Vorige: Graaf Verspeyen.   Omhoog: België.   Volgende: Lieven Gevaert.
Inhoudsopgave   Index


Van Vlaamsche Koppen.

Gepubliceerd op 11 januari 1913

We laten hieronder de portretten volgen, vergezeld van een korte levensschets, van de onlangs gedecoreerde Vlaamsche letterkundigen. Behalve de heer Nestor de Tière, die officier werd genoemd, werden allen ridder in de Leopoldsorde genoemd.
De lezer houde in het oog, dat sommige der in de korte levensschetsen opgenoemde werken van katholiek standpunt uit aan kritiek onderhevig zijn.

CGezelle Caesar Gezelle is de zoon van Romaan Gezelle, die de broeder was van Guido Gezelle en van Louise Gezelle ―vrouw Lateur― de moeder van Frank Lateur of Stijn Streuvels.
Hij werd geboren te Brugge den 25 October 1875, studeerde in St. Lodewijks te Brugge, werd priester gewijd daags voor Drievuldigheidszondag 1899, en is nu sedert September 1900 professor van Poesis en van Engelsche en Duitsche talen in 't college te Kortrijk, waar hij van zijne studenten maakt heerlijke Vlamingen en geleerd en verstandig volk.
Hij schreef “Primula Veris”; “Uit het Leven der Dieren”; “Leliën van Dalen”; en menigvuldige dicht- en prozastukken voor tijdschriften, week- en dagbladen. Hij predikte de vaderlandsche sermonen van den Guldensporenslag, en hield voordrachten die hem het kwade woord en de verdachtmaking weerdig maakten van anti-vlamingen.

ACuppens E. H. August Cuppens. August Cuppens werd geboren te Beeringen op 21 Mei 1862. Hij werd beurtelings kapelaan te Ans, kapelaan te Verviers, rector der zusterkens der Armen te Luik en pastoor te Loxbergen (Limburg).
Hij schreef de volgende werken: “Verzekens”; “Een Rooske van Overzee”; “Jaarkrans van geestelijke liederen”, getoonzet door Lodewijk De Vocht.

NDeTiere Nestor de Tière. De heer Nestor de Tière werd geboren in 1856 te Eine. Hij schreef de volgende werken: “Een spiegel”, bekroond in den XIIden driejaarlijkschen staatswedstrijd; “Liefdedrift”; “Roze Kate”; “Een misdadige”, “Wilde Lea”; “Honger” en ook de bekende zangspelen: “Herbergprinses”; “De Bruid der zee”; “Baldie”. Hij is een bekend tooneelcriticus.

RVerhulst Raf. Verhulst. Raf. Verhulst werd te Antwerpen geboren in 1866. Hij is leeraar in de Letterkunde aan het Koninklijk Vlaamsch Konservatorium. Hij schreef de volgende werken: “Vorst en Volk”, drama, bekroond met den eersten prijs in den stedelijken prijskamp voor Tooneelletteren van Antwerpen, “Quinten Matsijs”, bekroond met den 1en prijs zangspel, getoonzet door Emile Wambach; “'t Minnebrugje”, zangspel getoonzet door Arthur Van Oost; “Langs Groene Hagen”, dichtbundel (uitgeput); “De Kinderen der Zee”, in handen van Lodewijk Mortelmans om betoondicht te worden, bekroond met den 1en prijs door de stad Antwerpen; “Reinaert de Vos”, bekroond met de 1en prijs, muziek van August De Boeck; “Hoogste Plicht”, tooneelspel; “De Gewenschte Karel”, tooneelspel, bekroond met den 1en prijs door de stad Antwerpen; “De Admiraalsvlag”, tooneelspel; “Rozemarijntje”, zangspel, betoonzet door Arthur Van Oost; “Jezus de Nazarener”, drama, bekroond met 1en door de stad Antwerpen en met den 3-jaarlijkschen staatsprijs; “Semini's Kinderen”, bekroond met den 1en prijs door de stad Antwerpen en den 3-jaarlijkschen staatsprijs; “Telamon en Myrtalee”, bekroond met den 1en prijs door de stad Antwerpen.

LLambrechts Lambrecht Lambrechts. De heer Lambrechts werd in 1865 geboren te Hoesselt. Hij is leeraar aan de normaalschool te Gent. Hij schreef verschillende Limburgsche novellen: “Uit de Demergouw”; “De Paascheieren”; “Het Mirakelfeest”; “Dierennovellen” en “Uit Belgisch Limburg”. Hij schreef eveneens verschillende liederteksten, die hij verenigde onder den titel van “De Varende Zanger”. Ook maakte hij verschillende tooneelstukjes, waarop onze beste toondichters muziek hebben gecomponeerd. “Mate en Minne” en “De Vrolijke Limburgers” zijn twee verdienstvolle verzen-bundels van Lambrechts. Hij maakte zich vooral zeer verdienstelijk wat betreft de verspreiding van het Vlaamsche lied. Met zijn vrouw heeft hij het geheele land afgereisd, overal voordrachten gevende en liederen zingende.

MSabbe Maurits Sabbe. De heer Sabbe werd geboren te Brugge. Hij is leeraar aan het Atheneum te Mechelen. Hij schreef: “Aan 't Minnewater”; “Jan Luiken's Duitsche Lier”; “Een Mei van Vroomheid”; “Pinksternacht”, lyrische lentefantasie; “Michiel De Swaen”; “De Filosoof van 't Sashuis”; “Vlaamsche menschen”; “Een Huwelijksreis”, bewerkt naar Blicher-Clausen; “Fanny's Sonnet”; “Hooggetij”; “Mozaïk” en “De Nood der Bariseele's”.

(Naar het begin van de volgende kolom)

  EDeBom Emmanuel De Bom. De heer De Bom werd geboren te Antwerpen op 9 November 1868. Hij is bibliothecaris der Stedelijke Hoofdbibliotheek seder 1911. Hij was mede-oprichter en lid van “Van Nu en Straks” (1893 vlg.) en “Vlaanderen” (1903 vlg.). Hij liet in 1893 een studie verschijnen over “Hendrik Ibsen en zijn werk”, in 1898, een verhaal: “Wrakken”. Hij schreef verder nog verschillende ongebundelde novellistische en critische bijdragen in Vlaamsche en Hollandsche tijdschriften.
Hij is sedert 1904 Max Rooses' opvolger als correspondent te Antwerpen van de “Nieuwe Rotterdamsche Courant”. Hij was secretaris van de Tentoonstelling van het Moderne Boek (Museum Plantin, 1904) en van de Conscience-tentoonstelling (1912), waar hij de catalogie van bewerkte. In 1903 richtte hij met V. A. Dela Montagne en prof. Willem de Vreese het Tijdschrift voor Boek- en Bibliotheekwezen op, waar hij de vier eerste jaargangen (1903 - 1906) de secretaris der redactie, en naderhand medewerker, van was. Daarin verscheen o.a. het uitgebreide opstel: Abraham Verhoeven de eerste courantier van Europa? (1903). Over actueele kwesties gaf hij uit o.a. de vlugschriften: “De zaak Edward Joris” (Antwerpen 1906); “Rond onzen Toren” enz.
De heer De Bom heeft zich vooral verdienstelijk gemaakt met, door zijne artikelen in de N. R. C., de Vlaamsche Beweging in Holland te doen kennen. Ter gelegenheid van de kandidatuur Frans Van Cauwelaert schreef hij prachtige artikelen over de ontwaking van het Vlaamsche volk.

AVermeylen August Vermeyelen. De heer Vermeylen werd geboren te Brussel in 1875. Hij is medestichter van “Jong Vlaanderen” (1889), “Van Nu en Straks” (1893) en “Vlaanderen” (1903). Hij promoveerde te Brussel, als doctor in de geschiedenis, met een Nederlandsche dissertatie over “Het Twaalfjarig Bestand” (onuitgegeven). Studeerde verder twee jaren aan de Universiteiten van Berlijn en Weenen. Verkreeg in 1899 den titel van speciaal doctor, op proefschrift over “Jonker Jan Van der Noot”. In 1901 aan de Hoogeschool van Brussel benoemd tot leeraar in de kunstgeschiedenis, in 1902 tot leeraar in de gschiedenis der Nederlandsche Letterkunde, geeft sedert 1910 ook de Nederlandsche tekstverklaringen.
Hij schreef de volgende werken: “Leven en werken van Jonker Jan Van der Noot”; 1899; “Verzamelde opstellen”, 1ste bundel 1904, 2de bundel 1905; “De Wandelende Jood”, 1906 (2de uitg. 1912); “Les lettres néerlandaises en Belg. depuis 1830-1907”. Vermeylen wordt door velen de grootste Vlaamsche prozaschrijver van onzen tijd genoemd.

HMelis Hubert Melis. De heer Melis werd geboren op 21 Maart 1872. Hij is secretaris des burgemeesters van Antwerpen. Begon al zeer vroeg zijn letterkundige loopbaan door mede te werken aan de “Nederlandsche Dicht- en Kunsthalle” en aan de “Vlaamsche school”. Liet in 1894 bij De Seyn-Verhougstraate te Aalst zijn eersten verzenbundel verschijnen, onder den titel “Gedichten” - schreef ondertusschen zijn lustspel in één bedrijf: “Een onweer”, dat veel bijval verwierf. De faam van den schrijver vestigde zich echter voor goed bij de verschijning van zijn treurspel in verzen “Koning Hagen”, door de stad Antwerpen bekroond. Toen volgden “Vrouwkens van Brugge”, een zangspel; “Een nieuw Leven”, een comedie in drie bedrijven, met den eersten prijs bekroond door de Vlamingen van Brussel, en eindelijk verscheen een nieuwe bundel gedichten van zijne hand, onder den titel “Zonnige Dreven”.
Hubert Melis schreef gedichten waarop onze beste toondichters Peter Benoit, Jan Blockx, Emile Wambach, Flor Alpaerts, Julius Schrey, Hullebroeck, Hinderdael, Andelhof, Opsomer, Frans Verhaeren en zooveel anderen hunne fraaiste liederen bewerkten. Enkele werden door de stad Antwerpen en door het Staatsbestuur bij gelegenheid der verjaringsfeesten onzer onafhankelijkheid bekroond. De grootere werken: “De Heide” en “Vlaanderens grootheid” werden getoondicht door Jan Blockx.
Ook als metrische vertaler deed Melis zich kennen; hij bracht aldus verscheidene dichtwerken in onze taal over uit het Duitsch, 't Fransch en het Czechisch. Op dit oogenblik heeft de Vlaamsche Opera een nieuw werk van hem in studie opgenomen: Shylock, een fantazij in drie bedrijven naar het klassieke tooneelspel. De Vlaamsche meester Frans Van der Stucken bewerkt ook het zangspel “Rikke-tikke-Tak”, dat door Hubert Melis zeer vrij naar de schets van Conscience tot zangspel is omgeschapen.

LBuyst Leonard Buyst. De heer Buyst werd geboren te Lokeren op 10 Mei 1847. Hij is bureeloverste op het ministerie van Binnenlandsche zaken. Hij ontwikkelde zich op letterkundig gebied onder de leiding van Hendrik Conscience, wiens vriend hij was. Hij schreef “Willem Sanger”, aan Conscience opgedragen, “Mina Lievens”, “Licht en Schaduw”, “Liefdeleven”, “Nieuwe Gedichten”, “Lyrische Zangen”, “Langs winterwegen” en een nieuwen bundel “Balladen allerhande” ter pers bij Lod. Opdebeek.

FVanCuyck Frans Van Cuyck. De heer Frans Van Cuyck werd geboren te Antwerpen op 4 Juni 1857. Hij is leeraar in de Nederlandsche taal- en letterkunde bij de stedelijke Normaalschool van Antwerpen. Hij schreef de volgende romantische werken: “Onder Vrienden”, “Twee Huwelijken”, “Segher Janssone”, “Sinjoren”, “Kunstenaarszielen”, “Hartstocht”, “In dien tijd” en “Verloofd”.
Hij schreef ook “Zijne eer in gevaar” en verschillende opstellen in tijdschriften en weekbladen.



Vorige: Graaf Verspeyen.   Omhoog: België.   Volgende: Lieven Gevaert.
Inhoudsopgave Index

Valid HTML 4.01 Transitional

Pros Robaer - 2009