Vorige: Kardinaal van Rossum over onze Moedertaal.   Omhoog: België.   Volgende: 600 jarige Jubelfeesten der HH. Mirakuleuse Kruisen van Assche.
Inhoudsopgave   Index


Vijftig jarig bestaan van den “Nederduitschen Bond”.

Gepubliceerd op 13 april 1912

Op Maandag 8 April (2den Paaschdag) werd te Antwerpen het vijftigjarig bestaan van den Nederduitschen Bond luisterlijk gevierd. Een prachtig concerto waar scheppingen onzer meest begaafde komponisten: Peter Benoit, Jan Blockx, Frank Van der Stukken, Lodewijk Mortelmans e.a. werden uitgevoerd en de feestrede door Mr. Florimond Heuvelmans, oud-volksvertegenwoordiger, werd gehouden en een groot Vlaamsch feestmaal, waar talrijke voormannen der Vlaamsche Beweging aan deelnamen, hadden, tot herdenking van het heuglijke feit der stichting van die verdienstelijke Vlaamschgezinde maatschappij plaats.
Veel, wellicht te veel feesten en huldebetogingen werden reeds en worden nog door de Vlaamschgezinden op het getouw gezet. Maar indien ooit een feest verdiende te worden gevierd, dan is het wel dit van den Bond. Geen enkele Vlaamsche kring heeft zoo hardnekkig, zoolang en met zoo talrijke gunstige uitslagen, voor het goede recht van het Vlaamsche volk gestreden en telde onder zijne leden zulk een aanzienlijk getal uitstekende mannen op elk gebied.

Het was de Nederduitschen Bond die het eerst beslist het staatkundig terrein betrad en daardoor een aantal rechtsherstellingen afdwong die tot dan vruchteloos werden geëischt. Vóór zijn stichting hadden noch de Gemeenteraden, noch de Provincieraden, noch de Wetgevende Kamers zich ooit ernstig om de taalgrieven der Vlamingen bekommerd... De klachten, eenige maanden reeds na de omwenteling van 1830 door de volksvertegenwoordigers Rodenbach, Lejeune, de la Haye en anderen over het onrecht ons volk aangedaan, bleven een roepstem in de wildernis en zelfs het groot Vlaamsch betoog van 1840 vond geen weerklank bij onze regeerders. Geen wonder! De flaminganten die met de dag talrijker werden hadden mooi in Vlaamsche bladen en vlugschriften, op volksvergaderingen en protestmeetingen, luide hunne stem te verheffen; het waren schier allen mannen uit het volk of burgerlui die in de politieke kringen geen invloed hoegenaamd uitoefenden, dikwijls geen stemrecht bezaten en wier Vlaamsche taal door de partijleiders niet eens werd verstaan. De pogingen door Michiel Van der Voort in 1846 te Brussel en door Julius Vuylsteke in 1856 te Gent gedaan om van de politieke partijen hulp tot herstelling van de Vlaamsche taalrechten der Vlamingen te bekomen, hadden schipbreuk geleden; te Antwerpen waar in 1851 de Vlaamschgezinden zich hadden verstout, in de verkiezing voor de Gemeente op te treden met niemand minder dan Hendrik Conscience als candidaat, werden zij, na een voor den groote schrijver hatelijken veldtocht, door de Franschgezinde liberalen verwonnen. Het leek wel alsof op politiek terrein de Vlaamsche Beweging machteloos was en blijven zou...

LodewijkGerrits Toen werd de Nederduitschen Bond gesticht (Maart 1861).
Een onpartijdige Vlaamsche kring was het die, opgericht door Lodewijk Gerrits, nadat deze in de “Association Libérale” met de woorden “Pour un petit commis il faut plus de pudeur!”1 als candidaat was afgestemd, weldra al de flaminganten, zonder onderscheid van denkwijze, in zijnen schoot vereenigde. Omstreeks dien tijd ontstond de Meeting, de Antwerpse partij die zich heftig tegen het “embastillement van Antwerpen” verzette en gansch de bevolking met zich mede sleepte...
Het waren de flaminganten die zich bij de pas gestichte partij hadden aangesloten, welke op de politieke “meetings” waar van dan af enkel Vlaamsch werd gesproken, als redenaars optraden. Nu in den Nederduitschen Bond al die verspreide krachten waren samengebracht, nam de Meetingistische propaganda in vurigheid toe. Weldra onderging de liberale Franschgzeinde plautocratie, die tot dan oppermachtig over de politieke mandaten had beschikt, nederlaag op nederlaag.
JanDeLaet Beurtelings werden hare gekozenen uit Kamer, Senaat, uit Provincieraad en uit Gemeenteraad gekegeld en door Vlaamschgezinde Meetingisten vervangen. In 1863 zond de Nederduitschen Bond Jan de Laet naar de Kamer der Volksvertegenwoordigers, die er, op 12 November, den grondwettelijken eed in het Nederlandsch aflegde ― een daad waar voorwaar veel moed toe noodig was, en die op schier al de banken gelach en spotternijen uitlokte...
In 1864 deden de gekozenen der Meeting in den Provincieraad beslissen dat in 't vervolg niemand meer in dienst der Provincie zou worden aangenomen, zonder het bewijs te hebben geleverd dat hij het Nederlandsch grondig kende. Op 27 Augustus van datzelfde jaar riepen zij het Nederlansch tot officiëele taal der stad Antwerpen uit. EdwardCoremans Lodewijk Gerrits die in 1864 en Edward Coremans, die in 1866 Jan de Laet in de Kamers hadden vervoegd vormden nu een drietal dat bij elke gelegenheid de rechtsmiskenning waar de Vlamingen het slachtoffer van waren aankloeg, op eenen toon zoo luid en zoo heftig dat Kamer en land er van in beroering kwamen...
Bij woorden bleef het trouwens niet. Beurtelings werd door Coremans de wet van 1873 op het gebruik van het Nederlandsch vóór de strafrechtbanken en door de Laet die van 1878 betreffende het Nederlandsch in bestuurszaken voorgesteld en doorgedreven. En in den ganschen loop der vijftig jaren die volgden, was het grootendeels aan het manmoedig optreden der mannen van den “Nederduitschen Bond” te danken dat steeds nieuwe maatregelen tot herstelling van het taalrecht der Vlamingen werden ingevoerd; de wet van 1883 op het gebruik van het Nederlandsch in het officieel middelbaar onderwijs; de wet van 1889 tot verbetering en vollediging van die van 1873; de bepaling waardoor in Vlaamsch-België de Burgerwacht in 't Nederlandsch moest bestuurd en aangevoerd worden; de Gelijkheidswet van 1898; het artikel der koloniale wet waardoor onze taal ook in de Belgische Kolonie nevens de Fransche tot officiëele taal wordt uitgeroepen, enz, werden alle voorgesteld of doorgedreven door gekozenen of leden van den Nederduitschen Bond.
Terecht mag van hen worden gezegd dat én door de wetten die zij deden aannemen, én door de opschudding die de debatten, daarover in de Kamer gehouden, zij op de openbare meening in gansch België een onberekenbaren invloed hebben uitgeoefend en in de eerste plaats er hebben toe bijgedragen om van Antwerpen te maken “het bolwerk der Vlaamsche Beweging, de stad waar de Vlaamschgezinden van heel België als naar de kloeke voorgangster, de oogen houden gevestigd.” (P. Fredericq)

In een ander opzicht nog bracht de Meetingpartij, waar de Nederduitschen Bond als de ziel van was, in Antwerpen en door den weerstuit in gansch het Vlaamsche land een waren ommekeer tot stand. Tot aan haar ontstaan was het Doctrianisme heer en meester. Gansch de gegoede burgerij, die alleen stemrecht bezat en vormde wat een liberaal kopstuk eens “le pays légal” noemde, was doctrinair-liberaal. Liberaal zijn gold toen als een bewijs van voornaamheid, evenals het dragen van “crinolines” voor de dames, van “sous-pieds” onder de broekspijpen voor de heeren en... het Fransch spreken voor beiden. En die voorname lui maakten een soort “caste” uit.
JanVanRijswijck

“Volgens een eeuwenheugend gebruik en een algemeen geëerbiedigde overlevering moest men, om in den raad van Gemeente of Staat te zetelen, behooren tot eene aanzienlijke familie of ten minste een meer dan middelmatig fortuin bezitten. Patriciërsfamiliën bestonden wel niet in den naam, maar inderdaad trof men hier iets soortgelijks aan en was de kring der huizen niet groot die het voorrecht genoten candidaten voor alle kiezingen te leveren”
zegt Max Rooses, in zijn levensbeschrijving van Jan Van Rijswijck. Dat was niet alleen waar voor Antwerpen, maar voor heel het Vlaamsche land. Aan dien toestand nu bracht de Meeting een einde: de macht der politieke onderonsjes werd gebroken en een nieuwe politieke strooming ontstond zoo machtig, dat zij weldra heel het Vlaamsche land meesleepte daar het programma der Meeting “Vrijheid in alles en voor alles! Geen overdreven krijgslasten! In Vlaanderen Vlaamsch!” het parool werd der opkomende burgerdemocratie.

Legio zijn de uitstekende mannen ―redenaars, dichters, geschiedkundigen, politieke mannen, dagbladschrijvers, kunstenaars, sociale ijveraars― die daaraan hebben meegewerkt. Boven allen schittert uit Edward Coremans die gedurende bijna eene halve eeuw in de Kamer der Volksvertegenwoordigers op de bres stond tot herovering der rechten, van het Vlaamsche volk en tot bestrijding van het steeds vraatzuchtiger wordende Militarisme. Hem stonden Lodewijk Gerrits, de uitstekende redenaar en volksschrijver, en Jan De Laet, de boezemvriend van Conscience en zelve een verdienstelijke letterkundige, manmoedig terzijde in de strijd.
LodewijkVleeschhouwer Buiten het Parlement vochten in de pers de geleerde en geestige Lodewijk Vleeschhouwer, wiens Reinaert de Vos de volksvijanden bloedig striemende zweepslagen toebracht en op de tribune der meetings Jan Van Rijswijck, die Antwerpsche volksredenaar bij uitnemendheid, die zijn duizenden toehoorders kon doen beven van verontwaardiging of schaterlachen om zijn scherpen spot.

AugustSnieders Rond hen schaarden zich of volgden hen in den loop der jaren op: August Snieders, met Conscience de beste onzer romanschrijvers, wiens scherpe pen gedurende vijftig jaren in het invloedrijke Handelsblad, het grootste en degelijkste Nederlandsche dagblad van België, onze grondbeginsels verdedigde. Frans Hendrik Mertens, den schrijver der “Geschiedenis van Antwerpen” en dezes behuwzoon Jan Van Beers, wellicht de puikste onzer Vlaamsche dichters van de romantische periode. Hendrik Peeters, de verdienstelijke tooneelschrijver. Edward Dujardin, de begaafde kunstschilder, die illustraties leverde voor de uitgave van Conscience's werken. Frans De Cort wiens volksliedjes nog heden door jong en oud worden gezongen. Lod. Mathot (Van Rückelingen) en Hendrik Sermon, beide bekwame geschiedkundigen, die lid werden van de in 1886 gestichte Koninklijke Vlaamsche Academie2. Lambert Van Rijswijck, de kunstenaar-zilverdrijver die jaren lang aan het hoofd der Meetingpartij stond. De schrandere, nederige en brave Geert Schoïers, de “wijze man”, zooals wij, die bij hem zoo dikwijls om raad over politieke en Vlaamsche aangelegenheden kwamen, de gewoonte hadden hem te noemen, die, toen het mandaat dat hem was toegezegd hem door politieke knoeierijen was ontfrutseld, in stilte voor ons ideaal voort bleef ijveren. J. L. De Beucker, de vurige katholieke redenaar, die tijdens den schoolstrijd heel het land doorkruiste en met zijn geestdriftig woord allen opriep tot vrijwaring van de schoone ziel van 't kind.
De gebroeders Edmond en Julius Van Heerendael, de eerste een begaafd dichter en de tweede een puik volksredenaar. Adolf Pauwels, een der jongsten van dien talrijken staf Vlaamsche voormannen maar een durfal wiens hardnekkigheid die van de anderen wellicht overtrof. En zooveel, zooveel anderen nog wier namen een lijst zouden vormen te lang om in Ons Volk te worden opgenomen.
Aan allen is Vlaanderen een dankbare hulde verschuldigd. Ook aan de nog levende mannen van den Nederduitschen Bond, die op zoo waardige wijze het werk voortzetten door hunne voorgangers begonnen.

PietBackx VanKerekhovenDonnex Ons Volk vereenigt zich met de talrijke Vlaamsche strijders, die op 8 April de jubelfeesten bijwoonden, om dien plicht van dankbaarheid te vervullen. Het biedt dien tol zijner hulde aan twee mannen die, gevorderd in jaren, doch met nog steeds jeugdige geestdrift bezield, als 't ware den Nederduitschen Bond verpersoonlijken: Piet Backx, den ouderdomsdeken van den Bond, de immer vurige democraat, die ook nog thans rusteloos ijvert voor de belangen der minderen en J. Van Kerckhoven-Donnez, den huidigen hoofdman die als voorzitter van het com. voor de Vl. Opera, van het Transvaalcomiteit, van het Algemeen Nederlandsch Verbond (Antwerpsche Tak), als lid van den Gemeenteraad, enz, onschatbare diensten aan onze zaak heeft bewezen en die nederig, eigen eer en voordeel versmadend, zich achteruit trok telkens als hij hoorde dat anderen misschien meer diensten zouden bewijzen dan hij.

Aldefons Hendrickx, Volksvertegenwoordiger



Voetnoot

......il faut plus de pudeur1
Vertaling: “Zoo een klerksken diende kiescher te zijn”
...Academie2
ook August Snieders, Jan de Laet en Eduard Coremans maakten deel uit van de Koninklijke Vlaamsche Academie


Vorige: Kardinaal van Rossum over onze Moedertaal.   Omhoog: België.   Volgende: 600 jarige Jubelfeesten der HH. Mirakuleuse Kruisen van Assche.
Inhoudsopgave Index

Valid HTML 4.01 Transitional

Pros Robaer - 2009