|
Er is weer wat nieuw leven gekomen in de Turksche brouwerij.
Op het oogenblik dat men op het punt was vrede te sluiten hebben
eenige wargeesten den boel weer in duigen gegooid.
Men beweerde dat het Turksche volk de schandelijke
vredesvoorwaarden der Balkanstaten niet wilde aannemen en
dat het ministerie verraad pleegde. Daarom den boel maar
omvergekegeld. Er zijn weer heel wat pennen kapot en heel wat
inktpotten ledig geschreven over deze staatsgreep. De algemeene
indruk is dat de toestand er niet op verbeteren zal en dat de
kans op een voortzetting van den oorlog er door gestegen is.
Want de heethoofden, die thans aan het bewind zijn, zijn voor
alles in staat.
Ze beweren wel dat zij door de vredesvoorwaarden te verwerpen
handelen naar de wensch van het Turksche volk, maar
verschillende menschen, die van de zaken op de hoogte zijn,
gelooven daarvan geen zier.
De revolutie is enkel en alleen het resultaat van een
samenzwering van het Jong-Turksche komiteit, dat uit politieke
avonturiers is samengesteld en niet uit vaderlandslievende
gronden handelde, doch uitsluitend om weer aan het roer te
geraken.
De mannen van deze revolutie hebben hoegenaamd geen publiek
achter zich. De groote massa van de inwoners van
Konstantinopel en uit de provincies zijn absoluut
onverschillig over het lot van de landstreek, die door de
Balkanstaten wordt opgeëischt.
Slechts weinige heftige fanatieken eischen de voortzetting van
den oorlog.
Middenwijl heerstch er in de internationale politiek een groote
zenuwachtigheid. Want de Jong-Turken, die nu aan het bewind
zijn, en reeds zooveel onheil over Turkije gebracht hebben,
zullen ongetwijfeld weer dwaasheden begaan. Reeds nu komen
berichten dat door hunne schuld de oorlog opnieuw begint.
| |
Maar wat zullen nu de andere mogendheden doen?
Men vergete niet dat Rusland, Roemenië en
Oostenrijk weken en maanden voor een oorlog hebben
uitgerust en troepen hebben gemobiliseerd.
Er is slechts een enkele vonk noodig om een geheel reusachtig
vuurwerk aan te steken. Reeds nu wordt ook gemeld dat de
Driebond aan Turkije moreelen steun heeft toegezegd. Die
moreele steun zou wel eens in daadwerkelijken steun kunnen
veranderen. De Driebond wordt hier vertegenwoordigd door
Oostenrijk-Hongarije dat met zijn reusachtige legermacht op de
grenzen van den Balkan ligt ern steeds wacht...
Oostenrijk-Hongarije, wiens leger langs de eene zijde, naar men
zegt, onder bevelhebberschap van Aartshertog Frans Ferdinand, sinds jaren als een gevangen leeuw
aan den keten rukt om zijn klauwen uit te slaan en langs den
anderen kant steeds wordt beheerscht door de vredelievende
gezindheid van den ouden grijzen keizer Frans Jozef.
Er is den laatsten tijd in de Fransche en in de
Fransch-Belgische pers veel kwaad vuur gestookt tegen
Oostenrijk-Hongarije. Er was oneenigheid in het leger, de
soldaten van slavischen oorsprong zouden niet tegen hun eigen
stamgenooten willen vechten, de Slavische volkeren zouden zich
van het Duitsche element afscheuren en met de triomfeerende
volkeren van den Balkan één staat uitmaken. Maar dit alles
heeft geen nood.
Het Oostenrijksch leger is een der best ingerichte legers van de
wereld... De nieuwe legerwet heeft het leger, de krijgsmarine en
de landweer op een breede basis gezet.
De indeeling der regimenten is derwijze ingericht dat de
verschillende volksstammen met elkaar zooveel mogelijk in
aanraking komen. De soldaten afkomstig uit de eenzame woeste
bergen van Herzegowina liggen in de moderne Duitsche
grootstad Weenen; de zonen van de Hongaarsche binnenlanden
aan de blauwe Adriatische Zee, de verwende Weensche jonkers
legeren in de ruime bergstreken van Bosnië.
De zoozeer verscheiden terreingesteltenissen in het land laten
een allerdegelijkste en zeer uitgebreide scholing voor alle
gevechten toe.
Het land kan 49 infanterie- en 8 kavaleriedivisies in het veld
brengen. Waarlijk een niet te versmaden getal. We hopen echter
dat Oostenrijk nooit tot dit “kunnen” zal behoeven over te
gaan.
Alf. Martens.
|