|
Dit werd tijdens den verschrikkelijken storm van 30 September op
zijn geheel afgerukt, door de woedende golven weggesleurd, en
ongeveer zestig meters verder op het strand neergezet, zoo dat het,
bij laag water, op het droog zand staat.
Als aardigheid zij vermeld
dat het licht in den toren vier-en-twintig uur later, ondanks dit
onzacht verplaatsen, nog altijd brandde.
| |
Op den achtergrond van dit
zicht ziet men het stakketsel der havengeul, tot wiens uiteinde dit
afgescheurde deel behoorde.
Men heeft bepaald dat, in het binnenland, de drukkingskracht van den
storm per vierkante meter 110 kilos bedroeg. Zelden zag men grooter.
Aan de zeekuste echter zal hij nog aanzienlijker geweest zijn, om
zo'n ontzaggelijke massa als een havenhoofd, rustende op talrijke
eiken balken en dwarsbalken, zoo eenvoudig maar af te kunnen breken
en te verplaatsen.
|