Beau Crime, door John Vermeulen

recensent: Peter Motte

onder auspiciŽn van De voormalige Tijdlijn en Vertaalbureau Motte

John Vermeulen had het geluk of de pech zijn romandebuut te beleven toen hij veertien jaar oud was. Te vroeg, vond hij zelf, en ook vond hij dat hij daarna de klappen kreeg die hij had verdiend.

Zijn eersteling, "De vervloekte planeet", werd enkel gered doordat hij en masse als schoolprijs werd uitgedeeld. Zijn tweede werd een aderlating voor de uitgever en het derde geraakte hij pas kwijt aan een kleine uitgeverij.

Niettemin is John Vermeulen een auteur die altijd aanwezig bleef. Hij maakte een comeback via Reinaert, en belandde tenslotte bij Bruna, waar hij enkele thrillers gepubliceerd kreeg.

Normaalgezien schrijft hij journalistiek, en met "Beau Crime" brengt hij terug een roman. Het is geen echte thriller of detective. Er wordt zowat honderd pagina's besteed aan het voorstellen van de personages. De onderzoeksrechter rekent de verkeerde dader in, wat een aardige sarcastische toets is, alhoewel het al werd voorgedaan door onder andere Bob van Laerhoven, die een hele bundel vulde met ingerekende onschuldigen. De lezer houdt vooral het gevoel dat Vermeulen er zoveel hoofdstukjes aan had kunnen breien als hij wou, waarin hij telkens met een andere (potentiŽle) dader op de proppen kwam. Met andere woorden, er lijkt geen echte ontknoping te zijn.

Het boek is eigenlijk een roman waarin toevallig iemand wordt vermoord. Er zijn tamelijk veel personages. Het slachtoffer, Kathy Dufour, is presentatrice van een nachtelijk radioprogramma over liefde en seks, een erotische versie van Lutgard Simoens. Dufours programma trekt de ongezonde belangstelling van een ex-moordenaar, een vrachtwagenchauffeur en een gluurder. Die laatste is nota bene ťťn van de medewerkers van de radiozender. Ook een andere medewerker van het programma gedraagt zich niet honderd procent normaal als hij in haar buurt is, en tenslotte is er nog haar ex-vriend. De onderzoeksrechter die op de zaak wordt gezet, Patricia Caril, wordt eveneens al vroeg gefascineerd door Kathy.

Met Patricia Caril heeft John Vermeulen blijkbaar een vrouwelijke versie van de harde detective willen neerzetten, een idee dat versterkt wordt doordat John regelmatig namen vermeld van detectiveschrijvers of personages, waaronder Agatha Christie en Mike Hammer. Patricia's assistent is een inspecteur die Moors heet, wat lijkt op Morse. De aandachtige lezer zal nog andere naamovereenkomsten vinden.

Hinderlijk is het dialect in de vertellerstekst. Het probleem is dus niet dat de personages dialect zouden spreken, wel dat Vermeulen het zelf schrijft. Hij heeft het onder andere over een 'autostrade' in plaats van een autosnelweg. Zo'n zware fouten had de redactie beter uitgezuiverd.

Soms wordt het taalgebruik van de personages gebruikt om hen te karakteriseren. Blade Runner bijvoorbeeld doorspekt zijn Nederlands met zinnetjes die hij opgepikt heeft in Amerikaanse films en tv-reeksen. Carla spreekt tamelijk plat. Freddie Lennis heeft een spraakgebrek, waardoor hij zich nauwelijks verstaanbaar kan maken.

De roman blijft vooral overeind door de personages: de interactie tussen Patricia Caril en haar echtgenoot levert uitstekende stukjes op, en de ontwikkeling van inspecteur Moors is verrassender dan de ontknoping van de moord.

"Beau Crime", door John Vermeulen, 1998, Antwerpen-Amsterdam, Continental Publishing, tel.: 03-360.78.00, 20,8x12,8 cm, paperback, 270 p's, 795 BEF, 19,71 euro. ISBN 90-5720-059-7.

Oorspronkelijk verschenen in "De Tijdlijn 32".

De Tijdlijn * Welkomstpagina


© 2009. Web page developed, translated and maintained by Vertaalbureau Motte Abdijstraat 33 B-9500 Geraardsbergen Belgium e-mail: peter.motte@skynet.be