Geestelijk testament Hugo Van Mierlo

Hugo Van Mierlo schreef zijn geestelijk testament in mei 1999 op vraag van de Koning Boudewijnstichting. Hugo Van Mierlo overleed enkele maanden later aan een langdurige ziekte.

 

* Memoires

* Gescheiden vaders

* Mijn boodschap voor de 21e eeuw

* Les nouveaux pères sont arrivés

* Apologie

 

 

 

 

 

Dit is mijn geestelijk testament

Memoires

Ik ben geboren op 7 augustus 1937 in Wilrijk bij Antwerpen. Voor mij was oorlog het gewone leven; ik wist niet beter. Ik keek als kind met verbazing naar wat er gebeurde om me heen, maar ik hield er geen trauma aan over. Ik werd opgevoed door een temperamentvolle moeder, met wie ik een goede band had. Ik heb me wel vrij moeten vechten, iets waarin mijn oudere zus nooit geslaagd is. Mijn vader herinner ik me als een stille man met wie ik pas contact kreeg als ik volwassen was. Mijn beide grootvaders hebben een diepe indruk achtergelaten: Vava, de behanger die op de Stadswaag woonde en Bonpapa, de belastingcontroleur die in de Markgravelei woonde. Ik herken me in het boek van Hugo Claus: “Het verdriet van België”.

Lager- en secundair onderwijs

Het lager onderwijs, incluis vierde graad, heb ik genoten in de oefenschool van de Stedelijke Normaalschool. Nadien ben ik naar het Atheneum van Antwerpen gegaan, waar ik fel onder de indruk kwam van Aster Berkhof (Nederlands) en Leo Michielsen (geschiedenis). Mijn lievelingsvak was wiskunde. De plechtige prijsuitreikingen in de stedelijke feestzaal waren grootse momenten voor mij omdat ik altijd primus was met 90% van de punten (ik was ook twee jaar rijper maar dat besefte ik niet). Soms kreeg ik applaus van de meisjes van het Lyceum op het balkon. Dan werd ik bloedrood want naar meisjes keek ik niet om.

Ik was ongedoopt en dus volgde ik “zedenleer” in het Atheneum. Zo komt het dat ik aan de wieg stond van de “Humanistische Jeugdbeweging”een naam door mij bedacht (nu heet dat: Humanistische Jongeren). Merkwaardig hoe dikwijls ik aan een wieg gestaan heb in mijn leven.

Student

Ik ben dan in Gent pedagogiek gaan studeren met de bedoeling ooit een alternatief weeshuis op te richten, een soort kinderkibboutz. Alsof ik het niet kon laten werd ik vrij snel actief in het studentenleven. Ik werd verkozen tot preses van de faculteitskring. Het was de eerste keer dat de kandidaat van Prof.Verbist niet verkozen werd. Ik was zo naïef dat ik dat pas later besefte toen ik de vijandige houding van die prof voelde. Bovendien was ik zo vermetel om de structuur van de Vlaams Opvoedkundige Kring grondig door elkaar te halen.

Later zat ik in de redactie van het weekblad Links, maar samen met Prof.Kruithof e.a. scheurden wij af met het weekblad Rood. Ik werd trotskist tegen het westers kapitalisme en tegen het oosters communisme. Ernest Mandel was mijn leermeester.

Normaalschool Laken

Na mijn legerdienst werd ik leraar opvoedkunde aan de Erasmus Hogeschool, departement onderwijs (voorheen: Rijksnormaalschool Laken).  Daar richtte ik de S.O.S.-club op die oudjes uit de buurt tijdens een koude winter hulp bood en nadien een filmclub voor de internen en voor de kinderen van een weeshuis uit de buurt. De directrice van de normaalschool liet me directeur spelen van de middelbare oefenschool met 9 klassen: klassenraden voorzitten, rapporten uitdelen, ouderavonden beleggen, prijsuitreikingen organiseren. Mijn inspecteur zei me dat zo’n opdrachten niet tot mijn taak behoorden, maar ik deed het graag.

Ik was vrijgezel, het was een meisjes normaalschool en ik werd verliefd op een van mijn studentinnen die me hielp met het organiseren van de filmavonden en de oudercontacten. Dat was een heel romantische periode. Op 1 april 1967 ben ik getrouwd en het huwelijk heeft zeven jaar stand gehouden. Op 25 april 1968 werd mijn dochter Tania geboren en op 28 april 1969 mijn zoon Joeri.

In de normaalschool heb ik ook de oudleerlingenbond, die op sterven na dood was, nieuw leven ingeblazen o.a. met de uitgave van een periodiek: “De Gazet van Laken”.

Om gezondheidsredenen ben ik vervroegd op pensioen gesteld na een loopbaan van meer dan 30 jaar.

Mijn kindjes

De zeven mooie huwelijksjaren begonnen in de golden sixties. Mijn echtgenote werkte als regentes en studeerde wiskunde aan de Vrije Universiteit Brussel. Ik nam een groot deel van de huishoudelijke, zorgende en opvoedende taken op me. Er groeide een innige band tussen mij en de kindjes. Toen mijn vrouw me verliet hield ik Tania en Joeri bij me en ging met hen bij mijn ouders wonen. Ondanks een maatschappelijk verslag dat pleitte voor het behoud van de situatie, wees de rechter in eerste aanleg het hoederecht over de kinderen toch aan de moeder toe. Ik ben gedurende drie maanden mijn kinderen kwijt geweest. De emotie die ik toen beleefd heb, is de diepste ooit en ze heeft de rest van mijn leven gekleurd Op 6 februari 1976 oordeelde het Hof van Beroep van Gent dat de kindjes het best bij mij konden blijven. Ik heb dan een chalet gekocht in de bossen van Waasmunster waar Tania en Joeri een toffe kindertijd beleefden. Ik heb aan Arlette, hun moeder, voorgesteld ook een chalet te kopen in hetzelfde park zodat ze met hun fietsjes naar haar konden pendelen (een soort co-ouderschap avant la-lettre). Ze is op die suggestie niet ingegaan. Bij de andere kinderen van het park was ik graag gezien als Bagheera, de zwarte panter, iemand die wild kon spelen. Ik ben altijd een kindervriend geweest, ik hou van kinderen vandaar ook mijn studie- en beroepskeuze.

Ik denk met heimwee terug aan die “kindertijd” en tegelijkertijd met trots want mijn beide kinderen zijn burgerlijk ingenieur geworden en evenwichtige mensen.

Gescheiden vaders: BGMK en PFI

Naast mijn job en mijn éénoudergezin had ik alle nevenactiviteiten stopgezet, maar gaandeweg begon ik me toch bezig te houden met BGMK. De feitelijke vereniging werd op 29 februari 1980 een vzw de “Belangenverdediging van Gescheiden Mannen en hun minderjarige Kinderen”. Uit de diepe emotie die ik beleefd had toen ik de kinderen kwijt was, putte ik de kracht om BGMK uit te bouwen tot een organisatie met 10 afdelingen van Brugge tot Hasselt en met een vast secretariaat. Elk uur vrij in de school gebruikte ik om te gaan lobbyen op een kabinet of bij een administratie.

In het zog van de film “Kramer versus Kramer” werd ik door de pers beschouwd als een soort “Vlaamse Kramer”. Dat leverde talrijke artikels in kranten en tijdschriften op en optredens in radio- en tv-programma’s. Maar mijn zenuwstelsel was daartegen niet opgewassen en mijn hart leed eronder.

Samen met Hugo De Garis, een Australiër die hier neergestreken was, ontdekten we 24 organisaties van gescheiden vaders in 12 landen. Ik stichtte de koepelorganisatie Parents Forever International vzw (Koning Boudewijn tekende op 7 augustus 1985). We organiseerden een eerste Europese conferentie omtrent gelijkwaardig ouderschap in Brussel in 1984.  De 24 organisaties gaven plechtig een petitie af aan het Europees Parlement samen met een lijvig traktaat. Een Fransman, een Duitser en ik, wij hebben nadien herhaaldelijk gelobbyd in Straatsburg, tot het Europees Parlement een richtlijn uitvaardigde omtrent gelijkwaardig ouderschap. Die richtlijn lag aan de basis van de Belgische wet Beaufays. In 1988 heeft PFI een tweede Europese conferentie belegd in Genève omtrent echtscheidingsbemiddeling. De talrijke vergaderingen in het buitenland waren leuk maar vooral duur en -alweer- te belastend voor mijn gezondheid. Na Genève heb ik me als stuwende kracht teruggetrokken en helaas bestaat PFI nu nog slechts op papier.

ONZE BOODSCHAP VOOR DE 21e EEUW

We have a dream! We zien in onze droom veel vaders afhaken als kostwinner om tijd vrij te maken voor hun kinderen. We zien hoe mannen van baby's houden en hoe ze hen met liefde en tederheid verzorgen. We zien hoe mannen tijd hebben om met hun zonen en dochters te stoeien, te spelen en hoe ze hen uitdagen en stimuleren. We zien hoe vaders hun gevoelens uiten. We zien ze helpen en verantwoordelijkheid dragen in het huishouden: zij strijken, wassen, stofzuigen, boenen en vullen boodschappenlijstjes in. We zien het gebeuren in alle bevolkingslagen. We zien hoe vrouwen het laten gebeuren en hoe de maatschappij obstakels opruimt die in de weg staan van het moderne, zorgende vaderschap.

 

De meeste van de beweringen die hierna volgen zijn gestoeld op wetenschappelijk onderzoek waarin de vaders goed uit de verf komen. Aangezien we willen bewijzen dat de "goede vader" bestaat, hebben we gretig gebruik gemaakt van die onderzoeksresultaten maar laten we wel wezen: we willen van het begrip de "goede vader" geen mythe maken en nog minder ligt het in onze bedoeling de moederfiguur te verguizen. De "goede moeder" heeft altijd bestaan, dat is genoegzaam bekend. Moeders kunnen voor hun kinderen zorgen en kinderen hebben hun moeder nodig. Maar hoe zit het met de mannen?

Mannen kunnen het ook

Vaders die door uitzonderlijke omstandigheden verplicht werden om hun baby's op te voeden, deden dat op minstens evenwaardige wijze als moeders.[1]  Net zoals vrouwen hebben geleerd om voor kinderen te zorgen, zo kunnen ook mannen dat leren. De gedragswijzen van de moeder zijn ook bij de vader in aanleg te vinden[2]. Vaders met uitgebreide ervaring in het verzorgen van kinderen, voelen zich vaak onbekwaam wanneer zij er alleen voor komen te staan, maar na verloop van tijd verbazen zij zich in het plezier van hun opvoedende kwaliteiten[3]. Mannen hebben zelfs een eigen stijl: als een vader speelt met zijn kind, prikkelt hij het meer en dat stimuleert de cognitieve ontwikkeling. De omgang moeder-kind vertoont veel meer stereotype gedragingen. Vaders zijn origineler: de omgang vader-kind vertoont veel meer variatie[4].

Omdat vaders belangrijk zijn

Baby's ontwikkelen sneller naarmate beide ouders actiever zijn. Het is dus nadelig dat de man een bijrolletje wordt toebedeeld bij het grootbrengen van jonge kinderen. Kinderen die door moeder alleen werden opgevoed, vertonen vaak in de adolescentie gedragsmoeilijkheden[5] Het groots opgezette onderzoek bij 8000 kinderen (USA) hield echter geen rekening met extreme armoede en vooroordelen bij de leerkrachten.

Ook als gezinnen uit elkaar vallen moeten vaders vader kunnen blijven. Gescheiden vaders houden erg veel van hun kinderen maar zij lopen gewoon weg[6]. Zij hebben aanmoediging nodig en er moeten kansen gecreëerd worden om vader te blijven ter wille van de kinderen. Kinderen zouden een onbeperkt en open contact met beide ouders moeten kunnen hebben. Co-ouderschap biedt een oplossing: kinderen krijgen kansen om banden met beide ouders te behouden. Als man en vrouw er niet in slagen een onderscheid te maken tussen hun ouderlijke plichten en huwelijksproblemen, is bemiddeling aangewezen. Als het eenoudergezin de enige uitweg blijkt te zijn, kan eventueel geopteerd worden voor het vadergezin want uit onderzoek[7]  is gebleken dat jongens uit vadergezinnen op school even goed presteren als kinderen uit twee-oudergezinnen. De jongens maar ook de meisjes spiegelen zich aan de cognitieve stijl van de mannen.

Mannen houden van kinderen

Scheiding van hun kinderen leidt bij veel mannen tot lichamelijke kwalen of klachten[8]. Zij kunnen er echt ziek van worden. Nochtans houden vele mannen zich stoer en tonen ze hun verdriet niet. Ze zouden moeten leren hun gevoelens t.o.v. hun kinderen te uiten en ze zouden ook moeten verdragen dat hun kinderen hun emoties uiten. Sommige mannen begeleiden en stimuleren de affectieve ontwikkeling van hun kinderen niet goed. Zijzelf hebben in hun kindertijd het uiten van emoties vaak moeten onderdrukken in de ontwikkeling van hun zogenaamde mannelijkheid.

Maatschappelijke vooroordelen

Gedurende verschillende generaties ontwikkelen gezinnen normen en verwachtingen wat betreft het gedrag van hun leden. Veel mannen richten zich op het gezin van hun ouders. Volgens dat model is het volbrengen van de zorg voor de kinderen primair de verantwoordelijkheid van de vrouw[9]. Mannen zien hun rol veeleer als helpend dan gericht op verantwoordelijkheid. En veel vrouwen zien dat ook zo: zelfs als ze buitenhuis werken blijven ze het huishouden besturen. Zij delegeren weliswaar taken aan hun mannen, maar zij geven de verantwoordelijkheid niet uit handen. De “mythe van de goede moeder” dateert uit het Victoriaans tijdperk en maakt vrouwen en mannen onvrij:  vrouwen in onze cultuur worden erdoor verplicht voor hun kinderen te zorgen zelfs als ze dat niet willen en mannen mogen het niet zelfs als ze het willen[10]. Zelfs in de “Verklaring van de Rechten van het Kind” is de mythe van de goede moeder geslopen: “Het kind heeft behoefte aan liefde en begrip voor de harmonische ontwikkeling van zijn persoonlijkheid. Het moet opgroeien onder de hoede van zijn ouders. Het jonge kind mag niet gescheiden worden van zijn moeder, tenzij in uitzonderlijke omstandigheden.” Dit artikel 6 werd probleemloos ondertekend door de 78 lidstaten van de UNO op 20 november 1959. Nochtans is het belangrijk dat ook de vader vanaf de 1e dag de facto betrokken wordt bij de verzorging van de boreling en dat kan alleen maar de biologische vader doen. Vaders worden doorgaans te laat ingeschakeld en dat is nadelig voor de baby, de moeder, de vader zelf.  Professor J.N.Van Den Berg is de eerste die de mythe van de goede moeder heeft durven doorprikken in zijn boekje “Dubieuze  liefde in de omgang met het kind“ (Callenbach 1964).

 

De meeste van de beweringen hierboven zijn gestoeld op wetenschappelijk onderzoek naar de kind-vader relatie, maar zulke onderzoeken zijn schaars in vergelijking met het onderzoeksmateriaal dat voorhanden is i.v.m. de moeder-kind relatie. De laatste jaren echter staat de vader-zoon relatie in de belangstelling.

Les papas nouveaux sont arrivés

 “Als toekomstige papa vroeg ik me af wat ik zoal zou kunnen doen om een goede papa te zijn. De verbeelding beperkte zich tot een aantal huishoudelijke taken en morele steun. Ik ben nu drie dagen papa en een heel nieuwe wereld heb ik leren kennen die samen te vatten is onder het motto ‘samen is gemakkelijker dan alleen’.

Na een bevalling zijn beide ouders zeer moe. Er is geen tijd om te recupereren. In deze toestand van vermoeidheid moet veel geleerd worden. Je wil alles goed doen maar je bent onzeker. “Doe ik het wel goed?” gaat steeds door je hoofd. Indien mama daar alleen voorstaat lijkt me dit een zware taak en de mogelijke steun van papa is niet in woorden te vatten.

Een voorbeeldje. Mama wil borstvoeding geven. Boeleke ligt hard te wenen, perst alle energie uit haar lijf. Maar mama kan zich nog niet goed draaien in bed door de knip die ze heeft gehad tijdens de bevalling. “Hoe moet ik het boeleke kalmeren?”, “Krijgt ze wel genoeg eten?”, “Hoe moet ik ze juist vastnemen,” “Hoe moet ik ze aanleggen?”... Ja, het staat allemaal in de boekjes, maar op het moment zelf moet je het dan ook in de praktijk omzetten, oververmoeid en onzeker. Als je dan als papa het boeleke tien minuutjes op je buik kan leggen, zodat ze kalmeert door de lichaamswarmte en vervolgens het aan de borst van mama kan leggen; samen kijken of het goed ligt of ze goed zuigt; de borst masseren om de melkproductie te bevorderen enz. Allemaal kleine taakjes, die zo’n ongelooflijke steun blijken te zijn voor mama en ... die een ongelooflijke band doen ontstaan tussen papa en het baby’tje. Het is een ongelooflijke ervaring een hard schreeuwend kind kalm te krijgen met gewoon een beetje lichaamswarmte.

Ik ben graag papa”. (5 mei 1999)

Apologie

Ik heb drie dingen gerealiseerd in mijn leven waarop ik met trots terugkijk. Ik heb twee kinderen op de wereld gezet en grootgebracht. Wat ze geworden zijn is hun verdienste, niet de mijne. Zij hebben het waar gemaakt, ik heb alleen ruimte gecreëerd en kansen geboden. Twee: ik heb een rots gebouwd dans les Alpes de Haute Provence, d.w.z. het knotsgekke idee kwam van mij maar ik heb ze laten bouwen door een ploeg enthousiaste jonge mensen. Nou, ze zal er staan in 3000 en nog veel generaties zullen zich erover het hoofd breken. Drie: ik heb BGMK uit de grond gestampt. Ik dacht daarmee meteen de mannenemancipatie op te starten. Had Marijke Van Hemeldonck immers niet gezegd: “de derde emancipatiegolf zal van bij de mannen moeten vertrekken.” Het masculisme is niet van de grond gekomen. De maatschappij had daaraan wellicht geen behoefte meer. Toch denk ik dat BGMK heeft bijgedragen tot een bewustwording : “Tiens, gescheiden vaders claimen hun kinderen . Zouden mannen dan toch bekommerd zijn om hun kroost?” In ieder geval heeft BGMK zijn invloed gehad op de wetgeving en de rechtspraak in België. BGMK heeft nog altijd invloed. BGMK heeft me overleefd en dat maakt me blij. Sinds 10 jaar heb ik me teruggeplooid in de functie van hoofdredacteur van het maandblad.

Ik ben hart- en kankerpatiënt. Ik heb het gevoel dat ik mezelf al vijf jaar overleefd heb. Intussen tracht ik vanuit mijn bed iets te doen in het voordeel van het vaderschap. Ik heb bijna niets geschreven over de obstakels die de realisatie van mijn droom in de weg staan maar ze liggen voor de hand. Ik verwacht van de Koning Boudewijnstichting dat zij initiatieven ondersteunt die helpen de obstakels uit de weg te ruimen die mannen verhinderen om goede vaders te zijn. Een paar voorbeelden :

 

·        Het wetenschappelijk onderzoek naar de kind-vader relatie moet ondersteund worden.

·        Het recht op persoonlijk contact van de gescheiden vader moet bevorderd worden bv door het oprichten van transithuizen waar het doorgeven van kinderen onder begeleiding kan geschieden.

·        Er moeten bijkomende maatregelen genomen worden zodat werkgevers gemakkelijker ouderschapsverlof aan mannen kunnen toestaan en zodat ook meer mannen erom vragen.

·        Loopbaanonderbreking moet financieel aantrekkelijker gemaakt worden voor vaders.

·        In de gevangenissen moet gedacht worden aan een kindvriendelijke bezoekruimte.

·        Vooral in kansarme buurten moet zorg besteed worden aan het contact vader-kind vanaf de geboorte.

·        De “goede vader” bestaat, maar hij is geen mythe. Drugverslaafde vaders moeten extra zorg krijgen.

·        Naast het klassieke huwelijk met kinderen moet ook aandacht geschonken worden aan ongehuwd samenwonenden met kinderen, aan het nieuwsamengestelde gezin, aan co-ouderschap en aan alle ontwikkelingen die zich in de maatschappij na 2000 nog zouden kunnen voltrekken.

·        Mannen moet geleerd worden hun zachte zijde te ontwikkelen en emoties te uiten.

·        Enzovoort

 

Deze opsomming is niet limitatief. Het aantal obstakels dat in de weg staat van het vaderschap is waarschijnlijk zeer groot.

 

 

Aalst, mei 1999,  Hugo Van Mierlo

Hugo Van Mierlo is overleden op 2 november 1999.

 

naar beginpagina



[1] R.Maccoby, La psychologie des sexes: implication pour les rôles adultes. In “Le fait féminin”, Fayard 1978, blz 244-271.

[2] Prof.PAPOUSEK van het Max Planck Instituut in Der Spiegel dd 10.03.80 "De baby heeft ook zijn vader nodig".

[3] Kristine ROSENTHAL, Vaderschap na echtscheiding, Tijdschrift voor relatieproblematiek, augustus 1979.

[4] Dr. YOGMAN in Transition, tijdschrift van The Coalition of Free Men, USA, februari 1983.

[5] Carole ASHKINAZE en Nancy WILLIAMSON in Time, januari 1982.

[6] Andrew MUSETTO, Journal of mariage and family counseling, oktober 1978.

[7] Didaktief, 12e jaargang, nr.7, september 1982.

[8] Judith Brown Greif, American Journal of Porthopsyatrie, april 1979.

[9] Nicole DOPCHIE, "Le droit de garde de l'enfant au père ou à la mère? Point de vue médico-psychologique" in Revue trimestriel du Droit Familial, 1979, deel IV.

[10] Elisabeth Badinter, L’amour en plus, histoire de l’amour maternel XVIIe-XXe siècle.