Vorige: Natuurkunde.
Omhoog: Natuurkunde.
Volgende: Hoe bederven eetwaren?
Inhoudsopgave
Index
Over Radium.
Gepubliceerd op 25 november 1911
Lichtgevende stoffen.
Onder de menigvuldige lichtgevende stoffen munt vooral het
Radium uit door zijne buitengewone eigenschappen. Zij doen
zich zoo eigenaardig voor, dat eeuwenoude grondbeginselen der
natuurwetenschap, namelijk de onvernietigbaarheid der stof,
dreigen weg te vallen. Aldus beweren de voornaamste natuurkundigen.
Volgens hen schittert er een nieuw lichtje in de geheimvolle natuur;
ik beoog er enkele stralen van uit te zenden.
De lichtgevende lichamen
Zoo groot zijn deze in getal, dat ze wellicht meer levende wezens
verlichten dan de zon zelve.
- Fluoresceerende stoffen
Een aantal stoffen werpen een
eigenaardig licht af, onder den invloed van zonlicht: het petroleum,
bijvoorbeeld. Deze fluorescentie verdwijnt zoohaast de invloed der
zon eindigt.
- Phosforesceerende stoffen
Hier sturen de de stoffen het
licht uit in het donker, lijk de phosfor of lichtdrager. De uiterlijke
prikkel is de warmte, het licht, een scheikundig verloop, eene
mecanische werking, eene stofontbinding; herinnert u het
zonderling schijntje van bedorven visch of vleesch.
Tusschen de millioenen phosforesceerende bewoners der zeeën zijn
er geheel verlicht, anderen met lichtenden kop als een aureool,
anderen nog met licht aan weerszijden, lijk onze rijtuigen des
avonds, om het land der uiterste duisternis te verhelderen.
Over 't algemeen duurt de phosforescentie uren na het afnemen der
prikkels.
- Electrische lichtstralen
De electrische stroom is eene
machtige lichtgevende bron. Gij kent de afspringende vonk van den
geleider bij het naderen van den vinger; de lichtpluim langs den
puntigen negatieven geleider.
Wordt de stroom in eene min of meer luchtledige flesch ontladen, dan
neemt het licht den vorm aan van een ei; electrisch ei. In nog ijler
buizen wisselt het licht af tot donkere tusschenruimten.
Crookes bewees, dat de negatieve lichtstralen, in buizen met
zeer verdunde lucht, loodrecht op den overkant der buis vallen, deze
verwarmen, en doen fluoresceeren; de buis bekomt eene purperachtige
schemering. Deze negatieve electrische lichtstralen in ijle buizen
noemt men Kathodestralen. Om deze eigenschappen vast te
stellen had Crookes in de glazen buis een aluminium kruis geplaatst,
dat zijn schaduw op de wanden wierp. Merken wij op dat de
kathodestralen in de glazen buis weerhouden blijven.
Later nam Röntgen een Crookes buis, bekleedde ze met een doorschijnend karton, en
niettemin fluoresceerde eene in de nabijheid liggende stof, zelfs
nog na het tusschenplaatsen van een lijvig boekdeel van 1000
bladzijden. Wat meer is, Röntgen zag, diep ontroerd, op een
naastbij staande schouw heel het geraamte van zijne hand.
De Radioscopie, d.i.t.z. het klaar dwars door een lichaam zien,
was gevonden.
Aan deze nieuwe soort doordringende stralen gaf Röntgen den naam
van X-stralen. De X-stralen zijn al-doordringend: papier,
hout, stof, metaal. Wanneer men tusschen de
Röntgenbuis en eene photographische
plaat, bijvoorbeeld de hand plaatst, bekomt men een blijvend
afbeeldsel van het hand-geraamte of eene radiographie.
- Becquerelstralen
Door de belangwekkende ontdekking van
Röntgen, voelde H. Becquerel zich aangespoord tot verdere
proefnemingen. Becquerel plaatste siraniumzout op een
omslag, waarin eene photographische plaat lag opgesloten, en bekwam
het afbeeldsel van het zout. Zou er hier geene fluorescentie door
zonlicht zijn ontstaan, fluorescentie die dan X-stralen had
voortgebracht?
Becquerel zou het onderzoeken. In eene tweede proefneming werd de
papieren omslag door een koperen plaatje vervangen... Geene
afbeelding meer... Heel het stelsel werd in eene schuiflade
opgesloten. Na enkele dagen vond Becquerel een sterken afdruk. De
fluorescentie kon niet meer als oorzaak worden beschouwd. Deze werkt
in het donker niet. Er waren dus stralen in het spel, stralen die
spontaan ontstaan en doordringingsvermogen bezitten.
Spontane lichtgevende stoffen bleven ons tot nog toe onbekend;
fluorescerende en phosforesceerende stralen vergen allerhande
prikkels; Kathodestralen en X-stralen een electrischen stroom; de
Becquerelstralen zijn lichtgevend door eigen kracht.
Aan deze eigenaardige voortdurende en spontane afstraling gaf
mevrouw Curie den naam van radioactiviteit; stoffen die
Becquerelstralen uitzenden noemt men radioactieve stoffen.
Nog een stap en wij staan voor het reusachtig Radium.
Dr Nuyens
Vorige: Natuurkunde.
Omhoog: Natuurkunde.
Volgende: Hoe bederven eetwaren?
Inhoudsopgave
Index
Pros Robaer - 2009