|
“Wanneer de vraag wordt gesteld”, aldus de gekende
Balkankenner Gustaaf Schindler in de
Reichspost, waaruit dit artikel werd vertaald, “dan
volgt gewoonlijk met het natuurlijkst gezicht ter wereld het
antwoord: Wel van zelf - Turksch. De meesten toch hebben van de
groote verscheidenheid van talen op het Balkan-schiereiland
geen begrip.”
Turksch is wel het Osmanli Turksch, dat een van de vele
accenten is, welke van Siberië tot aan de landen van de
Zwarte Zee worden gesproken, is de taal van de overheid,
zoowel militaire als civiele... Als volkstaal geldt zij slechts
in die streken, waar de Osmanen in gesloten koloniën bij
elkaar wonen. Overigens wordt deze taal niet eens door de
Mahomedanen gesproken, die wel in de Koranschool Turksch en
Arabisch leeren, doch overigens in hun eigen dialect spreken.
Daar waar thans de oorlog woedt, was Turkije's invloed
nooit sterk genoeg om de dialecten te verdringen en de
Osmaansche troepen waren gedwongen overal ten minste een weinig
van het dialect te leeren, wilden zij niet geheel aan hun lot
worden overgelaten.
Ook de reiziger, die deze streken bezoekt waar een oberkellner,
die verschillende talen machtig is, nog een onbekende grootheid
is, ziet zich gedwongen hier ernstig aan de talenstudie te gaan.
Ongeveer tien verschillende talen, benevens een bijna niet te
tellen leger van dialecten, vormen de talensymfonie op den
Balkan.
Van de Europeesche talen is Italiaansch wel de meest verspreide.
Langs de geheele kust tot diep in het vilajet Skoetari,
wordt Italiaansch gesproken. In vroeger eeuwen toen nog
Italië een grooteren invloed uitoefende door den handel
op den Balkan, was de taal van Dante een nog gewichtiger factor,
in den mengelmoes op het Balkan-schiereiland, maar toch heeft
zij zich tot heden kunnen staande houden als de taal die er het
meest gesproken wordt. In de concurrentie, welke zij in den
laatsten tijd in het katholieke gedeelte van Albanië had
te voeren met de Duitsche taal, wist de laatste de overhand te
krijgen. Daar wordt Duitsch reeds onderwezen in de scholen,
welke de priesters gesticht hebben; zoo is Duitsch in de school
der Franciscanen in Skoetari de eenige taal, die naast
de Albaneesche wordt onderwezen.
Dat dit onderwijs bij het zoozeer uiteenloopend
leerling-materiaal een reuzentaak is, behoeft niet te worden
gezegd. Onder de kleine kleuters, die voor het eerst in contact
komen met de wetenschap, zijn er ook dikwijls kleine
Armeniërs, die zich in den beginne slechts met groote moeite
met kleine brokstukken Turksch, die zij hebben opgevangen,
kunnen verstaanbaar maken; in de hoogere klassen echter gaat het
beter, daar antwoorden de leerlingen in verstaanbaar Duitsch,
ook al heeft het antwoorden dikwijls veel weg van het gesnap van
een papegaai.
Fransch wordt tamelijk veel gebruikt in den omgang met regeering
en plaatselijke besturen; in den omgang met het gewone volk is
het absoluut waardeloos.
Veel meer heeft men aan het Engelsch. Uit de arme landstreken
van Albanië en Montenegro gaan jaarlijks honderden
landverhuizers naar Amerika. Na een paar jaar wordt het
heimwee naar de bergen gewoonlijk onweerstaanbaar, zij zoeken de
oude Heimath weer op en pralen daar gaarne met de opgedane
kennis.
Niet lang voor het uitbarsten van den oorlog zat ik in
Podgoridtza, voor een van de vele café's, die de
Hoofdstraat opluisteren. De dienende gast schudde zeer
bedenkelijk het hoofd bij het hooren van mijn slavisch
koeterwaals, tot hij een einde maakte aan deze reproductie van
Babels spraakverwarring, door mij aan te spreken in zuiver
Engelsch, dat hij in San Francisco en Los Angeles had
geleerd.
Begrijpelijkerwijze kan ook Spaansch, de taal welke velen in
Zuid-Amerika geleerd hebben, goede diensten doen. Bovendien is
Spaansch nog om een andere reden van groot nut. In de groote
steden als daar zijn: Saloniki, Konstantinopel,
Adrianopel, enz. is een groot aantal zakenmenschen,
kellners, bedienden, enz. die afstammen van de Joden, welke
in 1492 uit Spanje werden verdreven en die tot den huidigen
dag Spaansch spreken.
(Naar het begin van de volgende kolom)
| |
Natuurlijk is er wel een klein verschil tusschen het oude en
nieuwe Spaansch, doch, en dit is de hoofdzaak, men kan zich
verstaanbaar maken.
In het Westen van Turkije zijn de Spanjaarden veel zeldzamer dan
in het Oosten, terwijl in het katholieke Albanië men te
vergeefs Spanjaarden zou zoeken. Wel poogden zich voor enkele
jaren een paar Joodsche familiën in Skoetari te vestigen, doch
zij vonden daar zoo weinig van hun gading, dat de eene helft
weer weg ging terwijl de overigen zich tot den Islam bekeerden.
De meest verspreide talen zijn de Slavische. Servisch wordt
gesproken in Servië, Montenegro en het
Sansjak1, Bulgaarsch in het Oosten en
tusschenbeide een mengelmoes van dialecten, waarin men slechts
met moeite het Servisch of Bulgaarsch terug kan vinden.
De meest interessante van alle talen is wel de weinig bekende
Montenegrijnsche. in Dalmatië begint haar gebied, dat
door een aantal enclaven naar de afgesloten taalstreken in
Albanië loopt, dan naar Griekenland en over de zee naar
Italië en Sicilië, waar tot op heden de nakomelingen
van de na den dood van Skanderberg op de vlucht geslagen
Montenegrijnen hun aloude taal in eere houden.
In de van de wereld afgesloten delen is zij vervormd tot een
mengelmoes van dialecten, die zoozeer van elkaar verschillen dat
de aangrenzende stammen elkaar bijna niet verstaan. Romanen,
Grieken, Slaven, Italianen en Turken, die allen vergeefs poogden
dit nog steeds vrije volk onder hun scepter te doen buigen,
lieten allen id de taal sporen achter, die daardoor geworden is
tot een onverstaanbaar en voor een vreemdeling onuitsprekelijk
koeterwaalsch.
Voor den vreemdeling is ook het Grieksch, dat in de havensteden
van Turkije wordt gesproken niet zonder moeilijkheden...
Het officiëele Grieksch is namelijk noch oud- noch
nieuw-Grieksch, doch een kunstmatig middending tusschen beide.
Het volk bekommert zich in het geheel niet om de wijze
voorschriften, welke de geleerden in Athene uitvaardigen,
doch spreekt zijn barbaarsch Gieksch.
Spreekt nu de niets kwaad vermoedende vreemdeling Bulgaarsch,
wat ieder verstaat, dan kan het zijn, dat de gastheer onder
algemeen zwijgen van het gezelschap duidelijk te kennen geeft,
dat deze of die uitdrukking niet geëikt is of wel ongepast.
De vele eigene uitdrukkingen van den Bulgaar, het vervormen van
verschillende letters, zoo b.v. van bètha tot omega, maken dat
Bulgaarsch-Grieksch voor den vreemde onmogelijk.
Deze taalverwarring ziet er op den eersten blik niet zeer
bemoedigend uit; echter is het ook daar niet heel veel
gevaarlijker dan bijvoorbeeld in Oostenrijk.
Vooreerst moet men in het oog houden het kolossale talent voor
vreemde talen, dat den Oosterling kenmerkt. Dat iemand een half
dozijn talen spreekt, is niets bijzonders. Bovendien is een
chauvinisme ginds geheel en al onbekend.
Voorzichtigheidshalve doet men het best thuis de ongeveer twee
honderd woorden en vijftig uitdrukkingen van buiten te leeren,
van welke men bij ondervinding weet, dat zij het meest
voorkomen. Dan heeft men nog slechts iemand noodig voor de
uitspraak, dat is wel het moeilijkste van de zaak. Behalve de
vele medeklinkers, die in allerlei schakeeringen voorhanden zijn
heeft men nog een groot aantal klinkers, die den Europeaan
onbekend zijn. Heeft men nu iemand gevonden, die de uitspraak
machtig is, dan kan het onderhoud in telegramstijl, met
weglating van alle lidwoorden, verbuigingsvormen, enz.
beginnen.
Vooral moet men voorzichtig zijn met gebaren, waarmede men
gewoonlijk de hiaten in de taal tracht aan te vullen. De gebaren
hebben op den Balkan eene geheel andere betekenis dan bij ons;
zoo beduidt men door het hoofd te schudden een bevestiging,
terwijl het knikken ontkennen beteekent.
Tot overmaat van smart beteekent het Albaneesch woord
ja in het Duitsch nein. Wanneer dus een
Albanees met het hoofd knikt en ja zegt, wil hij absoluut niets
van de zaak weten.
In den omgang met Katholieke priesters is dikwijls Latijn de
eenige maar ook de beste brug van conversatie. Wel spreekt een
Albaneesch priester het Latijn niet als een professor aan een
gymnasium in ons land, maar met een beetje goeden wil komt men
toch zoo ver dat men elkaar verstaat.
|