Gepubliceerd op 20 januari 1912
|
De Symboliek van den Kunstschilder Valerius De Saedeleer. In een prachtige studie over den kunstschilder Valerius De Saedeleer, schrijft ons Jozef Muls in “Vlaamsche Arbeid” (Nr. 5, 1910-1911) over de symboliek van den Meester. Wij verzoeken den lezer deze twee hier afgebeelde schilderijen eens te bezien en dan laten we Jozef Muls aan het woord:
|
Door deze veralgemeening van alle natuurverschijnsels, door die
herleiding tot hunne eenvoudigste uitdrukking van alle zichtbare
vormen en gedaanten door die volledige synthesis van het
landschap, wordt deze kunst haast zuiver celebraal, zij werkt
door abstacties en spreekt aldus oogenblikkelijk tot onze
hoogste geestelijke vermogens. Het wordt als een muzikale
avondtreurnis van zomerloomheid, van blijden zonnedans en
geweldig werkt de ontroering in de diepten van het gemoed.Zooveel wordt er ons ook door deze muzikale legenden te vermoeden gegeven. Bezie het “Einde van eenen killen grijzen dag”... Lijk in elk schilderij van den Meester vinden wij hier dien zucht naar groen en stelselmatige teekening, zoo, dat alles stil blijft, ingetogen, en geen schelle kleurstoornis brengt in den zwarten weemoed der eindeloosheden, die daar omwentelen in de verte... Daar komt een onverklaarbare angst en droefgeestigheid uit het landschap... Het is de ziel eener streek die zwijgend zweeft door het vallen van den avond.
Niet genoeg werd er misschien gewezen op de nationale waarde van
Edmond Verstraeten, van Valerius De Saedeleer en anderen
hier bij ons... Omdat die schilders geen oogenblikkelijke en
vluchtige impressies geven, maar heel een land bestudeeren om er
het trouwe beeld van weer te geven op hunne doeken, elk naar
zijn manier, zullen hun werken voor nu en later van ongewone
beteekenis blijven. Zij zijn voor deze tijden en deze streken
wat de groote Hollandsche natuurschilders uit de 17e eeuw zijn
geworden en gebleven voor de Nederlanden. Zij veropenbaren een
klein wereldhoekje over den heele aardbol...
|