Notities bij: Wouter De Ketelaere

Staten van goed Brugse Vrije II nr. 11.013.
Rekening in 1592 door Pieter De Ketelaere als voogd van Martken, Willeken, Jooskin, Anchelmus, Naentkin, Maeyken, Gritken, Martynken, Jannekin, Fransyntken en Cathelyntken alle de onbejaerde kinderen van Wouter De Ketelaere x Cathelyne fa Rogier Notebaert, zijn broeders en zusters. De medevoogd, Maryn De Bane is overleden. In de rand wordt vermeld dat Cornelis Baert de nieuwe voogd is; Sander Colins, vriend van de wezen is ook aanwezig op de voorstelling van de rekening.
baten:
-uitstaande rente van 16 p. gr. ten laste van Cornelis Landuyt (akte voor schepenen van Koolskamp op 2 lauwe 1581)
-veel verkoop van hout
-de venditie van het sterfhuis was op 25.9.1582, opbrengst 37 p. gr. + 76 p. gr.
-ontvangen van Jan Vanden Broucke, als hoir van Jacob De Ketelaere, van geleend geld en andere tegoeden, 2 p. gr.
-ontvangen van Jooris Coorne, als hoir van Jacob De Ketelaere, 12 p. gr.
-bezitten 4 g. land te Koolskamp, hofstede 13 g. te Loppem
schulden:
- aan Anchelmus De Boot voor de rest van pacht van de hofstede, groot 12 g., genaamd 't Hovaersnest te Loppem van de jaren 1581-82, waar Wouter toen woonde,
-pacht aan Cornelis Lauwers: vette gars te Stalhille ten tyden dat de Walen te Loppem upt Casteel quaemen omme aldaer syn coebeesten te vluchten

Wouter De Ketelaere was een tijdlang dismeester van Loppem
Van de 12 kinderen stierven er 6 jong, oa. Maria stierf ca. 1584 aan de pest. Volgens de rekening waren Joosken (Judocus), Martineken, Janneken en Francinken besmet met de pest; de laatste drie overleefden de ziekte.
Michiel Van Marck was gehuwd met de weduwe van Marijn De Ketelaere


wezenakten Brugse Vrije 16482 f. 108 onder Loppem, aktedatum 18.2.1584
+Wouter De Kethelaere
+Cathelijne fa Rougier Notebaert
kdn: Maerten, Anchelmus, Martyneken, Janneken, Fransynken
VP: Pieter De Kethelaere, vrijaat in Zedelgem, broer wezen; VM ?