ex. 12: 27, Pesach betekent overslaan). Bestaande symbolen krijgen zo een nieuwe, joodse inhoud.
Hoewel het bijbelse verhaal van de uittocht geen feitelijk verslag is, zijn erin wel degelijke historische echo's te vernemen. In de Bijbel zelf en in het latere jodendom, is het verhaal van de uittocht evenwel uit zijn puur historische context gelicht. Het feitelijke relaas maakt daarbij plaats voor het inzicht dat een bepaald gegeven, bevrijding, deel uitmaakt van een voortdurende ervaring. Daarbij zijn niet alleen de oorspronkelijke ooggetuigen betrokken, maar iedereen in verleden, heden en toekomst.
Pesach kan, elk jaar opnieuw, het feest van ónze bevrijding zijn.

c. Sinds de verwoesting van de Tempel het offer van het Paaslam (Deut. 16 : 6) onmogelijk maakte, ligt de vorm van de huidige, huiselijke viering in grote lijnen vast.
Grieks-romeinse banketten, waarbij gasten aanliggend over een thema discussieerden onder het genot van voedsel en drank, vormden het model van wat nu bekend is als Seder, de orde van de dienst op de beide eerste avonden van het feest.
“Op die dag zal je je zoon vertellen: dit is vanwege hetgeen de Eeuwige gedaan heeft toen ik uit Egypte kwam” (Ex. 13 : 8).
De identificatie met het verhaal, het thema “bevrijding”, staat centraal tijdens de vertelling, haggada, vervat in een boekje met dezelfde naam. Als symbool voor de vrijheid, leunen de deelnemers tijdens de maaltijd. Het feest wordt ingewijd over een beker wijn. Het gebruik van wijn wordt, in tegenstelling tot de Griekse symposia, beperkt tot vier bekers, symbolisch voor de vier woorden van bevrijding in Ex. 6: 6-7: “uitleiden”, “redden” “verlossen” en “nemen”.
Als hors d'oevre wordt wat peterselie gegeten, ten teken van de lente. Naar aanleiding van de ingrediënten op de Sederschotel stelt de jongste aanwezige vier vragen:

“Wat is het verschil tussen deze avond en alle andere avonden? Alle andere avonden eten wij gezuurde en ongezuurde broden, vanavond alleen ongezuurde broden? Alle andere avonden eten wij allerlei groenten, vanavond bittere kruiden? Alle avonden dopen wij niet éénmaal in, vanavond tweemaal? Alle andere avonden eten we recht-op-zittend of leunend, vanavond alleen leunend?” (Haggada).
De vragen worden beantwoord met een korte uiteenzetting over de aard van slavernij, lichamelijk zowel als geestelijk, en een lopend commentaar op Deut. 26: 5-8. Vanwege de vier manieren waarop in de Bijbel door kinderen over Pesach gevraagd wordt (Deut. 6: 20, Ex. 12: 26, 13:14 en 13: 8) beelden de rabbijnen in de haggada respectievelijk vier karakters, “zonen”, uit: een wijze, een slechte, een eenvoudige en eentje die nog te jong is om vragen te stellen. Tenslotte volgt een verklaring van de hoofdingrediënten: Pesach, Matza en Maror. Behalve deze drie en de peterselie, liggen eveneens op de Sederschotel: Zout water en charoset, een heerlijk mengsel van appels, rozijnen, amandelen en zoete wijn. Uiterlijk herinnert dit aan de klei waarmee de joden destijds hun slavenarbeid verrichtten. Dan ligt er nog een geroosterd ei, een symbool van de triomf van het leven over de dood. Het zingen van de Hallelpsalmen 113-118 wordt onderbroken door de eigenlijke maaltijd.
De vraag of ook het laatste woord van bevrijding, “naar het land brengen” (Ex. 6 8) over een vijfde beker wijn bezongen dient te worden, leidde tot een compromis: de uiteindelijke bevrijding, de terugkeer naar het land, zou pas in de toekomst, onder messiaanse auspiciën plaatsvinden. Die vijfde beker, onaangeroerd, werd bekend als de beker van Elia, aankondiger van vrede en vrijheid voor de hele mensheid. Het gebruik om de deur voor Elia te openen, dateert uit de Middeleeuwen, toen joden in een poging het bloedsprookje te ontzenuwen, Christenen uitnodigden de onschuldige viering zelf in ogenschouw te nemen. De viering wordt besloten door een aantal vrolijke tafelliederen.

d.  Het Pesachfeest groeit nog steeds. Jaarlijks verschijnen nieuwe boekjes, uitgebreid met liederen en verhalen, die de actualiteit van bevrijding toen en nu onderstrepen. Immers, dat is het motto van de haggada: ,,in elke generatie moet ieder zich voorstellen alsof hij zelf uit Egypte is gekomen". De haggada is het draaiboek van een levende ervaring. Vertellen en zingen, vragen en antwoorden, eten en drinken brengen de persoonlijke identificatie tot stand. Deelnemers worden zich bewust van slavernij en Vrijheid, van wat bereikt is en wat nog komen moet. Die wens, vrede voor de gehele mensheid, verwoordt de haggada in het lied: "volgend jaar in Jeruzalem", waarbij Jeruzalem de zetel van toekomstige vrede en rechtvaardigheid is.

 


Pesach (Hebr.), naam van zowel het paaslamoffer als van het joodse Paasfeest, dat in de maand nisan (maart–april), te beginnen bij de vollemaansnacht (ingaande 15 nisan) gevierd wordt als een herinnering aan en een rituele herhaling van de uittocht uit Egypte (zie ook Paasdatum). Het is tevens een lentefeest en een oogstfeest.
Aan de viering van Pesach zijn vele voorschriften en gebruiken verbonden; zie Haggada, matsa, omer en seder.
De naam Pesach (Aramees Pascha) is verwant met het werkwoord pasach dat ‘overslaan’ betekent. Ex. 12:13 spreekt van het ‘overslaan’ door God van de huizen van de joden, wanneer tijdens de tiende plaag in Egypte de eerstgeborenen worden gedood.
Lev. 23:5–6 maakt een onderscheid tussen Pesach en het Feest van de ongezuurde broden (matsot). Daaruit is in bijbelkritische kringen de conclusie getrokken dat aanvankelijk sprake is geweest van twee afzonderlijke, later samengevoegde feesten.
In de joodse traditie echter is sprake van één feest, waarbij tijdens het bestaan van de tempel het paaslam aldaar geslacht werd en vervolgens gegeten tot besluit van een maaltijd ten minste bestaande uit matsot en bittere kruiden, de Egyptische slavernij symboliserend.
Na de ondergang van de tempel kwam de nadruk te liggen op de huiselijke viering, de sederavond. Pesach, Sjawoe‘ot (Wekenfeest) en Soekot (Loofhuttenfeest) worden gezamenlijk de drie voetfeesten of opgangsfeesten genoemd, aangezien ten tijde van het bestaan van de tempel de joden verplicht waren driemaal per jaar naar Jeruzalem, naar de tempel, te gaan als onderdeel van de viering van deze feestdagen.
Het Pesachfeest duurt zeven dagen in Israël en in liberale kring, acht dagen in orthodoxe kring buiten Israël. Op de eerste en de laatste dag, resp. op de eerste en de laatste twee dagen, geldt een werkverbod. De middelste dagen zijn halve feestdagen er geldt geen werkverbod, maar er mag geen gezuurd brood gegeten worden.

 

paasdatum, de datum van de eerste paasdag volgens de christelijke kalender, valt op de eerste zondag na volle maan na het begin van de lente (21 maart), een spreiding dus van 34 dagen (22 maart–25 april).
Het joodse paasfeest (Pesach) begint op de avond van de 14de van de maand Nisan (maart–april), of met andere woorden: op de datum waarop het volle maan is in de maand waarvan de 14de dag, van de nieuwe maan af gerekend, valt op of na de lente-equinox.
Door deze verschillende berekeningen kunnen de data van het christelijke en het joodse paasfeest soms ver uit elkaar liggen.


Bijlage: recepten

CHAROSET
Een traditionele lekkernij voor de joodse Paastafel.
Het bestaat uit een dikke zoete brij van gedroogde vruchten, waarvan de bruingrijze kleur een herinnering is aan de metselspecie waarmee de joden in Egypte moesten bou­wen. Er bestaan talloze varianten van: elke familie maakt het op haar eigen manier, en ook van land tot land verschilt de samenstelling, afhankelijk van wat er voor­ handen is.

150 g ontpitte dadels ‑ 150 g rozijnen zonder pit ‑ 1 á 2 zoete appelen ‑ 100 g geschaafde amandelen of gehakte walnoten ‑ 2 theelepels kaneel ‑ zoete wijn ‑ suiker of honing naar smaak

Hak de dadels en rozijnen zo fijn mogelijk, rasp de appelen, voeg de andere ingrediënten toe en meng alles door elkaar tot een stevige massa. Garneer met halve noten of amandelen.

Men kan de dadels en rozijnen van tevoren laten weken in de wijn. Ook worden er wel fijngehakte gedroogde pruimen door gemengd. Soms maakt men er balletjes van die door gehakte amandelen worden gerold.

Recept ‑ Pesach ‑ Het joodse Paasfeest
CHAROSET
Eén van de ingrediënten voor de sedermaaltijd is charoset, het is zoet en lijkt op het leem, waarvan de slaven in Egypte tichelstenen moesten maken.

Benodigdheden:

500 gram zoete appels
60 gram gemalen amandelen of andere noten
1 theelepel kaneel
60 gram suiker
60 gram rozijnen
2 eetlepels wijn

Hak de appels en de noten goed fijn. Meng ze met alle andere ingrediënten en roer alles goed door elkaar. Indien nodig nog wat extra wijn, suiker en kaneel toevoegen.

 

M

ATZES (ONGEZUURD BROOD)
harde tarwe - warm bronwater (1 deel water op 2 delen bloem)

Kneed het deeg 5 minuten tot het niet meer plakt en uit­gerold kan worden Vorm balletjes van het deeg rol deze zo dun mogelijk uit prik het deeg met een vork in. Leg de deeglapjes op voorverwarmde bakplaten en bak ze 6 á 8 minuten in een voorverwarmde oven van 245 °C, tot ze licht beginnen te kleuren. Ze zijn dan nog slap, maar wor­den krokant tijdens het afkoelen.
Om ook maar het kleinste begin van fermentatie te voor­komen, mag er niet meer dan 18 minuten verlopen tus­sen het mengen van het deeg en het plaatsen in de oven.

 


Pesach ‑ Het joodse paasfeest (voor jongeren)

Tijd van het jaar. Pesach, het joodse Paasfeest, valt in de periode van 15 ‑ 22 Nisan, de eerste maand van het joodse jaar. In de in Nederland gebruikelijke tijdrekening begint het feest op z'n vroegst eind maart en uiterlijk op 25 april.

Karakter. Centraal staat de herinnering aan de bevrijding van het volk Israël uit Egypte, onder leiding van Mozes. In de viering wordt bij deze bevrijding gedacht aan alle andere momenten dat de Joden onderdrukt werden en naar bevrijding verlangden.

Achtergrond: Het gebod om dit feest te vieren is te vinden in de Tora, in Exodus 12, in Leviticus 23:5‑14 en in Deuteronomium 16:1‑4.
De belangrijkste voorschriften in bijbelse tijd waren: het eten van de matzes, de platte ongerezen broden; het slachten van het paaslam en het eten van maror, bitter kruid. In het land Israël valt dit lentefeest in de tijd van de gersteoogst. Vroeger werden de eerste garven direct na het feest geoogst en naar de tempel gebracht.
Pesach is waarschijnlijk bij niet‑joden het meest bekende joodse feest. Daarvoor zijn een aantal oorzaken te noemen:

‑ In het nieuwtestamentische verhaal over de laatste maaltijd van Jezus wordt een verband gezien met de joodse sedermaaltijd; tegenwoordig wordt hieraan in veel kerken aandacht besteed.

‑ Voor de oorlog, toen de joodse bevolking van Nederland veel groter was, brachten de joden hun niet‑joodse buren met Pesach vaak matzes en andere speciale Pesachgerechten.

Gebruiken:

  • Voor Joden is Pesach één van de belangrijkste feesten. Ook door degenen die zich verder weinig aan hun traditie gelegen laten liggen, wordt de Sederavond, evenals dat bij de Grote Verzoendag het geval is, gevierd.
  • Sederavond; aan de vooravond van de eerste dag van het acht dagen durende feest wordt in de familiekring het verhaal van de uittocht opnieuw verteld en beleefd. De kinderen spelen een belangrijke rol. De seder begint met het jongste kind, dat een aantal vragen stelt: "Ma nisjtanna ... ? Waarom is deze avond anders dan alle andere avonden?"

      Het antwoord wordt gelezen uit de Haggada, een vaak mooi geïllustreerd boek waarin volgens een vaste volgorde ‑ seder ‑ de bevrijding uit Egypte wordt verteld. Daarbij wordt het verhaal verbeeld door het eten van speciale gerechten die op de sederschotel liggen en een symbolische betekenis hebben.

  • Matzes: het ongezuurde brood dat voor de uittocht in haast werd gebakken. Bij de sederschotel horen drie matzes, die in een servet worden gevouwen. Ze moeten aan het eind van de sedermaaltijd in eik geval opgegeten zijn. In de loop van de maaltijd wordt van de middelste matze een stukje afgebroken dat voor het laatst bewaard wordt: het afikoman. De gewoonte is, dat één van de aanwezige kinderen dit verstopt. De maaltijd kan pas worden afgesloten als het afikoman te voorschijn is gehaald. Dat gebeurt in ruil voor de belofte van een cadeautje. Zo blijft het kind tot het eind toe wakker!

  • Radijsjes en peterselie ‑ symbolisch voor de vruchten van het nieuwe land Israël worden gedoopt in zout water, zo zout als de tranen van de onderdrukte slaven in Egypte.
  • Er is bitter kruid, om de bitterheid van de slavernij te symboliseren. In Nederland wordt hiervoor meestal mierikswortel gebruikt. Wanneer je het eet voel ie je als een slaaf; je krijgt tranen in je ogen.
  • Het wordt gegeten met charoset, een mengsel van appel, noten en bruine suiker, dat eruit ziet als het leem waarvan de slaven in Egypte tichelstenen moesten maken.
  • Verder liggen op de sederschotel een geroosterd lamsbeentje ter herinnering aan het lam datwerd geslacht in de tijd dat de tempel in Jeruzalem er nog stond. En een hard gekookt ei kan een teken zijn van nieuw leven, maar eveneens van rouw, de beslotenheid van het graf. Deze laatste twee gerechten zijn een herinnering aan de offers; ze worden niet gegeten.
  • Tijdens de maaltijd wordt vier keer een beker(tje) wijn gedronken; wijn is het teken van vreugde; vier bekers omdat God op vier verschillende manieren beloofde het joodse volk uit Egypte te zullen redden.
  • Na het verhaal met de symbolische gerechten volgt sjoelchan orech ‑ de maaltijd waarbij matzes worden gegeten in combinatie met melkspijzen of met vleesspijzen. Een traditioneel gerecht is matzeballensoep. Op tafel is een extra glas neergezet en er is ook een open plaats. De profeet Elia wordt op elke sederavond verwacht. Hij zal de Masjiach aankondigen; maar hij is niet herkenbaar; wellicht komt hij binnen als een bedelaar.
  • De kinderen nemen op de sederavond een belangrijke plaats in. Eén van de redenen om deze maaltijd te vieren is om het verhaal aan de kinderen door te geven. Door de hele seder heen zijn er steeds momenten waarop de aandacht van de kinderen wordt gevraagd.
  • De maaltijd wordt besloten met het zingen van liederen en met de wens: "Het volgend jaar in Jeruzalem".
  • In Israël wordt de seder gevierd op de vooravond van de vijftiende Nisan; in de landen buiten Israël wordt de seder op de avond erna nog eens herhaald. Dat gebruik dateert uit de tijd dat men voor informatie afhankelijk was van boodschappers, die wel eens te laat konden komen. Men wilde het zekere voor het onzekere nemen.
  • In de synagoge wordt tijdens Pesach het Hooglied voorgelezen.
  • De hele verdere week wordt er niets gegeten waar gist in zit of wat in aanraking kan zijn geweest met gist. In plaats van brood eet men matzes, het brood van de armoede, maar ook het brood van bevrijding.
  • Al weken voor Pesach begint de grote schoonmaak, waarbij elke plek waar brood‑ of koekkruimels te vinden kunnen zijn drastisch wordt gereinigd. Als alles klaar is en alle etenswaren die niet kosjer voor Pesach zijn, opgeruimd zijn, wordt het speciale Pesachservies te voorschijn gehaald dat alleen tijdens de Pesachweek wordt gebruikt.
  • Pesach is ook een oogstfeest. Op Pesach werd een omer van de gersteoogst geofferd. Omer betekent letterlijk graanschoof, maar het werd later de naam van een gewicht, ongeveer 3 1/2 pond. Vanaf de dag na het gersteoffer beval Mozes zeven weken te tellen tot het Wekenfeest, de omertelling. In traditioneel‑joodse gezinnen wordt in de periode tussen Pesach en Wekenfeest elke dag hardop geteld. Om de tel niet kwijt te raken zijn er speciale kastjes met Omerkalenders. Daarop staat het totale aantal dagen, daaronder gesplitst naar weken en dagen. De Omer is een tijd van halve rouw; volgens de overlevering stierven tijdens de Omer duizenden studenten van rabbi Akiva. In de tijd van de kruistochten doodden de kruisvaarders in die periode duizenden Joden. De 33ste dag van de Omertelling is echter een vreugdevol moment in deze periode van rouw; het is onder andere de enige dag waarop in die 49 dagen huwelijken gesloten kunnen worden.
  • Joodse scholen hebben met Pesach de hele week vakantie; joodse kinderen op andere scholen blijven meestal de twee eerste en de twee laatste dagen thuis.

Geduid hebben en geloven in een betere toekomst

Het was in de tijd dat het slecht ging in het land. Fabrieken werden gestoten, landerijen lagen er verlaten bij. In de steden en op het platteland heerste armoede. Mensen trokken van stad naar stad op zoek naar werk.


Ook Chaim en Janusz, buren, de één Jood en de ander niet‑Jood, zaten zonder werk. Ze besloten de stad waar ze woonden te verlaten en hun geluk elders te zoeken. Ze trokken van dorp naar dorp en van stad naar stad. Met klusjes verdienden ze een maaltijd hier of daar. Maar vaak zochten ze met een lege maag een plek op om de nacht door te brengen.

Toen de tijd van Pesach naderde zei Chaim tegen Janusz: "Wat had je gedacht van een heerlijke maaltijd, met alles erop en eraan, van voorgerecht tot toetje?_ Het water liep Janusz in de mond. "Hou op," kreunde hij, "ik wil er niet aan denken." Maar Chaim greep Janusz bij de arm. "Luister," zei hij, "het is bijna Pesachfeest, het feest dat wij Joden eik jaar rond deze tijd vieren. Aan het begin van het Pesachfeest wordt er een hele avond lang gegeten en gedronken. Voor die avond gaan wij onszelf een uitnodiging bezorgen." Janusz keek zijn buurman ongelovig aan. "Kom, jij spreekt toch Jiddisj," zei Chaim. "Je kunt dus gemakkelijk doen alsof je Jood bent. In het volgende dorp gaan we naar de synagoge. Aan het begin van de feestavond, wanneer de mensen na het avondgebed de synagoge verlaten, staan wij bij de uitgang. Het is gebruik om op deze feestavond gasten bij je thuis uit te nodigen. Wij krijgen zeker een uitnodiging, ook jij. Maak je niet druk. Volg het voorbeeld van de gastheer waarbij je aan tafel zit. Doe na wat hij je voordoet, dan komt het allemaal best in orde. Niemand zal weten dat jij geen Jood bent."

Zo gebeurde het. Chaim en Janusz stonden aan het begin van de sederavond bij de uitgang van de synagoge. Allebei kregen ze een uitnodiging voor de seder. Terwijl Chaim met zijn gastheer wegliep gaf hij Janusz nog snel een knipoog. "Hou je taai, en eet smakelijk!"
Janusz rook al bij het binnen gaan van het huis van zijn gastheer de geuren van heerlijke gerechten. Hij kon bijna niet wachten, hoe lang was het geleden dat hem een echte maaltijd was voorgezet? Zijn magere lijf verried de honger, die hij de afgelopen tijd had geleden. Net als de andere gasten nam hij plaats aan tafel. Maar tot zijn verbazing en ‑teleurstelling werd het eten niet opgediend. In plaats daarvan werd hem een glas wijn gegeven, wat zijn eetlust alleen maar groter maakte. Daar bleef het niet bij. Tot zijn ontzetting kreeg hij wat bittere kruiden te eten, gesopt in zout water. De bittere smaak deed zijn gezicht vertrekken.
Aan alle gasten werden boekjes uitgedeeld en Janusz was gedwongen om te doen alsof hij de Haggada kon lezen. Hij kreeg bovendien nog meerwijn. Hij moest zich aan
de tafelrand vastgrijpen om van honger en ellende niet om te vallen. Op het laatst gaf men hem een stukje droge matze. Nu zou de maaltijd toch wel gauw beginnen? Maar nee, in plaats daarvan kreeg hij een paar radijsjes.
Janusz kon het niet langer verdragen. Hij verzamelde zijn laatste krachten bij elkaar en stond hij op van de tafel. Mopperend op zijn gastheer verliet hij zo snel als zijn dunne benen hem konden dragen het huis. Net zo hongerig als hij er was binnengegaan.

Een paar uur later kwam Chaim naar de slaapplaats, waar hij en Janusz hadden afgesproken. Tevreden en met een volle maag, ging hij naast zijn vriend liggen. "Lekker gegeten, Janusz?"
"Lekker gegeten?! ik heb niet meer gekregen dan wat bittere kruiden, droge matze en radijs. Gek werd ik van de geuren die uit de keuken kwamen. De heerlijkste gerechten, maar niet voorde gasten bedoeld." Chaim kijkt zijn vriend ongelovig aan. Hij schudt zijn hoofd. "Jij ongeduldige dwaas. Als je nog één ogenblik had gewacht, zouden die heerlijke gerechten vanzelf naar je toegekomen zijn. Ach, ik had je moeten waarschuwen. Wanneer je doet alsof je Jood bent, moet je ook aan de eerste voorwaarden van het jood‑zijn voldoen: "Geduld hebben en geloven in een betere toekomst."

Naar' Het ongeduld vande mandie geenjood was' uit het boek 'De wereld der Joodse mystiek, Louis Newman,
Servire, Katwijk aan Zee, 1976.

Pesachiem 36b

Door Rabbi Mendel Weinbach, decaan Ohr Somayach
Zoet en Bitter
Men kan de mitswa van het eten van bitterkruid – maror – op de Seder-avond [de avond van Pesach] niet doen met bikoeriem – de eerstelingen van de oogst.
De reden hiervoor lijkt eenvoudig genoeg: Maror moet bitter zijn en geen van de zeven soorten waarvoor Israël geprezen is in de Tora, en die jaarlijks als ‘eersteling’ naar het Beit Hamikdasj gebracht worden als geschenk voor de Kohaniem, zijn bitter.
Maar hoe zit dat dan met olijven, vraagt Tosafot. Onze Geleerden vertellen ons (Eroevien 18a) dat de duif, die Noach uit de Ark zond, om te controleren of het water van de vloed al voldoende gezakt was, terug kwam met een olijftak in zijn snavel, als om tot Hasjem te bidden: „Moge mijn voedsel liever zo bitter zijn als een olijf, maar rechtstreeks uit Uw hand, dan zoet, maar afhankelijk van een mens van vlees en bloed, zoals Noach.”
Tosafot antwoordt: het is niet de vrucht van de olijfboom, die bitter is, maar het is de boom zelf. En inderdaad, het was een tak van de olijfboom, waarmee de duif terugkeerde, en niet met de vrucht. Tosafot haalt verder nog een midrasj aan, als bewijs, dat het de olijfboom is die bitter is: na de splitsing van de Jam Soef – Rietzee – kwam het Joodse volk bij een plaats aan, Mara geheten, waar het water ondrinkbaar was, ten gevolge van zijn bitterheid. In antwoord op de gebeden van Mosjé, zei Hasjem hem dat hij een stuk hout in het bittere water moest gooien en daarop werd het drinkbaar (Sjemot 15:25).
Dit was een olijfboom, zegt de Midrasj (Mechilta), want zijn hout is het bitterste van alle bomen en Hasjem wilde een extra wonder doen door bitter water drinkbaar te maken met behulp van extreem bitter hout.