Gepubliceerd op 18 januari 1913
De wijding der Katholieke Garnizoenskerk te Spandau.
In het Protestantsche Duitschland.
De klaroenen schallen, officieren en soldaten staan in groot uniform
op de koer der kazerne, een krachtig “vorwarts” weerklinkt, de
muziek speelt de marche van het regiment, de soldaten stappen door de
straten van Spandau, de hooge oversten vooraan, en houden stil voor
de nieuwe katholieke
garnizoenskerk, die heden wordt
ingewijd.
De H. E. Bisschop Dr Vollmar, veldproost Aartspriester Kirmes, de
divisie-aalmoezenier Dr Middenhof, de garnizoensaalmoezenier Greis,
ontvingen de hooge overheden bij den ingang der nieuwe kerk.
De hooge krijgsoverheden waren: generaal von Lochow, kommandant
von Horn, de afgevaardigde van het ministerie Bacmeister,
generaal-majoor von Sachs, enz.
Daar bij de aanzienlijkste vertegenwoordigers der stedelijke
overheid.
De wijding had plaats, eene pontificale mis werd opgedragen,
verscheidene officieren ontvingen het kruis Pro Ecclesia et
Pontifice. Die dag was een feestdag.
Dit gebeurde voor een paar weken in het stadje Spandau, een paar uren
van de hoofdstad Berlijn gelegen.
In het Protestantsche Duitschland.
In het Katholieke België...
In het Katholieke België zijn er krijgsaalmoezeniers aangesteld,
om, denk ik tenminste, den katholieken soldaat in zijn geloof te doen
sterk blijven, hem te harnassen tegen zedenbederf, hem na zijn
diensttijd naar zijn ouders te laten terugkeeren, gezond naar lichaam
en ziel, zooals hij in de kazerne was getreden; aalmoezeniers, zeg
ik, die niet eens de toelating hebben in de kazerne te treden; ja
toch, zij mogen immers in den parloir, in de ontvangstkamer, komen,
ze mogen er een soldaat tot zich roepen ―als deze niet belet is
door oefening of karwei― ze mogen daar 't hele regiment
binnenroepen om hen zoo te bewaren voor het kwaad, als ze maar komen
willen.
Een pakskesdrager mag ook in den parloir, mag ook een soldaat laten
roepen. Nee, die mag soms verder, in de chambrées zelf, een
pakskesdrager is immers onschadelijk!! Maar de aalmoezenier,.. een
priester, die is reeds ver genoeg in den parloir, die mag niet in de
chambrées, dat zou inbreuk zijn op de vrijheid van godsdienst, op
de gewetensvrijheid, en op veel andere vrijheden. Dat ware
gewetensdrang, dat ware... Verbeeld je toch, een priester in de
kazerne, in de chambrées, in de kamers van de onderofficieren waar
al die postkaarten... Een priester, callotin, politiek in 't
leger... klerikaliseren van het leger... Verbeeld je toch! In 't
Katholiek België!
De aalmoezenier mag de gevangenen niet bezoeken, hij heeft enkel
ingang bij de zieken in het gasthuis.
Dat er honderden jongelingen, die als brave fatsoenlijke knapen uit
hun landelijk dorp naar de kazerne togen, in de kazerne, en rond de
kazerne, bedorven worden, ten gronde gaan, slechte soldaten en
slechte burgers van 't vaderland worden, dat zij 't zedenbederf uit
de kazerne mede dragen naar hun dorp, wat gaat hun dat aan! Alle
vrijheid in de kazerne; zelfs de vrijheid de soldaten te bespotten
die hunne kristene plicht vervullen.
Het Protestantsche Duitschland begrijpt beter dan het Katholieke
België dat de godsdienst van den soldaat een ruim deel uitmaakt van
zijn kracht, dat de zedelijke ontwikkeling van den soldaat gelijken
tred moet houden met zijne lichamelijke ontwikkeling, dat het eene
het andere moet aanvullen om mannen te vormen waar Duitschland fier
op mag zijn.
Ja, het ware te hopen, voor de eer van België, dat er bij onze
legerhoofden een deeltje van 't gezond verstand dat in het Duitsche
leger heerscht, binnendrong, dat de les die het Protestantsche
Duitschland (waartegen de Fransch-Belgische bladen ons zoo
waarschuwen) aan het Katholieke België te Spandau gaf, wat beter
begrepen werd nu de nieuwe legerwet aan de orde van den dag staat.