![]() |
De Kruisbek. |
![]() |
De kruisbek maakt deel uit van de familie van de vinkachtigen (Fringillidae). Hier valt deze vogel vooral op door zijn sterk afwijkende snavel tegenover de andere leden van de grote vinkenfamilie. De kenmerkende snavel is dan ook bijzonder dik en sterk en wordt zijdelings samengedrukt, terwijl de kaakvormige punten over elkaar heen gekruist liggen.
Kruisbekken worden wel eens de papegaaien van het bos genoemd. Hun beschreven streke snavel maakt het makkelijk om aan voedsel te komen. In dennebossen raakt hij gemakkelijk aan de vruchten van de sparre-,lorke - en dennebomen. Zijn snavel kraakt deze vruchten met een ongekend gemak. Met hun specifieke bek buigen de kruisbekken de schubben rond het zaadje om en gebruiken dan hun tong om het zaadje naar binnen te lepelen. De vaak wisselende hoeveelheden vruchten die deze bomen de vogels aanbieden, en de daarbij verplichtende zwerftochten die de kruisbek doet, maakt van deze vogel een echte nomaad. In bepaalde streken is hij in sommige jaren jaarlijks in grote aantallen present om er dan weg te trekken. De kruisbek zal pas in een gebied terugkeren wanneer het voedselaanbod terug bevredigend is.
Naast de merkwaardige snavel en de opvallende trektochten verbaast de kruisbek de ornithologische wereld nog met een derde opvallende eigenschap. Kruisbekken broeden immers zeer vroeg in het jaar. Broedende kruisbekpoppen in de maanden februari - maart zijn absoluut geen uitzonderingen. Deze, tegenover andere vogels, sterk afwijkende broedperiode kan evenwel gemakkelijk verklaard worden. In de beschreven periode is de oogst aan voedsel immers het grootst. Bovendien blijft het voedsel aan de bomen hangen wat betekent dat sneeuw, vorst of ijs er weinig invloed op heeft. Bovendien gebruikt de kruisbek zijn opmerkelijk gevormde snavel als een handig werktuig waardoor honger aan hem niet is besteed.
De drie tot vijf grijsachtige-groene eieren tonen enkel aan de stompe punt enkele roodbruine stippen. De broedperiode vangt onmiddelijk aan na het leggen van het eerste ei. De broedduur bedraagt circa 14 dagen. Alleen de pop broedt, de man voert haar op het nest. Jonge kruisbekken, die overigens met een rechte snavel geboren worden, worden door de beide ouders grootgebracht met voornamelijk vooraf in de krop geweekte zaden. De jongen blijven twee tot drie weken in het nest.
De jeugdrui vangt aan in de late zomer of bij het begin van de herfst. Jonge kruisbekken hebben een vrij lange ruiperiode en we kunnen gerust stellen dat jonge vogels twee jaar nodig hebben om volledig op kleur te komen. Dit gegeven heeft er toe bij gedragen dat er wel eens gesproken wordt over " rode " en de " groene " kruisbek. Met de eerste bedoelde soort wordt de volwassen, volledig uitgeruide man bedoeld. Het begrip groene kruisbek slaat op de nog jonge, niet op kleur zijnde vogels. Dit brengt ons bij de kleurbeschrijving van de vogel. De man heeft een rode kop, een rode borst en een rode stuit. De rug toont roodbruin, de vleugels zijn bruin en tonen donkere slagpennen. De rode vederpartijen van de man zijn bij de pop eerder geelbruin te noemen. Jonge éénjarige mannen, tonen op een lichtgrijze grondkleur vaak donkere strepen en grijszwarte slagpennen. Jonge poppen lijken sterk op de jonge mannen maar zijn van hen te onderkennen door meer egale kleurschakeringen.
Als volièrevogel heeft de kruisbek de naam van bijzonder tam en aanhankelijk te worden tegenover zijn verzorger. Ook tegenover andere vogels heet de kruisbek een verdraagzame gast. Als enig negatief punt weze vermeld dat de kruisbek wel eens het houtwerk van de volière durft te bewerken met zijn sterke snavel. Wie hem houdt als volièrevogel biedt de kruisbek het beste een mengeling van boomzaden, zonnebloempitten, cardy, haver, hennep, raapzaad, groenvoer en bessen aan.
Volièrekweek met de kruisbek is een jaarlijkse realiteit geworden en de vogel, zowel man als pop kan ook ingezet worden in de kruisingkweek.
Tot slot meld ik graag nog dat naast de gewone kruisbek er nog twee andere kruisbekken bestaan. Het gaat om de grote kruisbek (Loxia pytyopsittacus) en de witbandkruisbek (Loxia leucoptera bifasciata) zoals hierboven afgebeeld.
Tekst: Reginald Bruneel.
(Tekst mag niet overgenomen worden zonder toestemming van de schrijver)