Vorige: De Schismatieke kloosters op den berg Athos.   Omhoog: Europa.   Volgende: De taal- en rasstrijden te Frankrijk.
Inhoudsopgave   Index


De Polen in Duits Opper-Silezië.


Gepubliceerd op 9 augustus 1913

Toen kwamen de drie diplomaten te samen en zeiden: “Laat ons den overschot paarten van Polen en geven we elkander den vredeskus.”

Dat was de derde maal binnen vijf en twintig jaar tijds dat ze met Polen hun roofhonger verzadigden. En het Poolse volk, waar ternauwernood op gedacht was, werd onderdaan van de naburige volkeren, waarvan er twee op drie aan het nationaliseren gingen: Pruisen en Rusland. Al wat eigen is aan den Poolschen stam, zeden en gewoonten, taal en godsdienst, willen die twee landen uitgeroeid zien binnen hunne staatsgrenzen...
Rusland heeft het vooral gemunt op de grensstrook van Chelm en Lublin, waarover wij de lezers van Ons Volk reeds onderhielden; Pruisen lukte schier van zelf bij de Poolsche Mazoeren der provincie Posen die meest protestant zijnde, veel gemakkelijker hunne nationaliteit prijs gaven aan het protestantsche Pruisen; des te erger hebben het de Poolsche katholieken van Opper-Silezië te bezuren.

PolenMap 't Is over dezen dat ik me den laatsten tijd tamelijk volledig voor Ons Volk documenteren kon1. Waarom niet over geheel de Poolsche bevolking van Duitschland2? In de provincie Posen en Oost-Pruisen is de stamgrens weinig gekend, het Poolsche land telt er al van Duitsche vlekken en is haast niet te omschrijven, te meer daar er alleen Duitsche kaarten bestaan, en de Polen zelve er zich Duitsch verklaren. In 1790 werd Breslau (Vratislavia) nog tot Polen gerekend. Niemand kan dit heden nog.

Integendeel is de nationaliteitskwestie vinnig gesteld in Opper-Silezië en daarom verzocht ik dan ook de “flaminganten” van ginder verre om eene nationaliteitskaart van deze provincie in het bijzonder. Ik deel ze hier mede samen met eene kleine algemeene kaart3 die het besproken landsgedeelte laat terugvinden tusschen de drie roofstaten in.
En nu laat ik mijn Poolschen vriend Suum Cuique zelf zijn gemoedelijk woord voordragen.

Gerechtigkeit des Himmels, wann wird ein Retter kommen diesem Land?
― Schiller, Wilhelm Tell

Geschiedenis.

Zooverre men achteruitzien kan was Opper-Silezië Slaafsch. Met de rest van Silezië behoorde het sedert 1163 aan het koninkrijk Polen. Het had sindsdien eigen hertogen die zich in 1327 leenroerig erkenden van Bohemen. Boheemsch kroonland kwam Silezië in 1526 aan de Habsburgers tot in 1740 wanneer het onder Pruissische heerschappij geraakte.
De volkstaal was Poolsch in gans Silezië. Wel is waar kwamen er in de 13e eeuw ―de tijd dat men frisch over de heide naar Oostland vaarde van uit het bebouwde Westland― Duitsche kolonisten in 't land welke den bodem beter te bebouwen wisten dan de oorspronkelijke bevolking. De Duitschers hadden namelijk 200 jaren voor de Polen het christendom omhelsd en van de monniken den akkerbouw geleerd. De Duitsche kolonisten legden in Selezië nieuwe dorpen aan van waaruit de Duitsche spraak zich verspreidde.
Vooral bestatigd men zulks in de 15e eeuw rond Liegnitz en Breslau. Darentegen bleef Opper-Silezië (Regeeingsbezirk Oppeln) geheel Poolsch. Vele Opper-Silezische hertogen leerden niet eenmaal Duitsch. Zoo wordt van hertog Nikolaas van Oppeln (+1497) vermeld dat hij geen woord Duitsch verstond.
Integendeel werd in de prinsbisdommen van Neisse en van Breslau gegermaniseerd. In 1495 verorderde Prins-Bisschop Johannes IV van Breslau dat wie binnen de vijf jaren geen Duitsch leerde, het land zou te verlaten hebben. Ook de steden en de hoogere klassen werden Duitsch als van zelf, maar de bevolking op het land is tot heden toe Poolsch gebleven en nog bij de laatste volksoptelling telde men in Opper-Silezië 1.250.000 Polen.

De huidige Polenpolitiek van Pruisen.

Sedert den roemrijken oorlog tegen Frankrijk (1870 - 71) is Pruisen een machtige staat die, zijner macht bewust, deze, helaas misbruikt tegen zijne Poolsche onderdanen, wien hij hunne moedertaal ontnemen wil...
De oude Pruisische leuze Suum cuique: ieder het zijne, is reeds bij de verdeeling van Polen (1772, 1793, 1795) waaraan de groote Frits de hoofdschuld had, als Suum cuique rapuit: ieder het zijne geroofd, uitgelegd geworden. Heden schijnt de Pruisische regeering zelf deze uitlegging te willen waar maken door ieder zijne moedertaal te rooven.
Zoo klagen de Polen, zoo klagen de Moraviërs (zie Ons Volk, 1912), de Elzassers zijn verstoord en de Denen zijn grim. Doe niet een ander wat ge niet uzelven wenscht, zegt de naastenliefde, maar daar bekommert zich de Pruis niet om en hij gaat te werk alsof de Duitsche taal geene naasten te erkennen had.

SilezischeKledij Hoe germaniseeren nu de Pruisen in Opper-Silezië?
Eerst en vooral heeft men de school tot een politisch staatswerktuig hervormd. De Poolsche taal is uit de staatsschool heel en al verbannen. Of dat pedagogisch richtig is of niet bekommert de heeren niet.
Overal elders maakt men het in de school zoo, dat men de van huize meegebrachte kennissen en begrippen van het kind benuttigd, en daar aaneenknoopt. Het spreekt van zelf toch dat de schoolmeester zulke taal te voeren heeft, dat het kind hem verstaat, te weten de taal die het kind eigen is. Wat doen we toch als we een vreemde taal willen leeren? We nemen een bekend begrip der eigene taal en leeren het overeenstemmende woord der andere.
Zoo moet ook tot Poolsche kinderen Poolsch gesproken worden. Maar in Pruisen doet men het anders. Men vermaadt de woordkennis der kinderen en men behandelt ze alsof ze nog in 't geheel niet spreken konden. Zoo leert men het kind als een papegaai, zonder begrip.
Vraagt de meester aan het kind: “Wie heisst du?”, dan antwoordt het aan naspreken gewend: “Wie heisst du.”. Met den opvoedings- en vormingsarbeid der Poolsche familie houdt de Pruissische school niet de minste rekening. In plaats van den arbeid der ouders voort te zetten begint de Pruisische schoolmeester geheel opnieuw. Slechts de Pruisische kinderen hebben vreugde aan het onderricht, daar zij alles bestaan.
Is dat ook Suum cuique? Met zulk een schoolstelsel is het geen wonder dat het Poolsche kind niet zooveel leert als het in eene Poolsche of in eene tweetalige school zou leeren. Velen is de school een hatelijk onding en laatst gebeurde het dat kinderen den dag dat ze de school verlieten hunne schoolboeken verscheurden en in de straatriool smeten. Ook tijdens den vrijen tijd mogen de kinderen slechts Duitsch spreken en de schoolmeesters dringen er bij hen op aan nooit anders dan Duitsch te spreken en in den winkel de boodschap in het Duitsch te doen.
Menige schoolmeesters zien wel het onnatuurlijke dezer methode in. Maar om allen voor het Pruisisch systeem te winnen, geeft hun de staat bijzondere premiën, de zogenaamde Ostmarkenzulagen die tot 200 mark per jaar beloopen. Wie als schoolmeester eenige Poolsche sympathie toont wordt van zijn schoolambt ontheven.
Nauwelijks laat de regeering de Kerk toe dat de Poolsche kinderen ter Heilige Bicht en Kommunie in hunne moederspraak worden voorbereid. Maar ook hier wil men niet Suum cuique, ook hier tracht men zooveel Poolsche kinderen mogelijk in de Duitsche afdeeling van het voorbereidingsonderricht te stuwen, ondanks al de geestelijken.

Des ondanks kan de school alleen de Poolsche kinderen niet verduitscht krijgen wanneer de ouders iets of wat aan hunne moederspraak houden. Het Poolsch kind heeft ja in de school Duitsch geleerd ― heeft echter ook zijn Poolsche taalkennis in 't ouderhuis en op de straat verrijkt.
En om de germaniseering voort te zetten en daartegen te beschutten, vereenigt men dan ook de jongens in Duitsche kringen, waar men hun door Duitsche voordrachten, Duische toneelspelen en gezangen de voorliefde voor het Duitsch in te pompen zoekt.
Er zijn ook wel Poolsche vereenigingen, maar tegenover deze chikaneert de politie op alle mogelijke en onmogelijke manieren...
Ze verbiedt wetteloos Poolsche vergaderingen, maakt moeilijkheden om Poolsche toneelfeesten toe te staan, ontneemt aan herbergiers die Poolsche vereenigingen ten hunnent dulden de drankvergunning, en staat slechts zeer zelden Poolsche zang toe. Zij verbiedt liederen die geheel onschuldig zijn en slaat alle gezangboeken aan. Kortom, men houdt het Poolsche volk gekneveld. De Poolsche moederspraak is veroordeeld bij de politie.

SilezischeHoeve Bijna even erg handelen de besturen der talrijke Opper-Sileziche fabrieken, hoogovens en mijnen: alles is er anti-Poolsch.
Daar nu de Opper-Silezische Polen zeer gemutlich en vredelievend zijn, zoo laten zij zich ook licht beïnvloeden. De taaie, haast fanatische nationale weerstandskracht die andere natiën zooals de naburige Czechen aan den dag leggen in Oostenrijk, bezitten de onzen niet.
Honderden Poolsche ouders spreken reeds zelf tot hun kinderen Duitsch en zenden ze zelf naar het Duitsche biechtonderricht. Zij houden het Duitsch voor fijner, voor voornamer, en werpen eenvoudig hunne vervolgde moederspraak van kant. Dat ze ook daarmee zichzelven onrecht aandoen, komt hun niet in het gedacht, want niemand legt het hun voor oogen.

Het nationaliteitsvraagstuk vindt slechts studie en de Poolsche verdediging in de eigene dag- en weekbladen. Maar de invloed der Poolsche bladen is erg beperkt, daar velen liever Duitsche bladen hebben.
De geestelijkheid zelve houdt zich ook meestendeels onzijdig in de kwestie en schijnt de vraag niet goed te begrijpen. Overal in de wereld is de zielzorgsgeestelijkheid nationaal, maar in Opper-Silezië niet. De meeste pastoors zijn van Duitsche afkomst en hebben het Poolsch eerst later geleerd, zodat deze het dikwijls slechts gebrekkig kennen.
Geen wonder dat hunne Poolsche sermonen dan ook gewoonlijk erg kort en gebrekkig zijn. Onwillekeurig begunstigen zij aldus de Duitsche kerkelijke diensten. Aan de geestelijken die van Poolschen oorsprong zijn heeft ons volk uitmuntende herders, maar toch durven ze in de nationale vragen niet doortastend optreden...
De priesters vrezen de Pruisische regeering. De aanklacht van een schoolmeester of van eerder welken beambte is voldoende om den priester als radikaal-Poolschgezinde verdacht te maken en dan is op een pastoorschap in Opper-Silezië niet meer te denken. Systematisch worden de Opper-Silezische pastorijen toevertrouwd aan regeeringsgezinde priesters en de Poolschgezinde geestelijken worden verbannen naar de rein Duitsche streken, vooral naar de diaspora in Brandenburg en in Pommeren.
Want de kerk is in Pruisen niet vrij. De regeering heeft meer te zeggen dan de bisschop, ten minste wanneer het om de toekenning eener pastorij gaat.

Mag ik dan niet besluiten dat de toestand der Opper-Selezische Polen een zeer treurige is? Alleen de Poolsche bladen, waarvan de bijzonderste zijn de Dziennik Slaski, de Katolik, de Gornoslazak en de Gazeta O Polska, kunnen de germaniseering slechts weinig tegenhouden.

Tot hiertoe waren er weliswaar in den Pruisischen Landdag drie en in den Duitschen Rijksdag vier Poolsche afgevaardigden uit Opper-Silezië maar waarschijnlijk zullen ook zij hunne mandaten in de toekomst niet kunnen behouden. Dan zal nog alleen de Centrumspartij de rechten in Polen te verdedigen hebben.

Helaas, veel schuld aan de slechte behandeling der Polen draagt ook de Poolschgezinde leider Korfantie. Door zijne overdrevene vorderingen en door zijne driftige redevoeringen versterkte hij slechts de regeering in de onderdrukking der Polen, want waren alle Opper-Sileziërs gezind zooals hij dan ware de Pruisische staat niet meer zeker van zijne provincie.
Tegenwoordig heeft Korfantie allen invloed in Opper-Silezië verloren en moet nu zelf inzien dat hij meer geschaad dan geholpen heeft.

Wij Polen willen den Keizer geven wat den Keizer toekomt maar wij verlangen ook voor ons volk zijn recht. De Poolsche taal hoort ons volk toe en niet den Keizer. Mocht hij ze beschermen in plaats van ze te laten verdrukken. Herhaaldelijk heeft hij verzekerd dat zijne Poolschsprekende onderdanen hunne moederspraak zou gelaten worden. Maar de heerschende Polenpolitiek maakt het Keizerlijk woord tot leugen. De Polen zuchten onder het juk dat men hun oplegt tegen den wil en de overtuiging in van de groote meerderheid van het Duitsche volk...
Dat heeft nog laatst de Rijksdag den Rijkskanselier zeer duidelijk kunnen voorleggen. Meer dan tijd is het dat de regeering er rekenschap mee houde. De Polen verlangen slechts naar het Pruisische slagwoord suum cuique.

Laat mij bij dit schrijven nog even herinneren aan de mislukte poging van den Pruisischen staat die ook van het Vlaamsch publiek gekend is, om de Polen hunne grond te ontnemen.
Het Ansiedelunggesetz stelde 100 millioen ter beschikking eener Pruisische maatschappij van Kolonisatie, gesticht in 1894, om gronden af te koopen van de Polen en voort te verkoopen aan Duitsche landbouwers.
De vereeniging werd gesticht door Hansemann, Kennenmann en Tiedemann, naar wier initialen H.K.T. men de voorstanders dier werking Hakatisten doopte. In 1908 kwam de onteigeningswet hunne werking ter hulp; maar de uitslag weegt bijna niet op tegen de finantiële offers die daar zijn gebracht.

Ons Vlaamsche volk moge zich spiegelen aan die toestanden en er de vruchtbare lessen uithalen die ze, bij nader bedenken, zoo talloos blijken te bevatten.

Floris Prims



Voetnoot

...kon1
Voor nadere studie verwijs ik naar het recht wetenschappelijke werk van Lubor Niederle: “La Race Slave”. Statistique Démographie - Anthropologie. Traduit du tschèque par L. Léger. Alcan, Paris 1911
...Duitschland2
Naar de laatste statistiek telt Duitschland 3.450.000 Poolsche onderdanen
...kaart3
die spijtig genoeg heel onduidelijk afgedrukt is (Pros)


Vorige: De Schismatieke kloosters op den berg Athos.   Omhoog: Europa.   Volgende: De taal- en rasstrijden te Frankrijk.
Inhoudsopgave Index

Valid HTML 4.01 Transitional

Pros Robaer - 2009