Vorige: Een kijkje in de Wereldtentoonstelling van Gent.   Omhoog: België.   Volgende: Inhuldiging van het Gedenkteeken Baron Dhanis te Antwerpen.
Inhoudsopgave   Index


De 50e verjaring van de Vrijmaking der Schelde.


Gepubliceerd op 26 juli 1913

ScheldeVrijFeestI De 16e Juli 1863 is een heuglijke dag in 's Lands geschiedenisboeken en in Antwerpen's verleden. Dien dag werd het algemeen verdrag geteekend tot afkoop van den Schelde-tol en viel de laatste kluister, door vreemde handen gesmeed, die het onafhankelijk België nog knelde.
De afkoop van den Schelde-tol stelde een einde aan het vernederend knechtschap, dat drie eeuwen geduurd, en België's welvaart zoo diep geknakt had. Drie eeuwen, ja, immers reeds in 't jaar 1574 toen de monding van den stroom in de handen der Staatsen viel, verkregen de Hollanders toezicht over de Scheldevaart en beletten zij feitelijk alle vrij verkeer.

ScheldeVrijFeestII Terwijl Filips II en zijne droeve opvolgers doorzicht en edelmoedigheid misten om den welstand hunner Nederlandsche onderdanen krachtdadig te behartigen, hadden de Hollandsche Staatslieden van het eerste uur ingezien, hoe nauw het onafhankelijk bestaan der Republiek zelve aan den stoffelijken voorspoed harer steden verbonden was.
Wij zien ze dan vijf en zeventig jaar lang al de pogingen steunen der Amsterdamsche kooplieden, die door list en geweld Antwerpen ten onder willen brengen ten bate van hun eigen handel, totdat eindelijk, in 1648 het Munster traktaat hun streven bekroont en de Schelde en al de Vlaamsche waterwegen sluit.
“De Schelde”, zoo spreekt artikel XIV, “de vaarten van Saszwijn en andere waterwegen, die daarin uitmonden, zullen gesloten blijven van wege de Staten.”

ScheldeVrijFeestIII Als haven- en handelsstad was het met Antwerpen gedaan!
Dag op dag, zullen, ja, ebbe en vloed de breede Scheldewateren voorbij de stad op en neer stuwen, maar geen zeebodem meer draagt de stroom op zijn breeden rug, geen gejoel van matrozen vervroolijkt meer de verlaten aanlegplaatsen. De zeldzame bevrachters, die nog 't zij drooge vruchten uit het Zuiden, 't zij Noordsch hout tot Antwerpen willen doorzenden, zijn gedwongen in de Hollandsche wateren last te breken en op bijlanders hunne waar aan land te brengen.
Wanneer, den 3en Maart 1665, een Spaansche kustvaarder met eene lading wijn rechtstreeks door de binnenwateren hier toekwam, gold dit bezoek van een zeeschip als een zoo buitengewoon feit, dat het magistraat eener stad, waar eene eeuw te voren, soms tweeduizend vijf honderd schepen op anker lagen, nu den eenzamen bezoeker, als welkomsgroet, met geschenken vereerde.
Hadde men den toestand slechts eenigzins kunnen verhelpen, doch, eilaas, men zag geene uitkomst.

ScheldeVrijFeestVI Een eersten keer, 't is waar, na den vrede van Rijswijck verleende het Staatsbestuur machtiging aan de Staten van Vlaanderen tot het graven eener vaart van Brugge, door het Land van Waas naar de Schelde; later ook, in 1753, vatte de gevolmachtigde minister Botta-Adorno het ontwerp op bij middel van een ruim kanaal van Gent tot aan de Durme, eenen waterweg op Antwerpen te openen, doch alles bleef bij nooit uitgewerkte plannen.
Evenmin kwam er iets in huis van de poging van Joseph II om de vrije vaart op de Schelde te heroveren.

Tot het einde der XVIIIe eeuw hadden Engeland en Holland, in een trouw bondgenootschap vereenigd, elkaar steeds de hand gereikt om de Oostenrijkse Nederlanden in eene machtelooze minderheid te houden. Bijzonder sedert de Zeemogendheden hunne hulp verleenden om het bezit onzer gewesten aan Karel VI te verzekeren, aanzagen zij België als een wingewest, dat zij zoo wat als een overzeesche bezitting mochten behandelen en uitbaten.
ScheldeVrijFeestVII In dien zin was het Barrière-traktaat opgevat, waarbij onze provinciën aan het huis van Oostenrijk kwamen. Om als het ware eenen dam op te werpen tusschen Frankrijk en de Republiek, legden de Hollanders den Keizer de verplichting op vestingen te bouwen, en de Staatsche garnizoenen daarin te onderhouden.
Onder economisch oogpunt werd daarbij niet enkel de Scheldesluiting bekrachtigd, maar voerden de Zeemogendheden ook nieuwe toltarieven in de Nederlanden in, waardoor de inheemsche nijverheid de mededinging tegen Hollandschen en Engelschen invoer moest opgeven.

Marnixplaats In 18701 echter scheen de kaart te willen keeren. De Amsterdamsche kooplieden hadden eene gunstige kans op winsten gevonden in den verkoop van wapens en oorlogsbehoeften aan de Amerikaansche opstandelingen en aan het met Engeland in oorlog gewikkeld Frankrijk, en daardoor kwam het tot eene afbreuk tusschen twee bondgenoten.
De Engesche diplomaat Yorke vond niets beters dan de wenschen van de Antwerpenaren in de hand te werken en den steeds ridderlijken Joseph II op de vraag der Scheldevrijheid tegen zijne Noorderburen in het harnas te jagen. Veel aandringen was daartoe niet nodig. De Keizer was er diep van overtuigd wanneer hij zegde, dat de haven van Oostende steeds middelmatig, terwijl Antwerpen steeds eene beste haven zou blijven. Darenboven, had hij niet verklaard: “dat de sluiting van den Scheldestroom een toch al te honend feit was voor eene macht gelijk de zijne”?
De keizer talmde echter en slechts na het sluiten van den vrede tusschen de strijdende mogendheden, zond hij, in 1784, een oorlogsschip de Schelde af...
Proficiat Men weet het overige. Bij het eerste kanonschot eener Hollandsche batterij, waarbij enkel een op het dek staande koperen ketel geblutst werd, keerde het schip den steven, en zag de Keizer van alle geweld af. Misschien was het hem te doen geweest, een feit daar te stellen, en dan langs diplomatieken weg tot zijn doel te komen. In alle geval, hoe verzwakt Holland toen reeds was, toch behield het de bovenhand, betaalde den Keizer eene groote som gelds en bleef de Schelde sluiten.

ScheldeMap100 Niettemin was er verandering nakend. Nadat de eerste stormen van het teugelloos in bezit nemen van ons vaderland door de Fransche Republikeinen waren uitgewoed, en België met het groote Frankrijk één verklaard was, meende de republiek het haren plicht de heropbeuring der thans Fransch geworden Antwerpsche haven te moeten op zich nemen. Reeds den 16e November 1792, bij den eersten Franschen inval, had de Nationale Conventie het traktaat van Munster vervallen verklaard. “Het is niet dan ten onrechte”, luidde het besluit, “dat eene natie zich alleen het bevaren van een stroom kan voorbehouden, en de volkeren, die het binnenland bewonen, kan beletten dezelfde voorrechten te genieten..”

(Naar het begin van de volgende kolom)

  Lambermont Drie jaar later, den 7en Mei 1795, toen Pichegru ook Holland onderworpen had, kwamen de Bataafsche en de Fransche republieken overeen: “dat voortaan de Schelde en de Hont gemeen zouden zijn aan beide republieken, en dat de Fransche en de Hollandsche schepen er op dezelfde manier zouden doorvaren.” Na den val van Napoleon, wanneer de Engelsche diplomatie, in ruil der begeerde Kaapkolonie, ons land als uitbreiding van grondgebied aan het pas gestichte koninkrijk der Nederlanden toekennen deed, stelden de mogendheden, als eene van de voorwaarden der vereeniging, de vrijheid van verkeer op Schelde en Rijn.
Iedereen immers, Holland alleen uitgezonderd, vond er bate bij, onbelemmerd zijne schepen naar Antwerpen te sturen.

Zoo gebeurde het dan ook. Vijftien jaar later echter, brak de Belgische Omwenteling uit. De Belgische gezanten op de Conferentie van Londen deden de vraag der Scheldevrijheid als eene levenskwestie voor hun land gelden. Acht jaar lang gelukten zij er in hunne zienswijze staande te houden en, op een korte pooze na, bleef de Scheldevaart vrij.
Ongelukkig, in 1839, ontstond er verwikkeling op verwikkeling, en zelfs België's bestaan verkeerde in gevaar. Het gevolg was, dat Europa ons het onverwijld aanvaarden van het Traktaat der XXIV artikelen oplegde. De Scheldevaart zou nog wel open blijven, 't is waar, doch elk schip, dat den stroom wilde opvaren, moest een vast recht van een gulden vijftig cent, en elk vaartuig dat zeewaarts zou afzeilen, een vast recht van acht en dertig cent aan Holland betalen. Zoo luidde de rechtsspraak van den sterkste...
Hoe men hier de handen ook wronge van spijt, men moest het hoofd buigen: Limburg en Luxemburg werden uiteen gereten en deels aan het gemeene vaderland ontrukt. De Scheldevaart was weerom belemmerd.

In deze hachelijke oogenblikken nam het stadsbestuur 'n hooghartig besluit: “De tol te lichten op de scheepvaart der Schelde, zoo luidde de wet van 5 Juni 1839... zal terug betaald worden door het Belgisch Staatsbestuur aan de schepen van alle natiën”.
KoperenLo Het eerste half jaar betaalde men uit dien hoofde 354.000fr. en het volgend jaar, in 1840, ruim zes honderd duizend. Doch Antwerpen's haven was gered. Van jaar tot jaar echter, hoe meer Antwerpen bloeide, stegen ook de lasten der terugbetaling. In 1860 waren zij reeds tot twee millioen franken geklommen.
Het Staatsbestuur vatte alsdan het gedacht op te doen wat in 1857 reeds gedaan werd nopens den tol in den Sund en de twee Belten, en besloot den afkoop van den tol, bij middel van kapitalisatie en bij tusschenkomst der vreemde natiën voor te stellen. Dank den persoonlijken invloed van Leopold I en de bedrijvige handigheid van baron Lambermont, gelukte men er in zoowel Holland als de overige mogendheden voor het ontwerp te winnen. Weldra stemde de Nederlandsche regeering in den afkoop toe, mits eene som van 17.141.640 Hollandsche guldens.
In 1786 had Holland, bij het verdrag van Fontainebleau zelf 10.000.000 gulden aan Joseph II betaald om den stroom gesloten te houden!
Den 15en Juli 1863 vergaderden te Brussel de vertegenwoordigers der mogendheden en die van al de belanghebbende zeenatiën, en den dag daarop werd de overeenkomst geteekend. België zou het derde der bepaalde som, Engeland bijna negen millioen frank, en de andere natiën het overige voor hun aandeel nemen.

Vijftig jaren zijn sindsdien voorbijgegaan, vijfig jaar van voorspoed en bloei voor de havenstad en voor 't vaderland. Daarom wapperde op 20 Juli, blij en trotsch, de vlag op de O. L. Vrouwentoren, daarom vierde Antwerpen's handelskamer hooggetij en bracht de Scheldestad hulde aan het nationale vorstenhuis, onder wiens hoede het onafhankelijk België vertrouwvol de toekomst instaart.


Eenige typen van schepen uit de XVIe eeuw.

ScheldeVrijFeestIV In de XVIe eeuw, lang voor dat de Schelde eigenlijk gesloten werd, was Antwerpen een voorname handelsstad; de wateren der Schelde droegen toen reeds ontelbare schepen, komende van alle natiën der wereld. We geven hier eenige typen van schepen uit dat tijdvak weer. Elke natie had schepen met bijzondere eigenschappen.
Op onze plaat, die een afdruk is van een ets van Pieter Breugel, den oude, ziet men rechts een zoogenaamde kraak. De kraken waren voor dien tijd reusachtige vaartuigen, die in de marine een zeer goed figuur maakten en die ook dienden voor het vervoeren van koopwaren. Deze schepen hadden dikwijls drie masten. De romp van het schip kwam gewoonlijk zeer hoog uit het water en was van voor en van achter bebouwd met kajuiten. Ze waren sterk bewapend met kanonnen en steenwerpers.
Op het voorplan van onze plaat heeft men een karveel. Karveelen waren kleine snelzeilende schepen, die voornamelijk in Portugal en Spanje in gebruik waren. Men deed er groote ontdekkingstochten mee naar Amerika en Indië. Dit schip behoorde aan Dierick Van Paeschen, waarvan het “Antwerpsch Kronijkje” zegt: “In 't zelve jaer (1516) op Sint-Marcus dach doe reysde Dierich Van Paeschen voer syn ierste reyse van Antwerpen naar Jerusalem, ende die stadt sandt twee groote gootstukken geschut, voor die stadt van Rhodes. Maar doe 't schip quamp vijf of zes mijlen in zee, quam het schip op een plate alsoo dat dat et berste, enz.” ― “Noch dit jaer van 1518 oock in den April, doen voer Dierich Van Paeschen met een nieu schip, de meeste dat ooyt in Antwerpen geweest hadde, naer Jerusalem voor syn tweede reyse, met veel pelgrims ende oock goet, maar doen sy op het Heilich lant quamen, wordden sy allen gevanghen door de Turcken, enz
Het schip, dat tusschen de twee voornoemde schepen in de verte is, is een visschersboot uit dien tijd.
Het vierde een der galeien uit de Middellandsche zee die alsdan Antwerpen bezochten. In 1518 kwamen er veschillende. Het “Antwerpsch Kronijkje” zegt als volgt: “In dit zelve jaer den 22 Juni, doen quamen 't Antwerpen twee galeyen, ende noch wel dertich groote meerschepen van Veneziën die groote coopmanschap overbrachten.” Die galeien waren zeil- én roeibooten.
Het vijfde is een soort galjoen, een der schepen die die door de Spanjaarden naar Amerika werden gezonden en die over het algemeen steeds voor groote reizen aangewend werden.
Al deze schepen werden gewoonlijk in levendige kleuren geschilderd.

ScheldeVrijFeestV Rechts: de mislukte poging om de Schelde te openen door Jozef II.
Door Engeland aangespoord dat misnoegd was over de Vereenigde Provinciën die weigerden in den Amerikaanschen oorlog tusschenbeide te komen, koesterde Joseph II in 1780 het plan om de Schelde te openen. Daartoe zond hij in 1784 een oorlogsschip “Le Louis” op de Schelde. De Hollandsche batterij loste een kanonschot die op een ketel, boven op het schip staande, terecht kwam. Het schip gaf zich over en de keizer deed alle verdere krijgsoperaties staken. Het schip werd door Holland aangeslagen, maar de keizer kreeg twee, volgens sommigen tien, millioen gulden schadevergoeding.
Daarmee bleef de Schelde gesloten.

L. Laenen



Voetnoot

...18701
Deze datum lijkt me fout. Denkelijk bedoelt de schrijver 1780 (Pros)


Vorige: Een kijkje in de Wereldtentoonstelling van Gent.   Omhoog: België.   Volgende: Inhuldiging van het Gedenkteeken Baron Dhanis te Antwerpen.
Inhoudsopgave Index

Valid HTML 4.01 Transitional

Pros Robaer - 2009