Gepubliceerd op 15 november 1913
Voor den Vlaming die aan zijn Volk houdt is het een aangrijpend
schouwspel die groepen van vreemde landverhuizers te zien bortelen
uit de vierde-klasse-wagens der Gladbachtreinen, die stoeten te
zien, stilzwijgend haast, naar de haven trekken, die kudden te zien
inschepen op Red Star Liners of op de booten der Canadian Pacific; de kloekgebouwde mannen met het koffer op den rug en het
groote pak aan de hand, de moeders met het pak op den rug en een kind op den
arm, de meisjes gekleed lijk moeder,
met lijfkens en rokskens in helder groene of roode tint en op het hoofd
de nationale xoestenka of hoofddoek, de jongere kinderen daar
tusschen door, en allen, mannen, vrouwen, en kinderen met botten
aan.
We hebben ze gezien ook en 't heeft ons niet minder ontroerd, in onze
kerken. Schilder Van der Oudera heeft die ontroering
vereeuwigd op zijn heerlijk doek: 't Gebed der Landverhuizers.
Voor 't Antwerpsche volk zijn 't allemaal Polen, want al hebben wij er
warme belangstelling voor over, het verschil van taal ―wie kent er
hier Slavische talen?― maakt dat men ze niet nader kennen kan.
Velen onder hen nochtans, ja, duizenden, zijn geen Polen, en gevoelen
zelfs tegenover de Poolsche nationaliteit een vinnigen afkeer; 't
zijn landbouwers uit Galicië en uit Zuid-West Rusland die
officieel Ruthenen heeten maar houden, gelijk wij aan
onzen naam van Vlaming, aan dien van Ukraïnen.
Rusland is niet zoo één van nationaliteit als een
geographische landkaart het ons doet denken. De volkenkunde
onderscheidt naast minder talrijke stammen, de Groot Russen en de
Klein Russen of Ruthenen. En bij deze duikt eene belangrijke
nationaliteitsvraag op. Heeten de Groot Russen hen Ruthenen alsof ze
een ondergeschikte tak waren van de Russische familie, zij zelf zien
zich als een bijzondere slaafsche stam ― oorspronkelijker en veel
minder met Skandinaafsche1, Tartaarsche
en Mongoolsche elementen vermengd dan de eigenlijke Russen.
Niet van oorsprong alleen, ook historisch heeft zich die
nationaliteit afgeteekend. Lang vooraleer de Russusche
nationaliteit verschijnt, in de tiende eeuw vooral, treedt het
Ukraïnische volk op met koning Vladimir die van Kiew een
prachtstad maakte. Deelachtig aan de Grieksch-Byzantijnsche
beschaving, bekeerd tot het katholicisme, stijgt dat volk tot een
ontwikkelingspeil dat onze voorvaderen onder Karel den Groote
nog niet bereikten.
Maar daar komt de grootheid op van Polen, dat van Ukraïne een
wingewest maakt, totdat het zelf verdeeld werd en ten prooi viel aan
Pruisen, Oostenrijk en Rusland. Die vroegere hooge
beschaving heeft echter voor gevolg gehad dat de Ukraïnen hun
nationaliteitsgevoelen samen met hunne taal, hunne zeden en
gebruiken behielden, en in de negentiende eeuw naar erkenning hunner
volksrechten zouden dingen.
Geheel Zuid-West Rusland door, met Kiew als middenpunt, langs eene
smal-uitloopende landstrook, den
Kawkas2 en zelfs de
Kaspische Zee bereikend, ten andere zijde Noord-Oost
Oostenrijk innemend tot tegen de Karpathen, strekt zich het
vasteland der Ukraïnen uit. Op dien meestal zeer vruchtbaren grond
met familiën van tien tot vijftien kinderen, wonen er bij de dertig
milioen stamgenooten, aldus voor 't getal een volk uitmakende dat
haast tegen Frankrijk opwegen kan, en de zesde plaats inneemt in de
statistiek der Europeesche volkenkunde. Van dit getal wonen er een 26
millioen in Rusland, een 3.375.000 in Oostenrijksch Galicië en den
Bukowien, plus een half millioen in Hongarië.
Naast Kiew zijn hunne voornaamste steden in Rusland Karkow
―of Karkiw in hunne taal― Poltowa,
Katerinoslaw e.a. In Oostenrijk is Lemberg (of Lwow
/ Lwiw) de bijzonderste stad3.
Bekeerd tot het ware geloof ten tijde van koning Wladimir, in een
tijdvak waarop hunne beschaving reeds hoog stond en de Slavonische
taal bereids hare letterkunde had, kregen de Ukraïnen eenen
eeredienst in de moedertaal zelve. Heilige Mis, gewijde gezangen,
Heilig Schrift, alles stond in de moedertaal en bleef het ook. Men was
daarom niet minder Roomsch, alhoewel het Oostersche schisma er
er eene bijzonder gunstige omstandigheid in vond. Anderzijds
verbond het de biddende menigte veel inniger met den priester bij het
goddelijke sacrificie en de Sakramenten, dan dit voor eene
niet-geschoolde massa in onze westersche landen het geval is.
En heden nog zijn alle misgebeden der Ukraïnen in hunne eigene
moedertaal, zij het dan ook in haren verouderden maar niettemin
begrepen spraakvorm.
Daar kwam echter de Oostersche scheuring met Photius en
Michael Caerularius. De Byzantijnsche vorst en zijn
Byzantijnsche patriarch wilden eene onafhankelijke kerk die zich
niet meer zou laten bestieren door Petrus' opvolger. Het
Ukraïnische volk werd mede van Rome afgescheurd en bleef het
tot heden ten grooten deele... Niet heel en al...
't Mag als eene eer opgeteekend worden voor de
kerk van Kiew dat zij vooral ―bij het
wassen der Turksche macht in de 14e en 15e eeuw― naar de vereeniging
streefde met de Roomsche moederkerk ― op de kerkvergadering van
Florentië. Op het einde der 16e eeuw, op de Synode van
Brest in Polen, kwamen onderscheidene schismatieke
bisschoppen tot Rome over. In de 17e eeuw was het de bisschop van
Wilna, Josaphat, dien wij nu als heilige op onze altaren
vereeren, welke al zijn krachten inspande om de vereeniging tot stand
te brengen; hij zelf leed er den marteldood om. Maar meer dan tien
millioen Ukraïnen werden uit dat zaad gewonnen voor de
moederkerk.
Spijtig maar dat Polen zijne Ukraïnische onderdanen poloniseren
wou, en daarom zelfs den Grieksch-Rutheenschen eeredienst ―van
Rome nochtans erkend― meende te moeten bestrijden. Dat verwekte
reactie en strijd en gaf Rusland een reden te meer om Polen in te
happen... 't Geen gebeurde. Onder Russische macht kreeg het
Rutheensche volk nu schismatieke bisschoppen. Men geraakte in
éénen slag èn van Polen, èn van Rome los...
In Galicië echter, dat ingelijfd werd bij de erfstaten der
Roomsch-katholieke Habsburgers, bij Oostenrijk, bleef 't
Ukraïnische volk aan Rome getrouw, zonder afstand te moeten doen
van zijne nationalen schat van eigen kerkgebruiken.
Jammerlijk is echter dat landbouwvolk daar afhankelijk geraakt van
eene handels- en geldwereld die haast heel en al Joodsch is. En op
die uitgezogene, armmoedige menschen, die uit ellende aan de nieuwe
wereld nieuwe landen voor hunne arbeidskracht gaan vragen, stuurt
Rusland goedbetaalde zielenronselaars om gewetens om te
koopen voor het schisma en daardoor ook de anti-Oostenrijk politiek
kracht bij te zetten. Want ook daar wassen wederom landspolitiek en
godsdienstvraagstuk in mekander...
Daarbij nog vormen de Polen in Galicië geheel de hoogere burgerij,
bekleeden er al de staatsambten en spelen ze meester ― hetgeen tevens
bediedt dat ze de Ukraïnen den weg versperren naar
standsverbetering en eene oorzaak zijn van de droevige
landsverhuizing.
De nationaliteitsbeweging is op 't einde der 19e eeuw immer aan
geklommen. Naar het voorbeeld der Tschecken hebben zich
nationalistiache turnvereenigingen gevormd, waaraan ook de
meisjes deelnemen. De gezamelijke feesten der Turnmaatschappijen,
de Sokols, worden langzamerhand als
landdagen van 't nationalisme. Vooral heeft deze beweging zich
ontwikkeld in Oostenrijk.
In Rusland is het dubbele wachtwoord: Russen maar geen
Moscovieten. Kiew is de heilige stad, niet het barbaarsche
Moscou. Ook is er eene algemeene beweging voor
volksontwikkeling die nu inzet. Op 4 Januari 1913 verscheen te
Lemberg het eerste nummer van een “Ons Volk Ontwaakt” dat voor titel
voert: “Illustrowana Ukraïna”, de Ukraïnische Illustratie.
Van formaat is het groter zelfs dan "Ons Volk", 't is gewijd aan de
nationalistische zaak, geeft eene novelle van den Slaafschen
grooten letterkundige Stanislas Reymont ―bekend om zijn
“Apostolaat van den knout”― geeft
historische studiën, enz. Het blad is trouw Roomsch-Katholiek.
Tot voor de nederlagen van den Russisch-Japaneeschen oorlog was de
Ukraïnische taal in Rusland verboden. Noch boek, noch
vluchtschrift, noch nieuwsblad mocht in de moedertaal dier 26
millioen menschen verschijnen. Gogol heeft zijn volk
bezongen, maar moest het doen in 't Russisch. De Ukraïnische
volksgezangen verzameld door Antonovitsch en
Dragomanov mochten enkel in de Russische vertaling
uitkomen.
Eindelijk, in 1905, kwam de taalvrijheid en sedert levert de Kiewsche
pers een vloed van Ukraïnische geschriften. Michel Grouchevsky die sinds 1891 bij gedeelten zijne Ukraïnische
geschiedenis uitgeeft in 't Russisch, zet van af 1905 zijn werk voort
in zijne landstaal. Reeds in 1905 sticht men te Kiew eene
Ukraïnische maatschappij voor wetenschappen. In 1908 geeft
Kovalenko zijne Rosvaga, Ukraïnische bloemlezing uit,
die op enkele maanden een tweede uitgave beleefde: twee honderd
Ukraïnische letterkundigen zijn er in vermeld.
In St. Petersburg heeft dat nationaliteitsleven reeds veel
angst verwekt en de Duitsche diplomatie rekent op niets minder dan op
de ineenstorting van den Russischen kolos. Zie daarover Les Empires
Slaves de demain in “La Revue Générale”, octobre 1913.
Melden we nog ten slotte dat onze “Illustrowana” in Galicië
verschijnend, in Rusland verboden is. Zal dit nummer van Ons Volk den vriend bereiken aan wien ik het beloofd heb?
In zake godsdienst heeft dat volk, dat daar, in Oostenrijk ten minste,
aan Rome trouw is gebleven, een dringenden nood aan priesters van zijn
eigen nationalen ritus. Verstoken uit de hoogere klassen,
tegengewerkt door de katholieke Polen, geenszins geholpen door een
landsbestuur dat bang is van de nationaliteitsontnplooïng heeft
het haast geen priesters dan in de eenige nationale kloosterorde der
Basilianen.
Erger was het gesteld ―en is het gedeeltelijk nog― met de
landverhuizenden die ginder in Canada gansche dorpen vormen
van Roomsch-katholieken, doch zich niet tehuis gevoelen in de
Latijnsche kerkgebruiken en trachten naar priesters. Dèze nood
werd het eerst ingezien en Rome, de moederkerk, deed een beroep op onze
Vlaamsche Redemptoristen, om de Ukraïnische taal aan te
leeren en zich te wijten aan dit apostelschap.
Maar bij dat aanleeren daar ginder, in de heimaat van dat volk,
schreidde die andere nood zoo luid dat er besloten werd in Galicië
zelf eerst en vooral hulp te bieden. En van de beste en geleerdste
Redemptoristen uit ons Vlaamsche land, werkers als Pater Van der Straten die van geheel ons Belgisch leger gekend is, sociale mannen
en professors als Pater Schrijvers en Pater Van den Bosch,
e.a. trokken op het voetspoor van Paters Bonne en Poisson die waren
voorgegaan!
En of de Ukraïnen met hunne Vlaamsch-Ukraïnische priesters
gediend zijn! Hebt ge ze gezien, die landverhuizers, in de kerk van het
Hopland te Antwerpen, in de Grieksche mis van den E.
Pater Poisson? Meezingend al die gebeden, in de eigen taal,
voorlezende, een uit het volk het Epistel, vereerende het Evangelie
na op hun hoofd het heilig boek te hebben geschraagd tijdens de lezing,
communiceerende onder beide gedaanten onder den Heiligen Dienst,
gaven zij aan ons goed Antwerpsch volk daarrond een schouwspel te zien
van aangrijpende godsdienstigheid, de vrouwen en de mannen.
Daar was iets opgehelderd in hun landverhuizersleven. Nu hadden ze
een steun, iemand die hen verstond en over hun diepste zieleleven de
goddelijke genade kon plengen, iemand die hen lief had en aan wie ze
zonder achterdocht diensten vragen konden, om hulp tegen dezen
oneerlijken hotelbaas, geene moedwillige
landverhuizersbureelist en wat weet ik al, al moeilijkheden
die te voren altijd ten nadeele van den landverhuizer afliepen en maar
moesten verduurd worden als noodzakelijk verbonden met de reis.
'k Heb beproefd ―in de Duitsche taal― met die menschen te spreken,
om waar te nemen hoe de Slaafsche zielen zinderen en 'k heb er eerst en
vooral de tonen uit vernomen der dankbaarheid met daarbij de zucht
naar een nieuw vaderland waar er rust en vrede zal zijn, in
Manitoba of in Alberta.
Zegene God ons Vlaamsche volk om den liefdedienst dien zijn zonen
bewijzen aan die verlatene, niet minder van God beminde, en
vrijgekochte broeders.