Vorige: De lijdensgeschiedenis van eene vermaarde vaart II.   Omhoog: België.   Volgende: Diest, de oude Demerstad.
Inhoudsopgave   Index


Een wandeling in de stad Gent.

Gepubliceerd op 28 juni 1913

Gedurende de Wederlandsche Tentoonstelling in Vlaanderens hoofdstad, zullen duizenden en duizenden de stad Gent bezoeken en een tijd benuttigen om de praalgebouwen ervan te bewonderen.
Wie onze stad sedert twee, drie jaar niet meer bezocht heeft, zal er zeker veel nieuws in aantreffen; hij zal zien dat men een geheelen kuisch gedaan heeft om den vreemde bezoekers eene oude stad te kunnen aantoonen, zooals zij over drie, vier honderd jaar was. De herstellingswerken sedert drie jaren begonnen zijn zoo goed als geëindigd; het oude Gent is verrezen, en ik vind het niet onnuttig, ten dienste der achtbare lezers van Ons Volk, eene wandeling neer te schrijven, om hem tot gids te dienen bij een bezoek in onze stad.

GentStBaafs Wanneer de reiziger de spoorhalle van Gent-Zuid verlaat, richt hij zich natuurlijkerwijze langs de Vlaanderenstraat, naar de twee torens, die hij, de eene blinkend in het zonlicht, de andere grauw op de blauwe lucht afgeteekend heeft gezien van op den trein. Vooraleer de Sint Baafskerk te genaken ziet hij rechts het oud Steen van Geeraard, den duivel genoemd, waar de archieven berusten. In het hofke of square ernevens ziet hij de plaats waar, in de Oogstmaand, het gedenkteeken voor de Gebroeders Van Eyck zal onthuld worden.
Nu ter Hoofdkerk. Deze prachtige kerk, waar het kunstjuweel “De aanbidding van 't Lam” te zien is, kan doorgaan voor eene onzer schoonste kerken van België. Wanneer de bezoeker binnentreedt, is hij getroffen door de talrijke schoonheden die zich ten alle kanten opdoen. Tusschen de twee rijen zeer hooge kolommen, ziet hij het hooger liggend koor met het prachtig hoogaltaar, terwijl hij rechts en links de kapellenrij ontwaard waarvan de marmeren altaren puike schilderijen omlijsten.
Ik wil enkel de bijzonderste schilders melden wier gewrochten men hier aantreft: De Crayer, De Liemacker, Hondhorst, Lucas de Heere, Pourbus, Rubens, Otto Venius, Van der Meiren, en 't meesterstuk van de Gebroeders Van Eyck; aan beeldwerk is er ook niets te kort; het koor bevat de graftomben van bisschoppen, gebeiteld door Maes, Pauli, Delcour en Duquesnoy - men ziet er beelden door Helderenberg, Van Poucke en De Beule. De predikstoel is gekend als meesterstuk van L. Delvaux.
Deze korte opsomming dient enkel om den vreemdeling aan te zetten de Hoofdkerk te bezoeken en de kunstwerken te bewonderen.
GentBelfort Bij het uittreden der kerk ziet men op het plein 't gedenkteeken van Jan Frans Willems, de vader der Vlaamsche beweging. Twee gebouwen trekken de aandacht: de Vlaamsche Schouwburg, een modern gebouw, en de Lakenhalle, waarboven het prachtig herstelde Belfort zich hoog ten hemel richt.
Alhoewel de reiziger zich aangetrokken gevoelt meer de oude gebouwen te naderen, die zich ten alle kanten bevinden: 't Stadhuis, de Sint Niklaaskerk, enz., zal hij toch zijn best doen langs het Seminarie om het Oud Huis ter Zikkelen, thans de muziekschool, te zien, en het schilderachtig hoekje “Achter Sikkel” te bewonderen.
Zoo komt hij aan de Hoogpoort waar eene reeks oude, herstelde gevels, de oude Steenen of Heerenwoonsten van weleer, de aandacht van den wandelaar treft. Het zijn: de witte Moor, de zwarte Moor en het oud Gildenhuis Sint Jorishof, dat ook een gevel heeft op de Botermarkt, recht op het Stadhuis. Het Stadhuis werd in verschillende tijden gebouwd, en daarom kan men het niet noemen het schoonste van België, zooals het moest zijn. Ware het voltrokken in den stijl zooals wij het zien langs de Hoogpoort en de Botermarkt, het ware prachtig. Aan dat gemis van eenheid in den bouw lijdt ook het inwendige, waar de zaal der Vierschaar, deze van het Arsenaal en de troonzaal enkel een bezoek waardig zijn.
Van op de Botermarkt geniet men een mooi zicht op het grootsch en sierlijk Belfort. In de XIIe eeuw werd het bouwen hiervan hiervan begonnen en in de XIVe eeuw geëindigd; door de eeuwen heen onderging de bovenste kap allerhande veranderingen; de Campaniel werd nu eens in hout, dan in steen, dan in ijzer gemaakt. Nu, hopen wij, zal die toren blijven wat bouwmeester Vaerwijck ervan gemaakt heeft, een deftige, sierlijke en kloeke stadstoren.

(Naar het begin van de volgende kolom)

  Moge welhaast Roeland's stemme dreunend over de stad weergalmen, moge d' oude drake er lang nog als “palladium” de gentsche stede bewaren.
GentStadhuis De Borluutstraat leidt ons naar Sint Jacobskerk waar tal van schilderijen en kunstig snijwerk den kunstenaar bekoren zal. In deze kerk zien wij, wat zeldzaam is in België, een H. Sacramenthuis, als torentje in het koor staan.
Van hier komt men op de Vrijdagmarkt. Die markt is in de geschiedenis vrij vermaard om de blijde tooneelen bij inkomsten der graven en de droeve omwentelingen die er plaats grepen. Op ieder bezoeker der stad, die verder de talrijke herstellingen van huisgevels zal opmerken, zal het een pijnlijken indruk maken dat deze geschiedkundige plaats haar oud cachet niet behouden heeft, en zelfs ontsierd is door magazijnen en huizen die van alle bouwstijl beroofd zijn. Drie zaken zijn hier aan te merken: het oud Toreken of Huidevettershuis, het beeld van Jacob Van Artevelde midden de plaats, en op de Wannekensaard, het Groot Kanon of de “Dulle Griet”.
De Langemunt brengt den wandelaar in 't midden der “herstelde” stad. Op de Groenselmarkt staat het oud Vleeschhuis, in de XIVe eeuw gebouwd, en nu naar de oude plannen hersteld. Verder, over de brug, komt men aan de H. Pharaïdeplaats, waar het machtige Gravensteen in al de pracht van weleer prijkt. Het is geen dertig jaar geleden dat de Gentenaren niet wisten dat het huis hunner graven daar stond, en dat de puinen ervan, in twee fabrieken en werkmanshuizen verdoken, konden verrijzen tot het prachtig herstelde Steen van heden.
In 867 begonnen, in 1180 voltrokken, diende het beurtelings tot woonst aan onze graven, tot zetel van den Hoogen Raad van Vlaanderen, tot gevangenis, en werd in 1788 verkocht. Sedert dien richtte men er twee fabrieken in op. Stilaan werden de zalen verminkt, afgebroken, vervangen. In 1887 ten deele aangekocht door de stad, werd het hersteld, en onder de knappe leiding van J. De Waele en S. Mortier, kon men het herscheppen in den oorspronkelijken staat.
GentGravensteen Langs binnen ziet men de prachtige zalen, de woonsten van graaf en gravin, de kelders en kerkers, en boven op den “donjon” geniet men van een panorama der stad, welke men zelden aantreffen kan.
Wanneer de wandelaar al de oude gevels der H. Pharaïdeplaats beziet, en verder zijne wandeling voortzet langs de Jan Breidelstraat tot aan de oude Gentsche Haven, de Graslei, zal hij zich wanen in het oude Gent van de XVIe eeuw, en denken de machtige gildenstoeten te gemoet te komen. Het zicht op de Graslei is waarlijk eenig in België. Het Romaansch Koornstapelhuis staat er naast de sierlijke gevels van “de Engel”, 't Graanmetershuis en 't Schippershuis die samen met den achtergevel aan 't Posthotel eene rei prachtige gothische gevels vormt.
Wil de bezoeker een aanblik over de bijzonderste gebouwen der stad, hij stelle zich op de St. Michielsbrug. Daar zal hij zien: voor hem de St. Niklaaskerk, het Belfort en St. Baafs; links de Graslei en de meestentoren van het Gravensteen; rechts het oud Predikheerenklooster en de St. Michielskerk.
Het Posthotel, thans afgewerkt, naar de plans van Cloquet en Mortier, maakt den hoek uit der Koornmarkt waar de oudheidminnaars de oudste Gentsche kerk kunnen bezoeken, de Sint Niklaaskerk. Deze kerk is deels in den Romaanschen, deels in den gothischen stijl gebouwd. Zij werd de eeuwen door meermaals hersteld en verknoeid, bij zoover dat het heel wat werk en geld zal kosten om ze nu behoorlijk te hestellen.

Hier eindigt om zoo te zeggen de wandeling in het “oude Gent”. Wel is de abdij van St. Baafs, het Oudheidsmuzeum, het Begijnhof, tal van kerken, een bezoek overwaardig, doch het ligt in mijne bedoeling niet een volledige gids te schrijven, enkel wilde ik toonen wat een reiziger, bezoeker onzer tentoonstelling, gemakkelijk 's morgens zien kan, vooraleer den weg in te slaan naar de Expositie. Hij moge zich nuttig vermaken.

G. Celis, pr.



Vorige: De lijdensgeschiedenis van eene vermaarde vaart II.   Omhoog: België.   Volgende: Diest, de oude Demerstad.
Inhoudsopgave Index

Valid HTML 4.01 Transitional

Pros Robaer - 2009