Peter Van Breusegem 17/3

Dr. Peter Van Breusegem, huisarts

Huisarts en auteur met een hart voor mensen:

'Brussel is chaos'
Interview met Dr. Van Breusegem Curriculum Vitae
uit Brussel deze Week Nr 908 van oktober 2003

"Brussel is chaos, met alle goede en slechte kanten van dien.
Spijtig is bijvoorbeeld de versnippering in de gezondheids- en welzijnszorg, waardoor de hulpvrager dikwijls verloren loopt.
Maar die chaos en bijbehorende anonimiteit heeft ook z'n voordelen. Zo hebben verschoppelingen van de maatschappij hier merkwaardig genoeg meer controle over hun bestaan dan in een of andere hoek in Vlaanderen, waar altijd een sociaal assistente of een wijkagent klaar staat."

Huisarts Peter Van Breusegem (47), als schrijver bekend onder het pseudoniem Dirk van Babylon, leeft al meer dan twintig jaar in die Brusselse chaos: "Ik zou nergens anders in dit landje kunnen aarden."

Wonen doet Peter in een flatgebouw op de grens van Brussel-Stad en Sint-Jans-Molenbeek. Vanuit een openstaand raam waaien de geluiden van de stad het Spartaans ingerichte appartement binnen.

"Ik zit hier inderdaad aan wat velen de verkeerde kant van het kanaal noemen. Dikwijls krijg ik dan ook de opmerking: Hoe durft u het aan hier te wonen? Ik heb daar echter nog nooit bij stilgestaan. Ik voel mij hier als een vis in het water, kan heel goed met de allochtonen opschieten. Ik ken bovendien hun leefwereld: ik ben gehuwd geweest met een Marokkaanse vrouw en mijn ex-vriend is ook al een Marokkaan. Bovendien is zeker een derde van mijn cliŽnteel van Marokkaanse oorsprong."

Dat zijn leven in Brussel is begonnen, daar windt Peter ook al geen doekjes om.

"Ik kom van van Liedekerke. Na m'n studies in Leuven heb ik een deel van mijn stage gedaan in het toenmalige ZaÔre. Een ervaring die mij het gevoel gaf dat ik niets meer verloren had in Vlaanderen. Die bekrompen, kortzichtige mentaliteit, die sociale controle, dat ouderwetse: ik had er mijn buik van vol. Ik wilde graag naar de grote stad en dan is in Vlaanderen de keuze gauw gemaakt. Dat mijn seksuele geaardheid niet die van de meerderheid is, speelde ook al een rol bij mijn keuze want Brussel is eigenlijk een oase van tolerantie in een woestijn van haat, afgunst, achterdocht en angst. Maar Vlaanderen kent dat Brussel niet. Het is de verre vreemde hoofdstad, de hellepoel, een oord van verderf en geweld."

"Begonnen ben ik in 1981 in Ukkel. Niet echt interessant voor een huisarts, die het toch moet hebben van de meer volkse laag van de populatie. Na Ukkel heb ik een tijd in de Lombardstraat gezeten en in 1993 ben ik in de Leon Lepagestraat een praktijk begonnen, waar ik reeds een aantal jaren woonde. Dat was de periode dat we intensief bezig waren met het buddy-systeem, de begeleiding van aidspatiŽnten door een vriend. De Foundation was gevestigd aan de Diksmuidelaan en ik wou daar niet te ver af zitten, vandaar mijn keuze voor de Lepagestraat. En ik ben nog moeilijk weg te krijgen uit die buurt. Ik heb als huisarts ook een heel grote weg afgelegd. Eerst was er mijn werk voor de homo-emancipatie, dan kwam er de hele aidsproblematiek. Omgaan met verlies, de naderende dood, rouw: dat geeft dan een heel andere dimensie aan dat vak van huisarts, dat is ook affectief en existentieel. Daarna is er de hulpverlening aan druggebruikers gekomen en via druggebruikers kom je automatisch bij de psychiatrie terecht, psychoten en dergelijke. Dat zijn ook allemaal mensen die zich in grote getale komen aanbieden en waar wij helemaal niet voor opgeleid zijn. We zitten hier in Brussel ook met een biotoop die mensen aantrekt die anders in mekaar zitten, omdat het hier anoniem is. En paradoxaal genoeg hebben ze hier in deze anonieme chaos blijkbaar meer controle over hun leven dan in een of andere hoek in Vlaanderen, waar altijd een sociaal assistente of een wijkagent klaar staat".

Het is pas een jaar dat Peter in Sint-Jans-Molenbeek woont. Het flatgebouw waar hij zijn stek heeft gevonden is een hypermoderne paradox in het grauwe gebied van de oude haven.

"Ik vond dit toevallig een mooi gebouw en wilde graag aan het water wonen. Tja, ik vind het hier gewoon een leuke omgeving. Je zit hier ook met een gepolariseerde samenleving, grote contrasten op een zakdoek samen. Zo heb je enerzijds de loftmensen, die alleen, met twee of met drie wonen in een zee van ruimte en anderzijds heelder families die in een schamel huurappartement samenhokken. Het contrast is enorm en ik vind het verwonderlijk dat het niet meer spanningen oplevert. Wat mij ook bevalt is dat je in Brussel op een balkon zit vanwaar je al die verschillende culturen die ons omgeven, kan bekijken. Je kan hier tussen een massa tv-zenders kiezen: Nederlands, Duitse, Franse, Engelse, Spaanse, Turkse..."

"Dat kan natuurlijk alleen maar werken als er een wederzijdse bereidheid is van de mensen om elkaar tegemoet te treden. En ja, er zijn uiteraard problemen. Onder meer met de jeugd. Er is een generatie opgegroeid die zeer slecht aan bod is gekomen in de scholen en die van de weeromstuit ook slecht aan haar trekken komt op de arbeidsmarkt. Ik heb er zo heel veel door mijn handen zien passeren, goeie en slechte. Maar de moeilijkheden die er al zijn, worden veroorzaakt door een kleine minderheid, vaak door onwetendheid, het gebrek aan vooruitzichten, perspectieven en - dat mogen we ook toch niet vergeten - discriminatie. De identiteitscontroles, het geen werk vinden en dergelijke. Het is een vicieuze cirkel. Ik heb daar een bijzondere kijk op omdat ik mij al jaren bezig hou met druggebruikers. Zo krijg je nog eens een aparte populatie binnen die bevolkingslaag onder ogen. Die problematiek is ook niet zo hopeloos als dat meestal wordt voorgesteld in de media: die mensen kunnen wel degelijk geholpen worden. En daar is de Brusselse chaos goed van pas gekomen. Omdat in deze stad nooit een officiŽle regeling is uitgewerkt, hebben de apothekers en de artsen de handen zelf in elkaar geslagen voor wat betreft de methadonverstrekking, zonder dat de overheid daar veel kon over zeggen: je gaat gewoon naar de huisarts en dan naar apotheker. Een zeer toegankelijk en breed systeem, met minder problemen dan je zou denken".

Peter gaat helemaal in zijn betoog op en wij hangen aan zijn lippen. Pas na lang merken we dat het ondertussen zo duister is geworden dat we elkaar nog amper zien zitten.

"Tja het wordt dezer dagen zo snel donker. Ik verzet mij daar nog steeds tegen, het idee dat de zomer voorbij is. Een fantastische zomer was, met toffe initiatieven. Dat strand langs het kanaal bijvoorbeeld. Of nog de autovrije zondag: mijn dochter over een Tervurenlaan zonder auto's zien fietsen, het was een heel aparte belevenis. Het was ook een zomer die mij mede het gevoel heeft gegeven dat ik een nieuw leven ben begonnen. Ik heb een vorig hoofdstuk, met heel veel moeilijkheden, afgesloten en ben nu weer alleen. Ik heb dit jaar ook een trombose gehad, waardoor ik een dag of zo half verlamd ben geweest. Dit maakt dat ik veel intenser ben beginnen leven, elke dag omhels met beide armen."

Maar Peter mag dan het leven door een andere bril bekijken, mensen helpen zonder hen in hun vrijheid te beknotten, zal hij steeds blijven doen. Een en ander zet zich ook voort in politieke activiteiten, vroeger voor de VU, nu voor Spirit.

"Ik vind het belangrijk diegenen die hun eerste stappen zetten in deze maatschappij aan te moedigen eraan mee te doen. Hoe meer participatie van die mensen er komt, hoe beter het is voor iedereen, want dan gaan ze zich ook weer verantwoordelijk voelen. Het is dus omwille van emancipatie dat ik aan politiek doe. Emancipatie is trouwens een soort van kernwoord voor mij, ook in mijn dagelijks werk. Emanciperen is mensen in staat stellen hun eigen autonomie te verwerven. Als dat gebeurt, gaan ze meestal deel willen uitmaken van die gemeenschap en verantwoordelijkheid dragen".

GeŽngageerd zijn betekent tevens niet blind zijn voor dingen die verkeerd lopen.

"Ik heb mij jarenlang gestoord aan de verwaarlozing van het patrimonium hier in Brussel. Ook de corruptie in de politiek was een doorn in het oog. Mijnheer Demaret - "dikke Mich" - Brouhon, Vanden Boeynants, noem maar op. Maar ik heb de indruk dat het ten goede veranderd is, dat Brussel tracht de mensen het leven aangenamer te maken. Al mag er wel iets gedaan worden aan al het vuil op de straat: koelkasten, kapotte meubels die een aantal weken op het voetpad blijven liggen. Maar het zijn vooral de problemen in de gezondheid- en welzijnszorg die mij bezig houden. Die is zo versnipperd dat de hulpvrager er geen zicht op heeft. Gelukkig hebben wij dan weer niet dat soort vergiftigde zuilensysteem wat je op een aantal plekken in Vlaanderen wel vindt, waar de Vrijzinnigen en de Katholieken elkaar het licht in de ogen niet gunnen en elk apart hun ding willen doen."

"Anderzijds heb je wel - als ik mij nog eens mag ergeren - het feit dat je in Brussel vaak zo weinig hebt aan het OCMW als Vlaming. Dat is een van de dingen om voor te vechten, politiek gesproken. De OCMW's worden geleid op basis van lokale verkiezingsresultaten en die autonomie is relatief groot. Wij hebben in het verleden acties ondernomen om de toegankelijkheid van de zorgen te verbeteren en dan hebben we gemerkt dat er in Brussel van gemeente tot gemeente heel erg verschillend wordt omgegaan met OCMW-steuntrekkers. Ook in de medische verzorging, wanneer moet uitgemaakt worden wie wel een medische kaart krijgt en wie niet. Wie wel een uitkering krijgt en wie geen uitkering krijgt. Ik denk dat er op dat vlak nog heel veel discriminatie bestaat. Nog een stokpaardje inzake de OCMW's is dat er geen vrijheid van keuze is, wat betreft de huisarts. De OCMW's gaan automatisch kiezen voor de wijkgezondheidscentra, de maisons medicales zoals dat heet, en zien systematisch de eenmans- of eenvrouwspraktijken over het hoofd. Dat getuigt van een onvoorstelbaar aftandse mentaliteit. Ook van protectionisme, want veel van die gemeenten hebben nog banden met OCMW-ziekenhuizen: Etterbeek, Elsene, Sint-Gillis, Brussel..."

"De opvang van de Nederlandstalige in de ziekenhuizen, is nog zoiets waar ik mij soms dood kan aan ergeren. Het is toch vreselijk om zien dat mensen die sukkelen met hun gezondheid, mensen die in een kwetsbare positie zitten, omzeggens door het stof moeten kruipen om te krijgen waar ze recht op hebben. Ik ben wel geen kaakslagnationalist, maar ik zie toch wel waar het fout gaat, ja".

Onze gastheer stapt naar de cd-speler, legt een schijfje op. Het etherische gezang van een castraat vult de woonkamer. Rustgevend. Wij vragen Peter naar zijn favoriet voorwerp.

"Ongetwijfeld mijn laptop. Ik kan mij goed voorstellen dat ik op een eiland zit, zolang ik maar elektriciteit, mijn computer en een internetaansluiting heb. Internet, e-mail, chatboxen, mijn tekstverwerker om te schrijven. Ik ben daar echt aan verslingerd en ben daar al jaren elke avond mee bezig. Ik kan mij zelfs best voorstellen dat hier binnen niets anders zou staan dan een computer, zo erg is het. De virtuele realiteit is mijn venster op de wereld".

Op diezelfde laptop is Peter, die als Dirk van Babylon naam maakte met onder meer De Brabantse Decamerone en Brussel, Amsterdam, New York, ook weer beginnen schrijven aan een roman.

"Het is al meer dan tien jaar radiostilte geweest. Mede door mijn turbulent privť-leven. Nu ben ik sinds februari bezig aan een boek over mystiek, liefde, begeerte en seksualiteit. En Brussel natuurlijk, het speelt zich altijd af in Brussel, dat dan toch blijkbaar mijn biotoop is"...