|
Gepubliceerd op 23 maart 1912
Een der jongste maar tevens een der krachtigst groeiende werken
op maatschappelijk gebied, zijn voorzeker de Oost-Vlaamsche
Boerinnenkringen. Onze buitenvrouwen waren zonder steun of
leiding gebleven in het algemeen streven naar ontwikkeling en
verheffing, welke men in den laatsten tijd allerwege waarnam.
Barones Herman della Faille d'Huysse, echtgenoote van senator della Faille van Deurle, riep in 1911, te Gent de voornaamste
werksters en werkers voor vrouwenontwikkeling bijeen en bracht
het Provinciaal Verbond der Boerinnenkringen tot stand.
Er kwam beweging onder de buitenvrouwen; er ontstond eenheid in
de richting der bestaande kringen, eendracht in de aangewende
pogingen, terwijl ook de sluimerende krachten werden opgewekt.
De wakkere voorzitster begreep dat alle huisvrouwen, welke ook
haar stand zij, aan dat verheffend werk moesten meedoen, en zij
noodigde een paar weken de voornaamste adellijke damen van
Vlaanderen tot medewerken uit. Haar oproep werd op de gunstigste
wijze beantwoord.
Reeds met Nieuwjaar 1912 omvatte het verbond drie-en-twintig
kringen, met nagenoeg 2.400 leden. Hoe verheugend feit, te zien
hoe onze adellijke damen zich met fierheid en ijver met het werk
bezig houden; hoe hartelijk en ongedwongen zij zich met de
landbouwsters, de volksvrouwen en de werkmeisjes onderhouden, en
welke sympathie er tusschen onze kasteel-, hoeve- en
hutbewoonsters ontstaan is.
Dat is het werk van Mevrouw della Faille en van hare twee knappe
ondervoorzitsters. Mej. Marie De Vuyst,
eerste onder-voorzitster uit Borsbeke (Vlaanderen),
stichtte den 25 October 1908 den eersten Boerinnenkring harer
provincie, waarvan zij ook de werkzame voorzitster is. Mejuffer
De Vuyst is niet alleen de milde weldoenster harer behoeftige
dorpsgenooten; zij is tevens de onvermoeibare arbeidster op het
gebied van menschlievende en maatschappelijke werken, naar het
voorbeeld van wijlen haren vader, de heer Antoon De Vuyst.
Deze waardige man overleed in 1911 en was ruim veertig jaar
burgemeester van Borsbeke. Zijn medeburgers had hij tot welstand
weten te verheffen door zijne gestadige aanhoudende zorgen, door
zijn voorbeeld, en door het stichten en onderhouden van allerlei
maatschappelijke werken.
| |
Zijne ieverige dochter vindt eene krachtige opwekking bij haren
broeder, den heer Paul De Vuyst, bestuurder van het Ministerie
van Landbouw, en de schrijver van “De Maatschappelijke rol der
Boerin”, een werk van ongemeene waarde zoo op maatschappelijk
gebied als op het gebied van landbouw, en de vrucht van zeer
grondige waarnemingen van hier en elders.
Mejuffer De Vuyst wist haren kring tot bloei te brengen door
voordrachten, prijskampen, aanmoedigingen en proefnemingen over
alles wat de landelijke huishoudster aanbelangt en stichtte
aldus een onberekenbaar nut.
Mevr. Louise Van Damme-Dhondt, van
Wachtebeke, de tweede ondervoorzitster van het Verbond, is
de zoo gunstig gekende meesteres van landbouwhuishoudkunde.
Zij begon in 1890 met het houden van steeds gretig gehoorde
voordrachten, was gedurende zes jaar eene gewaardeerde meesteres
aan de Landbouwberoepsschool voor meisjes, te Bouchout bij
Antwerpen, en deed verscheidene studiereizen in Holland,
Duitschland en Frankrijk. Later werd haar het bestuur der
opkomende, rondreizende landbouwhuiskundige school van
West-Vlaanderen toevertrouwd. Zij was het die de eerste
Boerinnenkringen in België tot stand bracht, nl. te
Alverighem, in 1906, en daarna te Belleghem,
Thorhout, Iseghem, Gheluwe, Kortrijk,
Cortemarck, Ardoye, Rumbeke, Burst,
Ghistel, Couckelaere, Eerneghem, Thielt,
enz, enz
Honderden voordrachten hield zij voor de landbouwsters en de
huismoeders; haar bezadigd, overtuigend woord had steeds den
weldadigsten invloed; hare stevige bekwaamheid gepaard aan hare
rijke ondervinding, heeft menige vrouw den weg gewezen naar
welstand en geluk. In 1901 gaf zij, samen met Mej. Theodorine
Deleu ―de even verdienstelijke landbouw-onderwijzeres, thans
toezichtster van het landbouw-huishoudkundig onderwijs― een
voortreffelijken “Melkerijleergang” uit, dir thans reeds
verscheidene herdrukken beleefd heeft.
Men ziet dat het Verbond der Boerinnenkringen van
Oost-Vlaanderen aan ijverige en bekwame handen is toevertrouwd.
Sedert Nieuwjaar verschijnt een tijdschrift van het verbond,
De Landbouwster, sekretariaat: Godshuizenlaan, 35, te
Gent. Het tijdschrift is de waardige tolk van het zoo
verdienstelijk als praktisch werk des Verbonds.
L. V. H.
|