Gepubliceerd op 12 october 1911
|
In het “Spieghel Historiael” van het jaar 1911 zal geboekt staan de verovering van Cyrene en Tripoli door Italië.
In den loop der jaren zeshonderd door de Sarazijnen of Mahometanen veroverd, aan dezen ten jare 1510 door de Spanjaarden ontnomen, onder het Turksch juk gevallen in 1551, was Tripoli eeuwen lang een zeeroversnest, door alle zeevarende natiën geducht. Na de verovering van Algiers en de stichting van het Tunisiaansch beschermheerschap door Frankrijk, den overgang van Egypte tot de rang van bedekt Engels beschermheerschap, alsmede het verval de Turksche heerschappij over Marokko ― dat ook op het punt staat een Fransch protectoraat te worden ― bleef Tripoli de laatste Turksche bezetting in Noord-Afrika. Doch hier ook zou de Turksche halve maan hare laatste stralen uitwerpen. Zooals de lezer ziet, plaatsen wij in den titel van ons artikel Tripoli tusschen Italië en Turkije. Sedert jaren was Tripoli een hinderpaal voor de goede betrekkingen tusschen Rome en Constantinopel. De Turken, beweert de Italiaansche regeering, dwarsbomen de ondernemingen harer onderdanen in Tripoli alsook op de kusten der Rode Zee, en kwelden, ja mishandelden de Italianen. Klachten bleven vruchteloos, zelfs bij de regeering der Jong-Turken, wier gedragslijn al weinig verschilde van deze hunner voorzaten. Dat echter die bezwaren eenen overwegenden invloed hebben uitgeoefend op de Italiaansche Regeering, toen zij aan Turkije hare uiterste aanmaning of ultimatum stuurde en, tengevolge van het ongunstige antwoord, haar den oorlog verklaarde, is sterk te betwijfelen. |
Te talrijk immers en te uitdrukkelijk waren de ambtelijke en schier
ambtelijke verklaringen nopens Italië's inzichten ten opzichte van
Tripoli, reeds sedert eene halve eeuw gedaan; te onbewimpeld vooral
de taal der Italiaansche pers, sedert het ontstaan der jongste
Marokkaansche spanning, opdat zulk een zienswijze ernstig ware te
verdedigen.
Reeds in 1838, eer Italië bestond, zei Mazzini: “Noord-Afrika komt Italië toe.” Niet anders sprak Bismarck, dertig jaar later. En in 1905 zinspeelde de toemalige minister van Italië, op het tijdstip der toekomst, wanneer de ontastbaarheid van het Turksche rijk ― wat Tripoli betreft ― geen deel meer zou maken der Italiaansche buitenlandsche staatkunde. De andere groote mogendheden gaven hare toestemming in de aanstaande nieuwe verdeeling der Ottomaansche bezittingen. Ook zijn Turkije's herhaalde verzoeken om eene tusschenkomst te bekomen, vruchteloos gebleven, wanneer de Italiaansche Regeering ― de verwikkeling van het Marokkaansche vraagpunt te baat nemende ― handelend optrad en den oorlog verklaarde. “Zoo wij thans niet handelen” schreef eenige weken vroeger het dagblad Mattino “zal Tripoli ons voor altoos ontsnappen.” Tripoli kan aan Italië moeilijk ontsnappen. De macht der oorlogvoerenden was te ongelijk. Zoo wordt het Ottomaansche rijk, spijts het in voege treden van een moderne regeeringsvorm, andermaal verminkt. Wat blijft er nog over van het rijk van Soliman den Prachtige (1520 - 1566) dat buiten Turkije zich uitstrekte over Griekenland, Macedonië, en Thracië, het meerdere deel van Hongarië, Valachië, Moldavië, Bessarabië, Bulgarië, Servië, Bosnië, Herzegovina, Croatië, Albanië, Egypte, geheel West-Afrika tot aan den Perzische golf en de staten van Noord-Afrika! De voortdurende verbrokkeling der heerschappij van de Turk zal niemand bedroeven. Dat echter de laatste gebeurtenissen niets anders zijn dan eene toepassing van het recht van den sterkste, al is het dan een drang naar stoffelijke en staatkundige uitbreiding, mag betreurd worden. Zelfs voor Mahometanen zal de leer van het voltrokken feit geene stichtende zedenles heeten.
|