|
Konstantinopel.
Onder de veele kwesties die op het oogenblik de politieke wereld
bezig houden is wel die van het lot der hoofdstad van Turkije
―van Konstantinopel― de voornaamste. Wel wijst er tot
hiertoe alles op dat Konstantinopel voorloopig in handen der Turken
zal blijven, maar er is slechts een enkele volk noodig om de licht
ontvlambare gemoederen der verbonden Balkanvolkeren weer in licht
laaie te zetten en den Turk met vuur en zwaard naar een ander
werelddeel te verjagen.
Het feit dat aller oogen met belangstelling naar Konstantinopel
zijn gewend, geeft ons aanleiding iets meer over deze eeuwenoude
stad mede te deelen.
Konstantinopel, door de Turken Stamboul en door de Slaven
Carigrad of Keizersburcht genaamd, droeg aanvankelijk de
naam van Byzantium en werd omstreeks het jaar 568 vóór
Christus gesticht. De stad, die zich toen tot den heuvel bepaalde,
waarop thans het Serail (de verblijfplaats des Keizers) zich
verheft, ontwikkelde zich met grooten luister, toen keizer
Konstantijn de Groote haar in 330 tot hoofdstad van het
Romeinsche rijk bestemde en haar Constantinopolos of stad
van Konstantijn noemde.
Na dien tijd bleef zij de residentie der Oost-Romeinsche keizers
tot aan den ondergang des rijks (1453) en werd toen, nadat zij in
den loop der eeuwen 29 maal belegerd en 8 maal veroverd was, de
verblijfplaats des Sultans van het Turksche rijk.
Konstantinopel ligt op eene driehoekige landtong tusschen een diep
landinwaats doordringenden arm van de Tracische Bosphorus,
welke arm onder den naam van “Gouden Hoorn” de veilige haven
vormt der stad, en tusschen de Zee van Marmora. Langs de basis
van den driehoek grenst zij aan het vaste land van Thracië,
en de geheele driehoek is omgeven door een drievoudige muur met 26
poorten.
Dit is het eigenlijke Konstantinopel, doch tot de stad behooren ook
de voorsteden, die aan de haven langs de Bosphorus gelegen
zijn, benevens de steden Skoetari1 en
Kadikoei aan de overzijde. De meest beroemde steden zijn
Galata, Pera en Top-Chaneh.
De stad is wegens den heuvelachtigen bodem terrasvormig gebouwd, en
levert met hare sierlijke tuinen, moskeeën, minarets, enz. van de
zijde van den Gouden Hoorn een zeer schilderachtig schouwspel,
zoodat men bij weinig steden zoo'n prachtig panorama aantreft. Te
meer is de reiziger dus te leur gesteld door de nauwe, kromme en
morsige straten der binnenste gedeelten, hoewel die toestand sedert
den brand van 6 en 7 September 1865 en dien van 3 Mei 1866,
aanmerkelijk verbeterd is.
Tot de merkwaardigste gebouwen behooren er het oude en het nieuwe
Serail, de voormalige Aya Sophia ―thans een moskee― de
moskee van Soliman, die van Achmed, die van Mehemed
en die van Mahmoed, voorts de beide obelisken op het
grootste plein der stad, het kasteel der Zeven Torens, waar
tevoren de gezanten van vreemde mogendheden tegen de volkswoede in
veiligheid werden gebracht, 2 waterleidingen door de keizers
Valens en Justinianus gebouwd, met prachtige waterbakken,
en eindelijk de overblijfselen van Magnaura, het paleis der Byzantijnsche keizers. Ook verheffen er zich nog merkwaardige
zuilen uit den ouden tijd.
Belangrijke vorderingen heeft intusschen de Europeesche bouwkunst
gemaakt aan de overzijde van den Gouden Hoorn, op den Europeeschen
oever van de Bosphorus. Pera is tegenwoordig een stad met sierlijke
huizen, vele hotels van gezanten en geplaveide straten. Tusschen
Pera en de haven ligt Galata, het middelpunt van den handel, met
vele steenen huizen en eene nieuwe straat; voorts met een drietal
bruggen, dat haar met de stad Konstantinopel verbindt.
Bij den ingand der haven, tusschen den Gouden Hoorn en de Bosphorus,
verheffen zich de amphiteaters-gebouwde houten huizen van
Top-Chaneh, door eene nauwe straat in twee helften verdeelt. Voor
eenige jaren heeft men er een prachtig tuighuis gebouwd.
Ten noorden van Top-Chaneh liggen de voorsteden Findikly en
Kabatay. Deze laatste desgelijks amphiteatergewijs gebouwd,
telt vele aanzienlijke huizen, met een prachtig uitzicht op de
Aziatische overzijde, en onmiddelijk achter haar ligt 't paleis
Dolma-Bagdsje, dat in 1857 door den sultan betrokken werd;
daarachter volgt een reeks van gehuchten, waar de Europeesche
gezanten hunne zomerverblijven hebben. De voorsteden rondom het
binnenste gedeelte der haven, hebben haar Turksch voorkomen veel
meer bewaard.
Op den Aziatischen oever is Skoetari het middelpunt van een groep
voorsteden en gehuchten. Hier heeft de Europeesche beschaving nog
weinig vorderingen gemaakt behalve te Kadikoei ―het oude
Chalcedon― waar men vele smaakvolle huizen en villa's
aantreft.
Men telt te Konstantinopel met de voorsteden 64.500 huizen en
750.000 inwoners, van welke de helft tot de Mahomedanen behoort;
voorts heeft men er vele Grieken, Armeniërs en Joden, die
allemaal hun eigen stadskwartier hebben. Men vindt er meer dan 300
moskeeën en onder deze 13 keizerlijke; 30 Grieksche kerken met
een patriarch en 12 bischoppen en evenzooveel
Armenische2 met een
patriarch. De katholieken hebben er een bisschop, 10 kerkenen 6
kloosters.
Er zijn 300 medressen of scholen van meer uitgebreid
onderwijs; 1000 mekteb of scholen van lager onderwijs; ook
heeft men er onderscheidene militaire scholen en 35 openbare
boekerijen benevens eene universiteit welke niet veel betekent.
(Naar het begin van de volgende kolom)
| |
Er
verschijnen 78 dagbladen, waarvan 18 in de Turksche taal. Men vindt
er 3000 openbare badplaatsen; vele bazars en winkels en duizenden
koffiehuizen.
Tot de voortbrengselen der nijverheid behooren er vooral voorwerpen
van leder, tapijten, borduursels met goud en zilverdraad; wapens,
welriekende stoffen en pijpenroeren. Wegens de prachtige ligging
der stad ontwikkelt zich de handel meer en meer, hoewel de
regeering weinig of niets doet om die te bevorderen. Jaarlijks
bezoeken er een 20.000-tal schepen de haven.
De Aya Sophia.
Onder de gebouwen van Konstantinopel die het meest onze
aandacht wekken bekleedt de Aya Sophia of Heilige Sofiakerk de eerste plaats. De Aya Sophia is voor ons
onafscheidelijk met den naam Konstantinopel verbonden. Wie deze
kerk niet gezien heeft kan van dit overweldigend werk der
christelijke bouwkunst geen gedacht vormen. De beroemde ontdekker
Sven Hedin heeft van haar in zijn volksboek Von Pol zu Pol
een zeer prachtige beschrijving gegeven. Hij schrijft als volgt:
“We bevinden ons in het jaar 548 na Christus' geboorte. Zooeven
heeft men de laatste hand gelegd aan een der prachtigste kerken die
ooit in de Christelijke landen werden gebouwd. Gedurende 16 jaren
hebben er tien duizend werklieden onafgebroken aan gewerkt. Thans
echter staat het reuzenwerk daar geheel afgewerkt en heden zal het
in grooten luister aan de Heilige Wijsheid worden toegewijd.
Justinianus, de groote keizer van het Byzantijnsche rijk
komt in zijn snel viergespan aangehold en betreedt in gezelschap
van den patriarch van Konstantinopel de kerk. Haar innerlijke is
zoo wijdsch als een marktplaats; 56 meter hoog welft zich als een
hemel de koepel.
Met trotschheid laat Justinianus zijn oogen over zijn reusachtig
werk ronddwalen. Hij bewondert het bonte marmer aan de wanden, het
kunstvolle mozaiek in den gouden achtergrond van den koepel, de
honderden zuilen uit rood porphyr en groen marmer, welke de
galerijen en den koepel schragen. Zeven gouden kruisen, elk een
centenaar zwaar wegende, heeft hij aan de kerk geschonken.
Veertig duizend kelkdeksels met paarlen en edelstenen bestikt en 24
bijbels, met gouden banden, elk twee centenaars wegende, bevinden
zich in de sacristij. De deurbekleedingen van de drie portalen zijn
gemaakt uit hout van de Ark van Noë en de deuren van den
hoofdingang zijn van massief zilver3, de andere
deuren zijn gemaakt uit eedelhout, elpenbeen en
barnsteen. Tusschen twaalf zilveren zuilen prijkt, eveneens
uit gedreven zilver, maar verguld, een beeld van den Gekruisigden
Zaligmaker, een getrouwe copij van het kruis dat de Romeinsche barbaren 500 jaar geleden in Jeruzalem hebben opgericht.
Vol eerbied voor den Allerhoogste, maar tevens vol trotsch over
zijn werk, valt Justinianus op de knieën en roept: 'Geloofd zij God die mij gewaardigd heeft dit werk te voleinden! Ik heb u overwonnen, o Salomon!”
En nieuwe geslachten en nieuwe eeuwen volgen elkaar op. En nog
steeds worden in de kerk der Heilige Wijsheid de Christelijke
feestdagen luisterrijk gevierd en patriarchen en kerkvaders
vergaderen hier voor de groote concilies. Weldra zijn duizend jaren
over dit reusachtig godshuis heengegaan.
Doch daar komt den 29en Mei 1453. De Turksche Sultan heeft met
zijne talrijke legerdrommen de muren van Konstantinopel bestormd.
Waanzinnig van angst en schrik vluchten honderd duizend mannen,
vrouwen en kinderen in de Aya Sophia, de stad aan de verwoesting
prijs gevende...
Daar schetteren reeds de wilde trompetklanken van de hoogte der
dicht gelegen heuvelen. Hartverscheurend angstgeschreeuw klinkt
tegen de muren der kerk; moeders drukken hunne kinderen angstig aan
de borst; echtgenooten omhelzen elkaar; galeislaven, de handen nog
in de ketens geslagen, vluchten achter de donkerheid der zuilen...
Denderend beuken de bijlen der Mahomedanen op de deuren: het
kostbare hout en zilver vliegt in splinters uit elkaar. Dronken
naar bloed stormen ze eindelijk binnen, met hunne kromzwaarden
alles voor zich wegmaaiende en een vreeselijke slachting
aanrichtende. Honderden weerloozen worden in boeien geslagen en als
vee weggedreven. Met de kelk in de hand vlucht de mislezende
bisschop door eene deur, welke zich volgens de legende achter hem
toesluit en in een muur verandert.
Heden echter bevinden zich de Turken niet meer veilig in dit
Heiligdom. Het uur der vergelding zal ook voor de plunderaars eens
aanbreken en de bewoners van Stamboel begraven de dooden
minder en minder in de schaduw dezer kerk, maar brengen ze nu meer
en meer over naar Skoetari om hen daar veilig in den schaduw der
Aziatische cypressen te laten rusten.
En de Grieken gelooven nog steeds, dat op den dag, waarop de Aya
Sophia weer in handen der Christenen zal komen, de muur weer zal
opengaan en den bisschop met den kelk in de hand zal doorlaten.
Statig en kalm zal hij de kerk doorgaan, tot aan het hoofdaltaar ―
waar hij de voor 450 jaren onderbroken mis verder zal lezen...
|