|
Sint Juliaan1 der Vlamingen, gelegen Via del Sudario, nabij het
pantheon, werd gesticht, waarschijnlijk ten tijde der
kruisvaarten, door de Vlamingen van het graafschap
Vlaanderen. Het doel dezer stichting was de arme bedevaarders
uit dit gewest bij te staan gedurende hun verblijf in de
Eeuwige Stad. Toen immers Robrecht II, graaf van
Vlaanderen, in 1094 aan het hoofd van een deel van het
kruisvaardersleger te Rome voorbijtrok, bezocht hij
het Vlaamsch gasthuis en stortte er, als hulpgeld om het te
herstellen, een aanzienlijke som. Zoo luidt de overlevering en
't is ook het eenigst wat zij ons leert vóór de XVe eeuw.
Van dan af, na de groote Westelijke Kerkscheuring, toen de
Paus van Avignon terugkeerde naar Rome, neemt onze
gastvrije stichting toe in belang. Zij voorziet in een dubbele
noodwendigheid. Lijk te voren herbergt ze “gratis” voor drie
nachten de arme bedevaarders uit Vlaanderen en voorziet in al
hunne behoeften; zoo kwamen er jaarlijks omstreeks drie honderd
gebruik maken van deze gastvrijheid. Doch tevens werd dit
gesticht een middel waar de talrijke Vlamingen, die toen in
Rome verbleven, malkaar ontmoetten. Alle standen der
maatschappij werden er gevonden: wevers, herbergiers,
schoenmakers, stonden er nevens rijke handelaars, bankiers en
invloedrijke curiebedienden. Onze landgenooten immers
bekleedden te dien tijde aanzienlijke ambten aan het pauselijk
hof, en konden aldus machtig bijdragen tot den voorspoed van
Sint Juliaan.
Doch het belangrijkste en boeiendste tijdstip dezer stichting
was de XVIIe eeuw. De Vlaamsche kunstenaars waren in groot
getal in Rome. Geschaard rond Sint Juliaan vinden we schilders,
beeldhouwers, goudsmeden, glasschilders, tapijtwevers,
ebenisten ― meest allen ten dienste van de Pauzen en het
Romeinsch Hof. Dezen zijn niet enkel meer herkomstig uit het
graafschap Vlaanderen, maar ook uit het Doornijksche, 't
Naamsche en nog uit Fransch-Vlaanderen. De Brabanders,
Luikenaars, Limburgers hadden hun eigen gastvrije stichting in
Santa Maria del' Anima.
De kerk die wij heden zien,
dagteekent uit dit tijdperk. Zij werd heelemaal veranderd en
hersteld in 1681. Het
praalgraf, welke in
de kerk prijkt, is dat van de gravin van Celles, te Rome in 1828
gestorven, vrouw van den Belgischen gezant, door Willem I naar
Rome gezonden om eene overeenkomst te sluiten tusschen de paus en
Nederland.
“De graaf van Celles bracht in een half jaar tijds, trots de
hevigste tegenwerking, het Concordaat van 1827 tot stand. Hier
vooral schitterde de goede bedoeling des konings. De uitkomst was:
het Concordaat van 1801, dat reeds voor de Zuidelijke
provinciën van kracht was, zou ook op de Noordelijke worden
toegepast.
(Naar het begin van de volgende kolom)
| |
Elk bisdom zou zijn kapittel en seminarie hebben. De
Metropolitane Kerk zou te Mechelen zijn, de
suffragaan-kerken: Luik, Namen, Doornik,
Gent, Brugge, Amsterdam en 's Hertogenbosch.
Jammer dat het te laat was, dat de werkzaamheden van den schranderen
internuntius Mgr Capaccini werden afgebroken en de
organisatie in het Noorden door de revolutie van 1830
verhinderd2.”
Aan dit praalgraf ―het werk van Matth. Kessels, te Maastricht
in 1784 geboren en te Rome in 1836 gestorven― is dus eene
merkwaardige gebeurtenis uit onze kerkelijke en nationale
geschiedenis verbonden, alhoewel zij de scheiding tusschen de twee
broedervolken niet heeft kunnen tegenhouden en dus zonder invloed
gebleven is op de lotsgevallen van ons vaderland.
Om op de Vlaamsche stichting weer te komen, deze ging
in de Fransche Omwenteling ten onder, maar rees in de XIXe eeuw
allengskens uit haar verval op. Doch het gasthuis werd niet heropend.
Men vergenoegde zich voortaan geldelijke hulp te bieden aan de door
Rome reizende armen en aan de in de Eeuwige Stad gevestigde
Vlamingen.
Gedurende deze laatste jaren vermocht die nationale instelling,
gesteund door welwillende Belgen, haren voor ons land weldoenden
invloed uit te breiden, door het tot stand brengen in Sint Juliaan van
een wetenschappelijk midden voor jonge Belgische geestelijken.
Jaarlijks komen hier verscheidene priesters verblijven om in Rome
hunne hoogere studiën te voltrekken, op alle gebied:
godgeleerdheid, patristiek, geschiedenis, oudheidkunde,
oostersche talen, wijsbegeerte. Zoo benuttigen zij de tallooze
voordeelen die Rome voor hoogere ontwikkeling oplevert door zijn
gebouwen en overblijfsels uit het verleden, door zijn menigvuldige
en schatrijke archieven en bibliotheken, alsook door zijn zoo
jeugdig-bloeiende wetenschappelijke inrichtingen.
Reeds heeft het Sint Juliaansgesticht verschillende werken van
belang laten verschijnen. Zoodoende werd ook aan Sint Juliaan
een nieuw leven geschonken: opnieuw groeit hier een waar
Belgisch midden. 't Is ook in Sint Juliaan dat de Vlaamsche
studiekring ―de Jan Van Ruisbroekkring― in 1909 gesticht,
zijn vergaderingen houdt.
En vraagt ge nu, lezers van Ons Volk, wie de levenwekker is, die
deze aloude Vlaamsche stichting tot nieuwen groei en bloei
geroepen heeft? Mgr Vaes, een geboren
Antwerpenaar. Onlangs nog beloonde paus Pius X zijn
onverdroten ijver en zijn groote verdiensten met hem tot
huisprelaat te benoemen. Hartelijk proficiat, Monseigneur! Moge
de eeuwenoude, maar verjongde Vlaamsche stichting St. Juliaan,
onder uwe verstandige en krachtige leiding eene heerlijke
toekomst te gemoet gaan en ook voor ons hongerig Vlaamsche Volk
niet zooals vroeger het stoffelijk brood - maar het geestelijk
brood breken van kennis en wetenschap.
|