|
Brief van den Eerw. Pater Columbanus Clement, toegekomen den 24 November 1911.
J. M. J. F.
27 October, 1 uur 's nachts.
Dierbare Zusters en Broeder,
Het spijt mij dat ik U slecht nieuws uit China moet meededelen, doch
daar wij broeders en zusters zijn, deelen wij steeds te gader al het
bittere en het leed van 't leven, zowel als de vreugde, die ons ten
deele valt. Er is thans, sinds eene maand, eene vreeselijke
vervolging in China ontstaan, die wellicht het leven van duizenden
menschen zal kosten. Pater Marcel en ik zijn het meeste in gevaar,
want de stad King-chow-fou, waar wij verblijven, zal de plaats
zijn waar het meeste zal gemoord en gebrand worden.
Ziehier hoe de onlusten zijn ontstaan. Sinds 300 jaren staan de
Chineezen onder de Tartaren... Keizer en alle groote overheden
zijn Tartaar. Lang reeds zocht China de Tartaren te overmeesteren,
doch hun leger was niet bij machte een uitval tegen de Tartaren te
maken. Nu schijnt het voordeelig oogenblik gekomen en ten alle kante
staan de revolutie-gasten ten strijde gereed
Yong-Kong en Singapore, Yankow en I-chang zijn
reeds veroverd! Nu wordt het de beurt van King-chow-fou. Daar echter
zal het juist zoo gemakkelijk niet gaan De stad is versterkt met
diepe waterwallen en hooge muren. Boven de vier poorten der stad
staan 5 groote kanonnen bereid om alles in stukken te schieten.
Pater Marcel woont binnen de stad aan de Zuidpoort. Ik woon binnen
de stad aan de Noorderpoort. Al onze christenen zijn op tijd kunnen
vluchten met vrouw en kinderen, zelfs veel der Tartaren zijn op den
loop gegaan... Allen zijn met dodelijken schrik geslagen.
In Ontchang-fou zijn àl de Tartaren vermoord tot den laatsten
man toe. De straten liggen vol lijken! Het bloed stroomt er bij
beken. Welke onmenschelijke wreedheden.
King-chow-fou nu, waar ik ben, is om zoo te zeggen de hoofdzetel van
het Tartaarsche volk, die hier ongeveer 30.000 man sterk zijn. De
opstandelingen hebben gezworen al te vermoorden wat in de stad
levend is, na het innemen der stad zelve. Alle huizen zijn gesloten.
Al de Chineezen zijn op tijd gevlucht... ik bleef op mijn post, vast
besloten ter plaatse te sterven, indien God het offer van mijn leven
vroeg. Zoo was ik vast besloten...
Gisteren nu, ontving ik een specialen brief van onzen achtbaren
Bisschop die mij oplegde dadelijk te vluchten, ingezien al de
christenen gered waren. Het spijtte mij zeer, want ik stond nu maar
een stap meer van de allerschoonste gelegenheid, mijn leven voor het
geloof en voor China te mogen opofferen... Ik moest echter
gehoorzamen en ik heb het blindelings gedaan, al zou ik gaarne
gebleven zijn...
Vol droefheid dan heb ik mijn bijzonderste zaken ingepakt, vooral
mijn misgewaad, en heb de vlucht gewaagd, die gepaard ging met de
grootste moeilijkheid. De Tartaarsche soldaten die de wacht hielden
bij de Noorderpoort kennen mij bijna allen, daar ik dikwijls in het
hospitaal hunne kinderen en hunne vrouwen geneesmiddelen verschafte.
Dank daaraan kon ik de stad verlaten. Mijn residentie, het hospitaal
en... eilaas mijn pas gebouwde kapel staan alleen, gansch verlaten
om morgen wellicht in stukken en brokken te worden geschoten en de
prooi der vlammen te zijn.
'k Zit er bij te treuren! ...
(Naar het begin van de volgende kolom)
| |
Gods H. Wil geschiede! Ik bet thans gevlucht naar Sha-si... Zal
men mij hier niet opzoeken en mij hier komen om het leven brengen?
Ik weet het niet, maar ik ben tot sterven voorbereid.
Ik heb, alvorens te vluchten, nog de gelegenheid gehad eene goede H.
Biecht te kunnen spreken. Hier in Sha-si zijn wij nu met drie
priesters: Pater Marcel, Pater Archille en ik. Ik weet niet of ik
nog de gelegenheid zal hebben u te schrijven; de postdienst en de
telegraaf zijn onderbroken.
Deze brief gaat mede met eene boot over Japonië.
Bid God opdat met mij Zijn Heilige wil geschiede.
Ik vraag U allen nogmaals vergiffenis, indien ik U ooit in iets
verdriet heb aangedaan. Blijf allen oprechte vrienden, dierbare
zusters en broeder, en werk goed aan uwe ziele zaligheid. Gaarne zou
ik nog wat blijven leven, omdat ik tot hiertoe nog niet al te veel
goeds gedaan heb. Ach, nu zie en gevoel ik het maar al te wel. Alles
is ijdelheid op Aarde! Geld en rijkdom baten niets bij de dood...
Alleen onze goede werken nemen wij mee naar het andere leven! Mocht
ik toch nog wat arbeiden en nog wat Gods Heilig Evangelie
verkondigen.
Fiat voluntas Dei! Mijn lieve zusters en broer, in het midden mijner
beproevingen , die mijn hart toch zeer doen, blijf ik niettemin vol
inwendige vreugde! Mijne leus is en blijft in leven en dood: Leve
China! Leve de Chineezen!
Gansch aan U en tot wederschrijvens als ik nog de gelegenheid heb en
anders, mijne dierbaren, tot bij Jezus in den Hemel, bij Vader en
Moeder en Alfons zaliger.
Ik zegen en omhels U allen.
Denis
Tweede brief.
12 November 1911.
Aan boord van “Ta-tchi-Maru”, Japaneesche postboot.
Beste Constance,
De tijden zijn hier zeer slecht. Verleden Dinsdag heb ik 54 meisjes
der Heilige Kindsheid van King-chow-fou kunnen overbrengen naar
I-chang, met het stoomschip waarop ik mij thans bevind om naar
King-chow-fou weder te keeren. Ik schrijf U dus per potlood... Op
dezen boot bevinden zich ook de vier kopstukken van de revolutie die
I-chang hebben veroverd en Yankow hebben afgebrand.
Zij waren zeer beleefd en ik heb er zeer lang mede gesproken. Zij
gaan nu naar King-chow-fou met 5000 man, gewapend van kop tot teen.
Zij zeggen mij dat zij een vredesverdrag zullen sluiten, en de
Tartaren niet zullen vermoorden, indien de bevelhebber van 't
Tartaarsche leger de stad wil overgeven. Doch, geven zij zich niet
over op staanden voet, dan zullen zij de stad bombardeeren en al de
Tartaren tot den laatsten man toe vermoorden.
Ik heb mij aangeboden
als dokter der ambulantie onder de vlag van het Rood Kruis, om
de gekwetsten na den slag te verzorgen. God beware mij, bid voor
mij, lieve zuster.
Beste groeten aan alle vrienden en kennissen...
Denis
PS. Peking is door de revolutie ingenomen; Nanking ook...
Out-chang en Hangkow is gansch afgebrand.
Morgen zal het bombardement van King-chow-fou beginnen, als zij de
wapens niet afgeven. ― De Keizer is gevlucht naar Rusland of
Tientsin.
|