Gepubliceerd op 26 juli 1913
In den loop der laatste weken, werd naar aanleiding der
inhuldiging van de Afdeeling der diamantnijverheid in de
Gentsche Tentoonstelling, meermaals in de Antwerpsche dagbladen
gewag gemaakt van de Antwerpsche Vakschool voor Diamantbewerkers. Een gekend dagblad onzer stad drukte zich
hieromtrent volgender wijze uit: “Ondanks haar kort bestaan,
heeft de Vakschool voor Diamantbewerkers, in 1911 door de
Aalmoezeniers van den Arbeid gesticht, eene eervolle plaats
ingenomen in de Afdeeling der Diamantnijverheid, voor eenige
dagen te Gent plechtig geopend. Midden in eene rijke en
smaakvol versierde zaal de Juweliers en der Diamantnijveraars
toont eene door hen opgerichte stand, wat zij tot hiertoe op
gebied van vakonderwijs in zake diamant verwezenlijkt hebben.
Het praktisch en theoretisch onderwijs wordt er, door in de
school vervaardigde modellen, en door met teekeningen
verklaarden tekst, aanschouwelijk voorgesteld. Volgens de
meening van allen, die in de diamantbewerking thuis zijn, is
door deze voor de eerste maal geopenbaarde leermethode, een
gansch nieuwe weg gebaand voor hen, die den diamantstiel willen
aanleeren. Dat deze methode doelmatig is en tot de beste
uitslagen leidt, wordt bewezen door de fijn afgewerkte
steentjes, waarop de geoefende behendigheid der leerlingen het
volle getal microscopische en hoogst regelmatige facetten heeft
aangebracht.”
Aanmoedige beoordeeling, voorwaar!..
En daar het hier nu geldt eene nieuwe inrichting, op Vlaamschen
bodem ontstaan, eenig in haar aard, en betrekking hebbende op
eene nijverheid bijna uitsluitend door Nederlandsch sprekende
vakmannen uitgeoefend, achten wij het niet zonder belang, de
lezers van Ons Volk die school wat meer van nabij te
leeren kennen.
Reeds gaven wij, in een nummer van den tweeden jaargang, eene
monografie over de vakschool voor mekaniek, scheepsbouw en electriciteit, drie jaren vroeger door
de Aalmoezeniers geopend en thans zoo terecht gewaardeerd.
Door de nauwere betrekkingen welke die eerste school deed
ontstaan tusschen de Antwerpsche bevolking en de Aalmoezeniers,
kwamen deze weldra tot de overtuiging, dat eene dergelijke
inrichting voor de diamantbewerking ook gewenscht werd...
Deze wensch is nu vervuld; de eerste 16 leerlingen werden in
October 1911 aangenomen, en thans, anderhalf jaar nadien, is hun
getal reeds tot 51 gestegen.
De Vakschool voor Diamantbewerkers heeft tot doel: onder de
leiding van bekwame meesters, in een midden van godsdienst en
zedelijkheid volkomen veilig, jongelingen op te leiden tot
degelijke vakmannen in de diamantbewerking. De technische
opleiding, door de jongelingen genoten, zal hun een waarborg
zijn van een eerlijk en winstgevend bestaan, zelfs in tijd van
crisis; de gevoelens van orde, van deugd en eerlijkheid, waarvan
een verzorgde opvoeding ze wil doordringen, zal ze in eenieders
vertrouwen aanbevelen; op de hoogte van hunne plichten, zoowel
als van hunne rechten, zullen ze een gunstigen socialen invloed
uitoefenen in eene nijverheid, welke de laatste tijden zoozeer
door tweedracht en ontevredenheid geteisterd werd.
Om dit doel te bereiken, verstrekt de school gedurende den loop
van drie jaren, een gelijktijdig theoretisch en praktisch
onderricht. Die praktische leergangen, behelzende de
verschillende takken der diamantbewerking, worden gegeven
door eerste vakmannen, daartoe met zorg uitgekozen en voor het
uitsluitend onderricht der leerlingen aangesteld.
Dit onderwijs geschiedt in een werkhuis daartoe bijzonder
ingericht, dat grootsch in zijne afmetingen, gezond en geschikt
door overvloed van licht en lucht, aan de meest moderne eischen
voldoet.
De werkplaats bevat, behalve een zestigtal molens, dertig
zaagmachienen, tien snijmachienen, en de noodige verstelbanken.
Alle werktuigen worden er door electrische kracht bewogen. Alle
leerlingen worden in het zagen, snijden, verstellen en slijpen
geoefend.
Maar, in de diamantnijverheid, zooals in alle andere vakken, is
theoretische ontwikkeling onmisbaar. “En toch,” zoo schreef
met recht voor eenige maanden de Amsterdamsche Katholieke Diamantbewerker, “heerscht er op gebied van
theoretische vakkunde de grootste onwetendheid onder de
diamantbewerkers. Wat weten de meeste hunner van de geologische
zijde van den diamant; over lichtbreking, over de kristallisatie
en hare wetten? Wie is op de hoogte van het waarom der
verschillende bewerkingen?”
Het theoretisch onderwijs, in de school gegeven, heeft tot doel
in dit gebrek te voorzien, deze leemte te vullen.
Daarom omvat het behalve de theorie der diamantbewerking de
lessen over aardkunde, teekenen, rekenen, sociale leer,
boekhouden, talen, enz.
In deze lessen wordt bijzonder uitgewijd over die vraagstukken,
welke met de diamantnijverheid meer verwant zijn, en daarom meer
rechtstreeks tot het nut der leerlingen verstrekken.
Het oprichten van deze vakschool werd door iedereen met vreugde
begroet. Zij beantwoordde aan een ware noodwendigheid en kwam
ten gepasten tijde. Immers wij staan voor 't oogenblik op een
keerpunt in de geschiedenis der diamantbewerking. Door den
vooruitgang der techniek is deze industrie van grootnijverheid
wel degelijk eene huisnijverheid geworden. Door het gemakkelijk
aanschaffen van de noodige drijfkracht aan huis, wordt eenieder
in de mogelijkheid gesteld dit vak in eigen haard uit te
oefenen - op voorwaarde dat hij zijn vak goed meester is.
Maar waar dit vak aangeleerd?
Vele deftige ouders laten zich door de bedervende atmosfeer van
de meeste groote fabrieken afschrikken! Zij vrezen, en met
reden, geloof en goede zeden hunner kinderen aan eene te groote
verleiding bloot te stellen. Van een anderen kant laat daar 't
aanleeren van de diamantbewerking veel te wenschen over. Meestal
wordt de leerjongen alleen onderwezen in een gedeelte van het
vak; hij wordt klover, of snijder, of slijper, maar wordt niet
telzeldertijd ingewijd in de verschillende vakverwante
bewerkingen van den diamant... En toch is het zeker, dat een
snijder, die ook de slijpkunst verstaat, beter zijn steentje zal
snijden en voordeeliger dan een andere snijder, niet op de
hoogte van het slijpen; dat een versteller nauwkeuriger zal
werken, indien hij van de andere bewerkingen ook begrip
heeft...
In een welingerichte school wordt in die gebreken voorzien; en
dat heeft onze vakschool ten doel.
Immers, door haar zedelijk doel, door het onderwijs gegeven in
een midden voor godsdienst en zeden volkomen veilig, geeft zij
aan de ouders geheele geruststelling voor hetgeen de deugdzame
opvoeding van hunne kinderen betreft.
Door het gelijktijdig theoretisch en praktisch onderricht worden
de leerlingen ingewijd in al de geheimen van het vak en zullen
ten tijde van crisis niet door werkeloosheid verrast worden.
Want, in die omstandigheden is 't niet de vakkundige en bekwame
diamantbewerker die wordt beproefd; bij schaarsheid van groote
waar, zal hij in de bewerking van kleingoed, dat steeds in
overvloed aanwezig is, een winstgevend loon vinden; en tot die
bewerking werd hij in de vakschool bijzonder geoefend.
In de vakschool bereidt de leerling zich dus eene toekomst voor,
die onder alle opzichten vol ernstige verwachting is, hetzij hij
zich in de diamantnijverheid bewege als vrije, onafhankelijke
meestergast, hetzij hij voor eigen rekeneing in eigen woon, en
met eigen personeel, de diamantbewerking als huisnijverheid
uitoefent. In geen dier beide gevallen zal 't hem vanwege de
school die hem vormde, aan belangstelling en zoo 't noodig is,
aan dadelijke hulp ontbreken.