Gepubliceerd op 27 juli 1912
't Is de naam eener stad aan den Rhijn gelegen, die voor
den gewonen lezer niet veel zeggen noch beteekenen kan, maar die
de geestelijkheid van het bisdom Gent en Brugge
―vroeger één bisdom― fier het hoofd doet opheffen.
Inderdaad, Wezel is de samenvatting van een der roemrijkste
gebeurtenissen onzer kerkelijke geschiedenis.
Jaarlijks wordt in het Seminarie dier bisdommen, op het
eind van de maand Juli, als blijde gedachtenis aan een
heldenfeit, een Wezelfeest gevierd.
In het begin der vorige eeuw, onder keizer Napoleon, werd
Mgr. de Broglie, de bisschop van Gent, om zijn moedig
optreden in het Consilie, ter verdediging der kerkelijke
rechten en der pauselijke vrijheid, gevangen genomen en te
Vincennes opgesloten.
Napoleon, zeer verbitterd, zocht door alle mogelijke middelen
aan den kerkvoogd een geteekend ontslag te ontfrutselen. Hij
gelukte er eindelijk in; doch de Paus wilde dat afgetruggeld
handteeken niet bekrachtigen.
Dat belette echter Napoleon niet, een ander, een kanunnik van
Dijon, M. de la Brue de Saint Bauzille, tot bisschop
van Gent te benoemen. De minister gebood aan het kapittel van
het bisdom, M. de la Brue, in afwachting van zijne erkenning
door den Paus, Vicaris Capitularis te benoemen.
Mr. de Meulenaere met Mr. Goethals, aangeduid door
Mgr. de Broglie, om in zijne afwezigheid het bisdom te besturen,
verzetten zich in een krachtig schrijven aan den minister, tegen
die inmenging van het wereldlijk gezag in geestelijke
aangelegenheden.
Bij den Prefect geroepen, en door schoone beloften en
dreigementen overwonnen, scheen Mr. de Meulenaere later toe te
geven en riep den 22en Juli 1813 het kapittel bijeen. Alhoewel
onvoltallig en niet bij machte benoemde het kapittel Mr. de la
Brue, Mr. de Meulenaere en Mr. De Loen tot Vicarissen.
Die kiezing was ongeldig volgens de kerkelijke wet. Op de 1.200
priesters van het bisdom waren er slechts een 30tal het valsch
gezang genegen.
Den 25en Juli 1813, 's Zondags 's morgens voor het koorofficie
werd in het Seminarie vernomen dat Mr. de la Brue met zijn
secretaris De Pazzis, een zuiderling van heeten bloede, als
groote overheid in de kathedraal zou zetelen.
Ten teeken van protest bleven de Seminaristen op 4
uitzonderingen na, uit de kathedraal weg, waar zij elken
feestdag in koorhemd moesten aanwezig zijn.
's Namiddags zelfs, niettegenstaande een hevigen vermaanbrief
uit het bisdom gestuurd, waren er slechts 3 levieten in het
koorofficie.
's Avonds werden de Seminaristen door de nieuwe overheid en
inzonderheid door De Pazzis, fel berispt. Zij hadden te kiezen:
of soldaat worden of het gezag der Vicarissen erkennen.
Uit één mond riepen ze: “Liever soldaat dan schismatiek! Wij vertrekken niet morgen, maar vandaag!”
Dienzelfden avond werd het Seminarie gesloten.
Eenige weken later moesten de Seminaristen voor den prefect van
Gent en Brugge verschijnen en zij die zich niet onderwerpen
wilden aan Mr. de la Brue, werden ingelijfd bij het leger en
naar Parijs of naar Wezel gezonden.
In de ballingschap hadden de moedige Levieten veel geleden,
beleedigingen, ziekte, honger, ontberingen van allen aard.
Toen de Bondgenooten Napoleon verslagen hadden en Wezel ontzet, mochten de Seminaristen terugkeeren in hun vaderland; helaas! een derde was reeds in den hemel opgenomen. Eenigen tijd nadien werd ook Mgr. de Broglie in vrijheid gesteld en door de Seminaristen in triomftocht naar zijn bisschoppelijk paleis geleid.
B. D. C.