Vorige: Godfried van Bergen.   Omhoog: België.   Volgende: Edgar Tinel.
Inhoudsopgave   Index


Pater Fernandus Verbiest.

(1623 - 1688)

Gepubliceerd op 25 november 1911

FernandusVerbiest Nu dat zijn geboortedorp en, naar we hopen, heel het christen Vlaanderen, in Ferdinand Verbiest een zijner edelste zonen staat te vieren, wil ook Ons Volk den even groote geleerde als zendeling hulde brengen en er toe bijdragen om den Vlaamschen geloofsheld door zijn land- en geloofsgenooten te doen kennen en hoogschatten.
Fernandus Verbiest werd den 9en October 1623 uit gegoede ouders geboren te Pitthem, in West-Vlaanderen, niet verre van Thielt gelegen. Over zijn kinderjaren valt weinig te zeggen. Op den goeien Vlaamschen buiten, in den reinen dampkring eener door-en-door christelijke familie, groeide Nand op tot een frisschen knaap, kloek-gezond naar ziel en lichaam. Een flinken kop, een edelmoedig hart.
Na zijn humaniora op het College der Paters Jezuïten, te Brugge begonnen en te Kortrijk geëindigd te hebben, trok Ferdinand naar Leuven, om op het College der Lelie in de wijsbegeerte te studeren. Hier rijpte een neiging die waarschijnlijk reeds lang in zijn binnenste ontkiemd was, tot een kloek besluit: na een jaar studie “willende een beter leven leiden”, bood de jongeling zich in het klooster der Jezuïten aan en werd in het Novicaat te Mechelen aanvaard. Na den proeftijd keerde hij naar Leuven terug om zijn studiën voort te zetten en met voorliefde legde hij zich toe op de studie der wiskundige wetenschappen. De hechte grondslag van zijn leven was gelegd: wetenschap en deugd.
Maar, noch dorre de studie der wetenschap, noch de strenge ascese binnen de muren eener kloostercel, konden die vurige ziel bevredigen; een hooger levensideaal tooverde voor zijn geest een heerlijk droombeeld en ontvonkte zijn hart van heilige geestdrift; hij wou de zee over, de wijde wereld in, om zielen te winnen voor zijnen God; hij zou missionaris worden.
Toendertijd beleefde de Katholieke Kerk een prachtige opbloei van hare overzeesche missiën; wat zij in Europa door het Protestantism verloren had, werd haar in de andere werelddeelen ruimschoots vergoed. Onder al de orden, muntten vooral de Jezuïten, als missionarissen uit. Alhoewel onze jeugdige kloosterling zijn theologische studiën voltrokken noch de priesterlijke wijding ontvangen had, vroeg hij aan en kreeg hij van zijn overheid oorlof, om naar de Spaansche missiën van Amerika te vertrekken. Doch onverwachte en onoverkomelijke hinderpalen kwamen op zijnen weg te liggen.
Niet Amerika was hem door de Voorzienigheid als arbeidsveld voorbestemd, maar wel China, het Hemelsch Rijk; daar, en niet elders, zou Zij hem roepen ter goeder ure.

PaterAdamSchall Een woordje geschiedenis zal, mijns erachtens, hier niet misplaatst zijn.
Honderd jaar te voren, in 1552, na in Indië en Japan wonderen van zielsijver gewrocht te hebben, zeilde de groote apostel Franciscus Xaverius naar China, om ook daar het ware geloof te verkondigen. Hij overleed echter op het eiland Sancian in het gezicht van het Hemelsch Rijk, met deze laatste bede op de stervende lippen: “Mijn God en Heer... mijn leven ten offer van China”.
Dit uitgestrekt Keizerrijk lag voor het christendom heelemaal braak. Niet aan Franciscus maar aan zijn volgelingen, en in 't bijzonder aan Pater Verbiest, een Vlaamschen Belg, wiens ijver hij op zo'n hoogen prijs stelde, zou het gegeven zijn in China een der baanbrekers te worden van de christene beschaving.
Verscheidene malen poogden missionarissen zich hier te vestigen. Maar vruchteloos. Eerst dertig jaren na Franciscus' dood (1582) gelukte het een Jezuïet, Math. Ricci, China binnen te dringen, onder het gevolg van een Potugeeschen gezant... Om missionaris te kunnen zijn onder het volk, trad hij als wiskundige op aan het Hof. Drie prinsen en tal van mandarijnen won hij voor het geloof en vond in hen voor het missiewerk een krachtigen steun. Onder de opvolgers van Ricci muntte uit den geleerde Pater Adam Schall, die zijn wetenschap, roem en invloed besteedde aan de uitbreiding des geloofs. Doch ook hier bleek waar het woord van den Zaligmaker: “Overvloedig is den oogst, doch gering het geta arbeiders.” Er werd een pater naar Europa afgezonden om priesters en kloosterlingen tot het zendelingenwerk in China op te wekken...

Zeilschepen Geen wonder zoo die oproep weerklank vond in de ziel van Pater Verbiest. Hij kreeg oorlof om te vertrekken...
In Januari 1657 ging hij scheep op een zwaar en log zeilschip, om eindelijk, in 1659, na allerlei wederwaardigheden, te Makao aan te landen. Hij werd naar eene provicie in het Noord-Westen van China gezonden om er het eigenlijke missionariswerk te verrichten. Voortaan heet hij Pater Nan-Hoai-Jin, dat evenveel beteekent als Nand-goed-hart. Een naam wel verdiend!
HavenMakao Slechts enkele maanden zou Pater Verbiest in zijn zendelingenpost blijven; hij werd naar Peking geroepen om Pater Schall in zijn wetenschappelijke taak bij te staan. De “zeer geleerde Doctor Ferdinandus”, zoo werd hij betiteld, werd door den keizer met achting en door zijn medebroeders met open armen ontvangen. Pater Schall, na Fernandus eenigen tijd aan 't werk geziet te hebben, riep vreugdevol uit: “Nu staat de Kerk te Peking voor een heerlijke toekomst!”

Niets liet vermoeden dat het orkaan over de jonge Kerk weldra losbarsten en haar met totalen ondergang bedreigen zou. Keizer Xun-chi, de groote vriend en beschermer der missionarissen, kwam te sterven en liet als troonopvolger een zoontje van acht jaar, onder de voogdij van vier mandarijnen, allen tegen den katholieken godsdienst vijandig gestemd. Allerlei laster werd tegen 't katholiek geloof en diens voornaamsten vertegenwoordiger Pater Schall rondgestrooid.
KeizerXunChi De Paters werden aangehouden en door omgekochte rechters ter gevangenis veroordeeld. Het gebeurde op 5 November 1664. Pater Verbiest, die de jongste en de kloekste was, kreeg de zwaarste boeien. Door een keizerlijk edikt werd de christene godsdienst als een dwaalleer en een groot gevaar voor den Staat gedoemd. Over heel het rijk spreidde zich de vervolging uit; al de geloofspredikers werden in hechtenis genomen...
Wat de gevangenen moeten geleden hebben, blijkt uit eene beschrijving van de gevangenis, die ons een pater heeft nagelaten:

“De kerker daar zij zaten was niet veel beter als een muit van alle kanten open, uitgesteld aan het gezicht van alle menschen, winden en regen, die op dezen tijd in grooten overvloed viel; de onzen kosten anders niet rusten als met het lichaam gelijk in een bol gerold. Deze rust werd gedurig onderbroken met malligheden van een onbeschaamd gespuis van fielten, die nevens hen zaten...”1

't Is als bij mirakel, dat de paters een allerwreedsten dood ontsnapten. Reeds waren Pater Schall en eenige christen prinsen veroordeeld om levend in kleine stukjes gehakt te worden. Hetzelfde lot bedreigde Pater Verbiest. Daar Pater Schall door een beroerte getroffen en van de spraak beroofd was, stond Pater Verbiest de vijanden van het geloof voor het gerecht te woord, met zooveel welsprekendheid en onversaagdheid dat de rechters er over verbaasd waren. Den 16en April moest het doodvonnis bepaald worden geteekend.
AstronomischObservatorium Maar een aardbeving sloeg de Chineezen de vrees in het hart. Dat was de hand Gods, zeiden zij. Door deze omstandigheid en meteen door de kranige houding van Pater Verbiest, kwamen de paters op vrije voeten. Maar met rust gelaten werden zij niet...
De kerken werden gesloten; de beelden verbrijzeld; al de priesters naar Kanton verbannen. Slechts vier priesters ―waaronder Schall en Verbiest― mochten te Peking blijven, in het klooster opgesloten en onder strenge bewaking. Kort daarop stierf Pate Schall; de drie overblijvenden brachten de jaren dezer afzondering door in arbeid en gebed. Wilt gij de zielsgesteldheid van Pater Verbiest kennen gedurende al die bange jaren, leest wat hij schreef naar den Eerw. Pater Provinciaal der Vlaamsch-Belgische Provincie:

“Meer dan dertig maal werd ik, in 't aanzien van heel het hof, geketend naar de Rechtbank geleid. Hoe klonk dan het geknars en het gekrijsch mijner negen boeien mij zoeter in de ooren dan weleer het feestgebulder der kanonnen, welke men, in meer dan dertig steden, losbrandde ter mijner eere, wen ik op 's Keizers bevel naar Peking trok. Oh! Ware het mij gegund voor u te staan met in mijne hand niet enkele lijdensbladeren en dra te verwelken smartebloemkens, maar een ongeschonden martelaarspalm, roodgeverwd in mijn bloed.”

Niet de martelaarskroon was voor hem weggelegd; maar de weg tot eer en roem lag voor hem open. In 1668 was het den mahomedaanschen sterrekundige, die vroeger Pater Schall had aangeklaagd en diens plaats ingenomen aan het Wiskundig Hof, gansch onmogelijk den jaarkalender op te maken.

(Naar het begin van de volgende kolom)

  Niemand werd bekwaam gevonden de moeilijkheid op te lossen.
Eindelijk herinnerde een mandarijn den Keizer aan de astronomische kennis der Paters Jezuïten. Pater Verbiest werd aan het Hof ontboden en wist al gauw den moeilijken knoop door te hakken. En toen hem om bewijzen gevraagd werd, viel hij aan 't werken, en door middel van de tuigen der sterrewacht toonde hij aan, tot driemaal toe, in tegenwoordigheid van vele geleerden en eens in 't bijzijn van den Keizer zelf, dat hij juist berekend had en dat de mahomedaan een ellendige bedrieger was.
PaterVerbiestAlsMandarijn Licht valt te begrijpen valt de opschudding, door dit alles teweeggebracht. Hoog in aanzien steeg Pater Verbiest; door Keizer Cam-hi werd hij benoemd tot Voorzitter van het Wiskundig Hof; later zou hij zelfs mandarijn, opper-president van den Oppersten Raad en evenveel als opper-ingenieur van het Hemelsch Rijk worden. Steeds genoot hij den vriendschap des keizers en leefde met hem op vertrouwelijken voet, eer en gunst die slechts zij kunnen waardeeren die de gebruiken van het Chineesch Hof kennen.

Niet dat de geleerdheid van Pater Verbiest overschat werd! Onze Vlaamsche Jezuïet was een man der wetenschap van het eerste gehalte en verbazend is zijn arbeid op wetenschappelijk gebied. Nu spreek ik den heer Rabbay na:

“Hier is het de plaats niet om lang uit te weiden over de zoo vruchtbare loopbaan van Pater Verbiest, die wij ook meest als geleerde willen beschouwen. Wellicht ware een gansch menschenleven noodig om in onze hedendaagsche talen weer te geven wat de wondere man van geleerde werken heeft geschreven in het Latijn, in het Chineesch en in 't Tartaarsch. Een en dertig merkwaardige boeken heeft hij opgesteld, handelende over godgeleerdheid, wijsbegeerte en wetenschappen. Geleerden zijn sedert jaren aan den arbeid om over den vermaarde man een standaardwerk uit te geven, dat zijner verdienste en zijns vernuft moge waardig zijn.”

Slechts enkele bijzonderheden om een denkbeeld te geven van zijn reuzenarbeid en ongemeene waarde op wetenschappelijk gebied. Als Voorzitter van het Wiskundig Hof richtte hij dit opnieuw in, voorzag de sterrenwacht van nieuwe instrumenten, waarvan hij ofwel de geniale uitvinder ofwel de kunstige vervaardiger was, als bijvoorbeeld een prachtig artistiek-bewerkten wereldbol in gesmolten metaal, een wateruurwerk van eigen vinding, een dergelijk uurwerk, dat op bepaalden tijd een klok kon doen luiden. Hij maakte bovendien tal van machienen, om ter fijnst uitgedacht en ineengezet, die meestal beschreven en uitgelegd staan in een zijner werken: “Astronomia Europaea”.
Voor de hovingen en het paleis des keizers vervaardigde hij alle slag van hydraulisch getuigom ze van water te voorzien en tegen de overstroomingen te vrijwaren. Onze geleerde Vlaming is nog de uitvinder van een soort wagentje en scheepje, welke door den stoom in beweging werden gebracht. “Deze welgelukte toepassing van den stoom op vervoermiddelen” merkt M. de Haulleville op, “geschiedde een eeuw en half voor Fulton en Watt, en meer dan twee honderd jaren vóór de uitvinding der automobielen”.

Doch genoeg over den man der wetenschap2; nog een woord over den man Gods. Ten midden van dien ontzaglijken wetenschappelijken arbeid verloor de priester-zendeling zijn hoogere roeping niet uit het oog! Steeds bleef hij de leuze van de Stichter zijner Orde indachtig en getrouw: “Alles tot meerdere eer en glorie van God!”
Zijn wetenschappelijke arbeid moest strekken om den God der christenen te verheerlijken en de oogen der Chineezen te openen voor de klaarheid van het christen geloof. “Gelijk de kennis der sterren” zoo schreef hij zelf, “eens de Wijzen uit het Oosten naar Bethlehem voerde en hen in aanbidding neerwierp voor het goddelijk kind, zoo ook zal de sterrenkunde de volkeren van China den weg wijzen, die hen brengen zal voor het altaar van den waren God.”
Zijn invloed bij den Keizer maakte hij dienstbaar aan de verspreiding van het Christendom, door vrijen toegang te verkrijgen voor de missionarissen. Terwijl hij aan wetenschap deed, arbeidden zijne medebroeders, onverdroten en ongestoord, aan het heil der zielen. Dank zij Pater Verbiest wies de Chineesche Kerk als het mostaardzaadje tot een machtigen boom, waar prinsen en mandarijnen, zoowel als eenvoudige lieden kwamen in schuilen. Noch de groote gunst waarin Verbiest aan het Hof stond, noch de eereambten tot dewelke hij verheven werd, noch de hooge faam tot dewelke hij ook in Europa en in zijn geliefd vaderland geraakt was, konden Pater Verbiest verblinden door ijdelheid en zelfgenoegzaamheid. Hij was en bleef een eenvoudig man, een nederige kloosterling. Wat te bewonderen is. Immers voor velen is het lijden lichter om dragen, dan wel eer en roem. Hij schreef aan een medebroeder:

“Weest seker dat ick met alle die eere die den Coninck mij doet, als ook met de estime van de groote mandarins seer luttel troost hebbe in mijn hert, ende dat ick veel liever, aangaande mijns lust, soude leven het leven van onsen salich overleden vader S. Faber, met loopen in de missiën, ende om te gaen met de arme christenen, als wel met de mandarins te traineren; maar ick sta nu op desen wech ende ick kan nochte en mach niet te rugghe keeren...”

Die taal was oprecht. Wanneer hij ambtshalve in staatsiekleedij moest ten Hove verschijnen, droeg hij onder zijn kostbaar gewaad een boetekleed.
Wat zijn oprechtheid ten overvloede bewijst is de zielsgrootheid, door hem in het lijden aan den dag gelegd. Want ook dit bleef hem niet gespaard. Niet alleen de vervolging vanwege de vijanden van buiten, zooals wij hierboven zagen, doch ook het lijden, dat nog meer de ziel schrijnt en hare veerkracht verslapt: het lijden door eigen geloofsgenooten aangedaan. Pater Verbiest werd niet door al zijn geloofsbroeders begrepen; zijn werking niet geschat als het zijn moest; zijn bedoeling ook meermalen verkeerd uitgelegd. Is dat het merk niet, waar Onze Lieve Heer veelal het werk der zijnen mede ijkt en bezegelt? Pater Verbiest sprak, wanneer het voor het heil zijner beminde bruid, de Cineesche Kerk, noodig scheen; verder zweeg hij en leed in stilte; hij arbeidde en bad...

Zijn taak hier beneden zou haast ten einde loopen. Den dood voelende naderen, schreef hij tot den Keizer: “Sire. Ik sterf tevreden. Ik bid ootmoedig Uwe Majesteit, na mijn dood te willen gedenken, dat al mijn werken voor enig doel hadden, in den persoon van den machtigsten vorst uit het Oosten, een beschermer te winnen voor den heiligsten der godsdiensten.”
PraalgrafPaterVerbiest In deze woorden ligt het levensdoel opgesloten van den nederigen kloosterling, van den uitstekenden man der wetenschap, van den grooten zendeling die Ferdinand Verbiest heette en tot eer strekt van ons Vlaamsche volk, wiens edel kind hij was en van de Jezuïetenorde, tot dewelke hij behoorde, en van de Roomsche Katholieke Kerk, wier trouwe zoon hij was en die hij heeft gediend door zijn arbeid en zijn wetenschap.

Fernandus Verbiest stierf op 28 Januari 1688, met eer en roem overladen en nu nog, op zijn stoffelijk overblijfsel, rijst het praalgraf, dat het dankbare China aan zijnen weldoener heeft opgericht.

Vlaanderen, waarom moest gij zoolang uwen groote zoon vergeten? Goddank, de dag der eerherstelling nadert3.

Nawoord.

Om de nieuwsgierigheid van sommige lezers te bevredigen.
Wat is er van het groot christen beschavingswerk van Pater Verbiest en diens medearbeiders overgebleven? Niet veel...
De toekomst van den katholieken godsdienst ging zwanger aan rijke beloften, maar de oogst die stond te rijpen, leed groote schade door het onkruid der tweedracht en werd grootendeels door de stormen der vervolging vernietigd.
Er ontstond onder de zendelingen een heilige strijd ―strijd die tot in Rome weerklank vond― omtrent het accomodatiesysteem; dat is omtrent het aanpassen van sommige Oostersche ritussen en gebruiken bij den katholieken godsdienst. “Ook sedert 1631 waren missionarissen van andere Orden in China werkzaam, wien het gedeeltelijk aan voorzichtigheid ontbrak. Men zou gezegd hebben dat zij kwamen om te maaien waar ze niet gezaaid hadden, om twist te stoken en het bekeeringswerk te vertragen.”4
In het jaar 1722 kwamen darenboven den christenen vijandige vorsten op den troon. Tien jaren lang woedde er een hevige vervolging. De herders werden vermoord of uit het land gedreven; de kudde liep verstrooid uiteen.

Goddank, sinds de tweede helft der laatste eeuw bloeien de Chineesche missiën weder op, en hier mogen wij met fierheid wijzen op tal van Vlaamsche zendelingen, die 't christen beschavingswerk van Pater Verbiest in China voortzetten.
Moge het zaad, dat zij in 't zweet huns aanschijns uitstrooien en met hun tranen, soms met hun bloed bevochtigen, gedijen tot een prachtigen oogst, vrij, inwendig, van alle onkruid en beschut tegen alle stormen van buiten.

E. Van de Perre, pr.



Voetnoot

...die nevens hen zaten1
Tekst van Pater de Rougemont
...man der wetenschap2
Wie over Pater Verbiest als man der wetenschap meer verlangt te weten, kope het uitmuntend werk van de heer Rabbay. 't Is verkrijgbaar bij den drukker J. Veys, Pitthem, West-Vlaanderen. Prachtuitgave: 2,50 fr. Gewone uitgave: 1,50 fr.
...de dag der eerherstelling nadert3
Eerstdaags wordt er een Comiteit gesticht om den grooten, geleerden geloofsheld te huldigen en hem een gedenkstuk, zijner waardig, te Pitthem op te richten. Volmondig beamen wij den wensch, dien den heer Rabbay uitdrukt: “Men gedenke evenwel dat Pater Verbiest niet alleen de roem is van Pitthem, maar tevens de luister en roem van gansch het vaderland. Derhalve ware het billijk en rechtvaardig, dat een man van zoo hooge verdienste ook gevierd werd in de hoofdstad van de provincie waaraan hij toebehoort. Ja, moge aldra den dag gloren waarop de loopbaan van den held die we onze lezers hebben doen kennen, ten aanzien van gansch de Belgische natie worde voorgesteld, in een luisterrijke stoet, in de schilderachtige straten van het oude Brugge, de stad der heilige optochten.”
...het bekeeringswerk te vertragen4
Tekst van Kardinaal Hergenröther


Vorige: Godfried van Bergen.   Omhoog: België.   Volgende: Edgar Tinel.
Inhoudsopgave Index

Valid HTML 4.01 Transitional

Pros Robaer - 2009