Vorige: De oorlog op den Balkan(6).   Omhoog: Balkan.   Volgende: De talen op den Balkan.
Inhoudsopgave   Index


De oorlog op den Balkan(7).


Gepubliceerd op 7 december 1912

Konstantinopel.

Onder de veele kwesties die op het oogenblik de politieke wereld bezig houden is wel die van het lot der hoofdstad van Turkije ―van Konstantinopel― de voornaamste. Wel wijst er tot hiertoe alles op dat Konstantinopel voorloopig in handen der Turken zal blijven, maar er is slechts een enkele volk noodig om de licht ontvlambare gemoederen der verbonden Balkanvolkeren weer in licht laaie te zetten en den Turk met vuur en zwaard naar een ander werelddeel te verjagen.
Het feit dat aller oogen met belangstelling naar Konstantinopel zijn gewend, geeft ons aanleiding iets meer over deze eeuwenoude stad mede te deelen.
KaartStamboel Konstantinopel, door de Turken Stamboul en door de Slaven Carigrad of Keizersburcht genaamd, droeg aanvankelijk de naam van Byzantium en werd omstreeks het jaar 568 vóór Christus gesticht. De stad, die zich toen tot den heuvel bepaalde, waarop thans het Serail (de verblijfplaats des Keizers) zich verheft, ontwikkelde zich met grooten luister, toen keizer Konstantijn de Groote haar in 330 tot hoofdstad van het Romeinsche rijk bestemde en haar Constantinopolos of stad van Konstantijn noemde.
Na dien tijd bleef zij de residentie der Oost-Romeinsche keizers tot aan den ondergang des rijks (1453) en werd toen, nadat zij in den loop der eeuwen 29 maal belegerd en 8 maal veroverd was, de verblijfplaats des Sultans van het Turksche rijk.

Konstantinopel ligt op eene driehoekige landtong tusschen een diep landinwaats doordringenden arm van de Tracische Bosphorus, welke arm onder den naam van “Gouden Hoorn” de veilige haven vormt der stad, en tusschen de Zee van Marmora. Langs de basis van den driehoek grenst zij aan het vaste land van Thracië, en de geheele driehoek is omgeven door een drievoudige muur met 26 poorten.
Dit is het eigenlijke Konstantinopel, doch tot de stad behooren ook de voorsteden, die aan de haven langs de Bosphorus gelegen zijn, benevens de steden Skoetari1 en Kadikoei aan de overzijde. De meest beroemde steden zijn Galata, Pera en Top-Chaneh.
De stad is wegens den heuvelachtigen bodem terrasvormig gebouwd, en levert met hare sierlijke tuinen, moskeeën, minarets, enz. van de zijde van den Gouden Hoorn een zeer schilderachtig schouwspel, zoodat men bij weinig steden zoo'n prachtig panorama aantreft. Te meer is de reiziger dus te leur gesteld door de nauwe, kromme en morsige straten der binnenste gedeelten, hoewel die toestand sedert den brand van 6 en 7 September 1865 en dien van 3 Mei 1866, aanmerkelijk verbeterd is.
Tot de merkwaardigste gebouwen behooren er het oude en het nieuwe Serail, de voormalige Aya Sophia ―thans een moskee― de moskee van Soliman, die van Achmed, die van Mehemed en die van Mahmoed, voorts de beide obelisken op het grootste plein der stad, het kasteel der Zeven Torens, waar tevoren de gezanten van vreemde mogendheden tegen de volkswoede in veiligheid werden gebracht, 2 waterleidingen door de keizers Valens en Justinianus gebouwd, met prachtige waterbakken, en eindelijk de overblijfselen van Magnaura, het paleis der Byzantijnsche keizers. Ook verheffen er zich nog merkwaardige zuilen uit den ouden tijd.

Belangrijke vorderingen heeft intusschen de Europeesche bouwkunst gemaakt aan de overzijde van den Gouden Hoorn, op den Europeeschen oever van de Bosphorus. Pera is tegenwoordig een stad met sierlijke huizen, vele hotels van gezanten en geplaveide straten. Tusschen Pera en de haven ligt Galata, het middelpunt van den handel, met vele steenen huizen en eene nieuwe straat; voorts met een drietal bruggen, dat haar met de stad Konstantinopel verbindt.
Bij den ingand der haven, tusschen den Gouden Hoorn en de Bosphorus, verheffen zich de amphiteaters-gebouwde houten huizen van Top-Chaneh, door eene nauwe straat in twee helften verdeelt. Voor eenige jaren heeft men er een prachtig tuighuis gebouwd.
Ten noorden van Top-Chaneh liggen de voorsteden Findikly en Kabatay. Deze laatste desgelijks amphiteatergewijs gebouwd, telt vele aanzienlijke huizen, met een prachtig uitzicht op de Aziatische overzijde, en onmiddelijk achter haar ligt 't paleis Dolma-Bagdsje, dat in 1857 door den sultan betrokken werd; daarachter volgt een reeks van gehuchten, waar de Europeesche gezanten hunne zomerverblijven hebben. De voorsteden rondom het binnenste gedeelte der haven, hebben haar Turksch voorkomen veel meer bewaard.

Op den Aziatischen oever is Skoetari het middelpunt van een groep voorsteden en gehuchten. Hier heeft de Europeesche beschaving nog weinig vorderingen gemaakt behalve te Kadikoei ―het oude Chalcedon― waar men vele smaakvolle huizen en villa's aantreft.
Men telt te Konstantinopel met de voorsteden 64.500 huizen en 750.000 inwoners, van welke de helft tot de Mahomedanen behoort; voorts heeft men er vele Grieken, Armeniërs en Joden, die allemaal hun eigen stadskwartier hebben. Men vindt er meer dan 300 moskeeën en onder deze 13 keizerlijke; 30 Grieksche kerken met een patriarch en 12 bischoppen en evenzooveel Armenische2 met een patriarch. De katholieken hebben er een bisschop, 10 kerkenen 6 kloosters.
Er zijn 300 medressen of scholen van meer uitgebreid onderwijs; 1000 mekteb of scholen van lager onderwijs; ook heeft men er onderscheidene militaire scholen en 35 openbare boekerijen benevens eene universiteit welke niet veel betekent.

(Naar het begin van de volgende kolom)

  Er verschijnen 78 dagbladen, waarvan 18 in de Turksche taal. Men vindt er 3000 openbare badplaatsen; vele bazars en winkels en duizenden koffiehuizen.
Tot de voortbrengselen der nijverheid behooren er vooral voorwerpen van leder, tapijten, borduursels met goud en zilverdraad; wapens, welriekende stoffen en pijpenroeren. Wegens de prachtige ligging der stad ontwikkelt zich de handel meer en meer, hoewel de regeering weinig of niets doet om die te bevorderen. Jaarlijks bezoeken er een 20.000-tal schepen de haven.

De Aya Sophia.

AyaSophiaBuiten Onder de gebouwen van Konstantinopel die het meest onze aandacht wekken bekleedt de Aya Sophia of Heilige Sofiakerk de eerste plaats. De Aya Sophia is voor ons onafscheidelijk met den naam Konstantinopel verbonden. Wie deze kerk niet gezien heeft kan van dit overweldigend werk der christelijke bouwkunst geen gedacht vormen. De beroemde ontdekker Sven Hedin heeft van haar in zijn volksboek Von Pol zu Pol een zeer prachtige beschrijving gegeven. Hij schrijft als volgt:

“We bevinden ons in het jaar 548 na Christus' geboorte. Zooeven heeft men de laatste hand gelegd aan een der prachtigste kerken die ooit in de Christelijke landen werden gebouwd. Gedurende 16 jaren hebben er tien duizend werklieden onafgebroken aan gewerkt. Thans echter staat het reuzenwerk daar geheel afgewerkt en heden zal het in grooten luister aan de Heilige Wijsheid worden toegewijd. Justinianus, de groote keizer van het Byzantijnsche rijk komt in zijn snel viergespan aangehold en betreedt in gezelschap van den patriarch van Konstantinopel de kerk. Haar innerlijke is zoo wijdsch als een marktplaats; 56 meter hoog welft zich als een hemel de koepel.
Met trotschheid laat Justinianus zijn oogen over zijn reusachtig werk ronddwalen. Hij bewondert het bonte marmer aan de wanden, het kunstvolle mozaiek in den gouden achtergrond van den koepel, de honderden zuilen uit rood porphyr en groen marmer, welke de galerijen en den koepel schragen. Zeven gouden kruisen, elk een centenaar zwaar wegende, heeft hij aan de kerk geschonken. Veertig duizend kelkdeksels met paarlen en edelstenen bestikt en 24 bijbels, met gouden banden, elk twee centenaars wegende, bevinden zich in de sacristij. De deurbekleedingen van de drie portalen zijn gemaakt uit hout van de Ark van Noë en de deuren van den hoofdingang zijn van massief zilver3, de andere deuren zijn gemaakt uit eedelhout, elpenbeen en barnsteen. Tusschen twaalf zilveren zuilen prijkt, eveneens uit gedreven zilver, maar verguld, een beeld van den Gekruisigden Zaligmaker, een getrouwe copij van het kruis dat de Romeinsche barbaren 500 jaar geleden in Jeruzalem hebben opgericht.
Vol eerbied voor den Allerhoogste, maar tevens vol trotsch over zijn werk, valt Justinianus op de knieën en roept: 'Geloofd zij God die mij gewaardigd heeft dit werk te voleinden! Ik heb u overwonnen, o Salomon!”

AyaSophiaBinnen En nieuwe geslachten en nieuwe eeuwen volgen elkaar op. En nog steeds worden in de kerk der Heilige Wijsheid de Christelijke feestdagen luisterrijk gevierd en patriarchen en kerkvaders vergaderen hier voor de groote concilies. Weldra zijn duizend jaren over dit reusachtig godshuis heengegaan.
Doch daar komt den 29en Mei 1453. De Turksche Sultan heeft met zijne talrijke legerdrommen de muren van Konstantinopel bestormd. Waanzinnig van angst en schrik vluchten honderd duizend mannen, vrouwen en kinderen in de Aya Sophia, de stad aan de verwoesting prijs gevende...
Daar schetteren reeds de wilde trompetklanken van de hoogte der dicht gelegen heuvelen. Hartverscheurend angstgeschreeuw klinkt tegen de muren der kerk; moeders drukken hunne kinderen angstig aan de borst; echtgenooten omhelzen elkaar; galeislaven, de handen nog in de ketens geslagen, vluchten achter de donkerheid der zuilen... Denderend beuken de bijlen der Mahomedanen op de deuren: het kostbare hout en zilver vliegt in splinters uit elkaar. Dronken naar bloed stormen ze eindelijk binnen, met hunne kromzwaarden alles voor zich wegmaaiende en een vreeselijke slachting aanrichtende. Honderden weerloozen worden in boeien geslagen en als vee weggedreven. Met de kelk in de hand vlucht de mislezende bisschop door eene deur, welke zich volgens de legende achter hem toesluit en in een muur verandert.

Heden echter bevinden zich de Turken niet meer veilig in dit Heiligdom. Het uur der vergelding zal ook voor de plunderaars eens aanbreken en de bewoners van Stamboel begraven de dooden minder en minder in de schaduw dezer kerk, maar brengen ze nu meer en meer over naar Skoetari om hen daar veilig in den schaduw der Aziatische cypressen te laten rusten.
En de Grieken gelooven nog steeds, dat op den dag, waarop de Aya Sophia weer in handen der Christenen zal komen, de muur weer zal opengaan en den bisschop met den kelk in de hand zal doorlaten. Statig en kalm zal hij de kerk doorgaan, tot aan het hoofdaltaar ― waar hij de voor 450 jaren onderbroken mis verder zal lezen...



Voetnoot

...Skoetari1
niet te verwarren met de andere stad Skoetari, die nabij Montenegro gelegen is. (Pros)
...Armenische2
Armeense kerken, veronderstel ik. (Pros)
...zilver3
ik vrees dat de schrijver hier een klein beetje overdrijft... ;-) (Pros)


Vorige: De oorlog op den Balkan(6).   Omhoog: Balkan.   Volgende: De talen op den Balkan.
Inhoudsopgave Index

Valid HTML 4.01 Transitional

Pros Robaer - 2009