Gepubliceerd op 13 april 1912
Op 25 Maart ll. overleed in den ouderdom van 96 jaren, te
Oude-God de oudste officier van het Belgisch leger,
Petrus C. van Ghert, gep.
luitenant-colonel der artillerie.
Hij was de zoon van een der 24 broeders van Ghert, die met
Napoleon I naar Rusland trokken en waarvan slechts
drie terugkeerden na Moskou. Op 14-jarigen leeftijd trok
hij met een paar knapen te voet van Mechelen naar Brussel om
“naar den oorlog te gaan zien”, 't was in het jaar '30. Twee
jaar daarna werd hij eenvoudig soldaat, studeerde 's nachts bij
een waskaars, naast zijn paard, en werd na een jaar officier.
Het jonge koninkrijk had alsdan groote behoefte aan
wilskrachtige mannen, en aan den jonge officier werd de taak
opgedragen in 42 verschillende plaatsen van het land de kazernen
in te richten.Hij werd weldra een der meest geachte officieren van het Belgisch leger en stond in hoog aanzien bij Leopold I en later bij Leopold II. |
Hij verbleef te Antwerpen bij het bouwen der tegenwoordige
forten, en beweerde en bewees toen reeds, tegen de
Brialmont in, dat zij de stad te zeer insloten. Later
heeft men hem gelijk moeten geven. Hij was lid van den Etat-Major, lange jaren gedétacheerd aan de kanonnengieterij van Luik, aan het kruitfabriek van Wetteren; de bekende ontruiming van de Maas, na den slag van Sedan, werd hem toevertrouwd, enz... Als commandant der citadel te Namen in het jaar '70, alsdan de belangrijkste post van het gansche rijk, ontving hij er den krijgsgevangen keizer Napoleon III, keizer Willem en Frederik, grootvader en vader van den tegenwoordigen keizer van Duitschland, Molkte, von Bismarck, enz.
Hij heeft aan de inrichting van het Belgisch leger de grootste
diensten bewezen. Nooit heeft hij om eeretitels gedongen, kende
slechts zijn plicht tegenover zijn land en zijn koning.
|